Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 26 april 2011, nr. WJZ/296520 (WP8255), houdende regels voor de uitgifte van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte voor landelijke commerciële radio-omroep (Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III)Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Gelet op artikel 3.3, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 4, 6, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 11, derde lid, en 12 van het Frequentiebesluit;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-VliegenthartDe Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,M.J.M.Verhagen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een aanvrager brengt op elke kavel waarop zijn aanvraag betrekking heeft een onvoorwaardelijk en onherroepelijk financieel bod uit.

Indien niet is voldaan aan artikel 3, tweede of negende lid, weigert de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de vergunning.

Een aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Een aanvrager heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling:

Indien niet is voldaan aan de artikelen 9 tot en met 11, weigert de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de vergunning.

Indien na toepassing van de artikelen 2 tot en met 12 slechts één aanvrager in aanmerking komt voor een vergunning voor een kavel, vinden de artikelen 14, 15, 17 en 18 geen toepassing en wordt door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aan de desbetreffende aanvrager een vergunning voor die kavel verleend.

Een aanvrager die een vergunning verkrijgt voor een kavel, betaalt het door hem voor die kavel uitgebrachte bod, tenzij hij als enige het hoogste aantal plussen heeft verkregen op grond van artikel 15 of hem een vergunning wordt verleend op grond van artikel 13.

Een kavel wordt, onverminderd artikel 3.6 van de Telecommunicatiewet, toegewezen aan de aanvrager die daarvoor de hoogste in rangorde is.

Indien een vergunning wordt verleend voor kavel A7 of kavel A8, verleent de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie gelijktijdig een vergunning voor digitale radio-omroep.

Wijzigt de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III.

De aanvrager voor een vergunning voor kavel A7 of A8, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep, volgt het format en de schema’s van deze bijlage.

De aanvrager verstrekt een kopie van de toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008, of een bewijs dat die toestemming is aangevraagd.

Beschrijving

De aanvraag bevat een beschrijving van de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen die de rechtspersoon raken. De beschrijving moet inzicht geven in alle banden met andere aanvragers en bestaande vergunninghouders, zodat kan worden nagegaan of er een zodanige verbondenheid is dat er sprake is van eenzelfde instelling in de zin van artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008.

De beschrijving bevat in elk geval gegevens over (voor zover van toepassing):

Documenten

De aanvrager voegt de volgende documenten bij de aanvraag (voor zover van toepassing):

Verklaring aanvrager

De aanvraag bevat een ondergetekende schriftelijke verklaring van de aanvrager:

Voor deze verklaring gebruikt de aanvrager het model van bijlage 3.

Verklaring notaris

Bij de aanvraag is een verklaring van de notaris betreffende de volledigheid en juistheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens gevoegd die voldoet aan het volgende model:

Verklaring notaris

Ondergetekende, notaris te

..... (plaatsnaam)

verklaart zonder voorbehoud dat de informatie die in het kader van de aanvraag is verstrekt ter uitvoering van voornoemd onderdeel 1 sub a, b, c, d, eerste en tweede streepje en onderdeel 2 door hem is geverifieerd en juist en volledig is bevonden en verklaart zonder voorbehoud dat de informatie die in het kader van de aanvraag is verstrekt ter uitvoering van voornoemd onderdeel 1, sub d, derde streepje en f, en onderdeel 3 door hem naar beste kunnen is geverifieerd en naar zijn oordeel juist en volledig is.

Onderzoeksrapport accountant

De aanvraag bevat een goedkeurend onderzoeksrapport met de volgende schriftelijke ondergetekende conclusie en oordeel van een accountant.

Conclusie en oordeel

Op grond van ons onderzoek van de gegevens waarop de veronderstellingen zijn gebaseerd is ons niets gebleken op grond waarvan wij zouden moeten concluderen dat de veronderstellingen in het bedrijfsplan geen redelijke basis vormen voor de prognose in hoofdstukken 6 en 7 en bijlagen B en C. Naar ons oordeel is de prognose op een juiste wijze op basis van de veronderstellingen in het bedrijfsplan opgesteld en toegelicht in overeenstemming met de grondslagen en uitgangspunten zoals genoemd in bijlagen A en B van het bedrijfsplan, waarbij tevens de van toepassing zijnde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zoals gehanteerd in de jaarrekening1in aanmerking zijn genomen.

