Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 juli 2005, houdende bepalingen tot uitvoering van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005)Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 26 juli 2004, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Marktgedrag en effectenverkeer, nr. FM 2004-987M;

Gelet op artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste, vijfde en zesde lid, 9, tweede lid, artikel 12, eerste, tweede, derde en zevende lid, artikel 17a, zevende lid, artikel 17c, eerste en vijfde lid, en artikel 33d, eerste lid en derde lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen;

De Raad van State gehoord (advies van 22 november 2004, nr. W06.04.0404/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 13 juli 2005 (nr. 2005-01746 FM);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle23 juli 2005BeatrixDe Minister van Financiën , G.Zalmde vierde augustus 2005De Minister van Justitie a.i. ,M. C. F.Verdonk

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het bij of krachtens dit besluit bepaalde ten aanzien van een beleggingsinstelling die een beleggingsmaatschappij met aparte beheerder is, is gericht tot de beheerder.

Het dagelijks beleid van de beheerder en, indien van toepassing, de bewaarders wordt bepaald door ten minste twee natuurlijke personen die volgens wet, statuten of reglementen bevoegd zijn deze te vertegenwoordigen.

De personen die het dagelijks beleid bepalen van de in Nederland gevestigde beheerder of de beleggingsmaatschappij, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee hoofdzakelijk vanuit Nederland.

De activa van een beleggingsfonds dat de beheerder voornemens is te beheren worden bewaard door een bewaarder die uitsluitend ten behoeve van het beleggingsfonds bewaart, indien op grond van het beleggingsbeleid van het desbetreffende beleggingsfonds een reëel risico bestaat dat het vermogen van het beleggingsfonds ontoereikend zal zijn voor voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 16a, eerste lid, van de wet en dat het eigen vermogen van de bewaarder ontoereikend zal zijn voor voldoening van dergelijke vorderingen.

De beheerder en, indien van toepassing, de bewaarders treffen maatregelen om te voldoen aan het bij of krachtens de artikelen 30 tot en met 33 bepaalde.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op beheerders en beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet.

Een houder van een gekwalificeerde deelneming in de beheerder heeft op grond van die deelneming geen invloed of kan op grond van die deelneming geen invloed hebben op de beheerder die in strijd is met een gezonde of prudente bedrijfsvoering van de beheerder.

Onverminderd artikel 9, tweede lid, bepaalt een overeenkomst tussen de beheerder en een bewaarder dat de bewaarder:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet en accountants als bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de wet.

Het dagelijks beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder wordt bepaald door ten minste twee natuurlijke personen die volgens wet, statuten of reglementen bevoegd zijn deze te vertegenwoordigen.

De personen die het dagelijks beleid van een in Nederland gevestigde beheerder of een in Nederland gevestigde beleggingsmaatschappij bepalen verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee hoofdzakelijk vanuit Nederland.

De activa van een beleggingsfonds worden bewaard door een bewaarder die uitsluitend ten behoeve van het beleggingsfonds bewaart, indien op grond van het beleggingsbeleid van het desbetreffende beleggingsfonds een reëel risico bestaat dat het vermogen van het beleggingsfonds ontoereikend zal zijn voor voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 16a, eerste lid, van de wet en dat het eigen vermogen van de bewaarder ontoereikend zal zijn voor voldoening van dergelijke vorderingen.

De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot door een beheerder of bewaarder aan de toezichthouder, ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bij en krachtens de artikelen 30 tot en met 32 bepaalde, te verstrekken gegevens.

Ten minste een maal per jaar voert een onafhankelijke deskundige de waardering van de incourante beleggingen van de beleggingsinstelling uit.

Een beleggingsinstelling bepaalt telkens wanneer zij haar rechten van deelneming emitteert, verkoopt, inkoopt of daarop terugbetaalt de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming en publiceert de intrinsieke waarde onverwijld op de website van haar beheerder, onder vermelding van het moment waarop de bepaling van de intrinsieke waarde plaatsvond.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op beheerders, beleggingsinstellingen of bewaarders als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet.

Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder verstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan.

Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder verkoopt geen financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, 1° tot en met 4°, die de beleggingsinstelling niet in eigendom heeft.

