Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen tot toekenning van een vergoeding aan die personen, van wie terzake van pensioen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1947, H 420) premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet wordt geheven;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk23 oktober 1957JULIANA.De Minister van Verkeer en Waterstaat,J. ALGERA.De Staatssecretaris van Sociale Zaken,A. A. VAN RHIJN.de negentiende november 1957.De Minister van Justitie,SAMKALDEN.Aan degene, van wie premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet wordt geheven terzake van pensioen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1947, H 420) wordt ten laste van het Rijk, overeenkomstig de verhouding, waarin de premie, bedoeld in artikel 23 van de Algemene Ouderdomswet, voor ambtenaren, in dienst van het Rijk, door weddeverhoging wordt gecompenseerd, een vergoeding voor de over dat pensioen verschuldigde premie verleend.