Regeling · BWBR0001908

Octrooireglement

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 22 september 1921, tot vaststelling van een "Octrooireglement"Octrooireglement

In dit reglement wordt verstaan onder de Minister: Onze Minister van Economische Zaken.

De gewone, de buitengewone en de plaatsvervangende leden mogen niet deelnemen aan de behandeling van zaken, waarbij zij een middellijk of onmiddellijk belang hebben, of waarbij zij in enig opzicht betrokken zijn.

De belofte, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Rijksoctrooiwet, luidt als volgt:

"Ik beloof, dat ik ijverig, nauwgezet en onpartijdig de plichten zal vervullen, welke het ambt van voorzitter (ondervoorzitter, gewoon lid, buitengewoon lid, plaatsvervangend lid) van de Octrooiraad medebrengt, en met name aan de in de afdelingen te nemen beslissingen naar eigen overtuiging zal medewerken en geheim zal houden, hetgeen mij uit hoofde van mijn ambt bij de Octrooiraad bekend is van de octrooiaanvragen voor zover deze niet overeenkomstig het bij de Rijksoctrooiwet bepaalde zijn ter inzage gelegd of openbaargemaakt en stiptelijk zal helpen uitvoeren de in aanmerking komende wetten en algemene maatregelen van bestuur, en dat ik om iets hoegenaamd in dit ambt te doen of te laten, van niemand middellijk of onmiddellijk enige belofte of enig geschenk zal aannemen.

Dat beloof ik.

Ik verklaar, dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel voor het verkrijgen mijner aanstelling, aan iemand wie het ook zij, iets heb gegeven of beloofd.

Dat verklaar ik."

Als secretaris van iedere afdeling treedt op een door de Voorzitter van de Octrooiraad aangewezen ambtenaar van het Bureau voor de industriële eigendom of anders een door de leden van de afdeling uit hun midden gekozen gewoon of plaatsvervangend lid van de Octrooiraad.

Met het verrichten van werkzaamheden, die bij de Rijksoctrooiwet of dit reglement aan de Octrooiraad, doch niet aan een bepaalde afdeling, zijn opgedragen, is de voorzitter belast.

Bij afwezigheid of ontstentenis wordt de Voorzitter van de Octrooiraad in zijn hem bij de Rijksoctrooiwet of bij dit reglement opgedragen werkzaamheden vervangen door de ondervoorzitters in een door de Minister aangewezen volgorde.

De Voorzitter van de Octrooiraad verstrekt aan de Minister alle door deze gevraagde inlichtingen.

Vervallen

Vervallen

De bedragen, die krachtens artikel 19B, tweede lid, van de Rijksoctrooiwet voor de werkzaamheden van de Octrooiraad als ontvangend bureau moeten worden betaald, zijn:

Vervallen

De in artikel 22A, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bedoelde overige vormvoorschriften voor een aanvrage om octrooi zijn de volgende:

De in artikel 22A, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bedoelde overige vormvoorschriften voor de bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving zijn de volgende:

De in artikel 22A, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bedoelde overige vormvoorschriften voor de bij een aanvrage om octrooi behorende tekeningen zijn de volgende:

Het bij een aanvrage om octrooi behorende uittreksel mag ten hoogste één figuur bevatten en dient:

De in artikel 22B, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bedoelde nadere vormvoorschriften voor de bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving en de in dat lid bedoelde nadere voorschriften voor de inrichting van die beschrijving zijn de volgende:

De in artikel 22B, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bedoelde nadere vormvoorschriften voor de bij een aanvrage om octrooi behorende tekeningen en de in dat lid bedoelde nadere voorschriften voor de inrichting van die tekeningen zijn de volgende:

Een aanvrage om octrooi en de daarbij behorende beschrijving dienen bij voorkeur te zijn ingericht overeenkomstig door de Octrooiraad daarvoor vastgestelde standaardformulieren. Exemplaren van deze standaardformulieren zijn verkrijgbaar bij het Bureau voor de industriële eigendom en worden door dit bureau toegezonden aan de in artikel 59 van de Rijksoctrooiwet bedoelde bureaus.

De in de Rijksoctrooiwet bedoelde verzoekschriften, bezwaarschriften en memories van grieven moeten door de inzender of diens gemachtigde zijn ondertekend en vermelden:

Aan de Octrooiraad aangeboden stukken betreffende een aanvrage om octrooi, niet zijnde stukken als bedoeld in paragraaf 6A, alsmede hem aangeboden modellen en monsters moeten zijn voorzien van een opschrift, dat de naam en de woonplaats van de aanvrager en het volgnummer van de aanvrage of van de openbaarmaking van de aanvrage bevat; indien geen van deze beide nummers bekend is, moet uit het opschrift blijken, bij welke aanvrage een en ander behoort. Een stuk als in dit artikel bedoeld alsmede een model en een monster mogen slechts op één aanvrage betrekking hebben.

Bij een overeenkomstig artikel 22B van de Rijksoctrooiwet verricht depot dient een schriftelijke verklaring van de bewaargever te worden gevoegd, inhoudende:

Indien het depot, bedoeld in de artikelen 31C, eerste lid, en 31E, tweede lid, is geschied overeenkomstig het in artikel 31C, eerste lid, onder a, bedoelde verdrag, zijn in geval van strijdigheid van de bepalingen van deze paragraaf met dat verdrag, de bepalingen van dat verdrag doorslaggevend.

