Ministeriële regeling · BWBR0013280

Regeling SUWI

Wijzigingen Officiële bron
Regels op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenRegeling SUWIDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, in overeenstemming met de Minister van Financiën;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 6, tweede lid, 13, vierde lid, 16, eerste en derde lid, 19, tweede lid, 26, tweede lid, 28, tweede en vierde lid, 33, zesde lid, 45, vierde lid, 46, eerste, tweede en derde lid, 50, zesde lid, 52, tweede lid, 54, zevende lid, 62, vierde lid, 64, tweede lid, 66, eerste lid, 67, eerste en tweede lid, 68, tweede lid, en 77, eerste en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 127 en 128 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 93b, derde lid, 97g, derde lid, 130, tweede lid, 130c, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel XV van de Wet verbetering poortwachter, de artikelen 3.1, tweede lid, 4.13, eerste lid, en 4.19, eerste lid, van het Besluit SUWI en de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, eerste lid, 9, tweede en vijfde lid, 10 en 11 van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen, met uitzondering van de bijlagen III tot en met XVI, in de Staatscourant worden geplaatst.

De bijlagen III tot en met XVI liggen met ingang van 1 januari 2002 ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

's-Gravenhage21 december 2001 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W.A.Vermeend De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

Besluiten van het UWV en de SVB,

behoeven niet de voorafgaande instemming van de minister, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet SUWI.

Het UWV en de SVB brengen voor het verrichten van andere werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet SUWI, zodanige prijzen in rekening aan de opdrachtgever dat valt aan te nemen dat, gerekend over het desbetreffende jaar, alle directe en indirecte aan die andere taken toe te rekenen lasten door de te verwachten baten zijn gedekt.

De minister wijst een rechtspersoon aan waar het secretariaat van de landelijke cliëntenraad, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet SUWI, wordt ondergebracht.

De centrumgemeenten, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI zijn:

Indien het UWV gegevens verstrekt aan derden als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de Wet SUWI, brengt het UWV deze derden ter zake van deze gegevenslevering kosten in rekening volgens door het UWV vastgestelde en voor aanvang van het kalenderjaar gepubliceerde tarieven. Het UWV kan bij de vaststelling van tarieven rekening houden met kosten voor ontwikkeling van systemen voor de verstrekking van gegevens, kosten voor aansluiting van ontvangers van de gegevens op systemen van het UWV en kosten per verstrekking.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het UWV verstrekt periodiek de in bijlage IV vermelde gegevens uit de registratie arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, en uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 van de Wet SUWI, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover die Minister deze gegevens nodig heeft voor de uitvoering van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten voor de sector overheid.

Het UWV heeft tot taak om personen die mogelijk kwalificeren als jonggehandicapte, op grond van artikel 1a:1, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, te faciliteren in het doen van een aanvraag, en is bevoegd personen uit deze doelgroep gericht te benaderen.

De subsidie, bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en de door het UWV aan het re-integratiebedrijf of de arbodienst maximaal te vergoeden kosten van de uitvoering van de persoonsgebonden re-integratieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen bedragen ten hoogste € 3630,– per cliënt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het UWV en de overheidswerkgever stellen regels omtrent voorwaarden waaraan een re-integratiebedrijf, deskundige persoon of arbodienst moet voldoen, alvorens met dat bedrijf, die persoon of die dienst een individuele re-integratieovereenkomst wordt gesloten.

Die regels hebben in elk geval betrekking op:

In de individuele re-integratieovereenkomst wordt in elk geval geregeld:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 januari 2027, evenals artikel 5.10a, zevende lid, en Bijlage XXV.

Vervallen

Vervallen

De minister wijzigt de bepalingen in deze paragraaf en de daarbij behorende bijlagen slechts na overleg met het UWV en de SVB.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Als personen en bestuursorganen als bedoeld in artikel 64, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet SUWI worden aangewezen:

Het gezamenlijk aanspreekpunt, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, van het Besluit SUWI gebruikt ten minste de naam ‘werkgeversservicepunt’ in combinatie met de naam van de arbeidsmarktregio.

De verslaglegging van het uitvoeringsplan, bedoeld in artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit SUWI bevat ten minste de behaalde resultaten, bedoeld in artikel 2.6, derde lid, onder c, van het Besluit SUWI, van afzonderlijke gemeenten en UWV.

In bijlage I (‘Stelselontwerp & Beveiliging Gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI’) bij deze regeling is het Stelselontwerp gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI opgenomen, bedoeld in artikel 5.21, vierde lid, van het Besluit SUWI.

Bij het tot stand komen van de overeenkomst als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van het Besluit SUWI wordt het in bijlage III bij deze regeling opgenomen protocol in acht genomen.

De overgangsperiode als bedoeld in artikel II, derde lid, van het Besluit van 22 juni 2022 tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met de tijdelijke mogelijkheid van registratie als werkloze werkzoekende, gelet op het Uitvoeringsbesluit van de Raad tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van de Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (Stb. 2022, 256), wordt verlengd tot en met 31 oktober 2022.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling SUWI.

IAanvraag Abw/IOAWIIAanvraag WW/TWIIIBasisgegevens CWIIVInformatieproducten van de CWIVBasisgegevens UWVVIInformatieproducten van het UWVVII Basisgegevens SVBVIII Informatieproducten van de SVBIXInformatieproducten ten behoeve van BZKXInformatieproducten ten behoeve van de RWIXI Informatieproducten van het IBXIIGegevensregister SUWI 1.0XIIIStelselontwerp Suwinet 1.0XIVBeveiliging Suwinet 1.0XVAansluitvoorwaarden gemeenten op IB 1.0XVIOntwerp elektronische voorzieningen IB 1.0XVIIAansluitingsschema gemeenten op IBXVIIIIngroeischema Abw/IOAW-intakeXIXBijlage XIX, behorende bij de Regeling SUWI, artikel 7.4, eerste lid

Definities op het gebied van beveiliging en gegevensbescherming als vervat in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) en voorliggende bijlage zijn gelijklopend.

Bij de uitvoering van de wettelijke taken (het primaire proces) binnen het domein Werk en Inkomen zijn meerdere uitvoeringsorganisaties betrokken (UWV, SVB en gemeenten c.q. de SUWI-partijen. Het Inlichtingenbureau treedt op als bewerker voor gemeenten). Uitvoeringsorganisaties die elk een deel van de dienstverlening in het kader van Werk en Inkomen uitvoeren en daartoe elk hun eigen, vanuit GeVS perspectief, decentrale, e(lektronische)-voorzieningen hebben ingericht.

Vanuit de optiek van de klant is het gewenst dat deze het domein ervaart als één efficiënt werkend geheel. Belangrijk leidend principe om dit te bewerkstelligen is eenmalige gegevensuitvraag (de klant hoeft zijn gegevens niet te verstrekken aan een van de SUWI partijen als deze gegevens al eerder door hem of haar aan deze of een andere SUWI- en/of overheidspartij zijn verstrekt). Uitwerking van dit principe leidt in de regel tot het éénmalig vastleggen en meervoudig gebruiken van voor de dienstverlening in de SUWI-keten noodzakelijke persoons (gerelateerde) gegevens.