Modelbankgarantie1Dit model dient te worden gebruikt voor een bankgarantiea. voor het stellen van zekerheid in het kader van de aanvraagprocedure (i.v.m. de verplichting bedoeld in de verklaring onder I.C1 en/of I.C2) ofb. met het oog op het verkrijgen van uitstel van betaling (i.v.m. de verplichting bedoeld in de verklaring onder I.D; uitstel van betaling wordt niet verleend voor het financieel bod)c. of ten behoeve van een combinatie hiervan.Voor het financieel bod geldt de bankgarantie in beginsel voor maximaal één jaar. Bij het financieel instrument geldt de bankgarantie in beginsel maximaal 1 jaar als de aanvrager geen uitstel van betaling aanvraagt. Vraagt de aanvrager wél uitstel van betaling aan dan geldt de bankgarantie in beginsel voor maximaal zes jaar. De aanvrager kan al bij de aanvraag een verzoek om uitstel van betaling doen en dan zekerheid verschaffen met behulp van een bankgarantie voor in beginsel maximaal zes jaar.

..... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ....., mede kantoorhoudende te ....., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

Ondergetekende verklaart dat:

Naam aanvrager:

Handtekening:

INSTRUCTIES:

Dit formulier is bestemd voor zowel de aanvraag van de vergunningen voor de kavels A7 en A8, bedoeld in artikel 3, alsmede de vergunningen voor digitale radio-omroep, bedoeld in artikel 20.

Het financieel bod luidt in hele euro’s (dus geen cijfers achter de komma);

het bedrag van het financieel bod wordt in de Nederlandse taal ingevuld en zowel in cijfers als in letters geschreven;

Ik dien wel/niet1hierbij een verzoek in om uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 Algemene wet bestuursrecht onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011.

Naam aanvrager:

Handtekening:

Dit schema heeft betrekking op het kavel bestemd voor geclausuleerde landelijke commerciële omroep (A8). Het schema dient volledig te worden ingevuld indien kavel A8 wordt aangevraagd. Ten aanzien van kavel A7 dient u dit schema NIET in te vullen.

Ieder vakje bevat het percentage dat in het voorgenomen radioprogramma op de desbetreffende dag van de week tussen 07.00 uur en 19.00 uur uitsluitend wordt besteed aan de voorgeschreven programmering, te weten die in het bijzonder is gericht op klassieke muziek, moderne klassieke muziek daaronder begrepen, of jazzmuziek. Dit percentage wordt verkregen door het aantal minuten dat op de desbetreffende dag tussen 07.00 uur en 19.00 uur uitsluitend aan het programmavoorschrift zal worden besteed (A) te delen door de netto zendtijd (B) en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100%. Netto zendtijd is: de totale zendtijd in minuten tussen 07.00 uur en 19.00 uur (720 minuten) minus a) het totaal aantal minuten aan reclameboodschappen en b) het totaal aantal minuten aan nieuws dat op de desbetreffende dag tussen 07.00 uur en 19.00 uur wordt uitgezonden.

Het percentage is dus A : B x 100%. Het percentage is een heel getal (dus geen cijfers achter de komma).

Het laatste vakje van het schema bevat het gemiddelde percentage per dag, gemeten over een week. Hiervoor worden de dagpercentages bij elkaar opgeteld en vervolgens gedeeld door zeven. Ook dit percentage is een heel getal.

Hierbij treft u het model voor het bedrijfsplan aan. Dit model bestaat uit acht hoofdstukken en drie bijlagen. Het bedrijfsplan bij de aanvraag dient minimaal deze acht hoofdstukken te bevatten op basis van de grondslagen en uitgangspunten uit bijlage A en B bij dit model bedrijfsplan.

