Ministeriële regeling · BWBR0020453

Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 oktober 2006, nr. LMV 2006.309882, houdende regels voor het meten en berekenen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 7 van het Besluit luchtkwaliteit 2005 (Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit)Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteitDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 6 van het Besluit luchtkwaliteit 2005;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag23 oktober 2006De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,P.L.B.A. vanGeel

In deze regeling wordt verstaan onder:

Besluit: Besluit luchtkwaliteit 2005;

emissiefactor: factor die de uitstoot van een luchtverontreinigende stof per voertuigkilometer weergeeft;

grootschalige concentratiegegevens: gegevens met betrekking tot de gemiddelde concentraties op een schaalniveau van één bij één km;

referentiewaarde: in bijlage IC opgenomen concentraties bepaald met behulp van de in die bijlage omschreven situaties;

ruwheidskaart: kaart, houdende een overzicht van de gemiddelde ruwheidslengte op een schaalniveau van één bij één km;

ruwheidslengte: parameter voor de mechanische wrijving tussen luchtstromen en het landoppervlak;

verkeersintensiteit: aantal motorvoertuigen dat gemiddeld gedurende een bepaald tijdvak een waarneempunt bij een weg passeert.

Vóór 15 maart van ieder kalenderjaar worden de volgende gegevens bekendgemaakt:

Wanneer de waarde van een door middel van berekeningen bepaalde concentratie aan een grenswaarde als genoemd in paragraaf 2 van het Besluit wordt getoetst, wordt die waarde afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal.

Bij het door middel van berekeningen bepalen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een weg wordt, naast de gegevens, bedoeld in artikel 4, gebruik gemaakt van gegevens met betrekking tot de te verwachten:

Van een andere methode als bedoeld in artikel 9, tweede of derde lid, kunnen bestuursorganen gebruik maken indien die methode is goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien:

Bij het bepalen, door middel van berekeningen, van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een inrichting wordt, naast de gegevens bedoeld in artikel 4, gebruik gemaakt van gegevens met betrekking tot de te verwachten:

De gevolgen voor de luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij een inrichting worden bepaald vanaf de grens van het terrein van die inrichting.

Van een andere methode als bedoeld in artikel 13, tweede of derde lid, kunnen bestuursorganen gebruik maken indien de andere methode is goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien de methode of het toepassingsbereik daarvan niet op een deugdelijke wijze is beschreven.

In afwijking van artikel 3 worden de in dat artikel bedoelde gegevens in het jaar 2006 binnen twee weken na de inwerkingtreding van deze regeling bekendgemaakt.

Deze regeling is niet van toepassing op besluiten die zijn voortgevloeid uit de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld in artikel 7 van het Besluit, noch op de uit die besluiten voortvloeiende rechts- en feitelijke handelingen, voor zover het ontwerp van een dergelijk besluit voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling ter inzage is gelegd of een dergelijk besluit voor dat tijdstip is vastgesteld.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de vierde week na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit.

Rekenafstand: de afstand tussen het rekenpunt en de wegas in meters;

Rekenpunt: het punt waar de luchtkwaliteit wordt berekend;

Wegas: lijn in het midden van de weg.

De methode is bedoeld voor het berekenen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit bij een weg. Bij toepassing van deze methode voldoet de beschouwde situatie aan de volgende voorwaarden:

Deze methode maakt onderscheid tussen vier typen wegen. De wegtypen worden beschreven aan de hand van de bebouwing langs de weg:

Het rekenmodel maakt het mogelijk om berekeningen uit te voeren van:

De jaargemiddelde concentratie zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood, koolmonoxide en benzeen wordt met de volgende formule berekend:

De jaargemiddelde concentratiebijdrage verkeer voor zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood, koolmonoxide en benzeen wordt met de volgende formule berekend:

De jaargemiddelde concentratiebijdrage verkeer voor stikstofdioxide is afhankelijk van:

De jaargemiddelde concentratiebijdrage verkeer voor stikstofdioxide wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

De grenswaarde voor de 24-uurgemiddelde concentratie zwevende deeltjes (PM10) is 50 μg/m3. Deze grenswaarde mag maximaal 35 maal per jaar worden overschreden.

Het aantal dagen dat de 24-uurgemiddelde concentratie zwevende deeltjes (PM10) hoger is dan de grenswaarde van 50 μg/m3, wordt berekend aan de hand van de totale jaargemiddelde concentratie zwevende deeltjes (PM10). De formule die gebruikt wordt, is afhankelijk van de hoogte van de jaargemiddelde concentratie zwevende deeltjes (PM10):

Het resultaat van de concentratieberekening is voor koolmonoxide (CO) het 98-percentiel van 8-uurgemiddelde waarden. Het 98-percentiel wordt berekend aan de hand van de jaargemiddelde concentratie met de volgende formule:

De grenswaarde voor de 24-uurgemiddelde concentratie zwaveldioxide is 125 μg/m3. Deze grenswaarde mag maximaal 3 maal per jaar worden overschreden.

