Ministeriële regeling · BWBR0023205
Regeling ontgrondingen in rijkswateren
Gelet op artikel 8, eerste lid, van de Ontgrondingenwet en artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit ontgrondingen in rijkswateren;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.C.Huizinga-HeringaAls rijkswateren als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Ontgrondingenwet worden aangewezen:
- a.
de wateren, genoemd in bijlage II, onderdeel 1, bij het Waterbesluit, waarbij tot de Noordzee wordt gerekend de territoriale wateren en de Nederlandse exclusieve economische zone van de Noordzee;
- b.
de volgende wateren:
- 1°.
gekanaliseerde Dieze
- 2°.
Kanaal Henriëttewaard-Engelen
- 3°.
Kanaal Sluis-Brugge
- 4°.
Kanaal Wessem-Nederweert
- 5°.
Markkanaal
- 6°.
Noordervaart
- 7°.
Oostelijke Rijkswaterleiding
- 8°.
Oude Maasje
- 9°.
Schelde-Rijnkanaal
- 10°.
Veerse Meer
- 11°.
Voedingskanaal (Limburg)
- 12°.
Wantij
- 13°.
Westelijke Rijkswaterleiding
- 14°.
Wilhelminakanaal
- 15°.
Zuiderkanaal
- 16°.
Zuid-Willemsvaart
- 1°.
- c.
de met de onder a en b genoemde wateren in open verbinding staande havens onder nautisch beheer van het Rijk en zijwateren onder waterstaatkundig beheer van het Rijk.
Voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit ontgrondingen in rijkswateren gelden de volgende maximale hoeveelheden vaste stoffen en maximaal aantal reizen:
- a.
Noordzee: 40.000 m3 per ontgronding in maximaal 10 reizen;
- b.
Eems, Dollard, IJsselmeer, Markermeer (met inbegrip van Oostvaardersdiep), Ketelmeer, Keteldiep, Haringvliet, Hollandsch Diep, Grevelingenmeer, Krammer, Volkerak, Zoommeer, Oosterschelde, en Westerschelde: 5000 m3 in maximaal 5 reizen;
- c.
overige rijkswateren: 2500 m3 per ontgronding in maximaal 5 reizen.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit ontgrondingen in rijkswateren in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ontgrondingen in rijkswateren.