Wijzigingen Officiële bron
Wet van 7 december 2006 houdende invoering van de Pensioenwet (Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet)Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Pensioenwet en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks onder intrekking van de Pensioen- en spaarfondsenwet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage7 december 2006BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,A. J. de Geusde tweeëntwintigste december 2006De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

De Pensioen- en spaarfondsenwet wordt ingetrokken.

Indien een onderneming die op de peildatum is aangesloten bij een ondernemingspensioenfonds als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet op de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet geen deel uitmaakt van de groep waaraan dit ondernemingspensioenfonds, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet, is verbonden, kan dit ondernemingspensioenfonds blijven optreden als pensioenuitvoerder voor deze onderneming.

Indien op de peildatum een spaarfonds als bedoeld in artikel 3 van de Pensioen- en spaarfondsenwet werkzaam is, blijft in afwijking van artikel 2 op dit spaarfonds de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing, met dien verstande dat vanaf een jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet geen bijdragen meer aan het spaarfonds kunnen worden gedaan.

Indien uiterlijk op de peildatum een geldelijke, vastgestelde uitkering is overeengekomen voor een gewezen werknemer die wordt gedaan bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom in verband met vervroegde uittreding wordt deze gelijkgesteld met een uitkering als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Pensioenwet.

Indien uiterlijk op de peildatum een geldelijke, vastgestelde uitkering is overeengekomen voor een gewezen werknemer die wordt gedaan bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom en deze uitkering is gebaseerd op een regeling die leidt tot uitkeringen vanaf een bepaalde leeftijd aan werknemers die werkzaamheden verrichten die door de werkgever als substantieel bezwarend zijn aangemerkt, wordt deze gelijkgesteld met een uitkering als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de Pensioenwet.

In afwijking van artikel 2 blijft de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing op een pensioentoezegging als bedoeld in artikel 2 van die wet, indien die pensioentoezegging op de peildatum niet is ondergebracht bij een pensioenuitvoerder op grond van:

Vervallen

Vervallen

De artikelen 76, 77 en 78 van de Pensioenwet zijn van toepassing bij beëindiging van de deelneming na de datum van inwerkingtreding van artikel 76 van de Pensioenwet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een werkgever zich uiterlijk op de peildatum heeft aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, blijft deze aansluiting in stand, ook als niet wordt voldaan aan de in artikel 121 van de Pensioenwet genoemde voorwaarden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 2 blijft ten aanzien van overtredingen van artikel 32, vierde en vijfde lid, en artikel 32ba van de Pensioen- en spaarfondsenwet die zijn begaan voor de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet, artikel 30 van de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing.

Ten aanzien van de op de peildatum bij de rechter aanhangige beroepen tegen besluiten op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet blijft, in afwijking van artikel 2, artikel 33a van de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing.

Een klacht die op grond van artikel 6d van de Pensioen- en spaarfondsenwet bij De Nederlandsche Bank N.V. is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet wordt door De Nederlandsche Bank beoordeeld overeenkomstig artikel 6d van de Pensioen- en spaarfondsenwet.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de goede invoering van de Pensioenwet en deze wet regels worden gesteld waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens voornoemde wet of deze wet.

Wijzigt de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst.

Wijzigt de Wet privatisering FVP.

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Wijzigt de Pensioenwet.

Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

Wijzigt de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Wijzigt de Sanctiewet 1977.

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3 en Boek 7.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Wijzigt de Wet op het notarisambt.

Wijzigt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

Wijzigt de Wet gevolgen privatisering ABP voor het personeel van de Koninklijke Hofhouding.

Wijzigt de Wet privatisering ABP.

Wijzigt de Comptabiliteitswet 2001.

Wijzigt de Fusiewet De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer.

Wijzigt de Wet identificatie bij dienstverlening.

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Wijzigt de Kaderwet militaire pensioenen.

Wijzigt de Wet op de medische keuringen.

Als de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of het bedrijf van schadeverzekeraar wordt niet beschouwd:

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Wijzigt de Pensioenwet.

Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht.

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Wijzigt de Pensioenwet.

Wijzigt de Mededingingswet.

Onze Minister brengt voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad de in deze wet voorkomende verwijzingen naar artikelen uit de Wet op het financieel toezicht in overeenstemming met de op grond van artikel 7:1 van die wet opnieuw vastgestelde nummering.

Deze wet wordt aangehaald als: Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet.