Ministeriële regeling · BWBR0003381

Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederenRegeling In- en uitvoer landbouwgoederenDe Minister van Landbouw en Visserij,

Overwegende, dat, onder intrekking van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, een nieuw besluit houdende regelen ten aanzien van de in- en uitvoer van bepaalde landbouwgoederen tot stand is gebracht (In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980 (Stb. 758);

Overwegende, dat derhalve de op het besluit gebaseerde bestaande uitvoeringsvoorschriften ter zake van die in- en uitvoer opnieuw dienen te worden vastgesteld en in bepaalde opzichten te worden herzien;

Gelet op artikel 2 tot en met 11, 13, 17 en 19 van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, alsmede op de artikelen 2, 4 en 5 van de Invoerbeschikking landen 1981 onderscheidenlijk het Invoerbesluit landen 1981;

Mede gelet op artikel 11 van de In- en uitvoerwet en op de artikelen 15 en 23 van de Landbouwwet;

In overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën,

Besluit:

De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze regeling bepaalde wordt voor zover van toepassing overgenomen de terminologie van de Douanewet en wordt voorts verstaan onder:

a.productschap:

het productschap of hoofdproductschap dat in kolom 2 van bijlage I en in kolom 2 van bijlage II ten aanzien van het in kolom 1 vermelde goed of ten aanzien van de desbetreffende handeling met betrekking tot dat goed als bevoegde instantie is aangemerkt;

b.lidstaten:

lidstaten van de Gemeenschap;

c.Algemene Inspectiedienst:

Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

d.basisverordeningen:

de verordeningen opgenomen in bijlage I, eerste kolom;

e.uitvoeringsbepalingen:

de door de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van de basisverordeningen vastgestelde in het Publicatieblad van de Gemeenschap bekendgemaakte verordeningen of besluiten;

f.verordening 800/1999

: verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEG L 102);

g.producten, basisproducten, verwerkte producten, goederen, rechten bij invoer, lidstaat van uitvoer, vaststelling vooraf van de restitutie, gedifferentieerde restitutie, gedifferentieerd gedeelte van de restitutie, uitvoer, controle-exemplaar T5, exporteur, voorschot op de restitutie, voorfinanciering van de restitutie, in het kader van een inschrijving vastgestelde restitutie, restitutienomenclatuur, uitvoercertificaat:

hetgeen voor de toepassing van verordening 800/1999 daaronder wordt verstaan;

h.Verordening 615/98/EG:

verordening (EG) nr. 615/98 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 maart 1998 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van uitvoerrestituties met betrekking tot het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer ervan (PbEG L 82).

De Belastingdienst is belast met de verificatie van de in deze regeling voorgeschreven aangiften, documenten, bij die aangiften overgelegde formulieren en overige bescheiden, het nader onderzoek ter zake, de grondige opneming van de goederen en schatting van gegevens, tenzij ter zake anders is bepaald.

Vervallen

Uitvoer van goederen waarvoor aanspraak wordt gemaakt op restitutie of waarvoor ontheffing van de invoerheffing is verleend of aangevraagd, wordt voor de toepassing van de Douanewet aangemerkt als uitvoer van goederen met teruggaaf van belasting.

Vervallen

Vervallen

De in deze regeling voor de toepassing van het Invoerbesluit landen 1981 gestelde regelen hebben slechts betrekking op de goederen aangewezen in de bij het besluit behorende bijlage.

Bijlage I en bijlage II kunnen bij regeling van de Minister buiten overeenstemming met de Minister van Financiën worden gewijzigd.

Vervallen

Artikel 20, eerste lid, van verordening 800/1999, wordt niet toegepast in het in het eerste lid, onder b, van het in dat artikel genoemde geval, indien het restitutiebedrag voor de betrokken aangifte niet hoger is dan 500 EURO.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Als de procedure van de depotregeling, bedoeld in artikel 45, wordt gevolgd, behoeft het voorfixatiecertificaat niet te worden overgelegd.

Vervallen

Vervallen

Bij de toepassing van paragraaf 2 van Hoofdstuk V wordt:

Vervallen

Uit de aangifte als bedoeld in artikel 21, onder a, dan wel uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt in geval bij de aangifte een uitvoer- of voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat niet hier te lande is afgegeven, de instantie die het certificaat heeft afgegeven alsmede het nummer van het betrokken certificaat, terwijl bovendien een fotokopie daarvan moet worden meegezonden naar het betreffende produktschap.

De rijksbelastingdienst stelt van de aangifte ten uitvoer of van de aangifte ten doorvoer onderscheidenlijk het vervullen van de formaliteiten ter zake van:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Van

Vervallen

De betalingsaangifte voor het plaatsen van basisprodukten onder douanecontrole wordt gedaan door een volledig en naar waarheid ingevuld formulier, overeenkomstig het in bijlage VII opgenomen model, in drievoud te overleggen.

