Regeling · BWBR0003771

Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 28 februari 1985, houdende vaststelling en invoering van een rechtspositieregeling voor het personeel in het basis-, speciaal, voortgezet speciaal en voortgezet onderwijs, bij het leerlingwezen, het vormingswerk voor jeugdigen, het vormingswerk voor jonge volwassenen, bij de proefprojecten nieuw en deeltijd vervolg/beroepsonderwijs en voor het personeel werkzaam bij instellingen bedoeld in artikel B3 van de pensioenwetRechtspositiebesluit onderwijspersoneelWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Ministers van Landbouw en Visserij en van Binnenlandse Zaken van 5 oktober 1984, nr. 148 927, Directie Arbeidsvoorwaardenbeleid;

Overwegende, dat het wenselijk is te komen tot het onderbrengen van de verschillende voor het onderwijspersoneel geldende rechtspositieregelingen in één rechtspositiebesluit voor het onderwijspersoneel;

Gelet op artikel 5 van de Kleuteronderwijswet;

artikel 9 bis van de Lager-onderwijswet 1920;

de artikelen 17Artikel 17 van de WBO komt niet meer voor in de WPO., 32, vierde lid, 33, tweede lid, 52, 59, eerste lid, 62, vijfde lid, en 64 van de Wet op het primair onderwijs;

de artikelen 32, vierde lid, 33, tweede lid, 55, 65, vijfde lid, en 66 van de Wet op de expertisecentra;

de artikelen 152, vierde lid, 153, tweede lid, 173, 183, vijfde lid, en 184 van deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs;

de artikelen 4 en 4a van de Experimentenwet onderwijs;

de artikelen 38, 39, tweede lid, 40, 43, derde lid, 53, vierde lid, 61, 62 en 63 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

de artikelen 21, eerste lid, 23, tweede en derde lid, 25, vierde lid, en 26 van de Wet op het leerlingwezen;

de artikelen 19, 21, tweede lid, en 22 van het Besluit vormingswerk voor jeugdigen;

de artikelen 27, eerste lid, 29, eerste lid, en 30, eerste lid, van het Besluit proefprojecten nieuw vervolg/beroepsonderwijs en de artikelen 25, eerste lid, 27, eerste lid, en 28, eerste lid, van het Besluit proefprojecten deeltijd vervolg/beroepsonderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 11 februari 1985, nr. W 05.84.0594/07.5.96);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Ministers van Landbouw en Visserij en Binnenlandse Zaken van 15 februari 1985, nr. 149431, directie Arbeidsvoorwaardenbeleid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel wordt als volgt vastgesteld:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage 28 februari 1985 Beatrix De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, W. J. Deetman De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks De Minister van Binnenlandse Zaken, Rietkerk de zevende maart 1985 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een bijgewerkt exemplaar van dit besluit en de overige van toepassing zijnde rechtspositionele regelingen op een voor de betrokkene steeds toegankelijke plaats op de instelling ter inzage beschikbaar is.

Indien de betrokkene ten genoege van de bevoegde instantie aannemelijk maakt dat de aanvang van een in dit besluit gestelde termijn gedurende welke een aanspraak kan worden geldend gemaakt, hem niet tijdig bekend kon zijn en hij hierdoor in zijn belangen is geschaad, wordt de termijn geacht te zijn aangevangen op het tijdstip waarop de betrokkene naar het oordeel van de bevoegde instantie redelijkerwijs heeft kunnen kennisdragen van het ontstaan van zijn aanspraken.

De Algemene termijnenwet (Stb. 1964, 314) is niet van toepassing op de termijnen in dit besluit gesteld, met uitzondering van die, genoemd in de artikelen II-A8, eerste lid, II-C4, tweede en vierde lid, en II-D10, tweede en vierde lid.

De salarisbedragen, tegemoetkomingen en toelagen, genoemd in de bijlagen van dit besluit, kunnen worden gewijzigd bij ministeriële regeling.

Indien het ingevolge de desbetreffende bekostigingswet mogelijk is dan wel toegestaan wordt, personeel te benoemen voor wie de salaris- en andere kosten niet voor vergoeding van Rijkswege in aanmerking komen, is - tenzij uitdrukkelijk anders bepaald - ten aanzien van dit personeel het bepaalde in dit besluit van toepassing.

Vervallen

Vervallen

De verklaring omtrent het gedrag, welke vereist is voor benoeming bij een bevoegd gezag van aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, en d4 tot en met d6, d10, d12 tot en met d15 alsmede d17 en d18, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (Stb. 1955, 395), is bij overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder dan zes maanden, te rekenen vanaf de dag van afgifte.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze minister kan nadere regels geven ter uitvoering van het bepaalde in dit hoofdstuk.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-C19 mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft en voor zover het dienstbelang zich niet tegen die afwijking verzet.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

betrokkene: de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e7, e12 en e13.

Aan de betrokkene verleent het bevoegd gezag vakantieverlof met behoud van bezoldiging met inachtneming van de regelen, gesteld in deze paragraaf.

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag verleent de betrokkene gedurende een door Onze minister te bepalen aantal dagen of uren kort buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging indien deze met toestemming van het bevoegd gezag deelneemt aan een door Onze Minister aan te wijzen nascholingscursus en voor zover zijn werkzaamheden daarmee samenvallen.

In andere dan in artikel I-C29, eerste en tweede lid, bedoelde gevallen kan het bevoegd gezag de betrokkene bovendien kort buitengewoon verlof verlenen voor ten hoogste vier dagen per jaar, al dan niet met behoud van bezoldiging.

Het verlof, bedoeld in artikel I-C31, dat uitsluitend strekt in het persoonlijk belang van de betrokkene, kan voor ten hoogste 6 maanden worden verleend en kan ten hoogste tweemaal voor ten hoogste 6 maanden worden verlengd. Dit verlof wordt verleend zonder behoud van bezoldiging.

Het verlof, bedoeld in artikel I-C31, dat:

en dat naar het oordeel van Onze minister mede het algemeen belang dient, kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen I-C34 en I-C35, voor ten hoogste 1 jaar worden verleend en kan ten hoogste tweemaal voor ten hoogste 1 jaar worden verlengd. Dit verlof wordt in beginsel verleend zonder behoud van bezoldiging.

Het bevoegd gezag verleent aan de vrouwelijke betrokkene die een borstkind heeft en die hiervan aan hem kennis heeft gegeven behoorlijke gelegenheid haar kind te zogen.

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De betrokkene die ingevolge wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet de aan zijn betrekking verbonden burgerlijke beloning tot een bedrag, gelijk aan het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage en de Vut-bijdrage ingevolge de regels van het bestuur VUT-fonds met betrekking tot financiering VUT-aanspraken.

Voor zover de werkelijke dienst, niet zijnde de opleiding en oefening, wordt vervuld tijdens zijn vakantieverlof, geniet de betrokkene de volle aan zijn betrekking verbonden burgerlijke beloning.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Op de ingevole de voorgaande artikelen berekende uitkering bij overlijden wordt de reeds vóór zijn overlijden aan de betrokkene uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak, in mindering gebracht.

Indien de overledene geen nabestaanden als bedoeld in artikel I-F2 nalaat, kan het bedrag, bedoeld in artikel I-F3, door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, voor zover de nalatenschap voor de betaling van die kosten ontoereikend is.

Ontslag op grond van opheffing van de instelling of de betrekking dan wel wegens zodanige verandering in de inrichting of de dienst van de instelling dat de werkzaamheden van een of meer betrokkenen overbodig worden, geschiedt aan de hand van een afvloeiingsregeling.

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de regeling steeds op een voor de betrokkenen toegankelijke plaats ter inzage in de instelling beschikbaar is.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor het ontstaan van een standplaatsbetrekking blijven vervangingswerkzaamheden en werkzaamheden die voor een periode van drie of minder aaneengesloten schooljaren aan een belanghebbende zijn toegekend in het kader van contractactiviteiten, buiten beschouwing.

Degene die een geneeskundig onderzoek ondergaat in verband met benoeming of wijziging van het dienstverband, ontvangt van het bevoegd gezag een vergoeding van reis- en verblijfkosten volgens daartoe door het bevoegd gezag vastgestelde regels. De kosten van een geneeskundig onderzoek komen voor rekening van het bevoegd gezag.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De betrokkene heeft bij het bereiken van de jubileumdatum aanspraak op een door het bevoegd gezag uit te betalen jubileumgratificatie.

De jubileumgratificatie bedraagt bij een 25-jarig jubileum 50% en bij een 40- of 50-jarig jubileum 100% van de bezoldiging. De bedragen worden op een veelvoud van 5 gulden naar boven afgerond.

Indien betrokkene op de jubileumdatum een betrekking aan meer dan een instelling heeft, wordt de jubileumgratificatie uitbetaald door ieder van de betrokken bevoegde gezagsorganen voor een evenredig deel.

De tijd gedurende welke de betrokkene twee of meer betrekkingen naast elkaar vervulde, komt slechts eenmaal in aanmerking voor de berekening van de diensttijd voor de jubileumgratificatie.

De betrokkene die ter zake van zijn dienstvervulling voor een 25-, 40- of 50-jarig jubileum reeds krachtens een andere regeling een overeenkomstige gratificatie heeft ontvangen, heeft voor datzelfde jubileum geen aanspraak op een jubileumgratificatie als bedoeld in dit hoofdstuk.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Behoudens het bepaalde in de artikelen I-P8 tot en met I-P11, I-Q104, I-R105 en I-S103 wordt het salaris van de betrokkene bij zijn benoeming vastgesteld op het laagste bedrag:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De betrokkene kan op zijn verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd worden belast met werkzaamheden bij het bevoegd gezag van een andere instelling of instellingen dan wel buiten het onderwijs.

Het bevoegd gezag kan uitsluitend ten laste van eigen middelen een premie toekennen in het kader van een premiespaarregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964.

In afwijking van het bepaalde in artikel I-P1, wordt in deze paragraaf verstaan onder

Bij de vaststelling van het salaris bij indiensttreding van een betrokkene kan het bevoegd gezag in voor de betrokkene gunstige zin afwijken van de artikelen I-P7 tot en met I-P11.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van het carrièrepatroon en het doorlopen daarvan die afwijken van de artikelen I-Q105, I-R106, I-R107 I-S104 en I-S104a.

De betrokkene is verplicht eventuele geldelijke vergoedingen voor nevenwerkzaamheden af te dragen aan de instelling of instellingen waar hij werkzaam is, voor zover hij deze verricht gedurende werktijd en voor zover het bevoegd gezag hem niet van deze verplichting ontheffing heeft verleend.

Het bevoegd gezag kan één of meer personeelsleden die in het bezit zijn van een geldig EHBO-diploma maandelijks een toelage als vermeld in bijlage 2, onder 3, toekennen.

In deze paragraaf wordt, in afwijking van artikel I-P1, verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, en d16, met toepassing van het bepaalde in artikel I-P84, tweede lid, aan de betrokkene een scholingsplicht oplegt, gelden hierbij de volgende voorwaarden.

Vervallen

Vervallen

Nadat toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel I-R102, tweede lid, verdeelt het bevoegd gezag de werkzaamheden onder de leden van de directie na overleg met de betrokkenen zodanig dat een zo veel mogelijk evenwichtige taakbelasting plaatsvindt in verhouding tot de functie en de omvang van ieders betrekking.

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfuncties voor de directie die in de formatie van een instelling kunnen voorkomen zijn de normfunctie van directeur en van adjunct-directeur. In de bijlage Q1 bij dit besluit is voor deze functies een taakkarakteristiek gegeven voor onderscheidenlijk basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs.

De maximumschaal die voor de normfunctie adjunct-directeur geldt, wordt afhankelijk van y vastgesteld volgens het onderstaande schema.

Indien ingevolge de door het bevoegd gezag vastgestelde formatie bedoeld in artikel I-P76, tweede lid, onder a niet langer een adjunct-directeur als bedoeld in artikel I-Q206 kan zijn benoemd, blijft de betrokkene bedoeld in artikel I-R201 die als adjunct-directeur was benoemd aanspraak houden op het carrièrepatroon dat voor hem op de laatste dag van het voorafgaande schooljaar gold, indien dit carrièrepatroon gedurende ten minste drie onmiddellijk voorafgaande schooljaren aan die instelling of, in voorkomende gevallen, instellingen voor hem als leraar tevens adjunct-directeur heeft gegolden. De betrokkene behoudt deze aanspraak zolang hij aan dezelfde instelling of instellingen verbonden blijft.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfuncties voor de directie die in de formatie van een instelling kunnen voorkomen zijn de normfunctie van directeur en van adjunct-directeur. In de bijlage Q2 bij dit besluit is voor deze functies een taakkarakteristiek gegeven.

De maximumschaal die voor de normfunctie van directeur geldt, wordt afhankelijk van Q vastgesteld volgens het onderstaande schema.

De maximumschaal die voor de normfunctie adjunct-directeur geldt, wordt afhankelijk van Q vastgesteld volgens het onderstaande schema.

Indien ingevolge de door het bevoegd gezag vastgestelde formatie bedoeld in artikel I-P76, tweede lid, onder a niet langer een adjunct-directeur als bedoeld in artikel I-Q305 kan zijn benoemd, blijft de betrokkene bedoeld in artikel I-R301 die als adjunct-directeur was benoemd aanspraak houden op het carrièrepatroon dat voor hem op de laatste dag van het voorafgaande schooljaar gold, indien dit carrièrepatroon gedurende ten minste drie onmiddellijk voorafgaande schooljaren aan die instelling of, in voorkomende gevallen, instellingen voor hem als leraar tevens adjunct-directeur heeft gegolden. De betrokkene behoudt deze aanspraak zolang hij aan dezelfde instelling of instellingen verbonden blijft.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het is het bevoegd gezag niet toegestaan de betrokkene extra beloning toe te kennen in de vorm van een periodieke verhoging, bedoeld in artikel I-P53, in de vorm van buitengewone toelage, bedoeld in artikel I-P55, dan wel in de vorm van een gratificatie, bedoeld in artikel I-P56, in situaties waarin tevens sprake is van gedwongen ontslag van een of meer personeelsleden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Naast de normfunctie van directeur/coördinator, kunnen de normfuncties van adjunct-directeur/coördinator en adjunct-directeur/coördinator tevens plaatsvervangend directeur/coördinator voorkomen met een maximumschaal als aangegeven in artikel I-Q905.

In de bijlage Q8 bij dit besluit is voor deze normfuncties een taakkarakteristiek gegeven.

Het totaal aantal deelnemersuren in een kalenderjaar, bedoeld in artikel I-Q905 is voor de toepassing van deze paragraaf gelijk aan het aantal deelnemersuren, dat voor de instelling is opgenomen in het voor dat kalenderjaar door de desbetreffende gemeenteraad vastgestelde programma basiseducatie en de daarbij behorende opgave van geraamde kosten.

De maximumschaal die voor de in artikel I-Q902 genoemde normfuncties gelden, worden afhankelijk van het aantal deelnemersuren vastgesteld volgens onderstaand schema:

Indien een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6 deel uit maakt van een horizontale scholengemeenschap als bedoeld in artikel I-Q101, eerste lid, onderdeel c, sub 2, zijn voor de betrokkenen de bepalingen van paragraaf 15 van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfuncties die met inachtneming van het in het Uitvoeringsbesluit WOV gestelde in de directie kunnen voorkomen zijn die van directeur, adjunct-directeur en adjunct-directeur tevens plaatsvervangend directeur. In de bijlage Q9 is voor deze normfuncties een taakkarakteristiek gegeven.

De maximumschalen voor de normfuncties voor de directie van de landelijke pedagogische centra zijn:

De maximumschaal voor de normfunctie van directeur, plaatsvervangend directeur en adjunct-directeur bij schoolbegeleidingsdiensten wordt vastgesteld volgens het onderstaande schema:

De maximumschaal voor de normfunctie van directeur van het Instituut voor Onderzoek van het Onderwijs is schaal 16.

De maximumschalen voor de normfuncties voor de directie van het Instituut voor Toetsontwikkeling zijn:

De maximumschalen voor de normfuncties voor de directie van het Instituut voor Leerplanontwikkeling zijn:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

De maximumschaal voor de normfunctie van directeur van een plaatselijke of provinciale instelling is schaal 12.

De maximumschaal voor de normfunctie van adjunct-directeur van een regionale, plaatselijke of provinciale instelling is schaal 11.

De maximumschaal voor de normfunctie van directeur van de landelijke instelling het "Landelijk studie- en ontwikkelingscentrum voor de volwasseneneducatie" is schaal 14.

De maximumschaal voor de normfunctie van directeur van de landelijke instelling het "Centrum voor de Innovatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven" is schaal 16.

De maximumschaal voor de normfunctie van plaatsvervangend directeur van de landelijke instelling het "Centrum voor de Innovatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven" is schaal 15.

De maximumschaal voor de normfunctie van adjunct-directeur van de landelijke instelling het "Centrum voor de Innovatie van Beroepsonderwijs Bedrijfsleven" is schaal 14.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Aan instellingen die deel uitmaken van een onderwijsgemeenschap als bedoeld in artikel I-Q101, onder d, kan de normfunctie van adjunct-directeur voorkomen, onverminderd het bepaalde in artikel I-Q1209. De maximumschaal voor de functie wordt vastgesteld overeenkomstig artikel I-Q404 voor de normfunctie plaatsvervangend directeur.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Indien y van de instelling minder dan 600 bedraagt, worden de maximumschalen van de centrale directie vastgesteld overeenkomstig artikel I-Q404, met dien verstande dat in dat artikel voor directeur wordt gelezen: voorzitter en voor plaatsvervangend directeur: lid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Aan instellingen die deel uitmaken van een onderwijsgemeenschap als bedoeld in artikel I-Q101, onder d, kan de normfunctie van adjunct-directeur voorkomen. De maximumschaal voor de functie wordt vastgesteld overeenkomstig artikel I-Q404 voor de normfunctie van plaatsvervangend directeur.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Indien y van de instelling minder dan 600 bedraagt, worden de maximumschalen van de centrale directie vastgesteld overeenkomstig artikel I-Q404, met dien verstande dat in dat artikel voor directeur wordt gelezen: voorzitter en voor plaatsvervangend directeur: lid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het is het bevoegd gezag niet toegestaan de betrokkene extra beloning toe te kennen in de vorm van periodieke verhoging, bedoeld in artikel I-P53, in de vorm van buitengewone toelage, bedoeld in artikel I-P55, dan wel in de vorm van gratificatie, bedoeld in artikel I-P56, in situaties waarin tevens sprake is van gedwongen ontslag van een of meer personeelsleden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Gereserveerd.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Gereserveerd.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerst en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij benoeming van een betrokkene in een functie als bedoeld in paragrafen 2 en 3 en 6 tot en met 9, 12 en 13 tot en met 15 met maximumschaal 12 of hoger wordt, in afwijking van het bepaalde in de artikelen I-P7, I-P8, I-P9 en I-P11, het voor hem geldende salarisbedrag vastgesteld als volgt:

Vervallen

Degene die werkzaam wordt in meerdere componenten van een horizontale scholengemeenschap als bedoeld in artikel I-Q101, eerste lid, onderdeel c, sub 2, wordt benoemd in de formatie van de component waaraan hij het grootste deel van zijn werkzaamheden verricht.

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfuncties voor het onderwijsgevend personeel die in de formatie van een instelling kunnen voorkomen zijn:

In de bijlage R1 bij dit besluit is voor de in de eerste volzin genoemde normfuncties een taakkarakteristiek gegeven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfunctie van het onderwijsgevend personeel aan een instelling kan zijn opgenomen is de functie van leraar waarvoor als maximumschaal geldt schaal 10. In de bijlage R2 bij dit besluit is voor de in de eerste volzin genoemde normfunctie een taakkarakteristiek gegeven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel I-R604, het beleid met betrekking tot de formatie van de consulentenfuncties vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Waar in hoofdstuk I-P en in de artikelen I-R101 tot en met I-R107 sprake is van "31 juli" en "1 augustus" wordt daarvoor bij de toepassing van deze paragraaf gelezen: 31 december respectievelijk 1 januari.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel I-R704, het beleid met betrekking tot de formatie van de leraarsfuncties vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, onder a, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt, in afwijking van artikel I-P3, derde lid, tweede tot en met vierde volzin, en met inachtneming van het bepaalde in artikel I-R804, het beleid met betrekking tot de formatie van het instructiepersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, onder a, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het is het bevoegd gezag niet toegestaan de betrokkene extra beloning toe te kennen in de vorm van een periodieke verhoging, bedoeld in artikel I-P53, in de vorm van een buitengewone toelage, bedoeld in artikel I-P55, in de vorm van een gratificatie, bedoeld in artikel I-P56, dan wel in de vorm van uitkering of toelage om redenen van werving en behoud als bedoeld in de artikelen I-P57 en I-P58, in situaties waarin tevens sprake is van gedwongen ontslag van een of meer personeelsleden.

In deze paragraaf wordt verstaat onder:

De normfunctie die aan een instelling kan voorkomen, is die van educatief werker en de daarbij behorende maximumschaal is schaal 9. In de bijlage R8 bij dit besluit is voor de normfunctie een taakkarakteristiek gegeven.

Het salaris van de educatief werker, die voorafgaand aan zijn benoeming bij een bevoegd gezag aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d6, gedurende ten minste 4 jaar jaarlijks 60 of meer werkdagen aan zo’n instelling werkzaamheden heeft verricht waaraan geen inkomsten uit of in verband met arbeid waren verbonden, en die daarbij relevante ervaring heeft opgedaan, wordt onverminderd het bepaalde in de artikelen I-P7 tot en met I-P10 vastgesteld op het salaris dat één periodieke verhoging hoger is dan de aanvang van het carrièrepatroon dat bij zijn functie hoort.

De betrokkene wordt voor ten hoogste 3/5 deel van zijn weektaakomvang belast met begeleiding van groepen deelnemers en individuele deelnemers.

