Ministeriële regeling · BWBR0013366

Regeling vaarbevoegdheidsbewijzen zeevaart

Wijzigingen Officiële bron
Regeling vaarbevoegdheidsbewijzen zeevaartRegeling vaarbevoegdheidsbewijzen zeevaartDe Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op de artikelen 20, tweede lid, 21 en 22, vierde en vijfde lid, van de Zeevaartbemanningswet, alsmede de artikelen 5, 6, tweede lid, en 8, tweede lid, van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart,

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.Besluit:

Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart;

b. kleine schepen:

schepen met een bruto tonnage van minder dan 3000 GT en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW;

c.vaarbevoegdheidsbewijs van erkennning:

een vaarbevoegdheidsbewijs dat is door de Minister van Infrastructuur en Milieu wordt afgegeven op grond van een erkend buitenlands vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 22 van de Wet;

d.Wet:

Wet zeevarenden.

Ter vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning legt de aanvrager de volgende bescheiden over aan de Minister van Infrastructuur en Milieu:

Voor de vernieuwing van de desbetreffende aantekening op het vaarbevoegdheidsbewijs dat tevens geldig is voor het dienstdoen aan boord van een van de volgende categorieën schepen, legt de aanvrager een bewijs over dat hij voldoet aan het bij elke categorie genoemde vereiste:

Waar in deze regeling wordt gesproken over het overleggen van originele bewijsstukken mag aan deze verplichting ook worden voldaan door het overleggen van gewaarmerkte afschriften, in de gevallen en op de wijze te bepalen door de Minister van Infrastructuur en Milieu.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaarbevoegdheidsbewijzen zeevaart.