Vervallen

De in de Nederlandse taal gestelde tekst van de beschrijving en het uittreksel, alsmede de tekeningen, welke behoren bij een krachtens artikel 22C van de Rijksoctrooiwet ter inzage te leggen aanvrage om octrooi, worden met vermelding van het tijdstip, waarop de terinzagelegging zal plaatsvinden, alsmede van de in artikel 16 van dit reglement bedoelde gegevens, reprografisch vermenigvuldigd.

Vervallen

Aan de in artikel 59 van de Rijksoctrooiwet bedoelde bureaus wordt zo spoedig mogelijk een exemplaar van de in artikel 35 en 36B bedoelde bescheiden toegezonden.

Op verzoek worden aan daarop rechthebbenden bewijzen van het recht van voorrang, berustend op een in Nederland ingediende aanvrage, verstrekt tegen betaling van een bedrag van € 5 per bewijs, vermeerderd met een met inachtneming van het in artikel 36D, eerste lid, bepaalde vastgesteld bedrag, indien een afschrift van de bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving en tekeningen deel uitmaakt van het bewijs.

Het Bureau voor de industriële eigendom is ten dienste van de uitvoering van de Rijksoctrooiwet voor het publiek opengesteld op alle tijden, waarop het volgens artikel 7 van het Besluit Bureau industriële eigendom 1970 (Stb. 587) voor het publiek is geopend. Bedoelde tijden worden bekendgemaakt in het in artikel 38 bedoelde blad.

De staten, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Rijksoctrooiwet, zijn de lid-staten van de Europese Gemeenschappen alsmede de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Aanvragen om octrooi, ingediend bij een bureau voor de industriële eigendom als bedoeld in artikel 59 van de Rijksoctrooiwet, worden na ontvangst bij de Octrooiraad ingeschreven in het octrooiregister.

Vervallen

Het tijdstip van indiening van een stuk betreffende een aanvrage om octrooi bij een bureau voor de industriële eigendom als bedoeld in artikel 59 van de Rijksoctrooiwet geldt als tijdstip van indiening bij de Octrooiraad.

Dit reglement kan worden aangehaald onder de titel "Octrooireglement".

Aan de getuige of deskundige, die ingevolge de oproeping, bedoeld in Octrooireglement is verschenen, wordt voor de noodzakelijke uitgaven voor reiskosten heen en terug toegelegd een vergoeding, met inachtneming van zijn maatschappelijke stand te bepalen, indien hij zich verder dan 2 kilometer buiten de gemeente van zijn woonplaats of van zijn tijdelijke verblijfplaats heeft moeten begeven.

De reizen worden geacht gedaan te zijn of te worden met openbare middelen van vervoer, tenzij bij gemis daarvan of ten gevolge van bijzondere omstandigheden van andere vervoermiddelen moest worden gebruik gemaakt, ter beoordeling van hem, die de vergoeding toelegt.

Aan de getuige of deskundige in artikel 1 bedoeld, wordt voor verblijfkosten buiten de gemeente van zijn woonplaats of van zijn tijdelijke verblijfplaats toegelegd een vergoeding, met inachtneming van zijn maatschappelijke stand te bepalen, tot een bedrag van ten hoogste € 102 per etmaal, gedeelten van etmalen, 12 uren of meer bedragende voor een geheel, kleinere voor een half etmaal gerekend.

Aan de getuige of deskundige, die door ziekte of lichaamsgebreken zich noodzakelijk door een ander moest doen vergezellen, kan het dubbel van het bedrag van de vergoeding voor reis- en verblijfkosten worden toegelegd. Hij, die de vergoeding toelegt, beoordeelt of het geleide noodzakelijk was.

Aan de getuige, in artikel 1 bedoeld, wordt voor tijdverzuim toegelegd een vergoeding, met inachtneming van zijn maatschappelijke stand te bepalen, tot een bedrag van ten hoogste € 102 per dag, indien nadeel door tijdverzuim moet geacht worden geleden te worden, gedeelten van dagen voor gehele dagen gerekend.

De vergoedingen voor reis- en verblijfkosten en die voor tijdverzuim worden niet meer dan eenmaal genoten voor al de verrichtingen te zamen, die in de loop van eenzelfde reis zijn volbracht, onverschillig of de verrichtingen al dan niet tot dezelfde zaak betrekkelijk zijn.

Aan de deskundige, bedoeld in artikel 1, wordt een vacatiegeld toegelegd tot een bedrag van ten hoogste € 102 voor elke door hem behandelde octrooiaanvrage of elk behandeld octrooi, waarvoor hij als zodanig is benoemd. In gevallen dat de octrooiaanvragen of octrooien, voor de behandeling waarvan een deskundige is benoemd, van uitgebreide of ingewikkelde aard zijn of op andere wijze van de deskundige bijzondere werkzaamheden eisen, kan de afdeling, die hem benoemd heeft of de Voorzitter van de Octrooiraad, hem een of meer extra-vacaties toekennen.

Stelt een getuige, die niet binnen het rijk in Europa woonachtig is, of een deskundige zijn overkomst of het uitbrengen van een schriftelijk verslag afhankelijk van een andere of hogere vergoeding, dan wordt deze vooraf door de Voorzitter van de Octrooiraad met hem geregeld.