Regeling · BWBR0015680

Besluit beleidsregels Bestuurskamer

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad van 2 oktober 2003 houdende vaststelling van een aantal beleidsregels (Besluit beleidsregels Bestuurskamer) Besluit beleidsregels Bestuurskamer De Bestuurskamer;

Gelet op de artikelen 77, 83, 94, 119, 124, vierde lid, en 126, zevende lid, in samenhang met artikel 128, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Gelet op de Delegatieverordening Bestuurskamer (RE 6/2000);

Besluit:

Den Haag 2 oktober 2003H.H.F.WijffelsvoorzitterD.B.Moddermansecretaris

In dit besluit wordt verstaan onder:

Alvorens tot het treffen van een regeling wordt besloten, worden de volgende stappen gezet:

Bij het bepalen van de keuze voor een mogelijkheid tot publiekrechtelijke interventie om een doelstelling te bereiken wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het zelfregulerend vermogen in de betrokken sector of sectoren.

Bij de afweging van verschillende mogelijkheden tot publiekrechtelijke interventie om een doelstelling te bereiken wordt in ieder geval gelet op de volgende aspecten:

Een regeling wordt op zodanige wijze ingericht dat zij zo weinig mogelijk conflicten oproept. Daartoe wordt onder meer aan het volgende voldaan:

Bij de keuze voor een bepaalde regeling wordt gestreefd naar zo beperkt mogelijke lasten voor burgers, bedrijven en instellingen, voor zover niet uitdrukkelijk het opleggen van lasten wordt beoogd.

Bij de keuze voor een bepaalde regeling wordt eveneens gestreefd naar zo beperkt mogelijke lasten voor de overheid en de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie.

De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een regeling mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de regeling te dienen doelen.

Bij het ontwerpen van regelingen wordt onderzocht welke hogere regels de vrijheid van regeling ten aanzien van het betrokken onderwerp hebben ingeperkt.

Indien een bedrijfslichaam de in artikel 126, zesde lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie bedoelde mogelijkheid toepast om een aftrek op een heffing toe te staan, komen voor die aftrek in aanmerking:

Aan de leden van een in artikel 5.1, onder b, bedoelde organisatie wordt de aftrek slechts toegestaan op grond van een daartoe strekkend verzoek van het bestuur van die organisatie aan het bestuur van het bedrijfslichaam.

De vergoedingen die bedrijfslichamen op grond van artikel 77 van de Wet op de bedrijfsorganisatie verstrekken worden onderscheiden in een vacatievergoeding en een vergoeding van reis- en verblijfkosten.

De vacatievergoeding wordt door het bestuur vastgesteld hetzij op een bedrag per vergadering, hetzij op een bedrag per dagdeel waarin wordt vergaderd. De vacatievergoeding bedraagt per vergadering of dagdeel ten hoogste het bedrag dat de Sociaal-Economische Raad in de Verordening vergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies voor enig jaar vaststelt.

Indien de vergoeding op een bedrag per vergadering wordt vastgesteld, geldt als voorwaarde dat voor twee of meer vergaderingen die binnen één dagdeel aanvangen en eindigen, slechts eenmaal een vacatievergoeding wordt toegekend.

De vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt door het bestuur vastgesteld hetzij in de vorm van een regeling waarbij de werkelijk gemaakte kosten op declaratie worden vergoed, hetzij in de vorm van een passend te achten forfaitaire vergoeding waarin met de afstand tussen woonplaats en vergaderplaats rekening is gehouden.

In de vergoedingenregelingen dienen de presentielijsten van de vergaderingen als het uitsluitende bewijs dat de betrokken personen de vergaderingen bijwoonden of voorzaten.

De vergoedingen, bedoeld in artikel 83 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, worden door het bestuur vastgesteld op een bedrag voor elk dagdeel dat de voorzitter per week als regel voor het bedrijfslichaam werkzaam is. Het aantal dagdelen wordt in overleg tussen voorzitter en bestuur per kalenderjaar bepaald. Het bedrag per dagdeel en het aantal in aanmerking genomen dagdelen worden in de verordening vermeld. Het totaal van de vaste vergoedingen, onverschillig onder welke benaming en voor welk doel zij worden toegekend, bedraagt op jaarbasis per dagdeel ten hoogste dertig keer het bedrag dat de Sociaal-Economische Raad in de Verordening vergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies voor enig jaar vaststelt.

Aan de voorzitter kan naast de vaste vergoedingen een vergoeding van de werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten worden toegekend.

In afwijking van het bovenstaande kunnen de vaste vergoedingen voor voorzitters van (hoofd)productschappen door het bestuur bij verordening worden vastgesteld op ten hoogste het bedrag van schaal 16, genoemd in de cao voor de PBO, verhoogd met 16,5 procent, afgerond op hele euro’s en uitgaande van een voltijdse functievervulling. Daarnaast kan het bestuur arbeidsvoorwaarden van het personeel van het bedrijfslichaam van toepassing verklaren op bedoelde voorzitters. In de verordening wordt verwezen naar de toepasselijke arbeidsvoorwaarden, zo nodig onder vermelding van bedragen of percentages.

Het Besluit beleidsregel subsidieverstrekking wordt ingetrokken.

Het Besluit beleidsregel Schilthuisaftrek wordt ingetrokken.

Het Besluit beleidsregels toetsingsprocedure verordeningen en uitvoeringsbesluiten wordt ingetrokken.

Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidsregels Bestuurskamer.

Niet opgenomen.

Niet opgenomen.