Voor de betrokkene die in overwegende mate werkzaam is in de component basiseducatie van een horizontale scholengemeenschap als bedoeld in artikel I-Q101, eerste lid, onderdeel c, sub 2, zijn de artikelen I-R1502, I-R1503 en I-R1505 tot en met I-R1508 van overeenkomstige toepassing. De artikelen I-R902 tot en met I-R905 zijn eveneens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze artikelen slechts toepassing vinden voor het gedeelte dat de betrokkene werkzaam is in de component basiseducatie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel I-R1203, het beleid van met betrekking tot de formatie van de leraarsfuncties vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De in gevolge artikel I-R1302, tweede lid, vastgestelde formatie ten behoeve van de component lager landbouwonderwijs wordt uitsluitend ingezet ten behoeve van die component.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het is het bevoegd gezag niet toegestaan de betrokkene extra beloning toe te kennen in de vorm van periodieke verhoging, bedoeld in artikel I-P53, in de vorm van buitengewone toelage, bedoeld in artikel I-P55, in de vorm van gratificatie, bedoeld in artikel I-P56, dan wel in de vorm van uitkering of toelage om redenen van werving en behoud als bedoeld in de artikelen I-P57 en I-P58, in situaties waarin tevens sprake is van gedwongen ontslag van een of meer personeelsleden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel I-R1404, het beleid met betrekking tot de formatie van de leraarsfuncties vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel I-R1504, het beleid met betrekking tot de formatie van de leraarsfuncties vast.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Zodra aan de betrokkene, wiens salaris wordt vastgesteld volgens de aanloopschaal, op grond van artikel I-P13 een periodieke verhoging wordt toegekend en deze daarmee een salaris krijgt dat gelijk is aan of hoger is dan het laagste bedrag in de maximumschaal, wordt zijn salaris bepaald op het naasthogere bedrag in de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Indien aan de betrokkene bedoeld in artikel I-S102a, eerste lid, wiens salaris wordt vastgesteld volgens nummer 2 van het aanlooptraject, op grond van artikel I-P13 een periodieke verhoging wordt toegekend, wordt zijn salaris bepaald op het bedrag dat in schaal 1 is vermeld bij salarisnummer 0.

Degene die werkzaam wordt in meerdere componenten van een horizontale scholengemeenschap als bedoeld in artikel I-Q101, eerste lid, onderdeel c, sub 2, wordt bij het bevoegd gezag benoemd in de formatie van de component waaraan hij het grootste deel van zijn werkzaamheden verricht.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In het navolgende schema is een aantal normfuncties vermeld die aan de instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d1 of d2, kunnen voorkomen met de daarbij behorende maximumschaal.

In de bijlage S1 bij dit besluit zijn voor de normfuncties taakkarakteristieken en zonodig benoemingsvereisten gegeven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel I-S605, het beleid met betrekking tot de formatie van het ondersteunend en beheerspersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, onder a, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van de criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het bepaalde in artikel I-S110, derde lid, is niet van toepassing.

In afwijking van artikel I-P13, eerste lid, wordt ten aanzien van de betrokkenen in deze paragraaf voor "1 augustus" gelezen: 1 januari.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel I-S703, het beleid met betrekking tot de formatie van het ondersteunend en beheerspersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, derde lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Binnen de formatie die is vastgesteld met inachtneming van artikel I-S702 kunnen betrokkenen worden benoemd in een normfunctie als is aangegeven in onderstaand schema. De daarbij vermelde maximumschaal is van toepassing indien de aanspraak op vergoeding uit ’s Rijks kas van personele en exploitatiekosten gezamenlijk gelijk is aan of meer is dan f 1 500 000. Bij een kleinere instelling stelt het bevoegd gezag de maximumschaal vast, rekening houdend met de voor het Rijkspersoneel terzake geldende normen en in samenhang met de formatie.

In de bijlage S5 is voor de normfunctie, vermeld in bovenstaand schema, een taakkarakteristiek gegeven.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van de criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het bepaalde in artikel I-S110, derde lid, is niet van toepassing.

voorzover het betreft onderwijsondersteunend personeel.

Het bevoegd gezag stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel I-S805, het beleid met betrekking tot de formatie van het ondersteunend en beheerspersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, onder a, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het is het bevoegd gezag niet toegestaan de betrokkene extra beloning toe te kennen in de vorm van periodieke verhoging, bedoeld in artikel I-P53, in de vorm van buitengewone toelage, bedoeld in artikel I-P55, in de vorm van gratificatie, bedoeld in artikel I-P56, dan wel in de vorm van uitkering of toelage om redenen van werving en behoud als bedoeld in de artikelen I-P57 en I-P58, in situaties waarin tevens sprake is van gedwongen ontslag van een of meer personeelsleden.

Het bepaalde in artikel I-S110, derde lid, is niet van toepassing.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Indien een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6 deel uit maakt van een horizontale scholengemeenschap als bedoeld in artikel I-Q101, eerste lid, onderdeel c, sub 2, zijn voor de betrokkenen de bepalingen van paragraaf 15 van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In het navolgende schema is een aantal normfuncties vermeld van het inhoudelijk personeel die aan de landelijke pedagogische centra kunnen voorkomen met de daarbij behorende maximumschalen.

In het navolgende schema is een aantal normfuncties vermeld van het inhoudelijk personeel die aan de schoolbegeleidingsdiensten kunnen voorkomen met de daarbij behorende maximumschalen.

In het navolgende schema is een aantal normfuncties vermeld van het inhoudelijk personeel die aan het Instituut voor Onderzoek van het Onderwijs kunnen voorkomen met de daarbij behorende maximumschalen.

In het navolgende schema is een aantal normfuncties van het inhoudelijk personeel die aan het Instituut voor Toetsontwikkeling kunnen voorkomen met de daarbij behorende maximumschalen.

In het navolgende schema is een aantal normfuncties vermeld van het inhoudelijk personeel die aan het Instituut voor Leerplanontwikkeling kunnen voorkomen met de daarbij behorende maximumschalen.

In het navolgende schema is een aantal normfuncties vermeld van het ondersteunend personeel die kunnen voorkomen, met de daarbij behorende maximumschalen.

In de bijlage S8 bij dit besluit zijn voor de normfuncties, vermeld in de artikelen I-S1002 tot en met I-S1007 taakkarakteristieken gegeven. Indien in genoemde artikelen bij een functie meer dan een maximumschaal is vermeld, is de maximumschaal afhankelijk van de functie-inhoud als is aangegeven in de bijlage S8.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag van een plaatselijke, regionale danwel een provinciale instelling kan de betrokkenen behorend tot het inhoudelijk personeel benoemen in functies met een maximumschaal als aangegeven in onderstaand schema:

Het bevoegd gezag van een plaatselijke, een regionale danwel een provinciale instelling kan betrokkenen behorend tot het ondersteunend personeel benoemen in functies met een maximumschaal als aangegeven in onderstaand schema:

Het bevoegd gezag van de landelijke instelling het "Landelijk studie- en ontwikkelingscentrum volwasseneneducatie" kan betrokkenen behorend tot het inhoudelijk personeel benoemen in functies met een maximumschaal als aangegeven in onderstaand schema:

Het bevoegd gezag van een landelijke instelling het "Landelijk studie- en ontwikkelingscentrum volwasseneneducatie" kan betrokkenen behorend tot het ondersteunend personeel benoemen in functies met een maximumschaal als aangegeven in onderstaand schema:

Het bevoegd gezag van de landelijke instelling het "Centrum voor de Innovatie van Beroepsonderwijs Bedrijfsleven" kan betrokkenen behorend tot het inhoudelijk personeel benoemen in functies met een maximumschaal als aangegeven in onderstaand schema:

Het bevoegd gezag van de landelijke instelling het "Centrum voor de Innovatie van Beroepsonderwijs Bedrijfsleven" kan betrokkenen behorend tot het ondersteunend personeel benoemen in functies met een maximumschaal als aangegeven in onderstaand schema:

In de bijlage S9 bij dit besluit zijn voor de normfuncties, vermeld in de artikelen I-S1102 tot en met I-S1108 taakkarakteristieken gegeven.

Indien in genoemde artikelen bij een functie meer dan één maximumschaal is vermeld, is de maximumschaal afhankelijk van de functie-inhoud als is aangegeven in de bijlage S9.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel I-S1203, het beleid met betrekking tot de formatie van het ondersteunend en beheerspersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bevoegd gezag stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van de criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het bepaalde in artikel I-S110, derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel I-S1303, het beleid met betrekking tot de formatie van het ondersteunend en beheerspersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, tweede lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bevoegd stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van de criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het is het bevoegd gezag niet toegestaan de betrokkene extra beloning toe te kennen in de vorm van periodieke verhoging, bedoeld in artikel I-P53, in de vorm van buitengewone toelage, bedoeld in artikel I-P55, in de vorm van gratificatie, bedoeld in artikel I-P56, dan wel in de vorm van uitkering of toelage om redenen van werving en behoud als bedoeld in de artikelen I-P57 en I-P58, in situaties waarin tevens sprake is van gedwongen ontslag van een of meer personeelsleden.

Het bepaalde in artikel I-S110, derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel I-S1403, het beleid met betrekking tot de formatie van het ondersteunend en beheerspersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikelI-P3, derde lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bevoegd stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van de criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het bepaalde in artikel I-S110, derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel I-S1503, het beleid met betrekking tot de formatie van het ondersteunend en beheerspersoneel vast.

In het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in hoofdstuk IV-E kan worden overeengekomen af te wijken van het bepaalde in artikel I-P3, derde lid, mits daarbij de taakomvang op jaarbasis ongewijzigd blijft.

Het bevoegd stelt een regeling op met betrekking tot de werktijd alsmede met betrekking tot de autorisatie en registratie van afwezigheid.

Het bevoegd gezag kan regels opstellen ten aanzien van de criteria waaraan de betrokkene moet hebben voldaan alvorens te kunnen worden bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende maximumschaal.

Het bepaalde in artikel I-P53, eerste en derde lid, is niet van toepassing.

Het bepaalde in artikel I-S110, derde lid, is niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Niet van toepassing op de leraar in opleiding zijn de artikelen I-L2, derde lid, I-P6, I-P7, I-P8, I-P9, I-P10, I-P11, I-P12, I-P16, I-R 204.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel I-J9 is niet van toepassing indien de leraar in opleiding gebruik kan maken van een reisvoorziening als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet studiefinanciering 2000.

Het salaris van de leraar in opleiding wordt met met inachtneming van de bepalingen van dit besluit vastgesteld aan de hand van bijlage IG van dit besluit.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Vervallen

Aan de betrokkene voor wie het salaris wordt vastgesteld volgens een schaal met een lager maximum dan dat van schaal 11 van bijlage IA van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, aan wie met goedkeuring van Onze minister buiten de voor hem vastgestelde werktijden arbeid wordt opgedragen, waardoor het voor hem vastgestelde aantal dagelijkse arbeidsuren wordt overschreden, wordt voor de gedurende deze overschrijding verrichte arbeid (aan te duiden als overwerk), met uitzondering van de arbeid verricht gedurende minder dan een half uur aansluitend aan de voor hem geldende werktijden, een vergoeding toegekend overeenkomstig het bepaalde in artikel I-S106, vierde lid, onder b en vijfde tot en met achtste lid.

De betrokkene ontvangt geen bezoldiging over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn werkzaamheden te verrichten.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Over de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met de bezoldiging van de betrokkene zijn de artikelen 7 en 8 van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verrekening van de extra inkomsten niet kan leiden tot een lager bedrag dan de bezoldiging van de betrokkene met een gelijke onvolledige werktijd.