In artikel 5.21 Besluit SUWI wordt in principe de centrale voorziening SUWI, (welke zorg draagt voor gegevensuitwisseling tussen gegevensaanbieders en –afnemers, §1.1) aangewezen als het hulpmiddel om aan het principe van eenmalige vastlegging en meervoudig gebruik binnen het domein Werk en Inkomen tegemoet te komen. Daarnaast kan het principe van eenmalige gegevensvastlegging en meervoudig gebruik vorm worden gegeven met behulp van massaal (bulk) gegevenstransport Wil men binnen de SUWI-keten individuele (nominatieve) klantgegevens uitwisselen met als doel gezamenlijke digitale klantdossiervorming dan zal men in gezamenlijk overleg1 de ICT-inspanningen binnen en buiten het domein (voor zover deze het domein raken) op elkaar moeten afstemmen. De beheerder (van de centrale voorziening) heeft in deze een beherende en coördinerende rol.

Voorliggende bijlage richt zich, vanuit ketenperspectief, op het realiseren van de gewenste samenhang in de ICT-inspanningen van de diverse SUWI-partijen om te komen tot gezamenlijke digitale dossiervorming op nominaal c.q individueel klantniveau. Op hoofdlijnen wordt daartoe aangegeven wat minimaal op keten niveau ingeregeld moet zijn om het samenstel van e-voorzieningen, relevant voor de uitoefening van de wettelijke taken binnen het SUWI-domein, als één samenhangend en betrouwbaar geheel te laten werken. In gezamenlijk overleg zorgen de SUWI-partijen voor de uitwerking van de hoofdlijnen in werkafspraken. De werkafspraken worden namens de SUWI-partijen door de beheerder van de centrale voorziening voor bekrachtiging voorgelegd aan het ketenoverleg. Na bekrachtiging zijn de werkafspraken bindend.

Deze bijlage vervangt de bijlagen Stelselontwerp en Beveiliging Suwi-net. Vigerend beleid dat door de SUWI-partijen gezamenlijk is geformuleerd (op basis en naar aanleiding van de voorgaande bijlagen) blijft zijn geldigheid behouden voorzover in lijn met de richting en de uitgangspunten zoals in deze bijlage neergelegd. Het stelselontwerp omvat het totaal aan e-voorzieningen, verantwoordelijkheden, afspraken, uitgangspunten en ketenproducten die nodig zijn om in het kader van digitale (nominatieve) dossiervorming op efficiënte wijze gegevens met elkaar uit te wisselen binnen het domein van Werk en Inkomen. Als zodanig komt het tegemoet aan de realisatie van het principe van eenmalige gegevensuitvraag binnen het SUWI-domein.

Het stelsel van voorzieningen omvat enerzijds (linker kolom) gegevens (bestanden) die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wettelijke taken binnen het SUWI-domein. Deze gegevens kunnen zich zowel bij één van de SUWI-partijen bevinden als bij andere, niet SUWI, overheidsorganisaties (Gemeenschappelijk overheidsbreed). Anderzijds (rechter kolom) omvat het stelsel voorzieningen die de gegevens uit de gegevensbestanden presenteren aan de daartoe geautoriseerde professional bij de diverse SUWI-partijen, bij op de GeVS aangesloten geautoriseerde derden en/of bij de geautoriseerde klant/burger.

Het e-gegevenstransport wordt, voor zover dit tussen en over organisaties binnen het stelsel plaatsvindt, gefaciliteerd door een centrale voorziening (in het midden) die, op basis van gezamenlijke afspraken tussen alle op deze voorziening aangesloten partijen, gegevens bij diverse gegevensbestanden opvraagt, normaliseert (technisch), valideert (technisch), routeert en vervolgens voor presentatie beschikbaar stelt. De centrale voorziening als zodanig verzorgt de transportfunctie tussen de gegevens- en presentatievoorzieningen binnen het stelsel.

Model

De eigenaar van een gegevensbestand (de registerhouder; de leverende partij / linker kolom stelselontwerp) heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid / is aanspreekbaar voor de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van zijn bestand en de gegevens die in zijn bestand zitten. Hij bepaalt, in afstemming met de ontvangende partijen, uiteindelijk ook wanneer en op welke tijden zijn gegevens beschikbaar zijn.

De leverende (linker kolom stelselontwerp) en ontvangende partij (rechter kolom stelselontwerp) bepalen, voor zover dit niet al is voorgeschreven bij het Besluit en/of de Regeling SUWI, onderling welke de gegevens zijn die bij een bepaalde uitwisseling horen (inclusief toets op proportionaliteit) en de mate waarin deze gegevens beschikbaar dienen te zijn. De leverende partij is als bestandseigenaar ‘verantwoordelijke’ (en aanspreekbaar) ex art 1 WBP2 en dient aan alle door de Wet bescherming persoonsgegevens gestelde eisen te voldoen. De beheerder onderhoudt en (door)ontwikkelt op aanwijzing van de gezamenlijke SUWI-partijen de GeVS.

De beheerder van de centrale voorziening draagt, op basis van wat door afnemer en leverancier is afgesproken, zorg voor (publieke) weergave van de gegevenslevering in het SGR (§ 1.4) en het daadwerkelijke gegevenstransport (van deur tot deur).

Op de GeVS aangesloten partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het maken van afspraken die leiden tot één samenhangend en betrouwbaar samenstel van gezamenlijke voorzieningen. De beheerder van de centrale voorziening is operationeel verantwoordelijk voor de coördinatie van het tot stand komen van de gezamenlijke afspraken en de inrichting van een gemeenschappelijke faciliteit voor (logische)toegangsbeveiliging.

Ontvangende partijen zijn verantwoordelijk voor de wijze waarop de gegevens (kwantiteit, samenhang, structuur) uiteindelijk op hun schermen worden gepresenteerd. Na ontvangst van de gegevens (en bij verdere verwerking van deze gegevens) zijn ze ook zelfstandig verantwoordelijk / aanspreekbaar voor toepassing en naleving van de wettelijke regels welke gelden rondom privacy en beveiliging (zie §2.3).

Bij een redelijk vermoeden van onjuistheid van een gegeven afkomstig uit een wettelijke basisregistratie zijn de afnemers in de regel verplicht daarvan melding te doen bij de registerhouder. Daar waar nog geen sprake is van een wettelijke basisregistratie worden gezamenlijke afspraken gemaakt over terugmelding door ontvangers.

Artikel 62 lid 2 van de wet SUWI stelt dat de SUWI-partijen gezamenlijk zorg dragen voor de instandhouding van de GeVS.

In concreto betekent dit dat de SUWI-partijen onderling en gezamenlijk, met de beheerder van de centrale voorziening, afspraken maken op de verschillende deelgebieden van informatie-uitwisseling binnen de SUWI-keten. De beheerder van de centrale voorziening faciliteert de tot stand koming van de gezamenlijke afspraken, ziet toe op de samenhang en actualiteit van de afspraken en op niet strijdigheid daarvan met gemeenschappelijke, overheidsbrede, afspraken. Indien voldaan is aan de gestelde eisen worden de gemaakte afspraken, namens de SUWI-partijen, door de beheerde van de centrale voorziening voor akkoord voorgelegd aan het ketenoverleg. Uiteindelijk vinden de afspraken hun weerslag in diverse concrete producten, bijvoorbeeld de Keten Service Level Agreement, het SUWI-Gegevens Register, de SUWI-Ketenarchitectuur en de Verantwoordingsrichtlijn Privacy & Beveiliging GeVS.

