Ministeriële regeling · BWBR0009226

Regeling eisen individuele goedkeuring

Wijzigingen Officiële bron
Regeling eisen individuele goedkeuringRegeling eisen individuele goedkeuringDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 2.2 van het Voertuigreglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen I tot en met VI, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Plesmanweg 1, Den Haag en bij de Dienst Wegverkeer, Europaweg 205, Zoetermeer.

Den Haag19 december 1997De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:

Deze regeling is niet van toepassing op voertuigen die ingevolge de artikelen 3.2.1, 3.4.1, 3.5.1 en 3.6.1 van het Voertuigreglement over een typegoedkeuring beschikken.

Een goedkeuring voor een individuele personenauto wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wet, verleend indien aan de eisen in bijlage I is voldaan.

Een goedkeuring voor een individuele bedrijfsauto wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wet, verleend indien aan de eisen in bijlage II is voldaan.

Een goedkeuring voor een individuele motorfiets wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wet, verleend indien aan de eisen in bijlage III is voldaan.

Een goedkeuring voor een individueel driewielig motorrijtuig wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wet, verleend indien aan de eisen in bijlage IV is voldaan.

Een goedkeuring voor een individuele bromfiets, niet zijnde een zelfbalancerende bromfiets, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wet, verleend indien aan de eisen in bijlage V is voldaan.

Een goedkeuring voor een zelfbalancerende bromfiets wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wet, verleend indien aan de eisen in bijlage Va is voldaan.

Een goedkeuring voor een individuele aanhangwagen wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wet, verleend indien aan de eisen in bijlage VI is voldaan.

Bij alle voertuigen met uitzondering van die in bijlage V, vindt tot 1 januari 1996 de toetsing aan de eisen plaats door middel van een deskundigenonderzoek, voor zover deze eisen van toepassing zijn verklaard ten aanzien van de categorieën ’overig’ en ’geïmporteerd uit overige landen, geen verhuisboedel’.

De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 december 1994, nr. RV 188317, houdende eisen voor individuele goedkeuring (Stcrt. 248), wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen individuele goedkeuring.

I

Zelfbalancerende bromfietsen moeten van deugdelijke bouw en inrichting zijn.

II

III

IV

Fabrieksmatig geproduceerde zelfbalancerende bromfietsen worden geacht aan artikel 3.6.14, eerste lid, van het Voertuigreglement te voldoen, tenzij volgens de inspecteur van de RDW hierover twijfel bestaat. Niet-fabrieksmatig geproduceerde zelfbalancerende bromfietsen moeten ter zake van alle onderdelen voldoen aan richtlijn 97/24/EG.

V

VI

VII

De remvertraging van zelfbalancerende bromfietsen moet tenminste 4,0 m/s2 bedragen.

Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters voor:

IX

X

Zelfbalancerende bromfietsen moeten plaats bieden voor de montage van een kentekenplaat aan de achterzijde en binnen de contouren van het voertuig.

XI

Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van:

XII

Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde en goed werkende geluidssignaalinrichting.

De wijze van keuren vindt plaats op door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.