Ministeriële regeling · BWBR0004599

Regeling werkwijze ijkinstelling en ijkbevoegden

Wijzigingen Officiële bron
Regeling werkwijze ijkinstelling en ijkbevoegdenRegeling werkwijze ijkinstelling en ijkbevoegdenDe minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 13, vierde lid, en 28, eerste lid, van de IJkwet (Stb. 1989, 10);

Besluit:

's-Gravenhage18 juli 1989 De minister van Economische Zaken, R. W. deKorte

In deze regeling wordt verstaan onder:

wet:

de IJkwet (Stb. 1989, 10);

meetmiddel:

een maat, gewicht, meet- of weegwerktuig of meetinstrument, ten aanzien waarvan krachtens artikel 6 van de wet voorschriften zijn gegeven;

toelatingsonderzoek:

het onderzoek, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, en het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van het Algemeen EEG-IJkbesluit (Stb. 1989, 118);

keuring:

de keuring, bedoeld in artikel 10 van de wet, en de eerste EEG-ijk, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van het Algemeen EEG-IJkbesluit;

herkeuring:

de herhaalde keuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet;

ijkmerk:

het uit twee delen bestaande ijkmerk, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet;

afkeuringsmerk:

het afkeuringsmerk, bedoeld in de artikelen 13, derde lid, 16, tweede lid, onderscheidenlijk 29c, van de wet.

Bij het verrichten van keuringen moet rekening worden gehouden met beïnvloeding door van buiten af komende factoren, zoals variaties in temperatuur, vochtigheid en verlichting, trillingen, elektromagnetische storingen of aanwezigheid van stof of andere verontreinigingen.

Bij keuringen en herkeuringen moeten, ongeacht de toegepaste meetmethode, metingen worden verricht met een nauwkeurigheid van één vijfde van de voor het betrokken meetmiddel geldende maximaal toelaatbare fouten, onverminderd het in ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, en artikel 21a, derde lid, onder g, van de wet daaromtrent bepaalde; indien de stand der techniek dit niet mogelijk maakt, dient bedoelde nauwkeurigheid zo dicht mogelijk benaderd te worden.

De artikelen 3 tot en met 6 zijn niet van toepassing op werkzaamheden van de ijkinstelling en ijkbevoegden die voortvloeien uit het EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen.

Bij het onderzoek, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de wet, wordt in ieder geval:

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling werkwijze ijkinstelling en ijkbevoegden.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt bekendgemaakt.

's-Gravenhage,