Principes van de elektronische overheid zoals eenmalige uitvraag / meervoudig gebruik van gegevens, een service gerichte architectuur, één loket voor burger en bedrijf, gebruik van open source en open standaarden, webrichtlijnen etc. zijn richtinggevend aan de SUWI-ICT inspanningen. Deze principes zijn grotendeels neergeslagen in de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA). De NORA geldt daarom als het ICT denk- en ontwikkelkader binnen het SUWI-domein en is mede richtinggevend voor de SUWI-Ketenarchitectuur.

Op hoofdlijnen bevat het SGR enerzijds een Conceptueel Gegevensmodel (object en gegevensdefinities van met de centrale voorziening uitgewisselde gegevens) en de technische standaarden. Anderzijds bevat het SGR een Berichtenregister. Het Berichtenregister geeft weer ten behoeve van welke wettelijke taak (doelbinding) welke gegevenssoorten (proportionaliteit) door wie (verantwoordelijke) aan wie (verwerker) met de centrale voorziening worden uitgewisseld.

Het SGR wordt aangepast wanneer tot daadwerkelijke levering wordt overgegaan. Het berichtenregister is publiek.

De daadwerkelijke gegevenslevering vindt vervolgens plaats op basis van de gegevens-definitie in het Conceptueel Gegevensmodel. Het SGR is als zodanig het referentiekader voor systeembouwers.

De Keten-SLA is een gezamenlijke overeenkomst tussen op de centrale voorziening SUWI aangesloten gegevensleveranciers (sectoraal en bovensectoraal) de SUWI-partijen onderling èn tussen de SUWI-partijen en de beheerder van de centrale voorziening over wederzijdse dienstverlening (zoals de snelheid en beschikbaarheid van (bestands)gegevens) en specifieke diensten (zoals de logische toegangsbeveiliging). Ook wordt in de Keten-SLA aandacht besteed aan de wijze waarop partijen de kwaliteit van de gegevens borgen. Dit uit zich bijvoorbeeld in een terugmeld procedure voor het geval bij een geleverd gegeven een redelijk vermoeden van onjuistheid bestaat, en een correctieprocedure voor betrokkenen .

De Keten SLA sluit enerzijds aan bij de SUWI wet- en regelgeving en de wederzijdse afspraken die in de bestaande SLA’s tussen verschillende op de centrale voorziening aangesloten partijen zijn vastgelegd en stelt anderzijds eisen aan de onderhouds- en beheercontracten die de verschillende ketenpartners met hun ICT-leveranciers hebben afgesloten.

De keten-SLA gaat uit van wederzijdse resultaatverplichtingen. De SUWI-partijen en de beheerder van de centrale voorziening rapporteren aan elkaar over wijzigingen, incidenten en calamiteiten (c.q. over de effectiviteit en naleving van de afgesproken maatregelen). De beheerder van de centrale voorziening rapporteert over de behaalde resultaten aan het ketenoverleg. Daar worden, waar nodig, onderling de te nemen verbetermaatregelen benoemd.

Het ketenoverleg stelt het Keten SLA vast. Wijzigingen worden periodiek door beheerder van de centrale voorziening , in overleg met ketenpartijen, ter goedkeuring voorgelegd aan het ketenoverleg.

Dit onderdeel geeft, binnen de kaders van de wettelijke voorschriften, invulling aan de gezamenlijke governance van privacy en beveiliging. Hierbij is van belang:

Het geeft kaders voor de te stellen betrouwbaarheidseisen aan de voor gegevensuitwisseling benodigde gegevensbestanden (technisch), de centrale voorziening zelf, de gegevensuitwisseling die daarmee wordt gerealiseerd en aan de presentatievoorzieningen die de gegevens presenteren aan klant en professional.

Betrouwbaarheid is beschreven in termen van Beschikbaarheid, Integriteit en Vertrouwelijkheid3.

In de Keten-SLA (§ 1.4) worden concrete (wederzijdse) prestatie afspraken gemaakt over ICT-beheer. Deze afspraken borgen dat het benodigde samenstel van GeVS-voorzieningen zodanig is ingericht dat deze beschikbaar en integer zijn op het moment dat de diverse SUWI-partijen ze nodig hebben.

Vertrouwelijkheid houdt in dat de (persoons) gegevens uitsluitend beschikbaar zijn voor het uitvoeren van wettelijke taken (doelbinding) en dat de toegang tot en kennisname van de beschikbare informatie daarbij is beperkt tot een gedefinieerde groep van gerechtigden.

Naast in de Keten-SLA gemaakte afspraken over beschikbaarheid en integriteit van de voorzieningen en het bieden van transparantie over doelbinding, proportionaliteit en eigenaarschap bij gegevensuitwisselingen met de centrale voorziening middels het SGR (§ 1.4) stelt deze bijlage in het kader van Vertrouwelijkheid bij de gegevensuitwisseling tevens eisen aan de (logische) toegangsbeveiliging. Deze zijn:

De Verantwoordingsrichtlijn (privacy en beveiliging van de GeVS) is een gezamenlijk product van de SUWI-partijen en de beheerder van de centrale voorziening welke, op basis van de wettelijke voorschriften rondom privacy en beveiliging, vorm en inhoud is gegeven. Het bevat de normen, criteria en vormvereisten op basis waarvan het oordeel dan wel de verklaring van getrouwheid (ex. art 5.22 regeling SUWI) over de privacy en beveiliging van de GeVS in de Jaarverslagen van de op de GeVS aangesloten ontvangende partijen en de beheerder van de centrale voorziening wordt onderbouwd. In het Jaarverslag wordt daartoe een aparte, als zodanig herkenbare, paragraaf gewijd aan de privacy en beveiliging van de GeVS waarin, waar nodig, verbetermaatregelen worden benoemd.

Bij wijziging wordt de Verantwoordingsrichtlijn voor akkoord voorgelegd aan het ketenoverleg, gehoord de Nederlandse Arbeidsinspectie.

¹ Gegevenssoort moet nog nader worden gespecificeerd.

Aansluitvoorwaarden en aansluitprocedures niet-suwipartijen op de gezamenlijke elektronische voorzieningen suwi en ontsluiten nieuwe bronnen

Middels de wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (Stb. 2007, 555) wordt in artikel 62, tweede lid, van de Wet SUWI de basis gelegd voor het gebruik van de Gezamenlijke elektronische Voorzieningen SUWI (GevS)1 door niet-Suwipartijen voor de verwerking van gegevens. Het gebruik van de elektronische voorzieningen voor gegevensuitwisseling met derden, niet SUWI-partijen is nader uitgewerkt in het nieuwe artikel 5.23 van het Besluit SUWI. Artikel 6.5 van de regeling bepaalt dat in bijlage III

bij deze regeling regels kunnen zijn opgenomen over de overeenkomst, als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van het Besluit SUWI.

Uitgangspunt bij aansluiting niet-Suwipartijen is dat het gesloten verstrekkingregime SUWI gehandhaafd blijft. Kernvoorwaarde voor het gebruik van de gezamenlijke voorzieningen voor gegevensuitwisselingen met niet-Suwipartijen is dat het verstrekken en verkrijgen van de gegevens wettelijk is toegestaan. In beginsel heeft het aansluiten van niet-Suwipartijen betrekking op bestuursorganen. De voorwaarden kunnen echter ook betrekking hebben op andere organen met een wettelijke taak en gelden voor het ontsluiten van nieuwe bronnen via de GeVS. Voor het gebruik van de GeVS door niet-Suwipartijen kunnen extra inspanningen worden verricht en kosten gemaakt door de beheerder. Deze kosten kunnen in rekening worden gebracht bij de niet-Suwipartij (de aanvrager)..

