Wet · BWBR0002504

Mijnwet continentaal plat

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 september 1965, houdende regelen ten aanzien van het onderzoek naar en de winning van delfstoffen in of op het onder de Noordzee gelegen deel van het continentaal plat Mijnwet continentaal plat Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen ten aanzien van het onderzoek naar en de winning van delfstoffen in of op het onder de Noordzee gelegen deel van het continentaal plat waarop het Koninkrijk soevereine rechten heeft;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 23 september 1965 JULIANA. De Minister van Economische Zaken, J. M. DEN UYL. de veertiende oktober 1965. De Minister van Justitie, SAMKALDEN.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat voor daarbij aangewezen delen van het continentaal plat geen vergunningen of ontheffingen worden verleend.

Ieder opsporingsonderzoek, behoudens dat bedoeld in artikel 2, lid 2, door of vanwege de Staat of een rechtspersoon, waarin de Staat een aanmerkelijk belang heeft, vereist een voorafgaande machtiging bij de wet.

Wij kunnen bepalen dat gedurende een tijdvak van ten hoogste drie jaren voor daarbij aangewezen delen van het continentaal plat geen aanvragen om een opsporings- of winningsvergunning van een daarbij aangegeven strekking kunnen worden ingediend.

De toepasselijkheid van deze wet wordt beperkt door de in het volkenrecht erkende uitzonderingen.

Aan een vergunning kan het voorschrift worden verbonden, dat de houder aan de Staat op daarin bepaalde tijdstippen een daarin vastgesteld oppervlakterecht verschuldigd wordt.

Een opsporings- en een winningsvergunning voor een delfstof kunnen niet worden verleend voor het deel van het continentaal plat, waarvoor reeds een opsporings- of winningsvergunning voor die delfstof geldt.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende de wijze waarop de aanvrage om een vergunning of ontheffing dient te geschieden, en de gegevens, welke daarnevens van de aanvrager kunnen worden verlangd.

Onverminderd de toepasselijkheid van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van andere belanghebbenden, wordt een verkenningsvergunning of ontheffing welke zal gelden voor een deel van het continentaal plat, waarvoor een of meer opsporings- of winningsvergunningen gelden, niet verleend dan nadat de houders van die vergunningen zijn gehoord.

Een vergunning of ontheffing vervalt met ingang van de dag, volgende op die, waarop Onze Minister een schriftelijke verklaring van de houder heeft ontvangen, waarbij deze van de vergunning of ontheffing afstand doet. Van het vervallen van een vergunning of ontheffing wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.

De eigendom van de delfstoffen, welke met gebruikmaking van een winningsvergunning worden gewonnen, gaat door de winning over op de vergunninghouder.

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, ingeval als gevolg van een overtreding daarvan ernstige aantasting van door deze wet beschermde belangen ontstaat of dreigt te ontstaan.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 31, eerste lid, aangewezen ambtenaar.

Vervallen

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van het bij of krachtens de In- en uitvoerwet (Stb. 1962, 295) bepaalde worden delfstoffen, welke zich bevinden in de inrichting, waarmede zij in of op het continentaal plat zijn gewonnen, geacht in het vrije verkeer in Nederland te zijn en gedurende het rechtstreeks vervoer naar Nederland in het vrije verkeer in Nederland te blijven.

Deze wet kan worden aangehaald als: Mijnwet continentaal plat.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.