De betrokkene die krachtens artikel 3 van de Wetten doorstroming onderwijspersoneel (Stb. 1988, 253 en Stb. 1989, 283) gedeeltelijk is uitgetreden, kan geen aanspraak op verlof op grond van dit hoofdstuk maken.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het bepaalde in artikel I-Z1 is niet van toepassing ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-Q1209, I-Q1409, I-Q1509, I-R1212, eerste lid, artikel I-R1212, derde lid, voor zover het betreft zijn benoeming in de formatie als bedoeld in artikel I-R1209, onder b, I-R1412, eerste lid, artikel I-R1412, derde lid, voor zover het betreft zijn benoeming in de formatie als bedoeld in artikel I-R1409 onder b, artikel I-R1512, eerste lid, artikel I-R1512, derde lid, voor zover het betreft zijn benoeming in de formatie als bedoeld in artikel I-R1509, onder b, I-S1214, eerste lid, artikel I-S1214, derde lid, voor zover het betreft zijn benoeming in de formatie als bedoeld in artikel I-S1211, onder b, I-S1414, eerste lid, I-S1414, derde lid, voor zover het betreft zijn benoeming in de formatie als bedoeld in artikel I-S1411, onder b, I-S1514, eerste lid, en I-S1514, derde lid, voor zover het betreft zijn benoeming in de formatie als bedoeld in artikel I-S1511, onder b.

Aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst.

Behoudens het bepaalde in artikel II-A4 geschiedt aanstelling in vaste dienst.

Vervallen

Van rechtswege is geschorst de betrokkene:

De schorsing, bedoeld in artikel II-B3, kan door het bevoegd gezag te allen tijde worden ingetrokken.

De betrokkene die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of enig voorschrift overtreedt, dan wel datgene doet of nalaat dat hij bij een goede uitoefening van zijn functie in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen, maakt zich schuldig aan plichtsverzuim en kan om die reden door het bevoegd gezag met inachtneming van de artikelen II-C2 tot en met II-C6 disciplinair worden gestraft.

Het recht tot het opleggen van een disciplinaire straf of maatregel vervalt, indien meer dan 9 maanden zijn verlopen na het tijdstip waarop het plichtsverzuim aan het bevoegd gezag bekend is geworden.

De straf of maatregel, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.

Beëindiging van het dienstverband geschiedt door het bevoegd gezag al dan niet op verzoek van de betrokkene dan wel van rechtswege.

Het dienstverband van de betrokkene eindigt van rechtswege:

In het geval, bedoeld in artikel II-D2, eerste lid, kan van de voor de beëindiging van het dienstverband in de artikelen II-D5, eerste lid, en II-D6, eerste lid, geldende opzeggingstermijnen worden afgeweken:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Met eenstemmig goedvinden van de commissie en partijen kan de behandeling van het geschil ook schriftelijk geschieden.

Indien de commissie zulks ter beslissing van de zaak nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij getuigen en deskundigen ter zitting horen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de voorzitter hiervan vooraf mededeling aan partijen.

De kosten van de commissie komen ten laste van de bij haar aangesloten instellingsbesturen, dan wel, indien het betreft de commissie v.j., van de landelijke organisatie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Over zaken die behoren tot de competentie van het overlegorgaan, wordt overleg gevoerd dat is gericht op het bereiken van overeenstemming. Het bevoegd gezag dan wel de door de bevoegde gezagsorganen aangewezen vertegenwoordigers overeenkomstig het bepaalde in artikel IV-E3, tweede en derde lid, enerzijds en de vertegenwoordigers van de tot de Centrale Commissie toegelaten centrales als bedoeld in artikel IV-E3 anderzijds bepalen voor elk overlegorgaan in onderling overleg wat wordt verstaan onder overeenstemming. Zolang zulks niet is bepaald, wordt in het desbetreffende overlegorgaan onder overeenstemming verstaan het geval waarin het geval waarin het bevoegd gezag dan wel de door de bevoegde gezagsorganen aangewezen vertegenwoordigers overeenkomstig het bepaalde in artikel IV-E3, tweede en derde lid, enerzijds en de vertegenwoordigers in dat overlegorgaan van alle tot de Centrale Commisie toegelaten centrales anderzijds instemmen met de uitkomst van het overleg, over een bepaald onderwerp.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Over zaken die behoren tot de competentie van het overlegorgaan, wordt overleg gevoerd dat is gericht op het bereiken van overeenstemming. Indien zulks bij wet of bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van een onderwerp is bepaald, neemt het bevoegd gezag uitsluitend een besluit indien daarover overeenstemming is bereikt. Het bevoegd gezag dan wel de door de bevoegde gezagsorganen aangewezen vertegenwoordigers enerzijds en de vertegenwoordigers van de tot de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid toegelaten centrales als bedoeld in artikel IV-F3 anderzijds bepalen voor alle overlegorgaan in onderling overleg wat wordt verstaan onder overeenstemming. Zolang zulks niet is bepaald, wordt in het desbetreffende overlegorgaan onder overeenstemming verstaan het geval waarin het bevoegd gezag dan wel de door de bevoegde gezagsorganen aangewezen vertegenwoordigers enerzijds en de vertegenwoordigers in dat overlegorgaan van alle tot de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid toegelaten centrales anderzijds instemmen met de uitkomst van het overleg, over een bepaald onderwerp.

Ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e4, geldt dat bij twijfel of aangelegenheden die betrekking hebben op een tijdvak of tijdstip, gelegen vóór 31 juli 1968, moeten worden behandeld volgens de oude of de nieuwe bepalingen, Onze minister beslist volgens welke bepalingen de behandeling geschiedt.

Voor zover een betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e7, kan aantonen dat hem bij zijn indiensttreding bij een instelling vóór de inwerkingtreding van dit besluit dan wel het "B3-reglement onderwijs", uitdrukkelijk door of namens Onze minister is toegezegd dat hem bij inwerkingtreding van dit besluit dan wel het "B3-reglement onderwijs", aanspraken die hij ontleende aan de op hem bij indiensttreding van toepassing zijnde regelingen, zouden worden gegarandeerd, behoudt hij die aanspraken zolang zijn dienstverband bij diezelfde instelling voortduurt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e10, die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit artikel, extra verlofdagen in de vorm van zogenoemde bestuursdagen genoot, heeft gedurende de in de kolom I van onderstaand schema genoemde periodes naast het in artikel I-C7 genoemde aantal vakantieverlofdagen, recht op toekenning van het in kolom II genoemde aantal vakantieverlofdagen met behoud van bezoldiging.

Artikel I-E19 is van toepassing op de gewezen betrokkene op wie dat artikel op 31 juli 1995 van toepassing was wegens ziekte ontstaan voor het tijdstip waarop zijn taak is verminderd op grond van artikel I-P79 danwel artikel I-Q408, zoals die artikelen luidden op 31 juli 1995.

Ten aanzien van de betrokkene die ter zake van ontslag voor de datum waarop dit besluit in werking treedt recht had op een ontslaguitkering op grond van het bepaalde in hoofdstuk I-H van de Regeling ontslaguitkeringen K.O./L.O. (Stb. 1971, 479), het Rechtspositiebesluit W.V.O. (Stb. 1968, 322), de Rechtspositieregeling vormingswerk voor jeugdigen, het B3-reglement onderwijs, hoofdstuk H van het Rechtspositiebesluit W.L.W. (Stb. 1968, 622) danwel ten aanzien van de betrokkene die ter zake van ontslag voor 1 augustus 1985 recht had op een ontslaguitkering op grond van het bepaalde in hoofdstuk I-H van het Rechtspositiebesluit K.O./L.O. (Stb. 1978, 228), blijven de rechten en verplichtingen, die hij op grond van de bovengenoemde uitkeringsregeling heeft, behouden gedurende de loop van die uitkering.

Artikel I-H15 blijft buiten toepassing ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e14, e15, e17 en e18, die op 31 juli 1968 in vaste dienst was van een instelling waarop het Wachtgeldbesluit N.O. (Stb. 1960, 378) van toepassing was en die aanspraak maakt op wachtgeld wegens ontslag uit die betrekking.

Vervallen

Vervallen

In afwijking van het bepaalde in artikel I-H26, derde lid, worden bij instelling van de Wachtgeldcommissie bijzonder onderwijs de personen benoemd die zitting hadden in de Commissie, bedoeld in artikel 21 van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 (Stb. 1979, 621).

Onze minister verleent desgevraagd aan de betrokkene wiens betrekking per 1 augustus 1991 gedeeltelijk is opgeheven in verband met de beëindiging van samenvoegingsboventalligheid als bedoeld in de circulaire BO/BO-87017 334 van 27 november 1987, met ingang van eerstgenoemde datum een wachtgeld over het opgeheven deel van de betrekking.

Voor de betrokkene die op grond van artikel 12 van het Besluit sociaal beleidskader inzake sectorvorming en vernieuwing van het middelbaar beroepsonderwijs dan wel artikel 9 van het Besluit sociaal beleidskader AOC ontheffing van de verhuisplicht heeft gekregen en die op het moment van het ontstaan van de verhuisplicht 52 jaar of ouder was of boventallig is, blijft de aanspraak op een reiskostenvergoeding overeenkomstig artikel I-J9 van het hoofdstuk I-J zoals dat op 31 december 1993 luidde gelden, zolang hij aan dezelfde instelling verbonden blijft in een betrekking met een omvang van tenminste 7/10 weektaak en zolang hij buiten het standplaatsgebied van de instelling woont.

Vervallen

De diensttijd doorgebracht in een burgerlijke dienstbetrekking bij de N.V. Nederlandse Spoorwegen en de voormalige N.V. Artillerie-Inrichtingen telt in afwijking van artikel I-K1, eerste lid, onder a, mee voor de bepaling van de jubileumgratificatie, indien de betrokkene op het moment van inwerkingtreding van dit besluit in dienst is van een instelling als bedoeld in artikel I-K1, onderdeel a, onder 1, 3 en 4, en binnen drie jaar na invoering van dit besluit zijn 25-jarige dan wel 40-jarige jubileum bereikt.

Voor de op 31 december 1985 in dienst zijnde betrokkene die op deze datum aanspraak had op een bedrag aan vakantie-uitkering dat hoger was dan voor hem met toepassing van het bepaalde in artikel I-L2 vanaf 1 januari 1986 wordt vastgesteld, blijft de aanspraak op vakantie-uitkering gehandhaafd op tenminste het bedrag waarop hij op 31 december 1985 aanspraak had.

De betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e1, voorzover het betreft een lid van het overig personeel en de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e2, voorzover het betreft een lid van het overig personeel bedoeld in artikel I-S301, onderdeel c sub 2, die op grond van een op 31 december 1985 geldende studiefaciliteitenregeling in verband met een op die datum gevolgde studie dan wel een na die datum nog te volgen studie ten aanzien waarvan deze regeling overeengekomen was, aanspraken had die uitgaan boven de aanspraken op grond van hoofdstuk I-M van dit besluit, behoudt deze hogere aanspraken terzake van deze studie.

Indien voor de betrokkene die op 31 december 1988 en 1 januari 1989 aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d12, is verbonden een andere periodiekdatum geldt dan 1 augustus blijft deze periodiekdatum voor de betrokkene gelden zolang hij aan dezelfde instelling benoemd blijft.

Het salaris van de betrokkene die op of na 1 augustus 2000 wordt benoemd en voor wie vóór die datum een salaris is vastgesteld op grond van artikel I-P18, zoals dat luidde op 31 juli 2000, wordt laatstbedoeld salaris voor de toepassing van de artikelen I-P7 tot en met I-P11 buiten beschouwing gelaten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel I-P76 kan het bevoegd gezag gedurende het schooljaar 1997–1998 besluiten tot een verhoging van de omvang van de voor dat schooljaar vastgestelde formatie als bedoeld in artikel I-P76, tweede lid, onder a.