De betalingsaangifte voor het plaatsen van basisprodukten onder douanecontrole gaat vergezeld van de voorraadstaat van de dag voor de dag van de overlegging van de betalingsaangifte. De voorraadstaat bevat per opslaglocatie waar de basisprodukten onder douanecontrole worden geplaatst de volgende gegevens:

Onverminderd het bepaalde in paragraaf 4 van dit hoofdstuk is van het verbod tot invoer of uitvoer zonder vergunning als bedoeld in de artikelen 2, juncto artikel 14, en 3 juncto de artikelen 15 en 16, van het besluit, alsmede van het verbod tot invoer zonder vergunning als bedoeld in artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 voor wat betreft landbouwgoederen in de zin van dat besluit, vrijgesteld:

Vervallen

Met betrekking tot de in kolom 1 van bijlage II aangewezen goederen is het in kolom 2 vermelde produktschap bevoegd tot:

Het bepaalde in artikel 36 en in artikel 38, geldt onverminderd het bepaalde in:

In afwijking van het bepaalde in de artikelen 35 en 41 en onverminderd het bepaalde in artikel 96, vierde lid, onderdeel c, houdt het produktschap op verzoek van belanghebbende het voorfixatiecertificaat onder zich, onderscheidenlijk neemt het produktschap voorfixatiecertificaten in bewaring, en boekt daarop de uitvoer af aan de hand van het terugontvangen formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, een en ander met inachtneming van de uitvoeringsbepalingen.

Er mag slechts worden afgeboekt op het certificaat waarnaar is verwezen in het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, of in artikel 84, derde lid, dan wel in de maandstaat, als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onderdelen c en d.

Vervallen

In afwijking van de artikelen 40 tot en met 45 geeft het productschap de in artikel 35, eerste lid, onder a, bedoelde invoercertificaten en uittreksels daarvan slechts af voor:

In de gevallen waarin ten aanzien van producten waarop aanduidingen voorkomen die verwijzen naar de biologische productiemethode als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEG L 198), een controlecertificaat als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b van voornoemde verordening is voorgeschreven, geldt in afwijking van artikel 35, eerste lid, onder a, het invoercertificaat dat in voorkomend geval ingevolge de basisverordening of de uitvoeringsbepalingen bij de invoer moet worden overgelegd slechts als vergunning indien bij het doen van de aangifte ten invoer, naast het certificaat tevens het bovengenoemde controlecertificaat, ingevuld en afgegeven overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1788/2001 (PbEG L 243), wordt overgelegd.

Vervallen

In de gevallen waarin het transport binnen Nederland van de goederen bedoeld in artikel 1, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 822/87 (Pb.E.G. nr. L 84), vergezeld moet gaan van een handelsdocument of een erkend handelsdocument, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d juncto onderdeel e van verordening (EEG) nr. 2238/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1993 betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwprodukten en de in de wijnsector bij te houden registers (PbEG L 200), is al naar het geval het gestelde onder a of b van toepassing:

In de gevallen waarin ten aanzien van goederen als bedoeld in artikel 70, eerste lid, eerste volzin van Verordening (EEG) nr. 822/87 (Pb.E.G. nr. L 84) een document als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3590/85 (Pb.E.G. nr. L 343) is voorgeschreven, geldt in afwijking van artikel 35, eerste lid, onder a, het invoercertificaat dat in voorkomend geval ingevolge de basisverordening of de uitvoeringsbepalingen bij de invoer moet worden overgelegd slechts als vergunning indien bij het doen van de aangifte ten invoer naast het certificaat tevens het bovengenoemde document, ingevuld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3590/85, wordt overgelegd.

De in artikel 36, onder a, bedoelde vrijstellingen gelden voor wat betreft de in artikel 2 van verordening (EEG) nr. 1679/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1971, houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop (PbEG L 175). genoemde produkten slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd, al naar gelang van het bij of krachtens die verordening bepaalde, hetzij een certificaat als bedoeld in artikel 3 van die verordening, hetzij een factuur als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 3076/78 (Pb. E.G. nr. L 367).

De in artikel 36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De in artikel 36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt voor artikel 10, tweede lid, van verordening (EG) nr. 2449/96 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor produkten van de GN-codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714 90 11 en 0714 90 19, van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand (PbEG L 333), en artikel 4, derde lid, van verordening (EG) nr. 2781/1999 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 december 1999 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor 2000 voor producten van de GN-codes 0714 10 10, 0714 10 91 en 0714 10 99, van oorsprong uit Thailand (PbEG L 334), onder de volgende voorwaarden:

Vervallen

Vervallen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Naast de vormen van zekerheid die zijn toegestaan in artikel 193 van het Communautair douanewetboek kunnen als vormen van zekerheid worden aanvaard:

Van het stellen van de zekerheid, bedoeld in artikel 62, bij het produktschap wordt door de aangever aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling gedaan door overlegging van een formulier zekerheidstelling, dan wel van een op beide exemplaren van het formulier L, bedoeld in artikel 37 van de Douaneregeling, gestelde verklaring van het produktschap, houdende vermelding van de hoeveelheid en soort goed alsmede het bedrag waarvoor de zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij geldt.

Van het stellen van de zekerheid bij het produktschap door degene, die met toepassing van de regeling bijzondere bestemmingen de goederen heeft overgenomen, wordt aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling gedaan door een, op een van de exemplaren van het Overdrachtsformulier Bijzondere bestemmingen, onderscheidenlijk op de extra kopie van het controle-exemplaar T 5, gestelde verklaring van het produktschap, houdende vermelding van de hoeveelheid en soort goed waarvoor zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij geldt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding van landbouwheffingen bij invoer, bedoeld in artikel 886 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, wordt door het produktschap gegeven voor ieder van de heffingen afzonderlijk in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet.

Het produktschap is belast met de invordering van de landbouwheffingen bij invoer in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met uitvoer gelijkgesteld het bereiken van bijzondere bestemmingen binnen de Gemeenschap, die als zodanig voor de verlening van restitutie in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen zijn aangewezen.

Behoudens het bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk wordt de restitutie berekend overeenkomstig de gedane aangifte ten uitvoer, in voorkomend geval zoals deze achteraf is gewijzigd ingevolge artikel 81, eerste lid, en met inachtneming van hetgeen is bevonden of vastgesteld:

De genoemde verrichtingen geschieden, in voorkomend geval in afwijking van het ter zake bij of krachtens de Douanewet bepaalde met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven.

Als wordt geconstateerd dat een exporteur een hogere restitutie heeft gevraagd dan die welke geldt voor de uitgevoerde of de ten uitvoer aangegeven goederen, worden administratieve sancties op de voet van het bepaalde in de artikelen 51 en 52 van verordening 800/1999 opgelegd.

Voor de marktdeelnemers, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1469/95 van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 betreffende de maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van bepaalde begunstigden van uit het EOFGL, afdeling Garantie, gefinancieerde verrichtingen, kunnen de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, van die verordening bedoelde maatregelen en de ten uitvoering daarvan gestelde maatregelen worden genomen.

De regeling tot plaatsen onder douanecontrole van basisprodukten staat open voor de exporteur, die voorafgaande toestemming heeft van het produktschap.

Het produktschap kan, indien het dat nodig acht, aanvullend op de verplichtingen, bedoeld in artikel 87, eerste lid en tweede lid, nadere verplichtingen opleggen aan de exporteur.

De voorafgaande toestemming, bedoelde in artikel 86a, kan te allen tijde door het produktschap onder opgave van reden worden ingetrokken.

De ontheffing, bedoeld in artikel 89, eerste lid, kan te allen tijde door het produktschap onder opgave van reden worden ingetrokken.

De exporteur die basisprodukten onder douanecontrole heeft geplaatst, meldt de voorgenomen verwerking van die basisprodukten bij de in artikel 32 bedoelde inspecteur op een zodanig tijdstip dat laatstbedoelde uiterlijk één werkdag voor de aanvang van die voorgenomen verwerking.

De melding, bedoeld in artikel 90f, geschiedt schriftelijk, onder vermelding van:

De ontheffing, bedoeld in artikel 90g, eerste lid, wordt door het produktschap vermeld op het document, bedoeld in artikel 90e, eerste lid.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing bij equivalentie van tussenproducten als bedoeld in artikel 28, vierde lid, van verordening 800/1999.

De indiening van de aangifte als bedoeld in artikel 21, onder a, door middel waarvan het verzoek wordt gedaan tot vooruitbetaling van de restitutie wegens entreposering, brengt voor degene die daarin als exporteur is aangeduid de verplichting mede om de voor uitvoer aangegeven goederen in ongewijzigde staat, als bedoeld in de uitvoeringsbepalingen, en binnen de daarin vastgestelde termijnen:

Ingeval entreposering van de goederen plaatsvindt in een andere lidstaat, wordt het bewijs dat de goederen na entreposering in ongewijzigde staat achtereenvolgens zijn uitgeslagen en hetzij zijn uitgegaan uit de Gemeenschap hetzij een bijzondere bestemming, als bedoeld in artikel 79, hebben bereikt, geleverd door een controle-exemplaar T 5, houdende de volgende gegevens:

In aanvulling op dan wel in afwijking van de bepalingen van deze regeling en onverminderd het bepaalde in verordening 800/1999, gelden de volgende bepalingen bij levering voor proviandering, als bedoeld in titel III van genoemde verordening, waarbij aanspraak op restitutie of een voorschot daarop wordt gemaakt dan wel de Beschikking actief veredelingsverkeer 1986 wordt toegepast.

