Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 juli 1995, nr. 95/15834, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
Gelet op de artikelen 4, 13a, 13b, 13g, 13h, 13i, 13k, 13r, 13s, 13w en 41 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen;
De Raad van State gehoord (advies van 26 september 1995, nr. W09.95.0392);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 25 oktober 1995, nr. 95/23044/JH, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage1 november 1995BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,A. Jorritsma-Lebbinkde veertiende november 1995De Minister van Justitie,W. SorgdragerBevat wijzigingen in andere regelgeving.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Onze Minister maakt binnen drie weken na de inwerkingtreding van dit besluit in de Staatscourant bekend wanneer de procedure voor het aanvragen van een vergunning zal beginnen.
Onze Minister stelt een tenderdocument op, waarin een overzicht wordt gegeven van de gestelde regels omtrent de indiening en behandeling van de aanvragen om een vergunning en van de gestelde regels omtrent de inhoud van de aanvragen en de daarbij over te leggen gegevens. In het tenderdocument wordt voorts informatie gegeven over de aanvraagprocedure.
Binnen twee weken na het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde bekendmaking in de Staatscourant is gepubliceerd, kan een ieder aan Onze Minister een verzoek doen om toezending van het tenderdocument. Het tenderdocument wordt uitsluitend verzonden aan degene die daarvoor een bedrag van f 500,- heeft betaald als tegemoetkoming in de kosten van de vervaardiging.
Onze Minister beslist op een aanvraag om een vergunning binnen dertig weken na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.