Regeling · BWBR0006338

Bekostigingsbesluit WHW

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 december 1993, houdende bepalingen inzake de algemene berekeningswijzen voor de bekostiging van universiteiten, hogescholen en de Open UniversiteitBekostigingsbesluit WHWWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, van 15 juli 1993, nr. 92091035/4675, directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 2.6, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Gezien het advies van de Onderwijsraad (advies van 23 april 1993, nr. OR 93000072/T);

De Raad van State gehoord (advies van 13 december 1993, nr. W05.93.0520);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, van 17 december 1993, nr. 93099780/4675, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage20 december 1993BeatrixDe Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen,M. J. CohenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,P. Bukmande dertigste december 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de universiteiten, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de openbare universiteit te Wageningen.

Vervallen

De rijksbijdrage van een universiteit is samengesteld uit:

Vervallen

In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde rijksbegroting, wordt jaarlijks door Onze minister de omvang vastgesteld van de landelijk voor de in artikel 2.3 genoemde samenstellende delen, componenten en bedragen van de rijksbijdrage van de universiteiten beschikbare middelen.

Voor 1 januari besluit Onze minister op welk niveau de opleidingen die in de periode van 2 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar tot en met 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, voor het eerst in het Centraal register opleidingen zijn opgenomen, zullen worden bekostigd ten aanzien van de componenten eerstejaars en getuigschriften, bedoeld in de artikelen 2.6 en 2.6a, en de component basisvoorziening onderzoek, bedoeld in artikel 2.9.

Het landelijk beschikbaar onderwijsdeel bestaat uit:

De landelijke component basisvoorziening onderwijs voor een begrotingsjaar is gelijk aan het na toepassing van de artikelen 2.6, 2.6a, 2.6d en 2.6e voor dat begrotingsjaar resterende landelijke beschikbare onderwijsdeel.

De landelijke bedragen ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde, de werkplaats tandheelkunde en de numerus fixus klinische technologie, voor een begrotingsjaar vastgesteld op grond van artikel 2.4, worden over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van die bedragen per universiteit in het voorafgaande begrotingsjaar.

Het onderwijsdeel van een universiteit bestaat uit de som van de component eerstejaars per universiteit, de component getuigschriften per universiteit en de component basisvoorziening onderwijs per universiteit. In voorkomende gevallen wordt het onderwijsdeel van die universiteit vermeerderd met bedragen per universiteit ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde.

In deze paragraaf wordt onder universiteit verstaan een universiteit als bedoeld in de onderdelen a, b en h van de bijlage van de wet.

Het onderzoekdeel van een universiteit bestaat uit:

De verdeling van de landelijke component afbouw dynamisering Smart Mix over de universiteiten wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

De landelijke component onderzoekscholen, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt verdeeld op basis van de volgende percentages per universiteit:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze minister besluit op welk niveau een wetenschapsgebied als bedoeld in artikel 2.10 zal worden bekostigd.

De Open Universiteit ontvangt jaarlijks vanwege de bijdrage aan de innovatie van het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.3, derde lid, van de wet, een bedrag van 6,9 miljoen euro.

Uit het landelijk beschikbare deel academische ziekenhuizen, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt aan de rijksbijdrage van de openbare universiteit te Maastricht en van de bijzondere universiteit te Amsterdam een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag toegevoegd ten behoeve van de klinische ondersteuning van het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

Indien ten aanzien van een universiteit artikel 2.25, zesde lid derde volzin, voor een of meer begrotingsjaren toepassing heeft gevonden, worden de teveel toegekende vergoedingen voor rente en afschrijvingen met betrekking tot het OCenW-deel van investeringsbedragen, bedoeld in genoemd artikel, over een of meer begrotingsjaren verrekend met de component rente en afschrijvingen van het deel academisch ziekenhuis van de desbetreffende universiteit.

Vervallen

Het landelijk investeringsdeel, door Onze minister vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt verdeeld over de universiteiten naar evenredigheid van de som van het onderwijsdeel, het onderzoekdeel en in voorkomende gevallen het deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen per universiteit.

De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de algemene berekeningswijze voor het exploitatiedeel, het huisvestingsdeel en het deel ontwerp en ontwikkeling hbo van de rijksbijdrage van de hogescholen.

Vervallen

In afwijking van artikel 3.3 wordt de onderwijsvraag voor de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder b, en artikel 18.20 van de wet, bepaald op het aantal ingeschreven studenten op 1 oktober van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar.

