Ministeriële regeling · BWBR0018540

Regeling controleapparaten 2005

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende regels voor de goedkeuring en het gebruik van controleapparaten alsmede de erkenning van installateurs en reparateurs van controleapparaten en tot wijziging van de Regeling taken Dienst Wegverkeer, de Regeling wijze van keuren APK en de Erkenningsregeling snelheidsbegrenzers (Regeling controleapparaten 2005)Regeling controleapparaten 2005 De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister Van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 9:2, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en artikel 2.4:12, aanhef en onderdelen f en g, en artikel 2.4:13, eerste lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.PeijsDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. deGeus

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Dienst Wegverkeer kent een verzegelnummer toe aan:

De aanvrager van een erkenning als installateur of reparateur beschikt over een werkplaats die verwarmd, overdekt, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is.

De erkenninghouder zorgt ervoor dat installaties, onderzoeken en reparaties slechts worden uitgevoerd door de in artikel 12, eerste lid, bedoelde personen, bevoegd voor het desbetreffende merk en type controleapparaat.

Onverminderd het bepaalde in artikel 12 beschikt de erkenninghouder dan wel het door hem aangewezen personeel aantoonbaar over actuele kennis en documentatie vanuit de fabrikant omtrent de in het kader van de erkenning te voeren merken en typen controleapparaat.

De erkenninghouder meldt bij de Dienst Wegverkeer wijzigingen van of aanvullingen op de reeds in artikel 12, eerste en tweede lid, vermelde gegevens.

Indien zich een wijziging voordoet van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, zijn zowel de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de erkenning oorspronkelijk was verleend als degene die de bedrijfsvoering voortzet, verplicht de Dienst Wegverkeer hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis te stellen.

Het controleapparaat wordt geïnstalleerd met inachtneming van de instructies van de fabrikant of importeur met betrekking tot:

De houder van een werkplaatskaart plaatst bij alle werkzaamheden als bedoeld in deze regeling zijn werkplaatskaart direct in het digitale controleapparaat.

Bij nieuwe voertuigen wordt het digitale controleapparaat uiterlijk geactiveerd en geïnstalleerd op het tijdstip dat het voertuig voor het eerst in gebruik wordt genomen.

Na het onderzoek wordt een korte rijproef uitgevoerd, waarbij het in artikel 25, tweede lid, bedoelde testregistratieblad dan wel de werkplaatskaart in het controleapparaat aanwezig is, opdat vastgesteld kan worden dat het controleapparaat functioneert.

Van iedere reparatie worden de volgende gegevens in het in artikel 11 bedoelde register vastgelegd:

Waar in deze paragraaf en in paragraaf 7 sprake is van onderzoek, wordt hieronder mede verstaan de aan het onderzoek voorafgaande beoordeling, bedoeld in artikel 27.

De erkenninghouder bewaart de gegevens in het register gedurende ten minste drie jaar vanaf het tijdstip van installatie, onderzoek of reparatie.

De erkenninghouder en de houder van een werkplaatskaart dragen er zorg voor dat alle verzamelde gegevens, verkregen bij het installeren, onderzoeken of repareren van digitale controleapparaten juist en volledig zijn opgeslagen en zodanig zijn geordend dat deze eenvoudig door de Dienst Wegverkeer zijn te raadplegen.

Nadat is vastgesteld dat alle verzegelingen als bedoeld in hoofdstuk V, paragraaf 4, van bijlage I van verordening (EU) nr. 165/2014 aanwezig zijn, wordt in de bestuurdersruimte op het controleapparaat overeenkomstig verordening (EEG) nr. 3821/85 op onuitwisbare wijze een installatieplaatje aangebracht.

Het in artikel 37 bedoelde installatieplaatje wordt niet eerder aangebracht dan nadat is vastgesteld dat het controleapparaat goed is afgesteld en verzegeld en door de Dienst Wegverkeer is medegedeeld dat:

De erkenninghouder mag in de staat van een motorrijtuig dat aan een controle als bedoeld in artikel 39, tweede lid, zal worden onderworpen, gedurende een periode van 90 minuten na het tijdstip van melding van de installatie of het onderzoek geen wijziging aanbrengen of laten aanbrengen en mag met betrekking tot het voertuig geen metingen verrichten of laten verrichten.

De werkgever en de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid van de Arbeidstijdenwet zorgen ervoor dat:

Vervallen

Wijzigt de Erkenningsregeling snelheidsbegrenzers.

Wijzigt de Regeling wijze van keuren APK.

De Regeling controleapparaten wordt ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling controleapparaten 2005.

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Arbeidstijdenwet en de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van het digitale controleapparaat (Stb. 2004, 347).