Een beheerder die ook diensten van individueel vermogensbeheer verricht als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de wet, belegt de gelden van een belegger niet geheel of gedeeltelijk in door hem beheerde beleggingsinstellingen zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de belegger.

Het beheerde vermogen van een beleggingsinstelling wordt uitsluitend belegd in:

In afwijking van artikel 57 kan het beheerde vermogen van een beleggingsinstelling:

Het beheerde vermogen van een beleggingsinstelling wordt niet belegd in edele metalen dan wel in certificaten die deze metalen vertegenwoordigen.

Artikel 67 is niet van toepassing op het verwerven van onderscheidenlijk het beleggen in:

De toezichthouder verleent een beleggingsinstelling voor een periode van ten hoogste zes maanden na het aanbod van de rechten van deelneming, bedoeld in artikel 42, eerste lid, op verzoek ontheffing van het bepaalde in de artikelen 61 tot en met 66 indien de beleggingsinstelling de beginselen van risicospreiding in haar beleggingen in acht neemt.

Een beleggingsinstelling legt binnen vier weken na een verzoek daartoe van de toezichthouder, dan wel binnen vier weken na afloop van het boekjaar, een mededeling van een accountant over aan de toezichthouder waaruit blijkt dat de beleggingsinstelling in overeenstemming heeft gehandeld met de artikelen 56 tot en met 70.

Gelijktijdig met de verkrijgbaarstelling van het prospectus, bedoeld in artikel 42, derde lid, zendt de beheerder een afschrift van het prospectus en van de financiële bijsluiter, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van het Besluit financiële dienstverlening, van de beleggingsinstelling aan de toezichthouder.

De artikelen 17 en 18 zijn van overeenkomstige toepassing op beheerders, beleggingsmaatschappijen en bewaarders.

Indien een beheerder opdracht verleent aan een derde om een of meer werkzaamheden in het kader van het beheer van een door hem beheerde beleggingsinstelling te verrichten, is onverminderd artikel 27 met betrekking tot die opdracht het volgende van toepassing:

De statuten of het fondsreglement van een beleggingsinstelling vermelden:

Een beleggingsinstelling die belegt in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen die door haar beheerder worden beheerd of door een beheerder waarmee haar beheerder in een groep is verbonden, brengt geen kosten in rekening voor inschrijving of aflossing ten aanzien van de rechten van deelneming in die andere beleggingsinstellingen.

Artikel 36 is van overeenkomstige toepassing op beheerders als bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de wet.

De artikelen 36 en 39 tot en met 49 zijn van overeenkomstige toepassing op beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 17c, eerste lid, van de wet.

Wijzigt de Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Wijzigt het Besluit financiële bijsluiter.

Wijzigt het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005.

De werkzaamheden van de beheerder, te onderscheiden in:

De naam van de personen, bedoeld in artikel 3, vermelding van de voornaamste door deze personen buiten de beheerder, de door hem beheerde beleggingsinstellingen of bewaarder uitgeoefende activiteiten voor zover deze activiteiten verband houden met de werkzaamheden van de beheerder, de door hem beheerde beleggingsinstellingen of de bewaarder.

3.1 De naam en rechtsvorm van de beheerder, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van de beheerder indien deze plaats afwijkt van die van de statutaire zetel alsmede de oprichtingsdatum en de tijd waarvoor de rechtspersoon is opgericht die de functie van beheerder vervult indien deze niet voor onbepaalde tijd is aangegaan.

3.2 Het nummer van inschrijving van de beheerder in het handelsregister en de plaats van inschrijving.

3.3 Een beschrijving van de groep waartoe de beheerder behoort.

3.4 Indien van toepassing: de naam en rechtsvorm van iedere bewaarder, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van iedere bewaarder indien deze plaats afwijkt van die van de statutaire zetel alsmede de oprichtingsdatum en de tijd waarvoor de rechtspersonen zijn opgericht die de functie van bewaarder vervullen indien deze niet voor onbepaalde tijd zijn aangegaan.

3.5 Indien van toepassing: het nummer van inschrijving van iedere bewaarder in het handelsregister en de plaats van inschrijving.

3.6 Indien van toepassing: een beschrijving van de groep waartoe iedere bewaarder behoort.

3.7 Indien van toepassing: de organisatiestructuur van iedere bewaarder die de activa van meer dan een beleggingsinstelling bewaart.