Gemeenten vallen onder het Aansluitprotocol en worden als niet-Suwipartij beschouwd indien:

Het protocol is niet van toepassing op gegevensuitwisselingen tussen gemeenten, UWV en SVB en andere organisaties wanneer deze niet via de GeVS verlopen. Verder is geregeld dat een rechtspersoon gemeenten kan vertegenwoordigen bij het sluiten van een overeenkomst, zoals bedoeld in het Aansluitprotocol.

Aansluiting op de GeVS vindt plaats in een aantal stappen. Zo wordt vastgesteld welke gegevens, door wie en voor welke taken mogen worden verwerkt en aan welke technische voorwaarden dat gebruik gekoppeld is. Deze bijlage beschrijft de volgende stappen:

Paragraaf 2. Voorwaarden van aansluiting;

Paragraaf 3. De aansluitstappen;

Paragraaf 4. Standaardovereenkomst.

Aansluiting op de GeVS, moet aan de volgende voorwaarden voldoen.

De eerste stap is een overleg tussen aanvrager en leverancier over een beoogde gegevensuitwisseling. Als door de aanvrager en de leverancier besloten wordt voor de betreffende gegevensuitwisseling van de GeVS gebruik te maken worden de volgende stappen gevolgd.

De tweede stap omvat het formele verzoek van de aanvrager om van de GeVS gebruik te mogen maken. Een dergelijk verzoek kan ook afkomstig zijn van een of meerdere Suwipartijen, die wensen dat een derde partij aansluit als afnemer of leverancier.

Dit verzoek is gericht aan de beheerder van GeVS. De beheerder informeert de beoogde gegevens leverende partij(en) en – voorzover dit niet de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) voor die gegevensverwerking zijn – de verantwoordelijke over de aanvraag. Deze stap wordt afgerond met een toets op de wettelijke grondslag, uitgevoerd door de gegevens leverende partij(en). Daarbij wordt niet getoetst of dat orgaan aan de vereisten voldoet om de betreffende wettelijke taak uit te voeren. Dat is al getoetst door het bestuursorgaan dat de wettelijke taak aan het orgaan heeft toebedeeld. Wordt geconstateerd dat er een wettelijke basis voor de gegevenslevering aanwezig is, dan wordt de volgende stap gezet. De aanvraag wordt afgewezen indien de wettelijke basis ontbreekt.

De derde stap is het beleggen van een bijeenkomst door de beheerder met alle betrokken partijen, uitmondend in een helder beschreven informatieanalyse, waarin is opgenomen welke gegevens, voor welke taak en welke processen worden gevraagd en op grond van welke wet- en regelgeving dit mogelijk is. Hierop wordt de technische invulling en de gegevensvulling van de beoogde aansluiting c.q. ontsluiting gebaseerd. Op basis hiervan wordt de inhoud van de te sluiten overeenkomst bepaald. Hierin wordt ten minste aangegeven welke rollen en autorisaties benodigd zijn en hoe aan de voorwaarden, genoemd in hoofdstuk 2 van dit protocol, zal worden voldaan.

De vierde stap is de beoordeling of de beoogde ontsluiting van nieuwe bronnen c.q. de aanvraag tot gebruik van de GeVS tot overeenstemming leidt. Indien overeenstemming is bereikt wordt de overeenkomst gesloten. Het SUWI Gegevensregister wordt geactualiseerd op basis van de gesloten overeenkomst. Elk besluit wordt gemeld aan de Minister van SZW.

Stap vijf betreft de daadwerkelijke aansluiting c.q. ontsluiting en het gebruik middels de GeVS.

Op grond van het nieuwe artikel 5.23 van het Besluit SUWI dient er een overeenkomst te worden gesloten tussen de aanvrager en de leverancier van gegevens. Onderstaand wordt het bepaalde in artikel 5.23 Besluit SUWI uitgewerkt.

Er wordt een overeenkomst gesloten tussen de contractpartijen, zijnde de betrokken verantwoordelijken en de aanvrager, alsook de beheerder van de GeVS.

SUWI-partijen kunnen zowel leverancier als afnemer zijn.

In deze overeenkomst spreken de contractpartijen de volgende zaken af:

In deze bijlage zijn de gegevens uit de doelgroepregistratie arbeidsbeperkten en de polisadministratie gespecificeerd die het UWV periodiek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dient te verstrekken op grond van artikel 3.13 van de Regeling SUWI.

Het betreft de volgende gegevens:

Vervallen

Planning & control producten van UWV

In deze bijlage zijn de diverse producten gespecificeerd die UWV periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:

UWV levert het conceptjaarplan met begroting vóór 1 oktober en het definitief jaarplan met begroting vóór 1 november. UWV dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in twee tussentijdse verslagen en het jaarverslag. De tussentijdse verslagen worden uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (tertaal) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt vóór 15 maart aan de minister aangeboden.

Met de fondsennota’s verstrekt UWV informatie over de volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie van de door haar beheerde fondsen. De fondsennota’s worden uiterlijk 1 februari respectievelijk 1 juli opgeleverd.

De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het SZW-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van UWV. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar aan SZW geleverd.

In de hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

UWV verstrekt aan de minister met betrekking tot elk van de door haar beheerde fondsen afzonderlijk:

Het jaarplan gaat in op de volgende vragen:

In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:

In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag doet UWV verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Hierbij wordt tevens over majeure budgettaire ontwikkelingen gerapporteerd. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren en kengetallen vormen het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft UWV zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen, en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen.

UWV rapporteert over de klanttevredenheid. Daarnaast rapporteert UWV in haar jaarverslag over de wijze waarop aan cliëntenparticipatie is vormgegeven. UWV verantwoordt zich over de activiteiten die zijn ondernomen om de dienstverlening aan de klant te handhaven en verbeteren.

Bij handhaving wordt specifiek ingegaan op de uitvoering en effecten van het handhavingsbeleid. Naast de onderwerpen die genoemd zijn in het jaarplan, wordt hierbij specifiek ingegaan op de realisering van de in het Handhavingsarrangement gemaakte afspraken. Tevens worden opvallende cijfermatige ontwikkelingen toegelicht. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert bij het te voeren handhavingsbeleid te expliciteren.

UWV doet verslag van de uitvoering van het veranderprogramma waaronder de invoering van nieuwe wet- en regelgeving.

Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. UWV legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe.

UWV geeft in het jaarplan aan hoe invulling wordt gegeven aan de samenwerking met gemeenten en andere partijen, waaronder de regionale samenwerking. In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag wordt hierover verantwoording afgelegd door UWV. In de rapportages wordt aangegeven in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de onderliggende analyse is bij afwijkingen in de realisatie. In dat geval wordt verder aangegeven welke aanvullende maatregelen UWV neemt om de doelstellingen alsnog te realiseren.

In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat UWV in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen UWV. Het doel is aan te geven in welke mate het management van UWV haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag legt UWV, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: rechtmatigheid (waaronder het M&O-beleid), doelmatigheid, totstandkoming niet-financiële informatie, financieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.

UWV rapporteert in de tussentijdse verslagen over de voorlopige indicatieve rechtmatigheidscijfers per wet en in het jaarverslag over de jaarcijfers. Vaststelling van de rechtmatigheid is gekoppeld aan het handelen in het verslagjaar (het handelen omvat mede het ten onrechte niet-handelen) en de fouten die daarbij zijn gevonden. Ingegaan wordt op de wijze waarop met oude fouten is omgegaan. Tevens wordt hierbij inzicht geboden in de uitgevoerde herstelactiviteiten. De wijze waarop UWV verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting.

