ZBO-regeling · BWBR0024713

Regeling beoordeling centraal examen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling beoordeling centraal examenRegeling beoordeling centraal examenDe centrale examencommissie vaststelling opgaven,

Gelet op:

  • artikel 39, eerste lid, onderdelen d, e, f en g van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.

  • De voorzitter van de CEVO,drs. J.Bouwsma

    Het dagelijks bestuur, of bij ontstentenis van het dagelijks bestuur de voorzitter, kan, de voorzitter van de betreffende vaksectie gehoord, beslissen dat voor een of meer opdrachten aan alle kandidaten het maximale aantal scorepunten of ten minste een aantal kleiner dan het maximum aantal scorepunten wordt toegekend.

    Indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.

    Het Dagelijks Bestuur kan op voorstel van een vaksectie beslissen, dat in het correctievoorschrift bij een toets aanvullende regels worden opgenomen, waaronder regels voor aftrek van scorepunten. Deze zijn evenzeer verbindend als hetgeen in deze regeling is voorgeschreven.

    Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenWRegelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2002.

    De Regeling beoordeling centraal examen, CEVO 94 427 van 20 september 1994, Uitleg OCenW-Regelingen nr 22a van 28 september 1994, wordt ingetrokken op 30 september 2002, behoudens artikel 11 van die regeling dat wordt ingetrokken op 30 april 2000.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling centraal examen.

    Het normeringsvoorschrift bestaat uit twee onderdelen:

    1. Dehoofdrelatie luidt aldus:

    C = 9,0 * (S/L) + N ...............................(1)

    waarin:

    2. De grensrelaties gelden bij N ≠ 1,0 en zeer hoge of lage scores. Hiervoor geldt:

    Bij voorbaat zullen dus alle score / cijfer combinaties liggen binnen het gebied van toegestane waarden dat wordt begrensd door deze vier ongelijkheden.

    Dreigt bij toepassing van hoofdrelatie (1) een cijfer buiten deze grenzen te vallen, dan moet dat cijfer vervangen worden door het cijfer te berekenen met de corresponderende grensrelatie.

    Bij elke toets hoort een correctievoorschrift, waarin de relevante bepalingen van het Eindexamenbesluit vwo-havo- mavo-vbo en de onderhavige regeling beoordeling centraal examen zijn opgenomen.

    Het correctievoorschrift bestaat uit de onderdelen

    Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 41 en 42 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. Voorts heeft de CEVO op grond van artikel 39 van dit Besluit de Regeling beoordeling centraal examen vastgesteld (CEVO- 02-806 van 17 juni 2002 en bekendgemaakt in Uitleg Gele katern nr 17 van 24 juli 2002

    Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

    Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de CEVO-regeling van toepassing:

    In het correctievoorschrift van een vak kunnen vakspecifieke regels gegeven worden.

    (antwoorden en scores per vraag).

    Het correctievoorschrift bestaat uit:

    Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. Voor wat betreft artikel 41a is het gestelde in de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan de Tweede Kamer van 12 maart 2002 (kenmerk VO/BOB/02/1687) van toepassing. Voorts heeft de CEVO op grond van artikel 39 van dit Besluit de Regeling beoordeling centraal examen vastgesteld en bekend gemaakt via het Gele katern van Uitleg. De regeling is ook te raadplegen via www.examenblad.kennisnet.nl (voorheen: www.eindexamen. nl)

    Voor de beoordeling zijn op grond van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit en de hierboven aangehaalde brief aan de Tweede Kamer de volgende passages van belang.

    Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de Regeling beoordeling centraal examen van toepassing:

    Voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets zijn geen / de volgende vakspecifieke regels vastgesteld.

    Het kan voorkomen dat bij de beoordeling van een prestatie sprake is van meer beoordelingsaspecten.

    Als een prestatie bijvoorbeeld op vijf aspecten dient te worden beoordeeld, zijn de vijf beoordelingsaspecten in het beoordelingsschema aangeduid met het opgavenummer gevolgd door de letter a, b, c, d, respectievelijk e. De score voor de desbetreffende opgave wordt dan verkregen door de deelscores voor de onderscheiden beoordelingsaspecten op te tellen.

    EEN VOORBEELD VAN EEN TOELICHTING IS:

    Bij een maximumscore 3 wordt bedoeld

    STRUCTUREEL GELDT DE ONDERSTAANDE PASSAGE

    Het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets wordt als volgt verkregen.

    De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

    De directeur stelt het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer.

    De voorlopige omzetting van score naar cijfer (de omzettingstabel) is hierna vermeld.

    De definitieve vaststelling van de omzettingstabel vindt plaats tijdens de normeringsvergadering van de CEVO. Als een andere omzettingstabel wordt vastgesteld, dan welke in dit correctievoorschrift is opgenomen, wordt dit gelijktijdig met de omzettingstabellen voor de schriftelijke examens bekend gemaakt.

    VOOR 2003 GELDT DE ONDERSTAANDE PASSAGE

    Het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets wordt als volgt verkregen.

    De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. De directeur stelt het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets vast op basis van de door het bevoegd gezag gegeven regels voor omzetting van score naar cijfer. De directeur kan daarbij de omzettingstabel die hieronder is vermeld toepassen als dat past binnen die regels.