Ministeriële regeling · BWBR0007511

Regeling storingsklachten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling storingsklachtenRegeling storingsklachtenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 20 en 21 van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit en de artikelen C.9.5 en F.7.4 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen;

Besluit:

Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Besluit:

het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2007;

b.storing:

elektromagnetische storing, ondervonden van het gebruik van apparaten of door een radiozendapparaat veroorzaakte belemmering in een ander radiozendapparaat;

c. beschermingseisen:

de beschermingseisen genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid van het Besluit;

d.Agentschap Telecom:

Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit elektromagnetische compatibiliteit in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling storingsklachten.

Criteria, als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder d van de Regeling storingsklachten

De wijze van meten met betrekking tot het bestand zijn van apparaten tegen elektromagnetische velden

Indien een apparaat storing ondervindt, tengevolge van het door een apparaat uitgezonden signaal is het volgende van toepassing.

Indien vastgesteld is welk apparaat de storing veroorzaakt, wordt het niveau van de veldsterkte welke veroorzaakt wordt door het storende apparaat ter plaatse van de apparaat dat storing ondervindt als volgt vastgesteld.

De veldsterkte (elektrische component) wordt gemeten als de effectieve waarde van één hoogfrequent-periode op het maximum van de omhullende modulatie. Tijdens de meting dient het apparaat dat storing ondervindt uitgeschakeld te zijn.

De veldsterkte wordt gemeten op de volgende plaatsen:

Indien een der bovenstaande punten door plaatselijke omstandigheden niet toegankelijk is, worden door de behandelende ambtenaar drie andere plaatsen gekozen die alle op een straal van 1 meter t.o.v. het beïnvloede apparaat liggen.

Ingeval van storingen veroorzaakt door zendinrichtingen worden de metingen uitgevoerd met het radiozendapparaat in bedrijf op maximaal vermogen en met gebruikmaking van de modulatiesoort(en) waarvoor het radiozendapparaat geschikt is. Als modulatiesignalen worden de signalen toegepast die in eventuele voorschriften en vergunningsvoorwaarden zijn vastgelegd voor de meting ter bepaling van het zendvermogen. In gevallen waarin dit niet mogelijk is wordt een modulatiesignaal toegepast dat overeenkomt met de praktische werksituatie van het radiozendapparaat.

Overeenkomstig de praktische werksituatie van het radiozendapparaat dient de keuze van de antenne, antennerichting, antennehoogte, opstraalhoek, antenneleiding, enz. zo te zijn dat er een maximaal te meten veldsterkte ontstaat.

De maximaal gemeten waarde – in relatie met de geldende beschermingseisen – is bepalend voor de afdoening van de klacht.

Ingeval van storingen veroorzaakt door andere apparaten dan zendinrichtingen wordt de bovenomschreven meetmethode aangehouden, met inachtneming van de praktische werksituatie ter plaatse.