Het bestuur van een school die wordt omgezet in een speciale school voor basisonderwijs met één of meer afdelingen, stelt vóór 1 mei 1998 doch uiterlijk 1 augustus 1998 een plan vast op basis waarvan het dienstverband van het personeel van de school per 1 augustus 1998 wordt voortgezet ten behoeve van werkzaamheden aan de speciale school voor basisonderwijs of een afdeling van die school.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e4, die is benoemd als lid van de directie, bij wiens functie op 1 augustus 1993 een lagere maximumschaal behoort dan bij de functie die hij op 31 juli 1993 vervulde, behoudt aanspraak op bezoldiging volgens het carrièrepatroon dat behoorde bij de functie die hij op 31 juli 1993 bekleedde, zolang hij als zodanig aan de instelling verbonden blijft, onverminderd het bepaalde in de artikelen V-Q601 en V-Q602.

De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e5, die is benoemd als lid van de centrale directie, bij wiens functie op 1 augustus 1994 een lagere maximumschaal behoort dan bij de functie die hij op 31 juli 1994 vervulde, behoudt aanspraak op bezoldiging volgens het carrièrepatroon dat behoorde bij de functie die hij op 31 juli 1994 bekleedde, zolang hij als zodanig aan de instelling verbonden blijft, onverminderd het bepaalde in artikel V-Q705.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e5, voor wie tot en met 31 juli 1994 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a, sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q701, V-Q702, V-Q703, V-R702, eerste en tweede lid, en V-R703, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-Q701, V-Q702, V-Q703, V-R701, V-R702, en V-R703 van overeenkomstige toepassing.

De directeur/coördinator of adjunct-directeur/coördinator op wie het bepaalde in de Overgangsregeling basiseducatie (Stb. 1988, 42), met uitzondering van artikel A2 van dat besluit, van toepassing is, behoudt bij een instelling, als bedoeld in artikel I-A1, onder d6, waaraan hij op de dag van overgang daar naar toe wordt verbonden als directeur/coördinator of adjunct-directeur/coördinator, uitzicht op vaststelling van zijn salaris volgens het bedrag bij het hoogste salarisnummer van de schaal waarin hij is ingepast op de dag waarop de overgang naar die instelling plaatsvindt.

Indien de schaal, bedoeld in de vorige volzin, een lager nummer heeft dan de hoogste aanloopschaal, die behoorde bij de functie die de directeur/coördinator of adjunct-directeur/coördinator vervulde op de dag voorafgaande aan de overgang naar de instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d6, behoudt hij, in afwijking van het bepaalde in de vorige volzin, uitzicht op vaststelling van zijn salaris volgens het bedrag bij het hoogste salarisnummer van die hoogste aanloopschaal.

Vervallen

Ten aanzien van de betrokkene voor wie de Overgangsregeling gewijzigde ondersteuningsstructuur VE van toepassing is, is het bepaalde in artikel V-Q1104 van overeenkomstige toepassing, zolang hij zonder onderbreking van meer dan twee maanden verbonden blijft aan een instelling als bedoeld in artikel A1, tweede lid, onder b, van de Overgangsregeling gewijzigde ondersteuningsstructuur VE, voor zover het betreft een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d6.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

betrokkene: degene, die op 31 december 1988 in dienst is van een instelling bedoeld in artikel 8 van de Wet op de onderwijsverzorging als lid van de directie.

Vervallen

De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e14, die is benoemd als lid van de centrale directie, bij wiens functie op 1 augustus 1990 een lagere maximumschaal behoort dan bij de functie die hij op 31 juli 1990 vervulde, behoudt aanspraak op bezoldiging volgens het carrièrepatroon dat behoorde bij de functie die hij op 31 juli 1990 bekleedde, zolang hij als zodanig aan de instelling verbonden blijft, onverminderd het bepaalde in artikel V-Q1203.

Voor de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e14, voor wie op 31 juli 1990 artikel V-Q404, zoals dat artikel op die datum luidde, van toepassing was en die op 1 augustus 1990 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d14, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1990 geldende betrekkingsomvang.

De betrokkene die op 31 juli 1993 benoemd is als lid van de centrale directie in een scholengemeenschap op grond van artikel I-Q1202 zoals dat artikel op 31 juli 1993 luidde, behoudt op 1 augustus 1993 in afwijking van het bepaalde in de artikelen I-Q1202, I-Q1402 en I-Q1502 aanspraak op een plaats in de centrale directie, indien voor hem geen formatieplaats beschikbaar blijkt te zijn als gevolg van op grond van deze artikelen minder beschikbaar komende formatie dan voorheen op grond van artikel I-Q1202.

De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e15, die is benoemd als lid van de centrale directie, bij wiens functie op 1 augustus 1990 een lagere maximumschaal behoort dan bij de functie die hij op 31 juli 1990 vervulde, behoudt aanspraak op bezoldiging volgens het carrièrepatroon dat behoorde bij de functie die hij op 31 juli 1990 bekleedde, zolang hij als zodanig aan de instelling verbonden blijft, onverminderd het bepaalde in artikel V-Q1303.

Voor de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e15, voor wie op 31 juli 1990 artikel V-Q404, zoals dat artikel op die datum luidde, van toepassing was en die op 1 augustus 1990 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d15, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1990 geldende betrekkingsomvang.

De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e17, die is benoemd als lid van de centrale directie, bij wiens functie op 1 augustus 1993 een lagere maximumschaal behoort dan bij de functie die hij op 31 juli 1993 vervulde, behoudt aanspraak op bezoldiging volgens het carrièrepatroon dat behoorde bij de functie die hij op 31 juli 1993 bekleedde, zolang hij als zodanig aan de instelling verbonden blijft, onverminderd het bepaalde in artikel V-Q1403.

De betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e17, voor wie op 31 juli 1993 artikel V-Q404, zoals dat artikel op die datum luidde, van toepassing was en die op 1 augustus 1993 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d17, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking voor het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1993 geldende betrekkingsomvang.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e17, voor wie tot en met 31 juli 1993 op grond van artikel IV,onderdeel 3, onder a, sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q402, V-Q403, V-Q405, V-Q406, V-R402, eerste en tweede lid, V-R403, V-R404, V-R404a, V-R407 en V-R408, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-P6, V-Q401, V-Q402, V-Q405, V-Q406, V-R401, V-R402, V-R403, V-R405 en V-R406 van overeenkomstige toepassing.

De betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e18, die is benoemd als lid van de centrale directie, bij wiens functie op 1 augustus 1993 een lagere maximumschaal behoort dan bij de functie die hij op 31 juli 1993 vervulde, behoudt aanspraak op bezoldiging volgens het carrièrepatroon dat behoorde bij de functie die hij op 31 juli 1993 bekleedde, zolang hij als zodanig aan de instelling verbonden blijft, onverminderd het bepaalde in artikel V-Q1503.

De betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e18, voor wie op 31 juli 1993 artikel V-Q404, zoals dat artikel op die datum luidde, van toepassing was en die op 1 augustus 1993 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d18, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1993 geldende betrekkingsomvang.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder d17, voor wie tot en met 31 juli 1993 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a, sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q402, V-Q403, V-Q405, V-Q406, V-R402, eerste en tweede lid, V-R403, V-R404, V-R404a, V-R407 en V-R408, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-P6, V-Q401, V-Q402, V-Q405, V-Q406, V-R401, V-R402, V-R403, V-R405 en V-R406 van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor zover de specifieke gebouwensituatie van de instelling dit noodzakelijk maakt, is in het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, onderwerp van overleg de wijze waarop en de periode waarin de minimaal gebonden weektaak wordt bereikt.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e5, voor wie tot en met 31 juli 1994 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a, sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q701, V-Q702, V-Q703, V-R702, eerste en tweede lid, en V-R703, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-Q701, V-Q702, V-Q703, V-R701, V-R702, en V-R703 van overeenkomstige toepassing.

Voor zover de specifieke gebouwensituatie van de instelling dit noodzakelijk maakt, is in het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, onderwerp van overleg de wijze waarop en de periode waarin de minimaal gebonden weektaak wordt bereikt.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

"betrokkene": de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1 onder e10, voor zover betreft een lid van het onderwijsgevend personeel wiens functie tot 1 augustus 1992 werd aangeduid als instructeur als bedoeld in artikel I-R801, onder a, zoals dat artikel tot die datum luidde.

De betrekking van de betrokkene die op 28 februari 1987 aan een landbouwpraktijkschool was verbonden en sindsdien als instructeur aan deze instelling verbonden is gebleven, wordt eerst opgeheven nadat zijn functie voor de totale omvang gedurende een schooljaar niet meer is opgenomen geweest in de formatie bedoeld in artikel I-P76, tweede lid, onder a.

De betrokkene die op 28 februari 1987 60 jaar of ouder was en op deze datum aan een landbouwpraktijkschool was verbonden en sindsdien als betrokkene aan deze instelling verbonden is gebleven, behoudt aanspraak op werktijdverkorting op de voet van artikel I-T12, zoals die luidde op 28 februari 1987.

De betrokkene die op 28 februari 1987 jonger is dan 28 jaar en op deze datum aan een landbouwpraktijkschool was verbonden en sindsdien als betrokkene aan deze instelling verbonden is gebleven, behoudt, zolang hij de 28-jarige leeftijd nog niet heeft bereikt, aanspraak op arbeidsduurverkorting op de voet van de voor het onderwijsondersteunend personeel van landbouwpraktijkscholen geldende regeling zoals die luidde op 28 februari 1987.

Het salaris van de betrokkene die op 28 februari 1987 aan een landbouwpraktijkschool was verbonden en sindsdien als betrokkene aan deze instelling verbonden is gebleven en aan wie, wegens werkzaamheden buiten de normale werktijden, met instemming van Onze Minister een toelage was toegekend en voor wie deze toelage als gevolg van de inwerkingtreding van paragraaf 8 van hoofdstuk I-R komt te vervallen wordt voor zover daarmee het hoogste bedrag in de bij deze functie behorende maximumschaal niet wordt overschreden, met ingang van 1 maart 1987 verhoogd volgens nader door Onze Minister vast te stellen regels.

Voor zover de specifieke gebouwensituatie van de instelling dit noodzakelijk maakt, is in het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, onderwerp van overleg de wijze waarop en de periode waarin de minimaal gebonden weektaak wordt bereikt.

Vervallen

Op de leraar bedoeld in artikel I-A1, onder e14, voor wie op 31 juli 1990 artikel V-Q404 dan wel artikel V-R406, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1990 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d14, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking het verschil tussen 38 uur en de voor hem 1 augustus 1990 geldende betrekkingsomvang.

Voor zover de specifieke gebouwensituatie van de instelling dit noodzakelijk maakt, is in het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, onderwerp van overleg de wijze waarop en de periode waarin de minimaal gebonden weektaak wordt bereikt.

De leraar die is of wordt aangesteld om voor meer dan de helft van zijn betrekkingsomvang werkzaamheden te verrichten aan de h.a.v.o./m.b.o.-afdeling van de school of de horizontale scholengemeenschap, bekleedt een functie als eerstegraads leraar. De maximumschaal bij deze functie is schaal 12.

Op de leraar bedoeld in artikel I-A1, onder e15, voor wie op 31 juli 1990 artikel V-Q404 dan wel artikel V-R406, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1990 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d15, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1990 geldende betrekkingsomvang.

Voor zover de specifieke gebouwensituatie van de instelling dit noodzakelijk maakt, is in het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, onderwerp van overleg de wijze waarop en de periode waarin de minimaal gebonden weektaak wordt bereikt.

De leraar bedoeld in artikel I-A1, onder e17, voor wie op 31 juli 1993 artikel V-Q404 dan wel artikel V-R404, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1993 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d17, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking voor het verschil tussen 38 uur en de voor hem 1 augustus 1993 geldende betrekkingsomvang.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e17, voor wie tot en met 31 juli 1993 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a ,sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q402, V-Q403, V-Q405, V-Q406, V-R402, eerste en tweede lid, V-R403, V-R404, V-R404a, V-R407 en V-R408, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-P6, V-Q401, V-Q402, V-Q405, V-Q406, V-R401, V-R402, V-R403, V-R405 en V-R406 van overeenkomstige toepassing.

Voor zover de specifieke gebouwensituatie van de instelling dit noodzakelijk maakt, is in het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, onderwerp van overleg de wijze waarop en de periode waarin de minimaal gebonden weektaak wordt bereikt.

De leraar bedoeld in artikel I-A1, onder e18, voor wie op 31 juli 1993 artikel V-Q404 dan wel artikel V-R404, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1993 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d18, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking voor het verschil tussen 38 uur en de voor hem 1 augustus 1993 geldende betrekkingsomvang.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder d18, voor wie tot en met 31 juli 1993 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a, sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q402, V-Q403, V-Q405, V-Q406, V-R402, eerste en tweede lid, V-R403, V-R404, V-R404a, V-R407 en V-R408, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-P6, V-Q401, V-Q402, V-Q405, V-Q406, V-R401, V-R402, V-R403, V-R405 en V-R406 van overeenkomstige toepassing.

Voor zover de specifieke gebouwensituatie van de instelling dit noodzakelijk maakt, is in het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, onderwerp van overleg de wijze waarop en de periode waarin de minimaal gebonden weektaak wordt bereikt.

Voor de toepassing van artikel I-S107, vierde lid, wordt voor de betrokkene die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit de leeftijd van 55 jaar reeds heeft bereikt, de in genoemd artikellid bedoelde toelage vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene over de twaalf kalendermaanden direct voorafgaande aan de dag voor inwerkingtreding van dit besluit gemiddeld per maand heeft genoten aan toelagen als bedoeld in artikel I-S107, eerste lid, of artikel I-S108 zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit, welk bedrag wordt aangepast aan algemene salariswijzigingen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e5, voor wie tot en met 31 juli 1994 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a, sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q701, V-Q702, V-Q703, V-R702, eerste en tweede lid, en V-R703, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-Q701, V-Q702, V-Q703, V-R701, V-R702, en V-R703 van overeenkomstige toepassing.

Het bepaalde in artikel V-S101 is niet van toepassing op de betrokkene bedoeld in artikel I-S901, onder b.

De betrokkene behorend tot het onderwijsondersteunend personeel op wie het bepaalde in de Overgangsregeling basiseducatie, met uitzondering van artikel A2 van dat besluit, van toepassing is, behoudt bij een instelling als bedoeld in artikel I-A1 onder d6, waaraan hij op de dag van overgang daarnaartoe wordt verbonden als lid van het onderwijsondersteunend personeel, uitzicht op vaststelling van zijn salaris volgens het bedrag bij het hoogste salarisnummer van de schaal waarin hij is ingepast op de dag waarop de overgang naar die instelling plaatsvindt. Indien de schaal bedoeld in de vorige volzin een lager nummer heeft dan de hoogste aanloopschaal, die behoorde bij de functie die de betrokkene vervulde op de dag voorafgaande aan de overgang naar de instelling, bedoeld in artikel I-A1 onder d6, behoudt hij, in afwijking van het bepaalde in de vorige volzin, uitzicht op vaststelling van zijn salaris volgens het bedrag bij het hoogste salarisnummer van die hoogste aanloopschaal.

Vervallen

Ten aanzien van de betrokkene voor wie de Overgangsregeling gewijzigde ondersteuningsstructuur VE van toepassing is, is het bepaalde in artikel V-Q1104 van overeenkomstige toepassing, zolang hij zonder onderbreking van meer dan twee maanden verbonden blijft aan een instelling als bedoeld in artikel A1, tweede lid, onder b, van de Overgangsregeling gewijzigde ondersteuningsstructuur VE, voor zover het betreft een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d6.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Betrokkene: degene, die op 31 december 1988 in dienst is van een instelling bedoeld in artikel 8 van de Wet op de onderwijsverzorging als lid van het inhoudelijk dan wel ondersteunend personeel.

Vervallen

Voor de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e14, voor wie op 31 juli 1990 artikel V-Q404 dan wel V-R406, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1990 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d14, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1990 geldende betrekkingsomvang.

Artikel V-S401 is van overeenkomstige toepassing.

Voor de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e15, voor wie op 31 juli 1990 artikel V-Q404 dan wel V-R406, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1990 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d15, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1990 geldende betrekkingsomvang.

Artikel V-S401 is van overeenkomstige toepassing.

De betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e17, voor wie op 31 juli 1993 artikel V-Q404 dan wel V-R404, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1993 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d17, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking voor het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1993 geldende betrekkingsomvang.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder d17, voor wie tot en met 31 juli 1993 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a ,sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q402, V-Q403, V-Q405, V-Q406, V-R402, eerste en tweede lid, V-R403, V-R404, V-R404a, V-R407 en V-R408, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-P6, V-Q401, V-Q402, V-Q405, V-Q406, V-R401, V-R402, V-R403, V-R405 en V-R406 van overeenkomstige toepassing.

Artikel V-S401 is van overeenkomstige toepassing.

De betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder e18, voor wie op 31 juli 1993 artikel V-Q404 dan wel V-R404, zoals die artikelen op die datum luidden, van toepassing was en die op 1 augustus 1993 in dienst is bij een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d18, en voor wie een betrekkingsomvang van meer dan 38 uur is berekend, komt niet voor bezoldiging in aanmerking voor het verschil tussen 38 uur en de voor hem op 1 augustus 1993 geldende betrekkingsomvang.

Op de betrokkene bedoeld in artikel I-A1, onder d17, voor wie tot en met 31 juli 1993 op grond van artikel IV, onderdeel 3, onder a ,sub 1, van het besluit van 3 juli 1992 (Stb 1992, 389) (Formatiebudgetsysteem) een of meer van de artikelen V-Q402, V-Q403, V-Q405, V-Q406, V-R402, eerste en tweede lid, V-R403, V-R404, V-R404a, V-R407 en V-R408, van toepassing zijn gebleven, zijn de artikelen V-P6, V-Q401, V-Q402, V-Q405, V-Q406, V-R401, V-R402, V-R403, V-R405 en V-R406 van overeenkomstige toepassing.

Artikel V-S401 is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Wijzigt het Besluit proefprojecten nieuw vervolg/beroepsonderwijs.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.

en vervolgens zoals aangegeven in schalen 15 en hoger

Vervallen.

Het salaris van een leraar in opleiding die is benoemd of aangesteld aan een basisschool bedraagt bij een normbetrekking f 2045,–

Het salaris van de leraar in opleiding die is benoemd of aangesteld aan een speciale school voor basisonderwijs, aan een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs dan wel aan een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedraagt bij een normbetrekking f 2122,–.

Per 1 augustus 1997

Tabel 1: vorige onderwijsfunctie met maximumschaal 9

Tabel 2: vorige onderwijsfunctie met maximumschaal 10

Tabel 3: vorige onderwijsfunctie met maximumschaal 11

Per 1 januari 1998

Tabel 1: vorige onderwijsfunctie met maximumschaal 9

Tabel 2: vorige onderwijsfunctie met maximumschaal 10

Tabel 3: vorige onderwijsfunctie met maximumschaal 11

voor de maximumschalen 9, 10 en 11: toelage per maand f 200,–.

Per 1 januari 2000

Maximumschaal 9

Maximumschaal 10

Maximumschaal 11

Maximumschaal 12

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Noten

Indien binnen 1 betrekking:

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van y van de instelling is voor de directeur één van de maximumschalen 10 tot en met 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q204.

De ADJUNCT-DIRECTEUR is in eerste instantie belast met de werkzaamheden voortvloeiende uit zijn leraarsfunctie.

Verricht daarnaast de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid.

Afhankelijk van y van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 9 tot en met 11 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q206.

De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR:

Afhankelijk van Q van de instelling is voor de directeur één van de maximumschalen 11 of 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q304.

De ADJUNCT-DIRECTEUR is in eerste instantie belast met de werkzaamheden voortvloeiende uit zijn leraarsfunctie.

Verricht daarnaast de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid.

Afhankelijk van Q van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 10 of 11 van toepassing, als is aangegeven in artikel I-Q305.

Vervallen.

Vervallen.

De directie van een landelijk orgaan is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van het aantal leerovereenkomsten is voor de directeur bij een landelijk orgaan één van de maximumschalen 11, 12, 13, 14 of 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q604.

De ADJUNCT-DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij afwezigheid van de directeur.

Afhankelijk van het aantal leerovereenkomsten is voor de adjunct-directeur bij een landelijk orgaan één van de maximumschalen 10, 11, 12, 13 of 14 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikelen I-Q604.

De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De VOORZITTER en LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van de omzet is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 11 en 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704.

Indien aan een instelling het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van de omzet voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 12 en 13 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704.

Afhankelijk van de omzet is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 10 en 11 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704.

Indien aan een instelling het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van de omzet voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 11 en 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q704.

De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De VOORZITTER en LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van P is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 15 van toepassing, een en ander als aangegeven in artikel I-Q804.

Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van P voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 14 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q804.

Afhankelijk van P is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 12 tot en met 14 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q804.

Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van P voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q804.

De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR/COORDINATOR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van het aantal deelnemersuren is voor de directeur/coördinator één van de maximumschalen 10, 11 of 12 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q904.

De PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR/COORDINATOR verricht de taken van de adjunct-directeur doch vervangt als eerste de directeur/coördinator bij diens afwezigheid.

Voor de plaatsvervangend directeur/coördinator is maximumschaal 11 van toepassing, als is aangegeven in artikel I-Q904.

De ADJUNCT-DIRECTEUR/COORDINATOR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij afwezigheid van de directeur en de plaatsvervangend directeur.

Is belast met het verzorgen van educatieve activiteiten, tenzij hij daarvan is vrijgesteld.

Afhankelijk van het aantal deelnemers is voor de adjunct-directeur/coördinator één van de maximumschalen 9 of 10 van toepassing een en ander, als is aangegeven in artikel I-Q904.

De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van de aard en de grootte van de instelling is voor de directeur één van de maximumschalen 13 tot en met 16 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1003 tot en met I-Q1007.

De PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid.

Afhankelijk van aard en grootte van de instelling is voor de plaatsvervangend directeur één van de maximumschalen 12 tot en met 15 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1003 tot en met I-Q1007.

De ADJUNCT-DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij afwezigheid van de directeur en de plaatsvervangend directeur.

Afhankelijk van aard en grootte van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 12 tot en met 14 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1003 tot en met I-Q1007.

De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van aard en omvang van de instelling is één van de maximumschalen 11, 12, 14 of 16 van toepassing, een en ander als aangegeven in de artikelen I-Q1104, I-Q1105, I-Q1107 en I-Q1108.

De PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR CIBB verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid.

Voor de plaatsvervangend directeur CIBB is maximumschaal 15 van toepassing, als is aangegeven in artikel I-Q1109.

De ADJUNCT-DIRECTEUR verricht de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij afwezigheid van de directeur en de eventuele plaatsvervangend directeur.

Afhankelijk van aard en omvang van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de maximumschalen 11 of 14 van toepassing, een en ander als is aangegeven in de artikelen I-Q1106 en I-Q1110.

De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De VOORZITTER EN LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van y1 is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 11 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in de artikelen I-Q1205 en I-Q1206.

Indien aan een instelling waarvan y1 gelijk is aan of groter is dan 600, het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van y1 voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 14 tot en met 17 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1205.

Afhankelijk van y1 is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 10 tot en met 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in de artikelen I-Q1205 en I-Q1206.

Indien aan een instelling waarvan y1 gelijk is aan of groter is dan 600, het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van y1 voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1205.

De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De VOORZITTER EN LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van y1 is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 11 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in de artikelen I-Q1305 en I-Q1306.

Indien aan een instelling waarvan y1 gelijk is aan of groter is dan 600, het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van y1 voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 14 tot en met 17 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1305.

Afhankelijk van y1 is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 10 tot en met 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in de artikelen I-Q1305 en I-Q1306.

Indien aan een instelling waarvan y1 gelijk is aan of groter is dan 600, het bevoegd gezag de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van y1 voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1305.

De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De VOORZITTER EN LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van het aantal dte is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1405.

Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van het aantal dte voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 14 tot en met 17 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1405.

Afhankelijk van het aantal dte is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 12 tot en met 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1405. Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van het aantal dte voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1405.

De centrale directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De VOORZITTER EN LEDEN van de centrale directie zijn verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van y is voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 12 tot en met 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1505.

Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van y voor de voorzitter van de centrale directie één van de maximumschalen 13 tot en met 16 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1505.

Afhankelijk van y is voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 11 tot en met 14 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1505.

Indien het bevoegd gezag aan hem opgedragen taken en bevoegdheden heeft overgedragen aan de centrale directie, is afhankelijk van y voor het lid van de centrale directie één van de maximumschalen 12 tot en met 15 van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel I-Q1505.

De functie van leraar omvat:

Voor een leraar aan een basisschool geldt maximumschaal 9 als aangegeven in artikel I-R202, eerste lid onder a.

Voor een leraar aan een speciale school voor basisonderwijs geldt maximumschaal 10 als aangegeven in artikel I-R202, eerste lid onder b.

De functie van leraar omvat:

Vervallen.

Vervallen.

De functie van consulent van een landelijk orgaan omvat:

De functie van leraar vormingswerk omvat:

De functie van instructeur omvat:

Voor de functie is als opleidingseis het bezit van een diploma van een h.b.o.-opleiding dan wel een gelijkwaardig werk- en denkniveau vereist, naast het bezit van een verklaring waaruit blijkt dat met goed resultaat de scholing gericht op het geven van praktische instructie is gevolgd.

De functie van hoofdinstructeur omvat:

Voor de functie is als opleidingseis het bezit van een diploma van een hbo-opleiding dan wel een gelijkwaardig werk- en denkniveau vereist, naast het bezit van een verklaring waaruit blijkt dat met goed resultaat de scholing gericht op het geven van praktische instructie is gevolgd.

De functie van stafinstructeur omvat:

Voor de functie van stafinstructeur A (schaal 11) is als opleidingseis een academische of gelijkwaardige opleiding gericht op het vakgebied vereist.

Voor de functie van stafinstructeur B (schaal 12) is als opleidingseis kennis op academisch niveau gericht op het vakgebied vereist.

De functie van educatief werker omvat:

Bevattende normfuncties leraren bij instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en instellingen voor lager en middelbaar beroepsonderwijs alsmede beroepsbegeleidend onderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving (AOC) als aangegeven in de paragrafen 12 en 13 van hoofdstuk I-R.

Normfuncties van leraren, bedoeld in artikel I-R1204, tweede lid, en artikel I-R1305, tweede lid.

Hoofdbestanddelen:

Ad a

Dit hoofdbestanddeel omvat het zelfstandig organiseren van het onderwijsleerproces, gericht op overdracht van kennis en de verstandelijke en creatieve ontwikkeling van leerlingen, zodanig dat zij daarmee een adequate basis verwerven voor een gekwalificeerde beroepsbeoefening op het niveau van beginnend dan wel zelfstandig beroepsbeoefenaar.

De leraar:

Ad b

Dit hoofdbestanddeel betreft uiteenlopende vormen van dienstverlening als bijvoorbeeld het verzorgen van cursussen, het ontwikkelen van scholingsprogramma's, het vervullen van adviseurschappen, e.d.

Bij het verrichten van werkzaamheden voor derden op contractbasis gaat het om dienstverlening waarbij het potentieel aan onderwijskundige en vakinhoudelijke kennis en ervaring wordt ingezet ten behoeve van bedrijven en andere maatschappelijke instellingen.

Door externe opdrachtgeving dient in de financiering te worden voorzien.

De leraar:

Ad c

De leraar:

Voor zowel de functie van leraar A, B als C geldt dat er spake is van een brede leraarsfunctie waarbij de lesgevende taak zowel betrekking op het verzorgen van theorielessen als op het geven van praktijklessen kan hebben.

De functies worden gekenmerkt door een werk- en denkniveau op basis van een hoger onderwijsopleiding.

De functie van leraar A onderscheidt zich van de functies leraar B en C doordat naast docerende taken tevens coördinerende taken van onderwijskundige aard, bijvoorbeeld de onderwijskundige coördinatie ten aanzien van een afdeling of een vakgroep, worden verricht.

Het verschil tussen de functies van leraar B en leraar C wordt in eerste instantie bepaald door het uitoefenen van taken in de lange en tussenopleiding respectievelijk de korte opleiding.

Naast het hierboven aangeduide verschil zijn ook andere factoren van invloed op de vraag of sprake is van een leraar B- of leraar C-functie.

Daarbij kan het onder andere gaan om:

Uit een oogpunt van flexibiliteit moeten personeelsleden benoemd in de functie van leraar B en leraar C, met inachtneming van deze uitgangspunten, zowel in de korte, de tussenopleiding als de lange opleiding kunnen worden ingezet.

ad a

Dit hoofdbestanddeel omvat het zelfstandig organiseren van het onderwijsleerproces, waarbij sprake is van overdracht van kennis en van verstandelijke en creatieve ontwikkeling van leerlingen binnen opleidingen die zijn gericht op het behalen van (onderdelen) van de diploma’s voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs of middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, dan wel binnen opleidingen die zijn gericht op orientatie op en doorstroming naar andere vormen van volwasseneneducatie.

De leraar:

ad b

Dit hoofdbestanddeel betreft uiteenlopende vormen van dienstverlening als bij voorbeeld het verzorgen van cursussen, het ontwikkelen van scholingsprogramma's, het vervullen van adviseurschappen, e.d.

Bij het verrichten van werkzaamheden voor derden op contractbasis gaat het om dienstverlening waarbij het potentieel aan onderwijskundige en vakinhoudelijke kennis en ervaring wordt ingezet ten behoeve van bedrijven en andere maatschappelijke instellingen.

Door externe opdrachtgeving dient in de financiering te worden voorzien.

De leraar:

ad c

De leraar:

Voor zowel de functie van leraar VAVO-A als leraar VAVO-C geldt dat er sprake is van een brede leraarsfunctie. Betrokkenen kunnen namelijk op de onderscheiden onderdelen van de VAVO-instelling worden ingezet.

Het verschil tussen de beide functies leraar VAVO wordt bepaald door het in hoofdzaak belast zijn met taken die direct betrekking hebben op het opleiden van leerlingen voor het eindexamenniveau HAVO/VWO (leraar VAVO-A) of het in hoofdzaak belast zijn met taken die direct betrekking hebben op het opleiden van leerlingen voor het eindexamenniveau MAVO (leraar VAVO-C).

Het "in hoofdzaak" van de vorige volzin houdt in dat men voor meer dan 50% belast moet zijn met taken die behoren tot het bepalende niveau van de desbetreffende normfunctie. De kleinere helft van de functie kan bestaan uit overige onderwijsgevende werkzaamheden in ruime zin binnen het VAVO, of - bij scholengemeenschappen - in andere onderdelen van de scholengemeenschap.

Hoofdbestanddelen

ad a

Dit hoofdbestanddeel omvat het zelfstandig organiseren van het onderwijsleerproces, gericht op overdracht van kennis en de verstandelijke en creatieve ontwikkeling van leerlingen, zodanig dat zij daarmee een adequate basis verwerven tot beginnende, zelfstandige of gespecialiseerde beroepsbeoefening.

De leraar:

ad b

Dit hoofdbestanddeel betreft uiteenlopende vormen van dienstverlening als bij voorbeeld het verzorgen van cursussen, het ontwikkelen van scholingsprogramma's, het vervullen van adviseurschappen, e.d.

Bij het verrichten van werkzaamheden voor derden op contractbasis gaat het om dienstverlening waarbij het potentieel aan onderwijskundige en vakinhoudelijke kennis en ervaring wordt ingezet ten behoeve van bedrijven en andere maatschappelijke instellingen.

Door externe opdrachtgeving dient in de financiering te worden voorzien.

De leraar:

ad c

De leraar:

Voor zowel de functie van leraar A, B als C geldt dat er sprake is van een brede leraarsfunctie waarbij de lesgevende taak zowel betrekking op het verzorgen van theorie-lessen als op het geven van praktijklessen kan hebben.

De functies worden gekenmerkt door een werk- en denkniveau op basis van een hoger onderwijsopleiding.

De functie van leraar A onderscheidt zich van de functies leraar B en C doordat naast docerende taken tevens coördinerende taken van onderwijskundige aard, b.v. de onderwijskundige cordinatie t.a.v. een afdeling of een vakgroep, worden verricht.

Het verschil tusssen de functies van leraar B en leraar C wordt in eerste instantie bepaald door het uitoefenen van taken in de voortgezette respectievelijk de primaire opleiding.

Naast het hierboven aangeduide verschil zijn ook andere factoren van invloed op de vraag of sprake is van een leraar B- of leraar C-functie.

Daarbij kan het o.a. gaan om:

Uit een oogpunt van flexibiliteit moeten personeelsleden benoemd in de functie van leraar B en leraar C, met inachtneming van deze uitgangspunten, zowel in de primaire als de voortgezette opleiding kunnen worden ingezet.

Hoofdbestanddelen

ad a

Dit hoofdbestanddeel omvat het zelfstandig organiseren van het onderwijsleerproces, gericht op overdracht van kennis en de verstandelijke en creatieve ontwikkeling van leerlingen, zodanig dat zij daarmee een adequate basis verwerven voor een gekwalificeerde beroepsbeoefening op het niveau van beginnend, zelfstandig, dan wel gespecialiseerd beroepsbeoefenaar.

De leraar/consulent bbo:

ad b

Dit hoofdbestanddeel betreft uiteenlopende vormen van dienstverlening als bij voorbeeld het verzorgen van cursussen, het ontwikkelen van scholingsprogramma's, het vervullen van adviseurschappen, e.d.

Bij het verrichten van werkzaamheden voor derden op contractbasis gaat het om dienstverlening waarbij het potentieel aan onderwijskundige en vakinhoudelijke kennis en ervaring wordt ingezet ten behoeve van bedrijven en andere maatschappelijke instellingen.

Door externe opdrachtgeving dient in de financiering te worden voorzien.

De leraar/consulent bbo:

ad c

De leraar/consulent bbo:

ad d

De leraar/consulent bbo is tevens belast met de begeleiding van het onderricht in de praktijk van het beroep;

Door de koppeling van voornoemde taak en leraarschap kan de leraar/consulent zorgdragen voor de onderlinge afstemming van theorie- en praktijkcomponent in het leerproces. De leraar/consulent kan zich snel op de hoogte stellen van de voortgang vanhet leerproces op het leerbedrijf. Voorts biedt de combinatie van theorie- en praktijkcomponent de leraar/consulent de gelegenheid de ontwikkelingen in het bedrijfsleven te volgen.

Voor zowel de functie van leraar/consulent geldt dat er sprake is van een brede leraarsfunctie waarbij de lesgevende taak zowel betrekking op het verzorgen van theorie-lessen als op het geven van praktijklessen kan hebben.

De leraar/consulent bbo is tevens belast met de begeleiding van het onderricht in de praktijk van het beroep.

De functie wordt gekenmerkt door een werk- en denkniveau op basis van een hoger onderwijsopleiding.

De functie van leraar/consulent in schaal 12 onderscheidt zich van de functies leraar/consulent schaal 10 en 11 doordat naast docerende taken tevens coördinerende taken van onderwijskundige aard, b.v. de onderwijskundige cordinatie t.a.v. een afdeling of een vakgroep, worden verricht.

Het verschil tussen de functies van leraar/consulent schaal 11 en leraar/consulent schaal 10 wordt in eerste instantie bepaald door het uitoefenen van taken in de voortgezette respectievelijk de primaire opleiding.

Naast het hierboven aangeduide verschil zijn ook andere factoren van invloed op de vraag of sprake is van een leraar/consulent schaal 11 of een leraar/consulent schaal 10.

Daarbij kan het o.a. gaan om:

Uit een oogpunt van flexibiliteit moeten personeelsleden benoemd in de functie van leraar/consulent schaal 11 en de leraar/consulent schaal 10, met inachtneming van deze uitgangspunten, zowel in de primaire als de voortgezette opleiding kunnen worden ingezet.

Door vernummering vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

1. Het verrichten van beleidsvoorbereidende werkzaamheden met name op financieel/economisch- en personeelsgebied.

2. Het voeren van het directie-en/of bestuurssecretariaat.

3. Het uitvoeren van het door het bestuur vastgestelde beleid met betrekking tot financiële, personele, rechtspositionele, administratie/organisatorische en huishoudelijke zaken.

4. Het voeren van de dagelijkse leiding over de afdeling.

5. Het met betrekking tot financiële, personele rechtspositionele, administratief-organisatorische en huishoudelijke zaken onderhouden van externe contacten.

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

Ad 5

De functie omvat:

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

vertegenwoordigt de directie in contacten met het ministerie, gemeente, leveranciers, bedrijven met betrekking tot financieel-economische aangelegenheden.

De functie omvat:

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

onderhoudt contacten en voert overleg over personele en rechtspositionele aangelegenheden met onder meer het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, het ABP, met colo en met andere landelijke organen.

De activiteiten eisen in verband met de grootte van de organisatie inzicht in structuren, procedures, regelingen etc.

1. Het opstellen van de jaarlijkse concept-exploitatie en investeringsbegroting van de eigen dienst.

2. Is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.

3. Het geven van leiding aan de medewerkers van de eigen dienst.

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Afhankelijk van de functie-inhoud is voor de functie schaal 10 of 11 van het RPBO van toepassing.

De werkzaamheden die op basis van een HBO-werk- en denkniveau worden verricht liggen in de sfeer van beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering. De functie dient zelfstandig, binnen aangegeven algemene richtlijnen, te worden uitgeoefend en vereist een zicht op in breder verband doorwerkende consequenties ten aanzien van bijvoorbeeld ziekten of besmettingen van de dieren.

Er wordt leiding gegeven aan het personeel van de eigen dienst.

Ten opzichte van het schaal 10-niveau is er sprake van minder vast omschreven richtlijnen waardoor meer eisen worden gesteld aan creativiteit, het nemen van initiatief en improvisatievermogen.

In de functie krijgt het afbreukrisico met betrekking tot de werkzaamheden als omschreven in hoofdbestanddeel 2, een zwaarder accent.

1. Verricht beleidsvoorbereidende werkzaamheden op het gebied van personele, financiële en materiële zaken.

2. Verricht oriëntaties op algemene ontwikkelingen en adviseert m.b.t. het financiële en personele beleid.

3. Voert het door het bestuur vastgestelde beleid uit met betrekking tot financiële, personele, rechtspositionele, administratief/organisatorische en huishoudelijke zaken.

4. Geeft leiding aan medewerkers van de eigen dienst.

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

Bij instellingen (locaties) met 6000 of minder leerlingcursistweken op jaarbasis: schaal 9 van het RPBO.

Bij instellingen (locaties) met meer dan 6000 leerlingcursistweken per jaar, dan wel bij instellingen (locaties) met 5000 of minder leerlingcursistweken op jaarbasis die zijn voorzien van een logeergebouw en een eigen bedrijf: schaal 10 van het RPBO.

Bij instellingen (locaties) met meer dan 9000 leerlingcursistweken op jaarbasis die zijn voorzien van een logeergebouw en meerdere bedrijven: schaal 11 van het RPBO.

De werkzaamheden die op basis van een hbo werk- en denkniveau kunnen worden uitgeoefend worden gekenmerkt door advisering en uitvoering op het gebied van personele, financiële en materiële aangelegenheden.

De functie vereist praktisch inzicht en praktijkkennis alsmede een meer dan oppervlakkige oriëntatie buiten het eigen vakgebied.

De functie moet zelfstandig worden uitgeoefend doch geschiedt wel binnen een daartoe in de algemene taakstelling of binnen bestaande of aangegeven beleidslijnen gesteld raam. In de functie is sprake van een verantwoordings- of rapporteringsplicht.

Ten opzichte van het schaal 9-niveau is sprake van een behandeling van meer gecompliceerde zaken, grotere specialisatie en meer zelfstandigheid van optreden.

Ten opzichte van het schaal 10-niveau gaat het om werkzaamheden die in een aantal facetten en in sterkere mate bijzondere eisen stellen. Het kan gaan om een bijzondere specialisering op vakgebied, om verdergaande oriëntatie in, of intensief samenspel met andere vakrichtingen, eventueel ook internationaal, enz. Het kan ook gaan om de vereiste creativiteit, om initiatief en improvisatie, bijvoorbeeld in verband met geringe toetsingsmogelijkheden of toepasbaarheid van bekende methoden als gevolg van snelle ontwikkelingen in werkterrein en/of materie.

1. Het jaarlijks opstellen van de concept-begroting voor de eigen dienst.

2. Het zorgdragen voor een adequate huisvesting en het opstellen van en controle op veiligheidseisen.

3. Het geven van leiding aan de medewerkers van de eigen dienst.

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Schaal 7 van het RPBO.

De werkzaamheden die op basis van een MBO-werk- en denkniveau kunnen worden uitgeoefend worden gekenmerkt door het doen van voorstellen m.b.t. de huur, verbouw of nieuwbouw en de zorg voor de beveiliging. Ten behoeve van deze taken worden tevens financieel-administratieve taken verricht en een concept-begroting opgesteld.

Tevens wordt leiding gegeven aan de medewerkers van de dienst.

De werkzaamheden vinden plaats met verantwoording en rapportering over de voortgang van de verrichtingen.

1. Het voeren van de dagelijkse leiding over het logeergebouw.

2. Het verantwoordelijk zijn voor de algehele gang van zaken in het logeergebouw.

3. Het verantwoordelijk zijn voor de exploitatie van het logeergebouw.

4. Het jaarlijks opstellen van de concept-begroting voor het logeergebouw.

5. Het toezicht houden op en de begeleiding van cursisten.

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

Ad 5

Afhankelijk van de functie-inhoud is voor de functie schaal 8 of 9 van het RPBO van toepassing.

De werkzaamheden die op een MBO-werk- en denkniveau kunnen worden uitgeoefend worden gekenmerkt door de zorg voor de gang van zaken in het logeergebouw en het houden van toezicht op de cursisten.

De werkzaamheden omvatten een nauw afgebakend terrein maar vereisen eigen aanpak, optreden en gedragsbepaling.

De werkzaamheden worden begrensd door een vaste taakstelling, zij vereisen echter een weloverwogen gedragsbepaling met name op het gebied van begeleiding van de cursisten.

De opdrachten vereisen een verantwoordings/rapporteringsplicht doch dienen in eerste instantie zelfstandig te worden uitgeoefend.

Ten opzichte van het schaal 8-niveau is er sprake van meer mandaat bij het beheer van het logeergebouw en wordt in voorkomende gevallen meer zelfstandig optreden gevraagd bij het oplossen van de dagelijkse problemen met de cursisten.

Er is echter nog steeds een verantwoordings/rapporteringsplicht.

Vervallen

Bevattende functieomschrijvingen van het beheerspersoneel bij instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en instellingen voor lager en middelbaar beroepsonderwijs alsmede beroepsbegeleidend onderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving (AOC) als aangegeven in de paragrafen 12 en 13 van hoofdstuk I-S.

Functiebeschrijvingen van het beheerspersoneel, bedoeld in artikel I-S1204, tweede lid, en artikel I-S1304, tweede lid.

De functie omvat:

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

vertegenwoordigt de centrale directie in contacten met het ministerie, gemeente, leveranciers, bedrijven, met betrekking tot financieel-economische aangelegenheden.

De functie omvat:

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

onderhoudt contacten en voert overleg over personele en rechtspositionele aangelegenheden met onder meer het ministerie, de inspectie, gemeenten, ABP, andere m.b.o.-instellingen en AOC's.

De functie omvat:

Ad 1

Ad 2

Ad 3

Ad 4

Ad 5

De functie omvat:

Ad 1

Ad 2

Ad 3

De functie omvat:

Ad 1

Ad 2

Ad 3

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

ad 4

vertegenwoordigt de centrale directie in contacten met het ministerie, gemeente, leveranciers, bedrijven, met betrekking tot financieel-economische aangelegenheden.

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

ad 4

onderhoudt contacten en voert overleg over personele en rechtspositionele aangelegenheden met onder meer het ministerie, de inspectie, gemeenten, ABP, andere v.a.v.o.-instellingen en instellingen in de sfeer van het secundair beroepsonderwijs.

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

ad 4

ad 5

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

ad 4

vertegenwoordigt de centrale directie in contacten met het ministerie, gemeente, leveranciers, bedrijven, met betrekking tot financieel-economische aangelegenheden.

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

ad 4

onderhoudt contacten en voert overleg over personele en rechtspositionele aangelegenheden met onder meer het ministerie, de inspectie, gemeenten, ABP, andere b.b.o.-instellingen en instellingen voor secundair beroepsonderwijs.

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

ad 4

ad 5

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

De functie omvat:

ad 1

ad 2

ad 3

Per 1 januari 2000

Maximumschaal 1

Maximumschaal 2

Maximumschaal 3

Maximumschaal 4

Maximumschaal 5

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.