Circulaire · BWBR0012432

Procedure substantieel bezwarende functies

Wijzigingen Officiële bron
Procedure substantieel bezwarende functiesProcedure substantieel bezwarende functies

Aan de Ministers

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,voor deze, de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid,M.J. vanRijn

In het kader van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 1999-2000 werd overeenstemming bereikt over de reductie van het aantal functies waarvoor een functioneel leeftijdsontslag was aangewezen. Deze reductie is bereikt door een herijking volgens het criterium substantieel bezwarend. Dat heeft geleid tot het Besluit aanmerking substantieel bezwarende functies van 11 januari 2000 (Staatscourant 220, 15, pag. 28). Daarin zijn de functies benoemd die als substantieel bezwarend zijn aangemerkt.

Bijvoorbeeld als gevolg van een reorganisatie kan een functie komen te vervallen danwel zodanig van functie-inhoud veranderen dat er geen reden meer is de aanmerking van de betreffende functie als een substantieel bezwarende functie te handhaven.

Voorts is, conform een afspraak in de bovengenoemde Arbeidsvoorwaardenovereenkomst, een beleidsnota preventief beleid opgesteld met daarin aanknopingspunten voor het nemen van preventieve maatregelen door de ministeries en Hoge Colleges van Staat (nota 'Preventief beleid - ter voorkoming van substantieel bezwarende functies', Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maart 2000). De nota is toegezonden aan de interdepartementale coördinatievergadering personeel rijksdienst (ICPR), interdepartementale commissies Pensioenen, Sociale zekerheid en Zorg en Personeelsontwikkeling (ICPO en ICPSZ) en vervolgens aan de centrales voor overheidspersoneel in het Sectoroverleg Rijksdienst. Een samenvatting van deze nota met voorbeelden van preventieve maatregelen is als bijlage toegevoegd. Een belangrijk doel van het preventieve beleid is het substantieel bezwarende karakter van functies die als substantieel bezwarend zijn aangemerkt te verminderen en zo mogelijk weg te nemen.

Voor het laten vervallen van de aanmerking van een functie als een substantieel bezwarende functie geldt de volgende procedure:

De ambtenaar die is aangesteld in een functie waarvan de aanmerking als substantieel bezwarende functie is opgeheven komt in aanmerking voor gebruik van het Besluit overgangsrecht FLO-functies (Staatsblad 1999, 492).

Voor een nieuwe aanmerking van een functie als substantieel bezwarend geldt dezelfde procedure als bovenstaand. Hierbij zij er evenwel op gewezen dat het beleid voor alles gericht is op het beperken van substantieel bezwarende functies. De Ministerraad van 29 oktober 1999 heeft dan ook besloten dat geen nieuwe functies aan de lijst met substantieel bezwarende functies zullen worden toegevoegd.

Tot voor kort kende de rijksoverheid functies waaraan functioneel leeftijdsontslag was verbonden, de zogenaamde FLO-functies. Met ingang van 1 januari 2000 is deze regeling vervangen door de regeling voor ontslag uit substantieel bezwarende functies.

Het uitgangspunt van de rijksoverheid als werkgever is dat iedere functie tot de pensioenleeftijd moet kunnen worden uitgevoerd. Dit is zowel in het belang van het personeel als van de organisatie.

Door een goede inrichting van de werkzaamheden en een adequaat personeelsbeleid, waaronder vooral het arbeidsomstandighedenbeleid, moet in beginsel elke ambtenaar in staat worden gesteld op bevredigende wijze zijn of haar functie tot de pensioengerechtigde leeftijd te kunnen vervullen. Vervroegde pensionering is alleen te rechtvaardigen als dit door objectieve 'substantieel bezwarende elementen' in de functie onontkoombaar is. Preventief beleid is derhalve cruciaal.

Het preventief beleid kan erop gericht zijn van de huidige substantieel bezwarende functies het bezwarende karakter weg te nemen, maar ook op het voorkómen van nieuwe substantieel bezwarende functies. Het gaat dan om het beheersen van fysieke inspanning, fysieke omstandigheden, psychische belasting en perceptief-mentale belasting. Deze elementen kunnen ertoe leiden dat medewerkers eerder ziek worden of arbeidsongeschikt. De balans tussen de belasting en belastbaarheid wordt dan structureel verstoord door oorzaken die in het werk liggen.

Onder preventief beleid kunnen we alle maatregelen samenvatten die ertoe bijdragen dat medewerkers hun functie gezond en bevredigend uitoefenen en niet ziek of arbeidsongeschikt raken door het werk. Substantieel bezwarende functies onderscheiden zich van andere functies, omdat de belasting door de functie onevenredig groot is. Primair zullen daarom maatregelen in aanmerking komen die de belasting verminderen, dus het werk minder zwaar maken. Die maatregelen zullen maatwerk moeten bieden. Rekening moet worden gehouden met de aard van de organisatie en de aard van de functie.

Er zijn verschillende richtingen te onderscheiden waarin de oplossing gezocht kan worden: de arbeidsomstandigheden, het loopbaan- en scholingsbeleid, het verzuim- en reïntegratiebeleid en de arbeidsvoorwaarden.