Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 september 2010, houdende regels met betrekking tot de financiële ondersteuning van eigenaren van beschermde monumenten ten behoeve van de instandhouding van beschermde monumenten (Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011)Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2010, nr. WJZ/212089 (8278), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 34 van de Monumentenwet 1988;

De Raad van State gehoord (advies van 26 juli 2010, nr. W05.10.0212/l);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 september 2010, nr. WJZ/227592 (8278), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage27 september 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J. M. vanBijsterveldt-Vliegenthartde zevende oktober 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

Onze minister kan ieder jaar een of meer subsidieplafonds vaststellen voor het verstrekken van subsidie.

Subsidie wordt slechts verleend voor zover deze noodzakelijk is voor de instandhouding van het beschermd monument en voor zover de werkzaamheden ter uitvoering van het instandhoudingsplan naar het oordeel van Onze minister sober en doelmatig zijn.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in ieder geval niet verstrekt:

Voor provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, bedraagt de subsidie 30% van de subsidiabele kosten.

Subsidies worden niet verstrekt indien het bedrag dat overeenkomstig de bepalingen van dit besluit zou worden verstrekt, lager is dan € 3.000, met dien verstande dat subsidies voor beschermde archeologische monumenten niet worden verstrekt indien het bedrag lager is dan € 1.500.

Onze minister kan de eigenaar verplichten:

De eigenaar doet onverwijld een schriftelijke melding aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Onze minister kan de eigenaar verplichten:

Onze minister kan de eigenaar verplichten het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel.

Onze minister kan de eigenaar verplichten om advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de werkzaamheden ter uitvoering van het instandhoudingsplan wordt gestart indien de monumentale waarde van het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel of de voorgenomen werkzaamheden daartoe aanleiding vormen.

Onze minister kan de eigenaar verplichten om de werkzaamheden onder nader door hem te stellen voorwaarden te doen begeleiden indien voor de uitvoering van het instandhoudingsplan specifieke kennis is vereist.

De eigenaar is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht.

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van Onze minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij ministeriële regeling of bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Onverminderd artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidie in ieder geval lager dan de verlening worden vastgesteld indien werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde.

Budgetten die zijn vastgesteld op grond van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 ten laste waarvan geen subsidie is verleend, zijn beschikbaar ten behoeve van de toepassing van dit besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011.