Het bedrijfsplan van de aanvrager gaat vergezeld van een financieel jaarverslag dat niet ouder is dan een jaar. Het financieel jaarverslag bestaat uit het jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens, waaronder de accountantsverklaring. Voor de aanvragende rechtspersoon die is opgericht na 1 januari 2011 geldt deze verplichting niet omdat dan de oprichtingsbalans, zoals deze naar voren moet komen uit hoofdstuk 8 en bijlage B2 van het bedrijfsplan, voldoende is voor een beoordeling van de financiële situatie waarin de aanvrager verkeert.

De afzonderlijke hoofdstukken bevatten verschillende paragrafen. Deze paragrafen hebben tot doel de aanvrager handvatten te geven voor het opstellen van het bedrijfsplan. De paragraafindeling binnen de hoofdstukken wordt dwingend voorgeschreven. De aanvrager is wel vrij om paragrafen toe te voegen indien hij dat voor zijn bedrijfsplan noodzakelijk acht. De aanvrager is tevens verplicht om aan de hand van bijlage C positieve en negatieve scenario’s te geven.

Per kavel dient een zelfstandig bedrijfsplan opgesteld te worden. De betreffende kavel en de naam van de aanvrager dienen op de voorpagina van het bedrijfsplan duidelijk te worden vermeld. Indien bepaalde passages binnen een bedrijfsplan of met andere delen van de aanvraag of met de bedrijfsplannen voor andere kavels overeenkomen, kan niet worden verwezen naar andere delen van de aanvraag of naar bedrijfsplannen voor andere kavels, maar moeten kopieën van deze passages worden opgenomen. Het bedrijfsplan geeft in beschrijvende, kwantitatieve en financiële zin de toekomstplannen en de toekomstmogelijkheden van de onderneming van de aanvrager weer. De beschrijvende elementen, de kwantitatieve elementen en de financiële berekeningen moeten consistent zijn en een duidelijke samenhang vertonen.

De aan de toekomstgerichte financiële overzichten ten grondslag liggende informatie dient correct, volledig en realistisch te zijn en dient aan te sluiten op het doel van de informatieverstrekking. De grondslagen van waardering en resultaatbepaling moeten op een duidelijke wijze in de toelichting bij de financiële informatie uiteen worden gezet (zie bijlage A).

Let op! Artikel 14, eerste lid, legt de bewijslast bij de aanvrager. Dit betekent onder meer dat een aanvrager die voor een bepaalde stelling of aannames geen of nauwelijks onderbouwing aanlevert, zijn kansen in de vergelijkende toets verkleint.

Hoofdstuk 1 geeft de managementsamenvatting van het bedrijfsplan.

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de programmatische voornemens. Deze voornemens zullen hun doorwerking hebben in het te verwachten marktaandeel en de te verwachten omzet.

In de hoofdstukken 3 tot en met 5 wordt ingegaan op specifieke kenmerken van de aanvraag zoals kennis van de doelgroep waarop het voornemen van toepassing is en kennis van de markt en de organisatie.

In de hoofdstukken 6 tot en met 8 dient de aanvrager in te gaan op financiële zaken zoals de omzet, kosten, investeringen en financiering. Het bedrijfsplan bestrijkt een periode van 7 jaar. Het cijfermateriaal dient zowel het volledige startjaar 2011 als het volledige slotjaar van de vergunningsperiode 2017 te bevatten. Deze periode is langer dan de vergunningperiode van 6 jaar. Voor de eerste maanden voorafgaand aan de vergunningperiode kan rekening worden gehouden met een aanloopperiode waarin investeringen en aanloopkosten gemaakt worden. De aanvrager dient de tabellen uit deze hoofdstukken als leidraad voor de wijze van verstrekking van de informatie te hanteren. Indien een andere indeling van de tabellen een beter inzicht geeft, kan van de tabellen worden afgeweken.

