Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 juni 2003, nr. PMR/AV 03/68131, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Personeelsmanagement Rijksdienst, cluster Arbeidsvoorwaarden, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
Gelet op:
– artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet,
– artikel 1, tweede lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen,
– artikel 1, derde lid, van de Wet bezoldiging Nationale ombudsman;
De Raad van State gehoord (advies van 28 juli 2003, nr. W04.03.0220/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 september 2003, nr. PMR/AV 03/75685, directoraat-generaal Management Openbare Dienst, directie Personeelsmanagement Rijksdienst, cluster Arbeidsvoorwaarden, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage26 september 2003Beatrix De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.W. RemkesDe Minister van Buitenlandse Zaken,J. G. de Hoop Schefferde drieëntwintigste oktober 2003 De Minister van Justitie, J. P. H. DonnerWijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.
Wijzigt het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Wijzigt de Wet bezoldiging Nationale ombudsman.
Wijzigt het Besluit personenchauffeurs Rijksdienst.
In afwijking van artikel 20a, eerste lid, onderdeel a, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt voor het jaar 2002 als percentage 1.
Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Voor zover artikel X, onderdelen A, C en D, aanleiding geven tot het wijzigen van de bedragen van toelagen, toegekend met toepassing van artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, die ingevolge artikel 13 van de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 nog worden gehandhaafd, geschiedt dit door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, met inachtneming van de daarvoor door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te geven richtlijn.
Voor zover artikel X, onderdelen A, C en D, aanleiding geven tot het wijzigen van bijzondere regelingen getroffen met toepassing van artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, geschiedt dit bij gemeenschappelijke regeling van Onze Minister-President, Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Wijzigt de Wet bezoldiging Nationale ombudsman.
Wijzigt het Besluit personenchauffeurs Rijksdienst.
In afwijking van artikel 20a, eerste lid, onderdeel a, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt voor het jaar 2003 als percentage 0,8.
De bij artikel IV, onderdelen B, H en I, en artikel X, onderdelen A, C en D, aangebrachte wijzigingen in de bezoldiging van het burgerlijke rijkspersoneel dragen een algemeen karakter.
Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit 1989.
De bestaande vervoerplannen, gebaseerd op HOOFDSTUK IIIA van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven tot 1 januari 2007 van kracht voorzover de daarin opgenomen aanspraken voor de individuele ambtenaar hoger zijn dan die krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zoals dat luidt per 1 januari 2004, tenzij in het overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 139 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal respectievelijk artikel 142 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken wordt overeengekomen het vervoerplan eerder te doen vervallen.
Wijzigt het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel.
Dit besluit, met uitzondering van de artikelen I, onderdelen A tot en met F, II, onderdelen A tot en met F, III, onderdelen A tot en met F, IV, onderdeel C, onder 2, XVII en XVIII, treedt in werking met ingang van 1 november 2003, met dien verstande dat:
- a.
artikel IX terugwerkt tot en met 1 januari 2002,
- b.
de artikelen IV, onderdelen B, F en H , I en J, en V tot en met VIII terugwerken tot en met 1 december 2002,
- c.
de artikelen XV en XIX terugwerken tot en met 1 januari 2003,
- d.
de artikelen X tot en met XIV terugwerken tot en met 1 mei 2003,
- e.
artikel IV, onderdelen A, C, onder 1, D, E en G, terugwerkt tot en met 1 juli 2003.
De artikelen I, onderdelen A tot en met F, II, onderdelen A tot en met F, III, onderdelen A tot en met F, XVII en XVIII treden in werking met ingang van 1 januari 2004 tenzij Onze Minister in het departementaal overleg met de centrales van verenigingen overeenstemming heeft bereikt om voor de onder hem ressorterende ambtenaren te bepalen dat de verschillende artikelen of onderdelen daarvan in werking treden op een datum in het kalenderjaar 2003.
Artikel IV, onderdeel C, onder 2, treedt in werking met ingang van 1 juli 2006.