Ministeriële regeling · BWBR0008002

Aanwijzing keuringsinstantie voor machines

Wijzigingen Officiële bron
Beschikking ter uitvoering van artikel 5, eerste, tweede en vierde lid van de Wet op de gevaarlijke werktuigen (Aanwijzing keuringsinstantie voor machines)Aanwijzing keuringsinstantie voor machinesDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, In overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelezen het verzoekschrift van 30 januari 1996 van de stichting Aboma+Keboma te Ede;

Overwegende, dat een keuringsinstantie in ieder geval moet voldoen aan de minimumcriteria voor aanwijzing genoemd in bijlage VII van de Richtlijn 89/392 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van der Lidstaten betreffende machines (PbEG L 183);

Overwegende dat de stichting Aboma+Keboma – voor wat betreft de in artikel 2, eerste lid van deze beschikking genoemde machines – aan bijlage VII van voornoemde richtlijn voldoet, hetgeen ondermeer is gebleken uit het op haar naam gestelde certificaat van erkenning van de stichting Raad voor Accreditatie;

Gelet op artikel 5, eerste, tweede en vierde lid van de Wet op de gevaarlijke werktuigen;

Besluit:

’s-Gravenhage17 april 1996 De Staatssecretaris voornoemdR.L.O.Linschoten

In deze beschikking wordt verstaan onder:

a. besluit:

het Besluit machines;

b. machine, keuringsinstantie, richtlijn en wet:

hetgeen het besluit daaronder verstaat;

c.de Commissie:

de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

d. regeling:

de Regeling ter uitvoering van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, het Besluit machines en het Warenwetbesluit machines.

De keuringsinstantie dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

Vervallen

De aanwijzingsbeschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 maart 1996.