Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 januari 2003, houdende regels met betrekking tot het LSOP Politie onderwijs- en kenniscentrum, de landelijke werving, de selectie, het onderwijs voor de politie, alsmede het overdragen van kennis aan de politie (Wet op het LSOP en het politieonderwijs)Wet op het LSOP en het politieonderwijsWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een Wet op het LSOP en het politieonderwijs vast te stellen ter vervanging van de LSOP-wet in verband met de evaluatie van de LSOP-wet, de aanpassing aan de Aanwijzingen voor de regelgeving inzake de zelfstandige bestuursorganen, de concentratie van beheersbevoegdheden op rijksniveau met betrekking tot de regionale politiekorpsen bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de wijziging van de bestuursstructuur en het financieringsstelsel van het LSOP, alsmede de vernieuwing van het politieonderwijs;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage23 januari 2003BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J. W. RemkesDe Minister van Justitie,J. P. H. Donnerde achttiende februari 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De organen van het LSOP zijn het college van bestuur en de raad van toezicht.

Het politieonderwijs is gericht op de verwerving van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en ervaring, nodig voor de uitoefening van de politietaak. Het politieonderwijs bevordert tevens de algemene vorming en de persoonlijke ontplooiing van de studenten en draagt bij tot hun maatschappelijk functioneren.

Het politieonderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de studenten met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.

Elke opleiding wordt afgesloten met een examen dat door het LSOP wordt afgenomen. Het examen omvat een onafhankelijk onderzoek naar de competenties waarover de student bij voltooiing van de opleiding dient te beschikken.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de organisatie, de werkwijze en de bekostiging van de politieonderwijsraad.

Bij ministeriële regeling worden criteria vastgesteld aan de hand waarvan het college van bestuur na overleg met de politiekorpsen de studenten verdeelt over de instellingen en de vestigingen van het LSOP.

In het beleidsplan, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Politiewet 2012, worden door Onze Minister tevens de hoofdzaken van het beleid op rijksniveau met betrekking tot de werving, selectie en opleiding van ambtenaren van politie en van andere door Onze Minister aan te wijzen categorieën van personen aangegeven.

Onze Minister voert jaarlijks overleg met het college van bestuur over de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Onze Minister stelt jaarlijks, nadat de regioburgemeesters, de korpschef en de hoofdofficieren van justitie in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze kenbaar te maken, en gelet op het advies terzake van de politieonderwijsraad, de voor de taakuitvoering van het LSOP benodigde bijdragen, als bedoeld in artikel 27, eerste lid, vast.

Onze Minister heeft de bevoegdheid tot het toetsen van de wijze waarop het college van bestuur voorziet in de kwaliteit van de taakuitvoering, de resultaten en het beheer van het LSOP. Onze Minister kan aan het college van bestuur aanwijzingen van algemene aard geven met het oog op de goede uitoefening van zijn taak. De werkzaamheden die in het kader van het toetsen bedoeld in de eerste volzin worden uitgevoerd, worden jaarlijks door Onze Minister vastgesteld.

Het college van bestuur verstrekt desgevraagd of uit eigen beweging aan Onze Minister de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Indien de taken van het LSOP, voortvloeiend uit artikel 3, naar het oordeel van Onze Minister worden verwaarloosd, kan deze al die maatregelen nemen die hij met het oog op de continuïteit van de werkzaamheden of beperking van de schade noodzakelijk acht. Onze Minister doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.

Wijzigt de Politiewet 1993.

Degenen die op het tijdstip voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet de leden zijn van de bestuursraad en de directie van het LSOP, bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, en 6, tweede lid, van de LSOP-wet, zijn voor de resterende duur van hun benoeming als zodanig met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de leden van de raad van toezicht onderscheidenlijk het college van bestuur.

De LSOP-wet wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het LSOP en het politieonderwijs.