In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast, dient dit te worden vermeld evenals de vergelijkende cijfers.

In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat UWV inzicht biedt in doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Dit is nader uitgewerkt in bijlage XXIII bij de Regeling SUWI. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren.

UWV rapporteert in het jaarverslag over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16 tweede lid Regeling SUWI) en eventuele verbetermaatregelen.

In dit onderdeel rapporteert UWV over de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.

Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.

UWV rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, en/of betrekking hebben op kritieke processen, en/of wijd verbreid zijn, en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.

UWV rapporteert over ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

Sociaal beleid en HRM

UWV rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsbezetting, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.

ICT en informatiebeveiliging

UWV rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hieronder.

UWV rapporteert in het jaarverslag over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking, en over het beveiligingsniveau van Suwinet (conform artikel 5.22 en 6.4 van de Regeling SUWI).

Huisvesting

UWV doet in de tussentijdse verslagen en in het jaarverslag verslag van de voortgang van het huisvestingsplan. In het bijzonder rapporteert UWV over de volgende onderwerpen:

De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van UWV en de wijze waarop zij haar taken uitvoert.

Risicomanagement

UWV gaat in op het risicobeheersingsmodel en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s.

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

De indeling in categorieën volgt titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Ten behoeve van de bevoorschotting neemt UWV in het jaarplan met begroting een overzicht op van de uitvoeringskosten en programmakosten welke ten laste komen van een rijksbijdrage. Dit overzicht wordt tevens separaat van de tussentijdse verslagen aan SZW verstrekt. Voor de afrekening neemt UWV in de jaarrekening de in paragraaf 10.6.8 opgenomen tabel op die ziet op afrekening van de uitvoerings- en programmakosten.

De jaarrekening van UWV omvat zowel UWV als uitvoeringsorganisatie alsook de geadministreerde fondsen.

In de toelichting op de jaarrekening wordt onder andere ingegaan op:

De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de bepalingen omtrent het activeren van immateriële vaste activa zijn uitgezonderd.

UWV vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, tweede lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor:

In beginsel vormt UWV naast de egalisatiereserve geen bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen. Hiervan kan slechts met instemming van het Ministerie van SZW worden afgeweken.

Vanwege de urgentie en omvang van de frictiekostenproblematiek, heeft UWV tijdelijk, naast de egalisatiereserve, een bestemmingsfonds frictiekosten gevormd. UWV levert jaarlijks in december een actuele meerjarenraming van de onttrekkingen aan de reserves.

Toelichting

*Verloopstaat materiële vaste activa

*Verloopstaat financiële vaste activa

*Verloopstaat fondsvermogen

*Verloopstaat voorzieningen

*Verloopstaat langlopende schulden

Voor de toepassing van deze tabel wordt onder wet mede verstaan de basisdienstverlening, bedoeld in artikel 5.40a, eerste lid, van de Regeling Wfsv.

Jaarlijks worden tijdens het uitvoeringsjaar de wetten en regelingen die in deze tabel opgenomen moeten worden, na ambtelijke afstemming tussen UWV en SZW, door SZW per brief vastgesteld.

UWV doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT).

De accountant onderzoekt de verantwoording die de Raad van Bestuur van UWV op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.

De concept aansluitingstabel UWV – SZW wordt samen met het jaarverslag UWV naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestuurd. De definitieve aansluitingstabel, plus controleverklaring, wordt een week later opgeleverd. De aansluitingstabel UWV – SZW valt onder de accountantscontrole door UWV. De door UWV te leveren items in de tabel worden, na ambtelijke afstemming tussen UWV en SZW, schriftelijk door het Ministerie van SZW aan UWV kenbaar gemaakt.

De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het UWV-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van UWV. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar opgeleverd. De door UWV te leveren items worden schriftelijk door het Ministerie van SZW aan UWV kenbaar gemaakt.

Over de levering van de periodieke kwantitatieve informatie per wet, de maandelijkse kerncijfers en de statistische jaarrapportages worden jaarlijks bilaterale afspraken gemaakt.

UWV gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Algemene Rekenkamer en op de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.

Dit betreft alleen projecten met een meerjarig ICT-component van minimaal € 5 mln. De rapportage hierover geschiedt overeenkomstig de brieven aan de Tweede Kamer van de Minister van BZK van 29 januari 2010 respectievelijk 10 juli 2015 (TK 26 643, nrs. 148 en 365). De accountant rapporteert jaarlijks middels een nota van bevindingen over de ordelijkheid, controleerbaarheid en deugdelijkheid van het totstandkomingsproces van de informatie, die met peildatum ultimo verantwoordingsjaar aan het Ministerie van SZW wordt geleverd. De nota van bevindingen wordt uiterlijk 15 maart aan het Ministerie van SZW geleverd.

Vervallen

Planning & control producten van de SVB

In deze bijlage zijn de diverse producten gespecificeerd die de SVB periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:

De SVB levert het conceptjaarplan met begroting vóór 1 oktober en het definitief jaarplan met begroting vóór 1 november. De SVB dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in twee tussentijdse verslagen en het jaarverslag. De tussentijdse verslagen worden uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (tertaal) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt vóór 15 maart aan de minister aangeboden.

Met de fondsennota’s verstrekt de SVB informatie over de volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie van de door haar beheerde fondsen. De fondsennota’s worden respectievelijk uiterlijk 1 februari, 1 maart en 1 juli opgeleverd.

De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het SZW-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van de SVB. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar aan SZW geleverd ten behoeve van het jaarverslag van SZW.

In de hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

De SVB verstrekt aan de minister met betrekking tot de door haar beheerde fondsen afzonderlijk:

kerncijfers per wet, uitgesplitst naar beginstand, instroom, uitstroom en eindstand.

Het jaarplan gaat in op de volgende vragen:

In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:

In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag doet de SVB verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Hierbij wordt tevens over majeure budgettaire ontwikkelingen gerapporteerd. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren en kengetallen vormen het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft de SVB zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen, en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen.

De SVB rapporteert over de klanttevredenheid. Daarnaast rapporteert de SVB in haar jaarverslag over de wijze waarop de cliëntenparticipatie is vormgegeven. De SVB verantwoordt zich over de activiteiten die zijn ondernomen om de dienstverlening aan de klant te handhaven en verbeteren.

Bij handhaving wordt specifiek ingegaan op de uitvoering en effecten van het handhavingsbeleid. Naast de onderwerpen die genoemd zijn in het jaarplan, wordt specifiek ingegaan op de realisering van de in het Handhavingsarrangement gemaakte afspraken. Tevens worden opvallende cijfermatige ontwikkelingen toegelicht. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert bij het te voeren handhavingsbeleid te expliciteren.

De SVB doet verslag van de uitvoering van nieuwe wet- en regelgeving. Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. De SVB legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe.

In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat de SVB in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen de SVB. Het doel is aan te geven in welke mate het management van de SVB haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag legt SVB, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: rechtmatigheid (waaronder het M&O-beleid), doelmatigheid, totstandkoming niet-financiële informatie, financieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.