Indien tevens een vergunning voor een tweede kavel aangevraagd wordt, mogen de effecten daarvan niet worden verwerkt in het bedrijfsplan. Het bedrijfsplan dient geschreven te zijn alsof het de enige aanvraag is.

In bijlage A wordt ingegaan op de grondslagen voor de waardering van het cijfermateriaal, het financieel instrument (eenmalig bedrag), het financieel bod en het volledige gebruik van de frequentieruimte. Deze grondslagen zijn dwingend voorgeschreven.

In bijlage B staan modellen voor de weergave van de prognoses van winst- en verliesrekening, balans en de liquiditeit. De aanvrager wordt verzocht de modeltabellen uit bijlage B als leidraad voor de wijze van verstrekking van de informatie te hanteren. De aanvrager is vrij om door toevoegingen de modellen aan te passen indien hij dat voor zijn bedrijfsplan noodzakelijk acht.

In bijlage C worden handvatten gegeven voor de scenario’s.

Het bedrijfsplan (met bijbehoren) moet duidelijk maken in hoeverre de aanvrager zich in verhouding tot andere aanvragers een bestendige vergunninghouder toont, tot uiting komend in een op korte en lange termijn zichtbare a) sterke financiële positie en b) solide inrichting van de organisatie die ervan blijk geeft dat hij in staat is op een professionele manier radioprogramma’s te maken.

Bij de beoordeling van het bedrijfsplan wordt tevens de samenhang en het realiteitsgehalte ervan betrokken. Uit de financiële hoofdstukken van het bedrijfsplan moet blijken of de aanvrager de kavel gedurende de looptijd van de vergunning kan exploiteren. Daartoe wordt niet alleen gekeken naar een gepresenteerd positief eindresultaat, maar ook naar de onderbouwing daarvan, de samenhang binnen het plan en het realiteitsgehalte van de cijfers en de gehanteerde aannames.

In de managementsamenvatting is op beknopte wijze de informatie uit het bedrijfsplan samengevat. De indeling van de managementsamenvatting is gelijk aan de hoofdstukindeling van het bedrijfsplan. De samenvatting bestaat daarom uit de onderdelen:

In dit hoofdstuk wordt expliciet aangegeven op welke kavel het bedrijfsplan betrekking heeft. Daarbij wordt een zo volledig mogelijke inhoudelijke beschrijving gegeven van het programmatische voornemen op de betreffende kavel. Deze beschrijving bevat ten minste informatie over de inhoud van het uit te zenden programma en de programmaonderdelen zoals het soort uit te zenden muziek, nieuws, presentatie. Er wordt verder een uitzendschema gegeven dat representatief is voor het radiostation.

Let op: Voor de geclausuleerde kavel A8 geldt bovendien dat de in het bedrijfsplan beschreven programmatische voornemens moeten voldoen aan de 50%-vereiste zoals dat is geformuleerd in artikel 4 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 en dat zij voor de toepassing van de vergelijkende toets ook als zelfstandig criterium worden getoetst en vergeleken met de programmatische voornemens van de andere aanvragers.

In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat de doelgroep is, waar de aanvrager zich met zijn programmatische voornemens en het bedrijfsplan op richt. De totale luisteraarmarkt wordt daartoe afgebakend en in kleinere segmenten verdeeld. Het gekozen segment waar de doelgroep betrekking op heeft, wordt omschreven.

De onderstaande punten gelden als handvatten waarop nader kan worden ingegaan. De aanvrager is vrij andere punten te vermelden indien dit voor het bedrijfsplan van belang is.

Ongeclausuleerd

Het bedrijfsplan bevat een beschrijving van de doelgroep onder andere betrekking hebben op:

Hierbij wordt vermeld of, en zo ja, op welke onderzoeken de beschrijving van de doelgroep is gebaseerd. Zo ja, dan gaat het bedrijfsplan vergezeld van een afschrift van die onderzoeken.