3.8 Een verklaring van een accountant dat aan artikel 4, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 16 is voldaan.

3.9 Indien beschikbaar: een verklaring van een accountant dat de jaarrekening van de beheerder en iedere bewaarder is onderzocht. Indien de verklaring voorbehouden bevat dan wel een oordeelonthouding worden de redenen daarvan in de tekst van de verklaring vermeld.

4.1 De wijze waarop de beheerder periodiek informatie verschaft.

4.2 De datum waarop de jaarrekening en de halfjaarcijfers van de beheerder op grond van zijn statuten of de wet moet zijn afgesloten.

4.3 De datum waarop de jaarrekening van iedere bewaarder op grond van zijn statuten of de wet moet zijn afgesloten.

4.4 Vermelding van de plaats waar de statuten, de jaarrekeningen en jaarverslagen van de beheerder en iedere bewaarder en de halfjaarcijfers van de beheerder ter inzage liggen of verkrijgbaar zijn.

5.1 De regels en voorwaarden die gelden bij een vervanging van de beheerder of de bewaarder.

5.2 Een verklaring dat een verzoek aan de toezichthouder ingevolge artikel 15, onderdeel a, van de wet tot intrekking van de vergunning bekend wordt gemaakt in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder.

1.1 De rechtsvorm van de beleggingsinstelling.

1.2 De naam van de beleggingsinstelling, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van de beleggingsinstelling alsmede de oprichtingsdatum en de tijd waarvoor de beleggingsinstelling is opgericht indien deze niet voor onbepaalde tijd is aangegaan.

1.3 Indien opdracht aan een derde is of wordt verleend om één of meer werkzaamheden in het kader van het beheer of de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling te verrichten ten minste de volgende gegevens:

1.4 De naam van adviseurs en adviesbureaus van wier diensten de beleggingsinstelling ter zake van haar beleggingen gebruik maakt. Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft: de werkzaamheden van de adviseurs en adviesbureaus, voor zover het beroep op hun diensten bij overeenkomst is vastgelegd, en op welke wijze de kosten van de werkzaamheden ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins direct of indirect ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling, en de vermelding van belang kan zijn voor de deelnemers.

1.5 Indien van toepassing: de naam en het kantooradres van de accountant die de jaarrekening van de beleggingsinstelling over het laatste boekjaar heeft gecontroleerd.

1.6 Indien van toepassing: de naam van de bewaarder die de activa van de beleggingsinstelling bewaart.

1.7 Indien van toepassing: een beschrijving van de hoofdlijnen van de overeenkomst ter zake van beheer en bewaring tussen de beheerder en de bewaarder van de beleggingsinstelling en mededeling dat op verzoek een afschrift van de overeenkomst kan worden verkregen tegen ten hoogste de kostprijs.

1.8 Een verklaring dat de bewaarder volgens het recht van de staat waar de beleggingsinstelling haar zetel heeft jegens de beleggingsinstelling en de deelnemers aansprakelijk is voor door hen geleden schade voorzover de schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen, ook wanneer de bewaarder de bij hem in bewaring gegeven activa geheel of ten dele aan een derde heeft toevertrouwd.

1.9 Een beschrijving van de groep waartoe de beleggingsmaatschappij behoort.

1.10 De namen van eventuele andere beleggingsinstellingen die worden beheerd door de beheerder van de beleggingsinstelling.

De namen van de personen, bedoeld in artikel 20, tweede lid en derde lid, vermelding van de voornaamste door deze personen buiten de beleggingsmaatschappij uitgeoefende activiteiten voor zover deze activiteiten verband houden met de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij.

3.1 De wijze waarop de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers kunnen worden gewijzigd.

3.2 Vermelding van het feit dat een voorstel tot wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers bekend wordt gemaakt in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder en dat het voorstel tot wijziging op de website van de beheerder wordt toegelicht.

3.3 Vermelding van het feit dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers bekend wordt gemaakt in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder, en dat de wijziging op de website van de beheerder wordt toegelicht.

3.4 Dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers waardoor rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan de deelnemers worden opgelegd tegenover de deelnemers niet wordt ingeroepen voordat drie maanden zijn verstreken na bekendmaking van de wijziging als bedoeld onder 3.3 en dat deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden kunnen uittreden.