Met onderstaande formules kan, op basis van de jaargemiddelde concentratie zwaveldioxide, een berekening worden gemaakt van de 4 hoogste 24-uurgemiddelde concentraties zwaveldioxide:

De grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie stikstofdioxide is 200 μg/m3. Deze grenswaarde mag maximaal 18 maal per jaar worden overschreden.

Met onderstaande formules kan, op basis van de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide, een berekening worden gemaakt van de 19 hoogste 24-uurgemiddelde concentraties stikstofdioxide:

De emissie door het verkeer wordt voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood en koolmonoxide berekend met behulp van de volgende formule:

Een variabele in de formule voor de berekening van een jaargemiddelde concentratie (formule 1.2) is de verdunningfactor. De verdunningsfactor wordt berekend met de volgende formule:

Een deel van de NOx wordt uitgestoten als NO2. Het aandeel NO2 dat direct door het verkeer wordt uitgestoten wordt als volgt berekend:

In formule 1.1 wordt de jaargemiddelde concentratie berekend op basis van de grootschalige concentratiegegevens en de concentratiebijdrage door het wegverkeer in de desbetreffende straat. Indien er naast het wegverkeer in de desbetreffende straat nog andere lokale bronnen een bijdrage leveren aan de concentraties zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood, koolmonoxide en benzeen op het rekenpunt, is het mogelijk om deze bijdrage op te tellen bij de concentratie die berekend is met formule 1.1.

Bij stikstofdioxide kunnen de bijdrage van meerdere lokale bronnen niet zonder meer bij elkaar worden opgeteld. Om toch tot een optelling te komen worden de volgende stappen doorlopen:

Berekenen jaargemiddelde concentratiebijdrage NOx van elk van de bronnen

Indien voor het rekenpunt de jaargemiddelde concentratiebijdrage NO2 van andere bronnen dan het wegverkeer in de desbetreffende straat bekend is, kan de jaargemiddelde concentratiebijdrage NOx van elk van deze bronnen worden berekend aan de hand van de volgende formule:

Berekenen van de totale jaargemiddelde concentratiebijdrage NOx

Vervolgens worden de jaargemiddelde concentratiebijdragen NOx van de verschillende lokale bronnen bij elkaar opgeteld:

Berekenen totale jaargemiddelde concentratiebijdrage NO2

Op basis van de gesommeerde NOx bijdrage wordt de totale jaargemiddelde concentratiebijdrage NO2 van de verschillende bronnen berekend met formule 1.3, waarbij voor ƒNO2 wordt uitgegaan van een waarde van 0,05.

Bron: een punt of gebied verantwoordelijk voor de emissie van luchtverontreinigende stoffen;

Pluimhoogte: de hoogte van het verticale middelpunt van de pluim;

Rekenpunt: het punt waar de luchtkwaliteit wordt berekend;

Rekenafstand: de afstand tussen een bron en een rekenpunt;

Tracé: een aaneenschakeling van wegvakken;

Verticale verspreidingscoëfficiënt: een maat voor de verdunning van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen

Windroos: dit is een kompasroos waarin de windrichtingen worden aangeduid;

Windsector: een bereik van windrichtingen in de windroos;

Wegas: lijn in het midden van een weg;

Wegsegment: deel van een wegvak;

Wegvak: deel van een weg waarvan de eigenschappen, die van invloed zijn op de concentraties van luchtverontreinigende stoffen, gelijk blijven.

Standaardrekenmethode 2 is bedoeld voor het berekenen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit bij wegen. Bij toepassing van deze methode voldoet de beschouwde situatie aan de volgende voorwaarden:

Binnen het toepassingsbereik vallen diverse varianten, welke per wegvak op basis van de volgende eigenschappen van elkaar zijn te onderscheiden (zie onderstaande figuur):

Standaard rekenmethode 2 maakt het mogelijk om berekeningen uit te voeren voor:

Berekening voor zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood en koolmonoxide

De jaargemiddelde concentratie wordt berekend met de volgende formule:

Voor de jaargemiddelde grootschalige concentratie wordt gebruik gemaakt van de gegevens bedoeld in artikel 3, van de regeling. Voor het berekenen van de jaargemiddelde concentratie bijdrage van het verkeer worden alle concentratiebijdragen per windsector vermenigvuldigd met de fractie van het jaar waarin sprake is van een bijdrage uit de desbetreffende windsector en vervolgens gesommeerd:

Berekening voor stikstofdioxide

De berekening van de jaargemiddelde concentratie voor NO2 geschiedt met behulp van formule 1.1, echter de jaargemiddelde concentratiebijdrage van het verkeer voor stikstofdioxide is afhankelijk van:

De invloed van de chemische reacties dient te worden verdisconteerd voor een correcte berekening van de jaargemiddelde concentratie bijdrage. De jaargemiddelde concentratiebijdrage verkeer voor stikstofdioxide wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

De grenswaarde voor de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 is 50 μg/m3. Deze grenswaarde mag maximaal 35 maal per jaar worden overschreden.

Het aantal dagen dat de 24-uurgemiddelde concentratie zwevende deeltjes (PM10) hoger is dan de grenswaarde van 50 μg/m3, wordt berekend aan de hand van de totale jaargemiddelde concentratie zwevende deeltjes (PM10). De formule die gebruikt wordt, is afhankelijk van de hoogte van de jaargemiddelde concentratie zwevende deeltjes (PM10):

Het resultaat van de concentratieberekening is voor koolmonoxide (CO) het 98-percentiel van 8-uurgemiddelde waarden. Het 98-percentiel wordt berekend aan de hand van de jaar gemiddelde concentratie met de volgende formule:

Voor de 98-percentiel 8-uurgemiddelde grootschalige concentratie wordt gebruik gemaakt van de gegevens bedoeld in artikel 3, van de regeling.

De grenswaarde voor de 24-uurgemiddelde concentratie zwaveldioxide (SO2) is 125 μg/m3. Deze grenswaarde mag maximaal 3 maal per jaar worden overschreden. Met onderstaande formules kan, op basis van de jaar gemiddelde concentratie zwaveldioxide, een berekening worden gemaakt van de 4 hoogste 24-uurgemiddelde concentraties zwaveldioxide (Ci24m,max):

De grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie stikstofdioxide is 200 μg/m3. Deze grenswaarde mag maximaal 18 maal per jaar worden overschreden. Met onderstaande formules kan, op basis van de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide, een berekening worden gemaakt van de 19 hoogste 24-uurgemiddelde concentraties stikstofdioxide:

De berekeningen voor de concentratie bijdragen van het verkeer worden als volgt uitgevoerd. Binnen een bepaald studiegebied wordt een tracé gedefinieerd. Dit tracé wordt onderverdeeld in wegvakken en ten behoeve van de nauwkeurigheid van deze methode worden de wegvakken weer onderverdeeld in wegsegmenten. Aan elk wegvak kunnen de in paragraaf 2 genoemde eigenschappen worden toegekend.

Onderstaande figuur illustreert een aantal definities welke in deze paragraaf worden gehanteerd:

Figuur 2: Betekenis en plaats van de gebruikte symbolen

Vanuit een zekere bron op positie (B) binnen het wegsegment, en een rekenpunt op locatie (R) binnen of buiten het wegsegment, wordt een denkbeeldige lijn BR getrokken. Op deze lijn wordt de verspreiding van de emissie Gaussisch verondersteld. Aan de hand van de richting van B tot R wordt bepaald tot welke windsector i de concentratie bijdrage Cb,i van bron B aan de concentratie op rekenpunt R behoort. Deze bijdrage wordt vervolgens berekend met behulp van de volgende pluimformule:

Voor elk rekenpunt wordt deze berekening voor alle bron posities uitgevoerd. De variabelen dw, Rb en z zijn eenduidig voor alle combinaties van bronposities en rekenpunten in te vullen. De emissie (E), de correctie factor (C), de verticale verspreidingscoëfficiënt (σz) en de windsnelheid (u) worden hieronder nader toegelicht.

Dubbeltellingen ontstaan wanneer de bijdrage van de weg aan de grootschalige concentraties significant is. Dubbeltellingen langs wegen kunnen zich alleen voordoen bij snelwegen.

In standaardrekenmethode 2 kunnen de grootschalige concentraties worden gecorrigeerd volgens de vuistregels die beschreven zijn in de notitie ‘Het effect van dubbeltelling bij berekeningen in de buurt van bestaande snelwegen’ [RIVM.2005].

De werkwijze die hierbij gevolgd wordt, is dat voor ieder wegsegment aan beide zijden van het wegsegment een rekenpunt wordt toegevoegd op een afstand van exact 25 meter vanaf de wegas, op een lijn loodrecht op de wegas.

De nauwkeurigheid van de aldus berekende correcties ligt in de orde van grootte van 50%. Voor een snelweg met redelijk hoge verkeersintensiteiten ligt de correctie voor NO2 in de orde van grootte van 1-5 µg/m3. Voor PM10 ligt de correctie in de orde van grootte van 0,1–0,3 µg/m3.

De referentiewaarden voor de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 zijn gedefinieerd voor een typische street-canyon situatie. De referentiewaarde is het gemiddelde van de concentratieberekening met drie modellen, die stadssituaties als toepassingsgebied hebben. De berekening is op 5 meter van de wegrand aan de kant met de hoogste concentratie genomen. De waarden van de concentraties zijn 40,4 µg/m3 voor NO2 en 29,5 µg/m3 voor PM10.

Kenmerken street-canyon situatie:

Uitgangspunten concentratieberekening:

De referentiewaarde voor de snelwegsituatie van de jaargemiddelde concentratie van NO2 en PM10 is gedefinieerd voor een realistische snelwegsituatie. De referentiewaarde is het gemiddelde van de berekeningen van vier modellen, die snelwegsituaties als toepassingsgebied hebben. De referentiewaarde van de concentratie op een aantal receptorpunten loodrecht op de weg staan in de figuren 3 en 4.

Kenmerken snelwegsituatie:

Uitgangspunten concentratieberekening:

Weergave snelwegsituatie