Voor wat betreft rechtmatigheid rapporteert de SVB in het tweede tussentijdsverslag over de rechtmatigheidscijfers per wet over het eerste half jaar en in het jaarverslag over de jaarcijfers. Vaststelling van de rechtmatigheid is gekoppeld aan het handelen in het verslagjaar (het handelen omvat mede het ten onrechte niet-handelen) en de fouten die daarbij zijn gevonden. Ingegaan wordt op de wijze waarop met oude fouten wordt omgegaan. Tevens wordt hierbij inzicht geboden in de uitgevoerde herstelactiviteiten. De wijze waarop de SVB verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting.

In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat de SVB inzicht biedt in doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Dit is nader uitgewerkt in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren.

De SVB rapporteert in het jaarverslag over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16, tweede lid, van de Regeling SUWI) en eventuele verbetermaatregelen.

In dit onderdeel rapporteert de SVB over de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.

Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels.

Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.

De SVB rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer en/of betrekking hebben op kritieke processen en/of wijdverbreid zijn en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.

De SVB rapporteert over ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

Sociaal beleid en HRM

De SVB rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsbezetting, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.

ICT en informatiebeveiliging

De SVB rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hieronder. De SVB rapporteert in het jaarverslag over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking, en over het beveiligingsniveau van Suwinet (conform

artikel 5.22 en 6.4 Regeling SUWI).

Huisvesting

De SVB doet in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag verslag van de voortgang van de huisvestingsplannen. In het bijzonder rapporteert de SVB over de volgende onderwerpen:

De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van de SVB en de wijze waarop zij haar taken uitvoert.

Risicomanagement

De SVB gaat in op het risicobeheersingsmodel en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s.

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

De indeling in categorieën volgt titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Ten behoeve van de bevoorschotting neemt de SVB in het jaarplan met begroting een overzicht op van de uitvoeringskosten en uitkeringslasten welke ten laste komen van een rijksbijdrage. Dit overzicht wordt tevens separaat van de tussentijdse verslagen aan SZW verstrekt. Voor de afrekening neemt de SVB in de jaarrekening de in paragraaf 10.4.7 opgenomen tabel op die ziet op afrekening van de uitvoeringskosten en uitkeringslasten.

De jaarrekening van de SVB omvat zowel de SVB als uitvoeringsorganisatie alsook de geadministreerde SV-fondsen.

In de toelichting op de jaarrekening wordt onder andere ingegaan op:

De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de bepalingen omtrent het activeren van Immateriële Vaste Activa zijn uitgezonderd.In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkende cijfers. Met betrekking tot de premiebaten is het toegestaan als waarderingsgrondslag de EMU-definitie te hanteren (één maand verschoven kasbasis).

De SVB vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, tweede lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor:

In beginsel vormt de SVB naast de egalisatiereserve geen bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen. Hiervan kan slechts met instemming van het Ministerie van SZW worden afgeweken.

Toelichting

*Verloopstaat materiële vaste activa

*Verloopstaat financiële vaste activa

*Verloopstaat fondsvermogen

*Verloopstaat voorzieningen

*Verloopstaat langlopende schulden

Toelichting

Jaarlijks worden tijdens het uitvoeringsjaar de wetten en regelingen die in deze tabel opgenomen moeten worden, na ambtelijke afstemming tussen de SVB en SZW, door SZW per brief vastgesteld.

WNT verantwoording

De SVB doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT).

Controleverklaring en verslag van bevindingen

De accountant onderzoekt de verantwoording die de Raad van Bestuur van de SVB op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.

De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het SZW jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van de SVB. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar aan SZW geleverd. De door de SVB te leveren items worden schriftelijk door het Ministerie van SZW aan de SVB kenbaar gemaakt.

Over de levering van de periodieke kwantitatieve informatie per wet, de maandelijkse kerncijfers, de rapportage handhaving SVB en de statistische jaarrapportages worden jaarlijks bilaterale afspraken gemaakt.

De SVB gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Algemene Rekenkamer en op de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.

Dit betreft alleen projecten met een meerjarig ICT-component van minimaal € 5 mln. De rapportage hierover geschiedt overeenkomstig de brieven aan de Tweede Kamer van de Minister van BZK van 29 januari 2010 respectievelijk 10 juli 2015 (TK 26 643, nrs. 148 en 365). De accountant rapporteert jaarlijks middels een nota van bevindingen over de ordelijkheid, controleerbaarheid en deugdelijkheid van het totstandkomingsproces van de informatie, die met peildatum ultimo verantwoordingsjaar aan het Ministerie van SZW wordt geleverd. De nota van bevindingen wordt uiterlijk 15 maart aan het Ministerie van SZW geleverd.

In deze bijlage zijn de bestanden gespecificeerd die het UWV periodiek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) of de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verstrekt op grond van artikel 5.14, vierde lid, van de Regeling SUWI.

Vervallen

Planning & control producten van BIDN

In deze bijlage zijn de informatieproducten gespecificeerd die BIDN periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3 en 5.10a van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:

BIDN levert het conceptjaarplan met begroting vóór 1 oktober en het definitief jaarplan met begroting vóór 1 november. Het definitief jaarplan van BIDN bevat in elk geval een omschrijving van de taak, bedoeld in artikel 1, onderdeel m, Wet SUWI en de andere taken die het BIDN ten behoeve van gemeenten op grond van artikel 5.24 van het Besluit SUWI verricht. BIDN dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in het tussentijdse verslag en het jaarverslag. Het tussentijdse verslag wordt uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (halfjaar) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt vóór 15 maart aan de minister aangeboden.

In die hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

Legenda

1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting (n.v.t.)

2. Ontwikkeling wetsuitvoering en andere taken

Het jaarplan gaat in op de volgende vragen:

In het kader van de budgetverantwoordelijkheid van SZW voor BIDN dient BIDN zich tevens te verantwoorden over prestatie-indicatoren en prestatiegegevens op het gebied van:

In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:

In het tussentijdse verslag en het jaarverslag doet BIDN verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft BIDN zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen. Bij klantgerichtheid wordt specifiek ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en klanttevredenheid.

3. Ontwikkelingen grote projecten en projecten ter invoering van nieuwe wet- en regelgeving

BIDN doet verslag van de uitvoering van het investeringsprogramma en de invoering van nieuwe wet- en regelgeving (indien van toepassing). Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. BIDN legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe. BIDN dient tevens verslag te doen van de fte-bezetting (vast/tijdelijk/extern) per einddatum van de verslagperiode.

4. Ondersteuning ketens

BIDN doet verslag van de ontwikkelingen in de ketens voor werk, inkomen en schulden voor de dienstverlening van het BIDN.

5. Bedrijfsvoering

In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat BIDN in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen BIDN voor zover van belang voor de uitvoering van de taken op grond van de Wet SUWI. Het doel is aan te geven in welke mate het management van BIDN haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf legt BIDN, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen:

5a). Rechtmatigheid

De wijze waarop BIDN verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting.

5b). Doelmatigheid

In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat BIDN inzicht moet bieden in de doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Ten aanzien van BIDN wordt verslag uitgebracht van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen door te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de (kwaliteit van de) geleverde prestatie. BIDN wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI, wordt gegeven in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI.

5c). Totstandkoming niet-financiële informatie

BIDN rapporteert in het jaarverslag over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16 tweede lid, van de Regeling SUWI).

5d). Financieel Beheer

In dit onderdeel rapporteert BIDN over eventuele tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.

Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.

BIDN rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, betrekking hebben op kritieke processen, wijdverbreid zijn of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.

5e). Overige onderwerpen bedrijfsvoering

BIDN rapporteert over belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

Sociaal beleid en HRM

BIDN rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.

