Ministeriële regeling · BWBR0029067

Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 7 december 2010, nr. WJZ/10183066, houdende regels inzake de beveiliging van nucleaire inrichtingen en splijtstoffen (Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen)Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffenDe Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op het op 3 maart 1980 te Wenen/New York tot stand gekomen Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 1981, 7), zoals gewijzigd bij het op 8 juli 2005 te Wenen tot stand gekomen Verdrag tot wijziging van voornoemd verdrag (Trb. 2006, 81), artikel 22 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen, artikel 1d van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen en artikel 1, eerste lid, van het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage7 december 2010De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,M.J.M.Verhagen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een vergunninghouder 15, onder a, Kew treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk nodig zijn om categorie I-materiaal, categorie II-materiaal of categorie III-materiaal te beveiligen tegen diefstal en misbruik.

Wanneer categorie I-materiaal, categorie II-materiaal of categorie III-materiaal niet onder persoonlijk toezicht staat, zijn de beveiligingsmaatregelen van een vergunninghouder 15, onder a, Kew zodanig dat elektronische detectie van een poging tot diefstal of misbruik plaatsvindt en dat vanaf dat moment maatregelen werkzaam zijn die leiden tot ten minste 10 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk de beschikking te krijgen over dit materiaal.

De beveiligingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 1a, 1b en 1c worden afgestemd op:

Vervallen

De vergunninghouder 15, onder b, Kew, treft de organisatorische, bouwkundige, elektronische en informatiebeveiligingsmaatregelen die in samenhang ten minste weerstand bieden tegen de dreigingen uit de referentiedreiging en die zorgdragen voor een tijdige respons.

De elektronische signaleringen worden ontvangen door een alarmcentrale die de signalen beoordeelt en, indien nodig, assistentie vraagt aan de externe beveiligingsorganisatie.

De vergunninghouder 15, onder b, Kew treft beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de alarmcentrale, bedoeld in artikel 9, tweede lid, te beveiligen tegen de dreigingen zoals omschreven in de referentiedreiging. Deze beveiligingsmaatregelen hebben ten minste betrekking op:

Het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet is van toepassing op de referentiedreiging en het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Om categorie I- II- of III-materiaal te beveiligen tegen diefstal en sabotage treft de vervoerder beveiligingsmaatregelen als bedoeld in de bijlage IV en overige beveiligingsmaatregelen die tenminste betrekking hebben op:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen.

1 Met uitzondering van plutonium met een isotoopgehalte van meer dan 80% aan plutonium-238.

2 Onder onbestraald wordt in deze tabel verstaan: materiaal dat niet in een reactor is bestraald, of materiaal dat in een reactor is bestraald, met een stralingsniveau van 1 gray/uur (100 rad/uur) of minder op een afstand van 1 meter zonder afscherming.

3 Op grond van bijzondere omstandigheden kan de Autoriteit deze stoffen indelen in een andere categorie.

4 Andere splijtstof die op grond van haar oorspronkelijke gehalte aan splijtbaar materiaal onder categorie I of II valt voor de bestraling, kan één categorie lager worden ingedeeld, zo lang het stralingsniveau van de splijtstof groter is dan 1 gray/uur (100 rad/uur) op een afstand van 1 meter zonder afscherming.

De maximale waarde voor de hoeveelheid radioactiviteit geëmitteerd naar de lucht bedraagt het radiologische equivalent van 10 terabecquerels I-131.

Dit radiologische equivalent wordt bepaald met behulp van onderstaande tabel. Hierbij wordt de activiteit van ieder geëmitteerd isotoop vermenigvuldigd met de daarbij in de tabel aangegeven factor. Vervolgens worden de aldus gevonden waarden gesommeerd.

1 Long-absorptieklassen: S – langzaam; M – gemiddeld; F – snel. Bij onduidelijkheid wordt de meest conservatieve waarde gebruikt.

Maximale waarden voor de effectieve dosis ontvangen door een lidvan de bevolking of een werknemer:

Opleidingseisen of aantoonbare ervaringseisen op het vlak van beveiligingsdeskundige:

De in dit verband getroffen bijzondere maatregelen dienen gericht te zijn op het ontdekken en het voorkomen van het zich gewelddadig, dan wel onbevoegd toegang verschaffen tot of het onrechtmatig wegnemen van categorie I- II- of III-materiaal.

Het management voldoet op het punt van beveiliging aan de volgende eisen: