Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 10 juni 2010, houdende vaststelling van een aantal rechtspositionele voorzieningen van sociaal flankerend beleid voor de sector Rijk voor de periode 1 januari 2008 tot 1 januari 2012 (Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012)Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 april 2010, 2010-0000252164, CZW/WVOB;

Gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 12 mei 2010, nr. W04.10.0127/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 juni 2010, nr. 2010-0000359294;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage10 juni 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A. Th. B.Bijleveld-Schoutende vierentwintigste juni 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In het in artikel 71, eerste lid, van het ARAR, artikel 106, eerste lid, van het ARSG en artikel 78, eerste lid, van het RDBZ bedoelde gesprek wordt tevens jaarlijks aandacht besteed aan de ontwikkeling van de loopbaan en aan de onderwerpen mobiliteit, flexibiliteit en loopbaanperspectief in de toekomst.

Artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel d, van het BBRA 1984 en artikel 57b van het ARAR, dan wel artikel 92b van het ARSG of artikel 35 van het RDBZ zijn niet van toepassing op de aangewezen ambtenaar en de herplaatsingskandidaat.

In afwijking van artikel 18b, derde lid, van het BBRA 1984 bedraagt de aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid van genoemd artikel, voor aangewezen ambtenaren en herplaatsingskandidaten gedurende het eerste en tweede jaar 100%, het derde jaar 75%, het vierde jaar 50% en het vijfde jaar 25% van de bedoelde berekeningsbasis.

Artikel 100a van het ARAR, artikel 132a van het ARSG of artikel 107 van het RDBZ kan door het bevoegd gezag van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere ambtenaren dan herplaatsingskandidaten.

Indien binnen een jaar na plaatsing het bevoegd gezag van oordeel is dat een herplaatsingskandidaat is geplaatst in een functie die niet passend is, wijst het bevoegd gezag de betrokkene opnieuw aan als herplaatsingskandidaat waarbij de eerdere periode waarin betrokkene herplaatsingskandidaat is geweest, in mindering wordt gebracht op de herplaatsingstermijn. In dat geval is de redelijke termijn, bedoeld in artikel 96, tweede lid, van het ARAR, artikel 126, tweede lid, van het ARSG respectievelijk artikel 99, tweede lid, van het RDBZ, gelijk aan de resterende herplaatsingstermijn met een minimum van drie maanden.

Indien binnen een jaar na plaatsing het bevoegd gezag van oordeel is dat een aangewezen ambtenaar is geplaatst in een functie die niet passend is, heeft de ambtenaar, vanaf de dag dat hem dit oordeel schriftelijk ter kennis is gebracht, gedurende een jaar het recht op toepassing van de voorzieningen die op grond van dit besluit gelden voor de aangewezen ambtenaar.

Het bevoegd gezag kan besluiten andere dan geldelijke faciliteiten aan te bieden in verband met mobiliteit.

De voorzieningen op grond van dit besluit ten behoeve van aangewezen ambtenaren en herplaatsingskandidaten kunnen tevens door het bevoegd gezag van toepassing worden verklaard op andere ambtenaren voor zover daarmee de plaatsing van een aangewezen ambtenaar of herplaatsing van een herplaatsingskandidaat wordt gerealiseerd.

Het bevoegd gezag kan van deze paragraaf afwijken voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de ambtenaar.

Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.

Wijzigt het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.

Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit 1989.

Wijzigt het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Indien vóór 1 januari 2008 op grond van artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 139 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal of artikel 142 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in het overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren ten aanzien van een reorganisatie een voorziening is overeengekomen die voor een ambtenaar die is betrokken bij die reorganisatie, gunstiger is dan een soortgelijke voorziening in dit besluit, dan treedt eerstgenoemde voorziening op aanvraag van de ambtenaar in de plaats van die in dit besluit.

Wijzigt dit besluit.

Wijzigt dit besluit.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012.