3.5 Vermelding van het feit dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers waardoor het beleggingsbeleid wordt gewijzigd niet wordt ingevoerd voordat drie maanden zijn verstreken na bekendmaking van de wijziging als bedoeld onder 3.3 en dat deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden kunnen uittreden.

4.1 De wijze waarop de beleggingsinstelling periodiek informatie verstrekt.

4.2 De datum waarop de jaarrekening en de halfjaarcijfers van de beleggingsinstelling op grond van haar voorwaarden of de wet moeten zijn afgesloten alsmede de plaatsen waar deze stukken ter inzage liggen en voor de deelnemers kosteloos verkrijgbaar zijn.

4.3 De plaatsen waar de vergunning van de beheerder van de beleggingsinstelling en het fondsreglement of de statuten van de beleggingsinstelling ter inzage liggen en verkrijgbaar zijn.

4.4 Vermelding van het feit dat aan een ieder op verzoek kosteloos een afschrift van het fondsreglement of de statuten wordt verstrekt.

4.5 Vermelding van het feit dat aan ieder op verzoek tegen ten hoogste de kostprijs de gegevens omtrent de beheerder, de beleggingsinstelling en, indien van toepassing, de bewaarder welke ingevolge enig wettelijk voorschrift in het handelsregister moeten worden opgenomen, worden verstrekt.

4.6 Vermelding van het feit dat aan de deelnemers in de beleggingsinstelling op verzoek tegen ten hoogste de kostprijs:

wordt verstrekt.

4.7 Vermelding van het feit dat de betaalbaarstelling van uitkeringen aan deelnemers in de beleggingsinstelling, de samenstelling van de uitkeringen alsmede de wijze van betaalbaarstelling worden bekendgemaakt per advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder.

5.1 Een beschrijving van de beleggingsdoeleinden met inbegrip van de financiële doelstellingen, zoals kapitaalgroei of inkomsten, de beleggingsportefeuille en het beleggingsbeleid, zoveel mogelijk onderverdeeld naar economische sector en geografische spreiding, de aard van de goederen waarin wordt belegd en de aan het beleggingsbeleid en de aard van de goederen waarin wordt belegd, verbonden risico’s.

5.2 De wijze waarop wordt bepaald of de opbrengsten van de beleggingsinstelling worden uitgekeerd of herbelegd.

5.3 De eventueel aan de beleggingsactiviteiten gestelde grenzen en de wijze waarop hierin wijziging kan worden aangebracht.

5.4 Indien van toepassing: de bevoegdheid om als debiteur leningen aan te gaan of financiële instrumenten uit te lenen.

5.5 Indien van toepassing: een beschrijving van de hoofdlijnen van overeenkomsten met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.

5.6 Indien transacties worden verricht met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen:

5.7 Indien van toepassing: een verklaring dat de belegginginstelling in met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen kan beleggen.

5.8 Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling direct of indirect kan beleggen in andere beleggingsinstellingen.

5.9 Indien de beleggingsinstelling twintig procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling:

5.10 Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling belegt in een andere beleggingsmaatschappij die een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij is of in een andere beleggingsinstelling die beheerd wordt door een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij en de voorwaarden waaronder verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming in de andere beleggingsinstelling plaatsvindt.

5.11 Indien de beleggingsinstelling 99 procent van het beheerde vermogen belegt in een andere beleggingsinstelling: een beschrijving van het beleggingsbeleid van de andere beleggingsinstelling.

5.12 Indien de beleggingsinstelling 99 procent van het beheerde vermogen belegt in een andere beleggingsinstelling:

5.13 Indien de beleggingsinstelling ten minste 95 procent van het beheerde vermogen indirect belegt in een andere beleggingsinstelling: de gegevens, bedoeld in onderdelen 5.11 en 5.12, met betrekking tot die andere beleggingsinstelling.

5.14 Indien van toepassing: de gereglementeerde markten, effectenbeurzen en de andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markten waar de financiële instrumenten worden verhandeld waarin de beleggingsinstelling belegt.

5.15 Indien van toepassing: de wijze waarop en de voorwaarden waaronder derden in opdracht van de beleggingsmaatschappij of in opdracht van haar beheerder de markt in deelnemingsrechten onderhouden.

5.16 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft: het profiel van het type belegger tot de wie de beleggingsinstelling zich richt.