ICT en informatiebeveiliging

BIDN rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hieronder. In het jaarverslag wordt ingegaan op het oordeel van de IT-auditor.

Deze geeft conform de artikelen 5.22 en 6.4 van de Regeling SUWI een oordeel over het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking en over het beveiligingsniveau van Suwinet. Indien van toepassing geeft BIDN inzicht in de verrichte inspanningen om de kwaliteit te verbeteren c.q. te consolideren.

Huisvesting

BIDN doet verslag van belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de huisvesting.

6. Governance

De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van BIDN en de wijze waarop zij haar taken uitvoert.

Risicomanagement

BIDN gaat in op het risicobeheersingsmodel en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s.

7. Uitvoeringskosten

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

8. Investeringen per categorie

De indeling in categorieën volgt Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

9. Overzicht t.b.v. bevoorschotting/afrekening (n.v.t.)

Ten behoeve van de bevoorschotting neemt BIDN in het jaarplan en de jaarrekening een overzicht op van de uitvoeringskosten welke ten laste komen van de rijksbijdrage.

10. Jaarrekening

De jaarrekening van BIDN geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het boekjaar en de cash flow, voor zover deze betrekking hebben op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 5.25 van het Besluit SUWI. De jaarrekening heeft betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt afgeweken.

De in de jaarrekening opgenomen informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.

De jaarrekening BIDN bestaat uit de volgende onderdelen:

Grondslagen waardering en resultaatbepaling

In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.

Controleverklaring en verslag van bevindingen

De accountant onderzoekt de verantwoording die het management van BIDN op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.

Egalisatiereserve

BIDN vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, zesde lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor:

De vorming, besteding en vrijval van de egalisatiereserve moet toegelicht worden in de jaarrekening.

Bestemmingsfonds voor investeringen

BIDN beschikt gezien de aard van de dienstverlening over grootschalige ICT in verhouding tot de organisatiegrootte en het budget. De voorziene egalisatiereserve is onvoldoende groot om grootschalige (vervangings)investeringen te plegen. Het is BIDN derhalve toegestaan naast de egalisatiereserve een ‘bestemmingsfonds voor investeringen’ aan te houden. In het jaarplan neemt BIDN een ‘reservering investeringen’ op, in het jaarverslag het ‘bestemmingsfonds voor investeringen’, inclusief een toelichting en een meerjarig overzicht van de nog te plegen investeringen.

Toelichting

WNT verantwoording

BIDN doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT).

11. Aansluitingstabel (n.v.t.)

12. Verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag (n.v.t.)

13. Kwantitatieve informatie (n.v.t.)

14. Toezichtsbevindingen

BIDN gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag op hoofdlijnen in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, die zij doet op grond van artikel 37 Wet SUWI, en de Algemene Rekenkamer, en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen.

Het Gegevensregister SUWI (SGR) is toegankelijk via de pagina www.bkwi.nl.

Vervallen

Vervallen

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Vervallen

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het Gegevensregister BIDN wordt als Gegevensregister Stichting Bureau Informatiediensten Nederland (Verwerkingsactiviteiten Wet SUWI/Participatiewet) bekend gemaakt via www.bidn.nl.

Vervallen

Planning & control producten van BKWI

In deze bijlage zijn de informatieproducten gespecificeerd die BKWI periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3 en 5.10a van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:

UWV levert ten aanzien van BKWI het conceptjaarplan met begroting vóór 1 oktober en het definitief jaarplan met begroting vóór 1 november. Het jaarplan van BKWI bevat in elk geval een omschrijving van de taak, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, van het Besluit SUWI en de andere taken die BKWI ten behoeve van ketenpartners verricht. Ten aanzien van BKWI dient UWV zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in het tussentijdse verslag en het jaarverslag. Het tussentijdse verslag wordt uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (halfjaar) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt na afloop van het verantwoordingsjaar vóór 15 maart aan de minister aangeboden.

In die hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

Legenda

1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting (n.v.t.)

2. Ontwikkelingen wetsuitvoering en andere taken

Het jaarplan gaat in op de volgende vragen:

In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:

In het tussentijdse verslag en het jaarverslag doet BKWI verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden verantwoord. Indien van toepassing beschrijft BKWI zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn of worden genomen. Bij klantgerichtheid wordt ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en klanttevredenheid.

3. Ontwikkelingen grote projecten en projecten ter invoering van nieuwe wet- en regelgeving

UWV doet ten aanzien van BKWI verslag van de uitvoering van het investeringsprogramma en de invoering van nieuwe wet- en regelgeving (indien van toepassing). Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. BKWI legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe.

4. Ondersteuning ketens

BKWI doet verslag van de ontwikkelingen in de ketens voor werk, inkomen en schulden voor de dienstverlening van het BKWI.

5. Bedrijfsvoering

In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat UWV in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen BKWI.

Het doel is aan te geven in welke mate het management van BKWI haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf legt UWV, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering van BKWI. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen:

5a). Rechtmatigheid

De wijze waarop UWV ten aanzien van BKWI verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting.

5b). Doelmatigheid

In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat UWV inzicht moet bieden in de doelmatigheid van het beheer en de organisatie BKWI. Ten aanzien van BKWI wordt verslag uitgebracht van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen door te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de (kwaliteit van de) geleverde prestatie. De Raad van Bestuur van UWV wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI, wordt gegeven in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI.

5c). Totstandkoming niet-financiële informatie

UWV rapporteert in het jaarverslag over het onderdeel BKWI over het totstandkomingproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16, tweede lid, van de Regeling SUWI) en eventuele verbetermaatregelen.

5d). Financieel Beheer

In dit onderdeel rapporteert UWV over eventuele tekortkomingen in het financieel beheer van BKWI. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.

Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.

Het UWV rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, betrekking hebben op kritieke processen, wijdverbreid zijn of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.

5e). Overige onderwerpen bedrijfsvoering

UWV rapporteert voor het onderdeel BKWI over belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

Sociaal beleid en HRM

BKWI rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.

ICT en Informatiebeveiliging

UWV rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen bij BKWI. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hier onder. In het jaarverslag wordt ingegaan op het oordeel van de IT-auditor. Deze geeft conform de artikelen 5.22 en 6.4 van de Regeling SUWI een oordeel over het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking en over het beveiligingsniveau van Suwinet. Indien van toepassing geeft BKWI inzicht in de verrichte inspanningen om de kwaliteit te verbeteren c.q. te consolideren.

6. Governance

De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting door UWV van het organisatieonderdeel BKWI en de wijze waarop zij haar taken uitvoert.

Risicomanagement

UWV gaat in op het risicobeheersingsmodel binnen het organisatieonderdeel BKWI en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s.

7. Uitvoeringskosten

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

8. Investeringen per categorie

De indeling in categorieën volgt Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

9. Overzicht t.b.v. bevoorschotting/afrekening (n.v.t.)

10. Jaarrekening

De jaarrekening voor het onderdeel BKWI geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het boekjaar en de cash flow. De jaarrekening heeft betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt afgeweken. De in de jaarrekening opgenomen informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.

De jaarrekening voor het onderdeel BKWI bestaat uit de volgende onderdelen:

Grondslagen waardering en resultaatbepaling

In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.

Controleverklaring en verslag van bevindingen

De accountant onderzoekt de verantwoording die het management van het BKWI op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.

Egalisatiereserve

BKWI vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, tweede lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor:

De vorming, besteding en vrijval van de egalisatiereserve moet toegelicht worden in de jaarrekening.

