Regeling · BWBR0012790

Besluit zeevisvaartbemanning

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 augustus 2001, houdende bepalingen omtrent de bemanning van vissersvaartuigen (Besluit zeevisvaartbemanning)Besluit zeevisvaartbemanningWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 10 januari 2001, kenmerk DGG/ J-01/005603, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 16, 17, eerste lid, 18, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 19, eerste lid, 25, eerste lid, 34, eerste lid, 36, 44, eerste lid, 64 en 71, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet; op Richtlijn nr. 92/29/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (Pb EG L 113), op het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 69 van de Internationale Arbeidsconferentie inzake het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946 (Stb. I 328), het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 73 van de Internationale Arbeidsconferentie inzake het geneeskundig onderzoek van zeelieden, 1946 (Stb. I 326) en het op 19 juni 1959 te Genève tot stand gekomen Verdrag No. 113 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende het geneeskundig onderzoek van vissers (Trb. 1964, 44);

De Raad van State gehoord (advies van 23 februari 2001, nr. W09.01.0025/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 augustus 2001, kenmerk DGG/J-01/003057, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage27 augustus 2001BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbosde vierentwintigste januari 2002De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Dit besluit is van toepassing aan boord van vissersvaartuigen.

De in artikel 4, tweede lid, genoemde beperkingen zijn de weersomstandigheden waaronder mag worden gevaren, het te bevaren vaargebied, de categorie vissersvaartuigen en de maximale tijd die op zee mag worden doorgebracht.

Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen die zich niet verder uitstrekken dan vaargebied I, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1125 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen die zich niet verder uitstrekken dan vaargebied I, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1125 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 1125 kW of meer doch minder dan 3000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer doch minder dan 6000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 45 meter of meer doch minder dan 60 meter en een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer doch minder dan 3000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 45 meter of meer doch minder dan 60 meter en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer doch minder dan 6000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:

Bij regeling van Onze Minister kan aanvulling van het aantal bemanningsleden worden voorgeschreven indien de inrichting, de uitrusting, de lengte, het voortstuwingsvermogen, de wijze van voortstuwing of de bestemming van het vissersvaartuig hem daartoe aanleiding geven.

Bij regeling van Onze Minister kunnen de volgende, nader te omschrijven aanvullingen, beperkingen of vaargebieden op vaarbevoegdheidsbewijzen voor de zeevisvaart worden aangebracht: de beperking in vaargebied, voortstuwingsvermogen, lengte, al dan niet in combinatie met een bepaald soort vissersvaartuigen.

Een vaarbevoegdheidsbewijs voor de zeevisvaart is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.

Vervallen

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 60 meter met een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 1125 kW, op reizen binnen vaargebied I, is ten minste vereist

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, op reizen binnen vaargebied I, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 60 meter, met een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter, en een voortstuwingsvermogen van minder dan 1125 kW, op reizen binnen vaargebied I, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied is ten minste vereist:

Een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter, op reizen binnen vaargebied II, wordt afgegeven aan de houder van het diploma SW V met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 2 van het Dienstdiplomareglement zeevisvaart.

Een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter, op reizen binnen vaargebied II, wordt afgegeven aan de houder van het diploma SW V met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 2 van het Dienstdiplomareglement zeevisvaart.

Een vaarbevoegdheid als schipper aan boord van vissersvaartuigen waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen met mosselen of mosselzaad tussen de Wadden en de Zeeuwse wateren, dan wel als stuurman zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van niet meer dan 45 meter wordt afgegeven aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, dan wel aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee S VII.

Voor het verkrijgen van de kennisbewijzen stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 4, respectievelijk stuurman voor de zeevisvaart S 4 of werktuigkundige voor de zeevisvaart W 4 is betrokkene opgeleid overeenkomstig een kwalificatiedossier als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs dat voor de beroepsopleiding Visserij officier is vastgesteld.

Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 heeft betrokkene:

Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurmanwerktuigkundige voor de zeevisvaart SW6 heeft betrokkene:

Voor het verkrijgen van het certificaat basis veiligheidstraining vissersvaartuigen is met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding afgerond die ten minste de volgende onderdelen omvat:

Voor het verkrijgen van het certificaat reddingmiddelen is met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:

Vervallen

Bij regeling van Onze Minister worden de beroepsvereisten vastgesteld voor de verkrijging van het certificaat medische eerste hulp aan boord en van het certificaat medische zorg aan boord.

Voor het verkrijgen van het diploma als scheepskok heeft de aanvrager:

De scheepsbeheerder stelt Onze Minister telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij van de kapitein een opgemaakte monsterrol heeft ontvangen.

De scheepsbeheerder bewaart een monsterrol, nadat zij is vervangen of nadat de geldigheidsduur is verstreken, gedurende drie jaren na de vervangingsdatum of geldigheidsdatum.

De artikelen 53, tweede lid, 54 en 55 zijn van overeenkomstige toepassing bij de afgifte van een vervangend monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.

De keuringsarts die het onderzoek uitvoert, neemt de in artikel 62, eerste lid, bedoelde medische eisen, de in artikel 62, tweede lid, bedoelde procedures en andere voorschriften, alsook voorzover van toepassing, de artikelen 63 en 64 in acht.

Onze Minister trekt, op advies van de Medisch Adviseur Scheepvaart, een aanwijzing in indien is gebleken dat de keuringsarts of scheidsrechter:

Vervallen

Vervallen

Bij regeling van Onze Minister kunnen, ter uitvoering van Verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.

Certificaten sloepsgast die zijn afgegeven op grond van artikel 45 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel II, onderdeel D, van het besluit van 31 maart 2014, houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en van richtlijn 2012/35/EU en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning (Stb. 150), in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in de artikelen 25, onderdeel c, 30, onderdeel c, en 45, genoemde certificaat reddingmiddelen.

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zeevisvaartbemanning.

Syllabus voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW5

Syllabus voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW6