Ministeriële regeling · BWBR0014085

Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende regels met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart)Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaartDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 6, eerste lid, en 9 van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en de artikelen 1, onderdeel u, 19, derde lid, 21, derde lid, 23, eerste lid, 24, tweede en negende lid, en 26, eerste en achtste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, Roelf H. deBoer

In deze regeling wordt verstaan onder besluit: Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.

Ten aanzien van de procedure voor de afgifte van een geneeskundige verklaring geldt de Regeling medische keuringen binnenvaart 2008 en is het Reglement Rijnpatenten 1998 van overeenkomstige toepassing.

Ten aanzien van de kosten voor de afgifte van een geneeskundige verklaring is artikel 1 van het Besluit, houdende vaststelling tarief kosten geneeskundig onderzoek van overeenkomstige toepassing.

Ten aanzien van de tachograaf, bedoeld in artikel 1, onderdeel u, van het besluit is de Regeling typegoedkeuring en installatie tachografen Rijnvaart 1995 van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Ten aanzien van schepen in gebruik bij het Rijk, de provincie, de gemeente, het havenschap Havenbedrijf Rotterdam N.V. voorzover ingezet voor de uitoefening van een publiekrechtelijke taak of bij een van de regionale politiekorpsen bedoeld in artikel 21, derde lid, van de Politiewet 1993, wordt vrijstelling verleend van de artikelen 9 tot en met 11 en 24 tot en met 28 van het besluit.

Ten aanzien van passagiersschepen uit groep 1 met een lengte van maximaal 45 meter en een capaciteit van maximaal 40 personen die in de exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 12b, eerste en derde lid, van het besluit voorgeschreven minimumbemanning, mits de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een lichtmatroos of een deksman van ten minste 18 jaar en het schip de vaart onderbreekt gedurende een periode van ten minste 16 uur, waarin de periode van 22.00 uur tot 06.00 uur is gelegen.

Vervallen

Ten aanzien van schepen, bestemd of gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen buiten de bemanning en ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen, wordt, voorzover zij in exploitatiewijze A1 varen, vrijstelling verleend van artikel 10 van het besluit en van de ingevolge artikel 12b, eerste en derde lid, van het besluit voor groep 1 voorgeschreven minimumbemanning, mits deze bestaat uit:

Van de ingevolge artikel 12b, eerste lid, van het besluit voorgeschreven bemanning en van artikel 13 van het besluit, wordt vrijstelling verleend mits de minimumbemanning bestaat uit een schipper, ten aanzien van schepen die:

De Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Verkeer en Waterstaat van 13 december 1994, houdende regelen met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (Stcrt. 1994, 248) wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.