Bestemmingsfonds voor investeringen

BKWI beschikt gezien de aard van de dienstverlening over grootschalige ICT in verhouding tot de organisatiegrootte en het budget. De voorziene egalisatiereserve is onvoldoende groot om grootschalige (vervangings)investeringen te plegen. Het is BKWI derhalve toegestaan naast de egalisatiereserve een ‘bestemmingsfonds voor investeringen’ aan te houden.

In het jaarplan neemt BKWI een ‘reservering investeringen’ op, in het jaarverslag het ‘bestemmingsfonds voor investeringen’, inclusief een toelichting en een meerjarig overzicht van de nog te plegen investeringen.

Toelichting

WNT verantwoording

BKWI doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT).

11. Aansluitingstabel (n.v.t.)

12. Verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag (n.v.t.)

13. Kwantitatieve informatie (n.v.t.)

14. Toezichtsbevindingen

BKWI gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag op hoofdlijnen in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie, die zij doet op grond van artikel 37 Wet SUWI en de Algemene Rekenkamer, en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen.

Vervallen

Aan: ...

Ons oordeel

Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen wettelijke jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van … (naam entiteit) per 31 december 20XX en van het resultaat en de kasstromen over 20XX in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW) en de bepalingen bij en krachtens de Wet normering topinkomens (WNT).

Tevens geven naar ons oordeel:

een getrouw beeld van de uitkomsten van de taakuitvoering van … (naam entiteit) over 20XX in overeenstemming met de Wet SUWI en de daarmee verbonden dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder (NB alleen indien van toepassing) het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap.

Wat we hebben gecontroleerd

Wij hebben ingevolge artikel 49 lid 3 van de Wet SUWI de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 20XX van … (naam entiteit) te … ((statutaire) vestigingsplaats) de rapportage over de financiële rechtmatigheid van de uitkomsten van de taakuitoefening en (NB alleen indien van toepassing) de weergave van de uitgaven in 20XX aan onderwijsvoorzieningen gecontroleerd. De jaarrekening bestaat uit:

Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is de Wet SUWI artikel 49 lid 5, Regeling SUWI artikel 5.10a lid 1, bijlage VIII bij de Regeling SUWI punt 8 en 10, Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW) en de bepalingen bij en krachtens de WNT.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, de regels inzake de accountantscontrole zoals opgenomen in de Regeling SUWI, paragraaf 5.1b en het Controleprotocol WNT vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Onafhankelijkheid

Wij hebben de jaarrekening gecontroleerd in onafhankelijkheid van de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij Assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW, de Wet- en Regeling SUWI en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

De Raad van Bestuur / het bestuur / de directie is verantwoordelijk voor het opstellen van het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de Wet- en Regeling SUWI.

Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie voor de jaarrekening

De Raad van Bestuur / Het bestuur / De directie is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening, alsmede voor het opstellen van de overige onderdelen van het jaarverslag, in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW, de Wet SUWI en de daarmee verbonden dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de bepalingen bij en krachtens de WNT en (NB alleen indien van toepassing) het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap.

In dit kader is de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie afwegen of het zbo / de stichting in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie het voornemen heeft om het zbo / de stichting te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

De Raad van Bestuur / Het bestuur / De directie moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of het zbo / de stichting haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, de regels inzake de accountantscontrole zoals opgenomen in de Regeling SUWI, paragraaf 5.1b, het Controleprotocol WNT, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

Wij communiceren met de Raad van Bestuur / het bestuur / de directie onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Plaats en datum

Accountant van

Naam accountant en ondertekening met die naam

Doelmatigheid is een begrip dat op verschillende manieren kan worden gedefinieerd.

Een gangbaar onderscheid is die tussen ‘doelmatigheid van bedrijfsvoering’ en ‘doelmatigheid van beleid’. Bij ‘doelmatigheid van bedrijfsvoering’ staat de samenhang tussen de geleverde prestaties (producten of diensten) – uitgedrukt in kwantiteit én kwaliteit – en de ingezette middelen centraal. De ‘doelmatigheid van beleid’ benadert doelmatigheid op een hoger abstractieniveau, waarbij de relatie tussen beoogde effecten en ingezette middelen centraal staat.

In de context van de Wet SUWI gaat het om de doelmatigheid van de uitvoering van de sociale verzekeringen en wetten in het verstreken boekjaar en de vraag of het beheer en de organisatie van de rechtspersoon voldoen aan eisen van doelmatigheid. De uitwerking van het doelmatigheidsbegrip die in het kader van de Regeling SUWI wordt gegeven heeft betrekking op de doelmatigheid van bedrijfsvoering.

Een organisatie is doelmatig als er een goed evenwicht is tussen de geleverde prestaties (primair in kwantiteit en secundair in kwaliteit) en de door haar ingezette middelen.

In aansluiting op de definitie van doelmatigheid werken UWV, SVB, BIDN en BKWI hun eigen toetsingskader uit.

Het toetsingskader dient aan de volgende minimumeisen te voldoen:

De accountant gaat in de context van de Wet SUWI in zijn verslag van bevindingen in op de vraag of het beheer en de organisatie van de rechtspersoon voldoet aan de eisen van doelmatigheid.

De accountant heeft als taak in zijn verslag van bevindingen te rapporteren over de ordelijke en controleerbare totstandkoming van de verantwoording over de doelmatigheid.

De accountant stelt in dit verband ook vast of de organisatie een toetsingskader hanteert dat voldoende rekening houdt met de in deze toelichting benoemde minimumeisen.

De Vaststelling respectieve AVG-verantwoordelijkheden Bureau Informatiediensten Nederland – Gemeenten 2021 wordt bekendgemaakt via www.bidn.nl.

In deze bijlage is gespecificeerd welke informatie de kassier in het kader van de in artikel 15 van de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening bedoelde taak jaarlijks aan de Minister dient te verstrekken op grond van artikel 5.10a van de Regeling SUWI. Deze informatie dient te worden opgenomen in het kassiersverslag.

De kassier dient zich te verantwoorden over het beheer van de budgetten en de uitbetaling van de vergoedingen waar naar wordt verwezen in artikel 15, tweede lid, van de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening (de zogenaamde ‘artikel 15 budgetten’). Deze verantwoording vindt over de kalenderjaren 2021 tot en met 2025 plaats in het jaarverslag door middel van het kassiersverslag. Het jaarverslag wordt jaarlijks vóór 15 maart aan de Minister aangeboden.

In de hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd die in het kassiersverslag aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

x. Opnemen

De kassier geeft inzicht in de mutaties van de door UWV beheerde budgetten en vergoedingen in het kader van de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening. Het kassiersverslag wordt opgesteld op kasbasis, en geeft inzicht in de door de kassier ontvangen voorschotten en de verrichte betalingen ten laste van de volgende budgetten:

Ten behoeve van de afrekening neemt de kassier in het kassiersverslag een overzicht op van de uitgaven welke ten laste komen van de rijksbijdrage die is ontvangen voor de artikel 15 budgetten. De gerapporteerde ontvangen rijksbijdrage dient aan te sluiten op de betreffende rekening-courant met het Ministerie van Financiën (geïntegreerd middelenbeheer).

De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit het volgende onderdeel:

Rechtmatigheid

De wijze waarop de kassier ten aanzien van de artikel 15 budgetten verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag is hieronder nader uitgewerkt.

De accountant onderzoekt de verantwoording die de kassier op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.