Wijzigingen Officiële bron
Wet van 27 januari 2005, betreffende het houden van een raadplegend referendum over het grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie (Wet raadplegend referendum Europese Grondwet)Wet raadplegend referendum Europese Grondwet Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het op basis van de resultaten van de Europese Conventie te sluiten verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa aan een raadplegend referendum te onderwerpen, teneinde de betrokkenheid van de burgers bij de toekomstige hervormingen van de Europese Unie die voortvloeien uit de Europese Conventie te verhogen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage27 januari 2005BeatrixDe Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties ,Th. C. de Graaf de derde februari 2005De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet wordt verstaan onder:

Er wordt een raadplegend referendum gehouden over het verdrag, zoals dat is ondertekend voor het Koninkrijk.

Artikel B 6 van de Kieswet is van toepassing.

De registratie van de kiesgerechtigdheid van de ingezetenen van de gemeente in de gemeentelijke administratie voor de verkiezingen van de Tweede Kamer geldt tevens als registratie van de kiesgerechtigdheid voor het referendum.

De artikelen 34 en 35 van de Tijdelijke referendumwet zijn van toepassing, met dien verstande dat:

De artikelen 115 tot en met 120 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 zijn van toepassing, met dien verstande dat:

De artikelen 121, 122, eerste lid, onderdelen a tot en met d, 122, tweede lid, 123, 124 en 125, eerste en tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 zijn van toepassing, met dien verstande dat:

De burgemeester draagt er zorg voor dat de processen-verbaal, met daarbij gevoegd de opgaven van de door hem vastgestelde aantallen stemmen, onverwijld worden overgebracht naar de voorzitter van het hoofdstembureau.

Artikel 127 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 is van toepassing.

De artikelen 128 tot en met 131, 133, eerste lid, 134, 135, eerste tot en met derde lid, en 136, onderdelen a tot en met d, van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 zijn van toepassing, met dien verstande dat:

Het centraal stembureau stelt vervolgens vast of een meerderheid van de kiesgerechtigden die bij de stemming een geldige stem hebben uitgebracht zich voor het verdrag heeft uitgesproken.

De artikelen 138 en 139 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 zijn van toepassing.

De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag van het referendum zo spoedig mogelijk openbaar door plaatsing van een afschrift van het proces-verbaal in de Staatscourant.

De voorzitter van het centraal stembureau doet een afschrift van het proces-verbaal toekomen aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en Onze Minister.

Artikel 142 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 is van toepassing, met dien verstande dat in het tweede lid in plaats van «artikel 126» wordt gelezen: artikel 12.

Geen beroep kan worden ingesteld tegen:

Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen besluiten van het centraal stembureau inzake het verloop van de stemming, de stemopneming en de vaststelling van de uitslag van het referendum.

Artikel 145 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 is van toepassing, met dien verstande dat in plaats van «artikel 144» wordt gelezen: artikel 21.

De artikelen 147 en 150 tot en met 164 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 zijn van toepassing, met dien verstande dat in de artikelen 147, 150, eerste lid, 151 tot en met 156, 157, eerste lid, en 159 tot en met 161 in plaats van «een referendum» wordt gelezen: het referendum.

Artikel 167 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 is van toepassing.

Indien de Tijdelijke referendumwet is vervallen voor het tijdstip waarop deze wet vervalt, wordt in deze wet in plaats van «Tijdelijke referendumwet» gelezen: Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004.

Deze wet vervalt op een door bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dit tijdstip ligt na de vaststelling van het verslag, bedoeld in artikel 26, vierde lid.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet raadplegend referendum Europese Grondwet.