Ministeriële regeling · BWBR0011718

Regeling subsidiëring landinrichting

Wijzigingen Officiële bron
Regeling subsidiëring landinrichtingRegeling subsidiëring landinrichtingDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 29 en 33 van verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160);

Gelet op de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, van 28 september 2000 tot goedkeuring van het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling voor Nederland met betrekking tot de programmeringsperiode 2000-2006, C (2000) 2751;

Gelet op artikel 221 van de Landinrichtingswet, artikel 125 Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën en artikel 106 van de Reconstructiewet Midden-Delfland;

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

`s-Gravenhage20 oktober 2000De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J. Brinkhorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister kan subsidie verstrekken voor werken voorzover deze voldoen aan de voorwaarden voor cofinanciering, bedoeld in verordening (EG) nr. 1257/1999, overeenkomstig het landinrichtingsplan, het herinrichtingsplan, het plan van voorzieningen of het reconstructieplan, en het bepaalde in de in de bijlage bij deze regeling opgenomen circulaires voorzover daarvan niet wordt afgeweken in deze regeling.

Subsidie kan worden verstrekt aan:

De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten voorzover deze investeringen in landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 1257/1999.

Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:

Geen subsidie wordt verstrekt voorzover daardoor de subsidie meer bedraagt dan op de betreffende werken betrekking hebbende percentages als bedoeld in de artikelen 9, 11, 13, 15, 17, 19 en 21, of de subsidie meer bedraagt dan 40% van de subsidiabele kosten indien de subsidiabele kosten investeringen in landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 1257/1999.

Subsidie kan worden verstrekt voor werken welke vereist zijn om de bij herverkaveling betrokken en toegedeelde gronden van gelijke aard of hoedanigheid te maken als de ingebrachte kavels, met betrekking tot:

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende werken:

Subsidie kan worden verstrekt voor waterbeheersingswerken ten behoeve van de bescherming van natuur en ten behoeve van de landbouw, met betrekking tot:

De subsidie voor de in artikel 12, bedoelde werken, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.

Subsidie kan worden verstrekt voor recreatieve paden, routes en eenvoudige voorzieningen ten behoeve van de vergroting van het recreatief medegebruik van het landelijk gebied.

De subsidie voor de in artikel 14 bedoelde werken, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.

Subsidie kan worden verstrekt voor de inrichting van reservaten en natuurontwikkelingsgebieden, voor de volgende werken:

De subsidie voor de in artikel 16 bedoelde werken, bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

Subsidie kan worden verstrekt voor bosaanleg op niet-landbouwgronden die eigendom zijn van gemeenten, natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen.

De subsidie voor de in artikel 18 bedoelde werken, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende werken die leiden tot de verbetering van de kwaliteit van het milieu:

De subsidie voor de in artikel 20 bedoelde werken, bedraagt 20% van de subsidiabele kosten.

De subsidieontvanger is verplicht een overzichtelijke en deugdelijke administratie te voeren ten aanzien van de werken waar de subsidieverlening betrekking op heeft en deze te bewaren gedurende tenminste drie jaren na datum van de subsidievaststelling, conform artikel 4 van verordening (EG) nr. 4045/1989 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG (PbEG L388).

Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast alle daartoe aangewezen medewerkers van DLG.

Subsidies die vanaf 1 januari 2000 op grond van de in bijlage 1 van deze regeling opgenomen circulaires zijn aangevraagd of verstrekt en die voor cofinanciering in aanmerking komen op grond van verordening (EG) nr. 1257/1999, worden geacht te zijn aangevraagd onderscheidenlijk verstrekt op grond van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 28 september 2000.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring landinrichting.

De circulaires bedoeld in artikel 2 van de Regeling subsidiëring landinrichting