5.17 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft en indien van toepassing: de staat, het openbaar lichaam met verordende bevoegdheid of de internationale organisatie waarin een of meer lidstaten deelnemen, die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° tot en met 4°, uitgeeft of garandeert waarin de beleggingsinstelling voor meer dan vijfendertig procent van het beheerde vermogen belegt alsmede van de ontheffing daartoe ingevolge artikel 63, tweede lid.

5.18 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft: de categorieën financiële instrumenten waarin de beleggingsinstelling mag beleggen; een verklaring of de beleggingsinstelling transacties met betrekking tot financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, mag verrichten; zo ja, dan wordt duidelijk vermeld of dat gebruik van de financiële instrumenten, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, mag dienen voor risicodekking dan wel ter verwezenlijking van beleggingsdoelstellingen, alsmede het mogelijke effect van het gebruik van deze financiële instrumenten op het risicoprofiel.

5.19 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft en indien van toepassing: vermelding van het feit dat de beleggingsinstelling voornamelijk in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9°, belegt of een aandelen- of obligatie-index als bedoeld in artikel 65, eerste lid, volgt.

5.20 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft en indien van toepassing: vermelding van het feit dat de activa als gevolg van het beleggingsbeleid vermoedelijk een hoge volatiliteit zullen hebben.

6.1 De kosten van oprichting van de beleggingsinstelling en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling en welk gedeelte ten goede komt aan de beheerder, de bewaarder, de bestuurders van de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder, de bewaarder of aan met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.

6.2 De kosten gemoeid met:

inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

6.3 De transactiekosten en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

6.4 Indien van toepassing: de kosten die worden gemaakt of vergoedingen die worden gevraagd in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten, en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling, onderscheidenlijk aan wie deze vergoedingen ten goede komen.

6.5 Indien van toepassing: de kosten van het verlenen van opdrachten aan derden om een of meer werkzaamheden in het kader van het beheer van de beleggingsinstelling of de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling te verrichten en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

6.6 Alle andere dan onder 6.1 tot en met 6.5 bedoelde naar soort onderscheiden kosten die hoger zijn dan tien procent van de totale kosten, inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

6.7 Indien de hoogte van de in 6.1 tot en met 6.6 bedoelde kosten nog niet bekend is: het maximum van deze kosten.

6.8 De som van de in 6.1 tot en met 6.6 bedoelde kosten.

6.9 De naar soort onderscheiden kosten die voortvloeien uit directe of indirecte beleggingen in andere beleggingsinstellingen.

6.10 Indien de bestaansduur van de beleggingsinstelling dat mogelijk maakt: het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling per boekjaar, gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde in dat boekjaar, onder vermelding van de kosten die bij de berekening daarvan buiten beschouwing zijn gelaten. Indien de beleggingsinstelling tien procent of meer van haar vermogen direct of indirect belegt in andere beleggingsinstellingen, worden de kosten van de andere beleggingsinstellingen meegenomen bij het bepalen van het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling of wordt vermeld dat en waarom het niet mogelijk is de kosten van een andere beleggingsinstelling mee te nemen, alsmede dat de kosten van de betreffende andere beleggingsinstelling van invloed zijn op het resultaat van de beleggingsinstelling.

6.11 Indien de beleggingsinstelling 99 procent van het beheerde vermogen belegt in een andere beleggingsinstelling en de bestaansduur van de andere beleggingsinstelling dat mogelijk maakt: het niveau van de kosten van de andere beleggingsinstelling per boekjaar, gerelateerd aan de gemiddelde intrinsieke waarde van de andere beleggingsinstelling in dat boekjaar, onder vermelding van de kosten die bij de berekening daarvan buiten beschouwing zijn gelaten.

6.12 Indien de beleggingsinstelling ten minste 95 procent van het beheerde vermogen indirect belegt in een andere beleggingsinstelling: de gegevens, bedoeld in onderdeel 6.11, met betrekking tot die andere beleggingsinstelling.

6.13 De wijze waarop de op- en afslagen worden berekend en aan wie de op- en afslagen ten goede komen, alsmede alle overige eenmalige bedragen die de deelnemers in de beleggingsinstelling betalen bij toe- en uittreding, inclusief de berekeningsgrondslag.