– Bij levering voor proviandering van zeeschepen en luchtvaartuigen in de Gemeenschap, als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onder a, van verordening 800/1999, alsmede voor boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen, als bedoeld in artikel 44 van genoemde verordening, dient de exporteur, ter verkrijging van de restitutie danwel afboeking in het veredelingsverkeer, op de aangifte ten uitvoer alsmede in vak 44 van het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, te vermelden: ‘Bestemd voor boordproviand’ alsmede de naam en de vlag van het zee-, marine- of hulpschip of het registratienummer van het luchtvaartuig, boor- of produktieplatform.

Het aanvullend bewijs als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988, houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (PbEG L 331), wordt geleverd door een voor uitvoer afgetekend controle-exemplaar T 5.

Levering in een derde land, al dan niet via een aldaar gelegen bevoorradingsdepot geschiedt volgens de navolgende procedure

Vervallen

Naast de vormen van zekerheid die zijn toegestaan in artikel 193 van het Communautair douanewetboek kunnen als vormen van zekerheid worden aanvaard:

Van het stellen van de zekerheid, bedoeld in artikel 103, bij het produktschap wordt door de aangever aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling gedaan door overlegging van een op beide exemplaren van het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling dan wel op het formulier zekerheidstelling, gestelde verklaring van het produktschap houdende vermelding van de hoeveelheid en de soort van het goed waarop de zekerheid betrekking heeft en zo nodig de tijdsduur waarvoor zij geldt.

De beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding van landbouwheffingen bij uitvoer, bedoeld in artikel 886 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, wordt door het produktschap gegeven voor ieder van de heffingen afzonderlijk in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet.

Het produktschap is belast met de invordering van de landbouwheffingen bij uitvoer in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Van douanegoederen, welke ten invoer zijn aangegeven, wordt de subsidie berekend overeenkomstig de gedane aangifte ten invoer, en met inachtneming van hetgeen bij de verificatie van die aangifte of van het daarop afgegeven document, bij een ingesteld nader onderzoek van zodanige aangifte, van zodanig document, dan wel ingevolge andere wettelijke bepalingen is bevonden of vastgesteld.

Het productschap kan regels stellen op grond waarvan het vrijstelling verleent van de landbouwheffingen bij invoer in het kader van:

Vervallen

Vervallen

De importeurs en exporteurs van zaaizaad van elke soort en van elke rassengroep waarvoor steun is vastgesteld en van elke maïshybridensoort en sorghohybridensoort geven jaarlijks in het kalenderjaar volgend op het oogstjaar, als bedoeld in verordening (EEG) nr. 3083/73 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 november 1973 betreffende het verstrekken van de nodige gegevens voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 2358/71 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad (PbEG L 314), voor 1 september de door hun ingevoerde hoeveelheden uit en uitgevoerde hoeveelheden naar de in voorgenoemde verordening bedoelde derde landen door aan het produktschap.

Vervallen

Als plaatsen van uitgang als bedoeld in artikel 2, eerste lid, tweede gedachtenstreepje, van Verordening 615/98/EG worden aangewezen de Bijlage X, onderdeel B, genoemde plaatsen.

Degene die voornemens is dieren voor een controle als bedoeld in artikel 2 van verordening 615/98/EG aan te bieden doet daarvan een voorafgaande melding overeenkomstig het bepaalde in bijlage X.

De in artikel 38 aan de produktschappen toegekende bevoegdheden zijn krachtens artikel 11 van de wet overgedragen aan het bestuur van het in kolom 1, van bijlage II, als bevoegde instantie aangemerkte produktschap.

Indien door een productschap op grond van het bepaalde in de artikelen 35 en 38 een invoervergunning wordt verleend als bedoeld in artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981, wordt het model van bijlage IIIC gebruikt.

Het uitoefenen van de bevoegdheden waartoe de Belastingdienst in deze beschikking bevoegd wordt verklaard en het verrichten van de handelingen die de rijksbelastingdienst voor de toepassing van deze beschikking moet verrichten, zijn aan deze dienst opgedragen op de voet van het bepaalde in de artikelen 5, vierde lid, 6, vierde lid, 8, derde lid en 13, tweede lid, van het besluit.

Vervallen

Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van het volgende artikel, worden de volgende beschikkingen ingetrokken:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen