Regeling · BWBR0012651

Besluit luchtvaartuigen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 5 juli 2001, houdende regels over de inschrijving en luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en de erkenning van bedrijven voor werkzaamheden die de luchtwaardigheid betreffen (Besluit luchtwaardigheid)Besluit luchtvaartuigenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 3 oktober 2000 nr. DGRLD/DLB/L00.420136, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;

Gelet op de artikelen 1.2, tweede en derde lid, 3.3, tweede lid, 3.7, 3.9, eerste lid, 3.10, eerste lid, 3.11, eerste lid, onder b, 3.13, eerste lid, onder c, tweede, derde lid, 3.15, eerste lid, 3.22, eerste lid, onder b, 3.23, 3.25, eerste tot en met derde lid, 3.26, eerste lid, 3.29 en 3.31 van de Wet luchtvaart en artikel 14, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

De Raad van State gehoord (advies van 17 november 2000, nr. W09.00.0470/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 3 juli 2001, nr. DGRLD/DLB/L01.421030, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage5 juli 2001BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbosde veertiende augustus 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:

Onze Minister geeft op aanvraag van een niet-JAA-persoon een aanvullend type-certificaat af, indien:

Onze Minister geeft op aanvraag van de houder van een luchtvaartuig een speciaal-BvL af indien het luchtvaartuig in staat is om op veilige wijze vluchten uit te voeren en voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:

Onze Minister geeft op aanvraag aan de houder van een luchtvaartuig een geluidscertificaat af, indien het luchtvaartuig voldoet aan de geluidseisen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel l, en:

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld omtrent:

De houder van een DOA-JB is verplicht:

Onze Minister verleent op aanvraag van een JAA-persoon een JTSO-machtiging, indien:

Onze Minister verleent op aanvraag van een niet-JAA-persoon een JTSO-machtiging, indien:

Onze Minister verleent op aanvraag een JPA-machtiging, indien de aanvrager beschikt over een POA voor de betreffende onderdelen, en

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:

Elk product en onderdeel afkomstig uit een niet-JAA-land voldoet aan een type-certificaat of JTSO, dan wel, indien het om standaardonderdelen gaat, is in overeenstemming met de gezamenlijke procedures, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, die met de betreffende staat zijn vastgesteld.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven met betrekking tot startinrichtingen voor luchtvaartuigen zonder voortstuwingsinrichtingen.

Overtreding van artikel 20, eerste en tweede lid, is een strafbaar feit.

Wijzigt het Besluit inrichting en gebruik niet-aangewezen luchtvaartterreinen.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit luchtvaartuigen.