6.14 Indien van toepassing: beschrijving van afspraken over retourprovisies met vermelding van degenen aan wie de retourprovisies ten goede komen.

6.15 Indien van toepassing: beschrijving van afspraken over goederen die de beheerder, de bewaarder, de bestuurders van de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder, met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen of derden voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van de beheerder of de beleggingsinstelling ontvangen of in het vooruitzicht worden gesteld.

7.1 De wijze waarop en voorwaarden waaronder emissie van de rechten van deelneming plaatsvindt.

7.2 De aard en de voornaamste kenmerken van de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling, waaronder een beschrijving van het eventuele aan de rechten van deelneming verbonden stemrecht alsmede van de vorm waarin en de eventuele beperkingen waaronder zij verhandeld kunnen worden.

7.3 Een verklaring omtrent een eventuele notering van de beleggingsinstelling op een gereglementeerde markt, effectenbeurs, of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt.

7.4 De wijze waarop en voorwaarden waaronder verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming plaatsvindt.

7.5 Indien van toepassing: de wijze waarop de bepaling plaatsvindt van de emissie-, verkoop-, of inkoopprijs, alsmede van het bedrag bij terugbetaling van de waarde van de rechten van deelneming, in het bijzonder:

Deze verplichting is niet van toepassing op beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de notering op een door de toezichthouder aangewezen gereglementeerde markt, effectenbeurs, of andere geregelde, regelmatig functionerende erkende open markt of waarvan aannemelijk is dat die rechten van deelneming daartoe spoedig zullen worden toegelaten; deze verplichting is evenmin van toepassing op de in artikel 17, tweede lid, bedoelde beleggingsmaatschappijen.

7.6 Een beschrijving van de voorschriften waaraan de winstbepaling en -bestemming is onderworpen, alsmede van de wijze waarop en de frequentie waarmee winstuitkering zal geschieden.

7.7 Een verklaring dat elk recht van deelneming van dezelfde soort recht geeft op een evenredig aandeel in het vermogen van de beleggingsinstelling voor zover dit aan de deelgerechtigden toekomt.

7.8 Een verklaring dat behalve ingeval van gratis verstrekking, rechten van deelneming slechts worden uitgegeven indien de netto-emissieprijs binnen de vastgestelde termijnen in het vermogen van de beleggingsinstelling is gestort.

7.9 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft: een verklaring dat de beleggingsinstelling gehouden is om, op verzoek van de deelnemers, haar rechten van deelneming ten laste van de activa direct of indirect in te kopen of de waarde van de rechten van deelneming terug te betalen. Deze verplichting geldt niet voor de beleggingsmaatschappij, bedoeld in artikel 17, tweede lid.

7.10 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de wet betreft: de plaatsen in elke lidstaat waar de beleggingsinstelling haar rechten van deelneming in de handel brengt dan wel doet brengen.

7.11 Indien het een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft die rechten van deelneming aanbiedt met een verschillend risicoprofiel:

7.12 Indien het een beleggingsinstelling betreft waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, voorzover redelijkerwijs voorzienbaar: de gevallen waarin in het belang van de deelnemers de inkoop van de rechten van deelneming of de terugbetaling van de waarde van de rechten van deelneming kunnen worden opgeschort, alsmede de wijze waarop onderscheidenlijk inkoop en terugbetaling kan worden opgeschort.

7.13 Indien het een beleggingsinstelling betreft waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald: een verklaring dat er voldoende waarborgen aanwezig zijn opdat, behoudens wettelijke bepalingen en de in 7.12 bedoelde gevallen, aan de verplichting om in te kopen en terug te betalen kan worden voldaan.

7.14 Indien het een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 17, derde lid, betreft: de gereglementeerde markt, effectenbeurs of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt in de staat van verhandeling waarvan de notering de prijs bepaalt voor de transacties die door de beleggingsmaatschappij in die staat buiten de gereglementeerde markt, effectenbeurs of andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt om worden verricht.

8.1 De mededeling dat de waarde van de beleggingen zowel kan stijgen als kan dalen en dat de beleggers mogelijk minder terugkrijgen dan zij hebben ingelegd.

8.2 Een beschrijving van elk risico dat beleggers kunnen lopen met hun deelneming, voor zover dit risico van betekenis en relevant is in het licht van de gevolgen en de waarschijnlijkheid ervan. Deze beschrijving dient een korte en begrijpelijke uitleg te bevatten over ieder specifiek risico dat voortvloeit uit een gegeven beleggingsbeleid of dat verband houdt met specifieke voor de beleggingsinstelling relevante markten of beleggingen, waaronder:

8.3 De in 8.2 bedoelde beschrijving bevat voorzover van toepassing ook de volgende factoren die van invloed kunnen zijn op de beleggingsinstelling:

8.4 De informatie, bedoeld in 8.1 tot en met 8.3 wordt geordend volgens de belangrijkheid ervan, welke wordt bepaald op basis van de omvang en relevantie van de risico’s.

8.5 Indien van toepassing: afzonderlijke en herkenbare melding dat een beleggingsinstelling is onderverdeeld in te onderscheiden categorieën van deelnemers, waarbij voor de categorieën een afzonderlijk beleggingsbeleid geldt en een of meerdere categorieën van deelnemers op grond van het beleggingsbeleid financiële risico’s lopen die verder gaan dan het door hen ter belegging in de beleggingsinstelling bijeengebrachte vermogen.

8.6 Indien de beleggingsinstelling financiële instrumenten in- of uitleent:

8.7 Indien de beleggingsinstelling belegt met namens of voor rekening en risico van de deelnemers geleend geld:

9.1 Indien de bestaansduur van de beleggingsinstelling dat mogelijk maakt: het behaalde rendement van de beleggingsinstelling.

9.2 Indien de bestaansduur van de beleggingsinstelling dat mogelijk maakt: een vergelijkend overzicht van de ontwikkeling van het vermogen van de beleggingsinstelling alsmede van de baten en lasten van de beleggingsinstelling over de afgelopen drie jaar, de jaarrekeningen over de laatste drie boekjaren, en voor zover op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vereist, de op die jaarrekeningen betrekking hebbende verklaringen, bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van dat boek, en de laatste halfjaarcijfers.

Een beschrijving van de wijze waarop en de voorwaarden waaronder opheffing en vereffening van de beleggingsinstelling plaatsvindt, in het bijzonder ten aanzien van de rechten van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

11.1 De gevallen waarin vergaderingen van deelnemers in de beleggingsinstelling worden gehouden, de regelingen voor het oproepen van deze vergaderingen en de wijze waarop het stemrecht is geregeld.

11.2 Een verklaring dat een oproeping voor een vergadering van deelnemers in de beleggingsinstelling ten minste veertien dagen voor de aanvang van die vergadering, per advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer, alsmede op de website van de beheerder, geschiedt.

12.1 Een beschrijving van de intrinsieke waardebepaling van de beleggingsinstelling met een opgave van de regelmaat waarmee deze waardebepaling plaatsvindt alsmede de valuta waarin de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling wordt berekend. De waardering van de activa en passiva geschiedt naar maatstaven die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.

12.2 Vermelding van het feit dat de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling bekend wordt gemaakt op de website van de beheerder.

12.3 Vermelding van de omstandigheden waaronder en wijze waarop deelnemers gecompenseerd worden voor een onjuist berekende intrinsieke waarde, in het bijzonder het eventuele maximale afwijkingspercentage ten opzichte van de juist berekende intrinsieke waarde dat gecompenseerd wordt.

13.1 Een beknopte beschrijving van het op de beleggingsinstelling toepasselijke belastingstelsel met, voor zover van toepassing, vermelding van inhouding van bronbelasting op inkomsten en kapitaalwinsten welke door de beleggingsinstelling aan houders van rechten van deelneming worden uitgekeerd.

13.2 Officieel bekend gemaakte aanpassingen in het toepasselijke belastingstelsel waarvan vaststaat dat zij ongewijzigd qua vorm en inhoud in werking zullen treden, een en ander voor zover deze voor de deelnemers in de beleggingsinstelling van rechtstreeks belang zijn.

Een beschrijving van het beleid ten aanzien van stemrechten en -gedrag op aandelen in andere ondernemingen door de beleggingsinstelling.

Voor de overtredingen, genoemd in de tabel, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk VII B van de wet, zijn de bedragen als volgt vastgesteld:

Op grond van artikel 33f, tweede lid, van de wet behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.