Ministeriële regeling · BWBR0008129

Informatiestatuut Dienst Wegverkeer

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regeling van de informatievoorziening nodig voor effectuering van de ministeriële verantwoordelijkheid met betrekking tot de Dienst Wegverkeer en de informatievoorziening en voor optimale taakuitoefening door de Dienst WegverkeerInformatiestatuut Dienst WegverkeerDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Overwegende, dat de directie van de Dienst Wegverkeer de minister de voor de invulling van de ministeriële verantwoordelijkheid noodzakelijke inlichtingen verstrekt;

de minister de Dienst Wegverkeer de voor diens taakuitoefening redelijkerwijs noodzakelijke gegevens verstrekt;

de minister regels kan stellen voor de inrichting van het financiële meerjarenbeleidsplan, de begroting en de jaarstukken;

het wenselijk is in het belang van het zelfstandig functioneren van de Dienst Wegverkeer de procedure en de inhoud van de informatieuitwisseling tussen minister en Dienst Wegverkeer, alsmede de inrichtingseisen nader te bepalen;

het informatiestatuut geen regeling is van het dagelijkse informatieverkeer tussen het departement en de Dienst Wegverkeer, maar van die informatievoorziening die de minister nodig oordeelt voor de effectuering van de ministeriële verantwoordelijkheid alsmede die de Dienst Wegverkeer nodig heeft voor een optimale taakuitoefening;

Gelet op de artikelen 4t, derde lid, en 4u, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage25 juni 1996 De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt verstaan onder:

De in deze regeling bedoelde informatie-uitwisseling tussen de minister en de dienst geschiedt in beginsel schriftelijk.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 11 ontvangt de dienst in ieder geval op de volgende door de dienst toegezonden stukken een reactie van de minister:

Het Jaarverslag

De Jaarrekening

De opgave over de toepassing van de arbeidsvoorwaarden

Indien de minister een derde aanwijst om in het kader van het toezicht op het functioneren van de dienst onderzoek te doen naar een door de minister te bepalen onderdeel van de dienst of van de taakuitoefening door de dienst, verstrekt de dienst aan deze derde op de door de derde te bepalen wijze de ter zake van het onderzoek relevante informatie.

De minister verstrekt aan de dienst informatie met betrekking tot:

Indien de artikelen 5 en 6 niet van toepassing zijn, informeert de dienst de minister tenminste éénmaal per jaar over de wijze waarop de dienst van toepassing zijnde of wordende internationale wet- en regelgeving toepast en uitvoert respectievelijk gaat toepassen en uitvoeren.

De inhoud en procedure van de informatie-uitwisseling tussen de dienst en de minister in het kader van de op basis van artikel 4b, tweede lid, onderdeel b, van de wet, door de minister aan de dienst op te dragen of opgedragen taken, wordt voorafgaande aan of bij de opdrachtverlening na overleg met de dienst door de minister vastgesteld.

De dienst informeert de minister welke randvoorwaarden, richtlijnen of wet- en regelgeving verandering behoeven ten einde een doelmatiger en doeltreffender taakuitoefening te kunnen zekerstellen.

Ten behoeve van het opstellen van de Rijksbegroting verzoekt de minister de dienst tijdig om de voor de betreffende begroting benodigde informatie te verstrekken.

De dienst verstrekt informatie aan de minister omtrent de nakoming van de uit het Protocol van Overdracht en de daarbij gemaakte specifieke afspraken voor de dienst voortvloeiende verplichtingen, volgens de daarbij afgesproken procedure en termijnen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1996.

Deze regeling wordt aangehaald als: Informatiestatuut Dienst Wegverkeer.