Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 7 februari 1967, houdende regelen met betrekking tot aanvragen om vergunning of ontheffing ingevolge de Mijnwet continentaal plat Besluit aanvragen vergunningen en ontheffingen Mijnwet continentaal plat Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 3 oktober 1966, no. 666/713 W.J.A./E.M.C.;

Gelet op artikel 14 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428);

De Raad van State gehoord (advies van 26 oktober 1966, no. 47);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 6 februari 1967, no. 367/5582 W.J.A./E.M.C.;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad en in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk 7 februari 1967 JULIANA. De Minister van Economische Zaken, J. A. BAKKER. de veertiende februari 1967. De Minister van Justitie, STRUYCKEN.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428);

ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, van de Mijnwet continentaal plat.

Bij de aanvrage om een winningsvergunning moet met betrekking tot het gebied, waarvoor de vergunning wordt gevraagd, in drievoud worden overgelegd:

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit aanvragen vergunningen en ontheffingen Mijnwet continentaal plat.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop de Mijnwet continentaal plat in werking treedt.

1. Indien de aanvrage wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2. Indien de aanvrage wordt gedaan door een rechtspersoon:

1. Indien de aanvrage wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2. Indien de aanvrage wordt gedaan door een rechtspersoon:

Het aantal en de eventuele namen van de installaties, geschikt voor de met de aanvrage beoogde boorwerkzaamheden op het continentaal plat:

1. De ervaringen met betrekking tot de opsporing van koolwaterstoffen en de winning daarvan door middel van boringen, op te geven per land of gebied, uitsluitend voor zover die werkzaamheden plaatsvonden in zeeën of meren en voor zover de technische leiding daarvan berustte bij de aanvrager of bij de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, onder vermelding van:

2. Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, zowel te water als op het land, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

een en ander onder vermelding van:

3.

1. Indien de aanvrager of de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, beschikken over een afzetorganisatie voor aardolie of aardgas, dan wel voor daaruit vervaardigde produkten:

de omvang, uitgedrukt in 1000 m3, en de aard van de afzet van die organisatie over het afgelopen kalenderjaar, zowel in totaal als gesplitst als volgt:

3. Opgave van de wijze, waarop de aanvrager eventueel uit het continentaal plat te winnen aardolie en aardgas denkt af te zetten.