In afwijking van artikel 3.3 wordt de onderwijsvraag voor de tweedegraads lerarenopleidingen verpleegkunde, de opleidingen tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg, de opleidingen management in de zorg en de opleidingen van kader in de gezondheidszorg bepaald op het aantal ingeschreven studenten op 1 oktober van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar.

Voor de bepaling van de onderwijsvraag van een opleiding die:

Voor de bepaling van de onderwijsvraag van een opleiding waarvan de registratie wordt beëindigd overeenkomstig artikel 6.15 van de wet, ten aanzien waarvan artikel 3.5 niet van toepassing is en die niet wordt voortgezet in een opleiding met gelijke studielast, wordt met betrekking tot de begrotingsjaren volgend op het derde begrotingsjaar waarin geen studenten zich voor het eerst inschrijven aan die opleiding, de laatstelijk voor deze opleiding vastgestelde onderwijsvraagfactor aangehouden, totdat de registratie is beëindigd.

Onze minister maakt jaarlijks voor 1 juli aan de desbetreffende hogeschool bekend op welk niveau een opleiding die in dat kalenderjaar voor het eerst in het Centraal register opleidingen wordt opgenomen, zal worden bekostigd.

Vervallen

Vervallen

De rijksbijdrage van de Open Universiteit is samengesteld uit:

Vervallen

De rijksbijdrage van de Open Universiteit omvat de som van de door Onze minister vastgestelde, in artikel 4.1 bedoelde delen van de rijksbijdrage, berekend met toepassing van de artikelen 4.2 tot en met 4.5.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen.

Na toepassing van artikel 3.7, eerste lid, worden in het begrotingsjaar 2007 de exploitatiedelen van de onder a tot en met u genoemde hogescholen verhoogd met de onderstaande bedragen uitgedrukt in duizenden euro:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 2.6c, vijfde lid, wordt in het begrotingsjaar 2003 het bedrag basisvoorziening onderwijs plus over de universiteiten verdeeld op basis van de omvang van de component basisvoorziening onderwijs in het voorafgaande begrotingsjaar. Artikel 5.13, vierde lid, zoals die bepaling op 31 december 2002 luidde, is van overeenkomstige toepassing.

In afwijking van artikel 2.6c, zesde lid, wordt in het begrotingsjaar 2003 het bedrag compensatie onderwijs over de universiteiten verdeeld op basis van de volgende percentages per universiteit:

In afwijking van artikel 2.14, vijfde lid, wordt in het begrotingsjaar 2003 het bedrag strategische overwegingen plus over de universiteiten verdeeld op basis van de volgende percentages per universiteit:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip worden in afwijking van de artikelen 2.6a en 2.9 de getuigschriften van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs aangemerkt als getuigschriften van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, indien uit het Centraal register inschrijving blijkt

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip worden de bedragen voor de universiteiten, bedoeld in artikel 5.29, door Onze minister vastgesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In het begrotingsjaar 2006 wordt, nadat artikel 2.14, vijfde lid, is toegepast, het bedrag strategische overwegingen plus van de bijzondere universiteit te Tilburg verhoogd met 0,370 miljoen euro.

Vervallen

Na toepassing van artikel 2.6c, vijfde lid, worden in het begrotingsjaar 2007 de bedragen basisvoorziening onderwijs plus van de onder a tot en met h genoemde universiteiten verhoogd met de onderstaande bedragen uitgedrukt in duizenden euro:

In afwijking van artikel 2.14, vijfde lid, wordt het bedrag strategische overwegingen plus in 2008 over de universiteiten verdeeld naar rato van de omvang van het bedrag strategische overwegingen plus per universiteit in 2007, nadat de bedragen strategische overwegingen plus van de onder a tot en met c genoemde universiteiten zijn verlaagd met de onderstaande bedragen uitgedrukt in miljoenen euro:

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Bekostigingsbesluit WHW.

Betekenis afkortingen

INVEST.: investeringen;

AFS: afschrijvingen;

gecum. AFS: gecumuleerde afschrijvingsbedrag.

Betekenis afkortingen

INVEST.: investeringen;

gecum. AFS: gecumuleerde afschrijvingsbedrag.

a.Afschrijvingspercentages

bouw 3.2%

startkosten 2.5%

kleine werken 5.0%.

b.Rentepercentages

1993 7.2 %

1994 6.5 %

1995 7.0 %

1996 6.75%.

Vervallen