Geclausuleerd

Het bedrijfsplan bevat een beschrijving van de doelgroep naast wat is vermeld bij de ongeclausuleerde kavels, ook betrekking hebben op:

Hierbij wordt vermeld of, en zo ja, op welke onderzoeken de beschrijving van de doelgroep is gebaseerd. Zo ja, dan gaat het bedrijfsplan vergezeld van een afschrift van die onderzoeken. Overigens kunnen deze elementen tezamen met de onderzoeken ook worden opgevoerd ter onderbouwing van een aanvraag voor een ongeclausuleerde kavel.

In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze de in hoofdstuk drie beschreven doelgroep wordt gepositioneerd. Zo is kennis van de kenmerken en wensen/eisen van de afnemers (luisteraars en adverteerders) essentieel voor het formuleren van een gericht (marketing) beleid.

Bij de omschrijving wordt ingegaan op de onder 4.1 tot en met 4.4 genoemde punten. Bij elke omschrijving wordt expliciet vermeld welke aannamen of voorspellingen worden gehanteerd. Een voorspelling of aanname is ten minste gebaseerd op een kwalitatieve analyse. Indien aan een voorspelling of aanname een onderzoek ten grondslag ligt, wordt hiervan een afschrift aan het bedrijfsplan toegevoegd.

De concurrentiepositie wordt beschreven. Op de te onderscheiden product- en marktcombinaties wordt concurrentie ondervonden van organisaties die zich met een (enigszins) vergelijkbaar programma op de markt begeven. De mate waarin concurrenten daadwerkelijk concurrenten zijn, is voor een belangrijk deel bepalend voor de mogelijkheden van de organisatie. Elementen van de omschrijving kunnen onder andere zijn:

De luisteraarmarkt wordt beschreven. Aandachtspunten daarbij kunnen zijn:

De adverteerdermarkt wordt beschreven. Aandachtspunten bij de adverteerdermarkt kunnen zijn:

Trends en ontwikkelingen voor de aanvragende organisatie worden beschreven. De trends en ontwikkelingen in de omgeving van de organisatie bepalen of beïnvloeden haar huidige en toekomstige mogelijkheden. Omgevingsontwikkelingen zijn ontwikkelingen die op allerlei gebied plaats kunnen vinden: vergrijzing, recessie, technologische ontwikkelingen.

In dit hoofdstuk wordt de toekomstige organisatie beschreven die nodig wordt geacht voor het in gebruik nemen van de vergunning. Naast het duidelijk maken van de activiteiten van de organisatie kan dit onderdeel dienen voor het scheppen van een coherent beeld van de organisatie. Ingegaan wordt op kennis en ervaring, de opbouw en grootte van de organisatie.

De aanvrager beschrijft de kennis en ervaring waarover hij kan beschikken. In deze beschrijving vermeldt hij in elk geval door wie en op welke wijze die kennis en ervaring ter beschikking wordt gesteld, vergezeld van de daarop betrekking hebbende overeenkomsten.

Het gaat om kennis en ervaring waarover de aanvrager aantoonbaar kan beschikken. De aanvrager hoeft hier niet zelf over te beschikken, maar kan tevens afspraken hebben gemaakt en overeenkomsten hebben gesloten met derden die bereid zijn hun kennis en ervaring aan hem ter beschikking te stellen. De aanvrager geeft een korte beschrijving door wie en op welke wijze kennis en ervaring aan hem ter beschikking wordt gesteld. Dit kan bijvoorbeeld door inzicht te geven in:

De beschrijving gaat in op de verschillende bedrijfsfuncties die binnen de organisatie worden onderscheiden zoals:

Per functie wordt aangegeven welke werkzaamheden worden verricht en hoe groot de personele inzet hierbij is. Middels een organogram kan duidelijk worden gemaakt op welke plaats binnen de organisatie (staf/lijn) de functies zijn geplaatst. Verder kan worden duidelijk gemaakt hoeveel personeel benodigd is en wat het opleidingsniveau en de leeftijdsopbouw van het personeel is.

Hier wordt beschreven op welke wijze de technische organisatie is opgebouwd. De beschrijving gaat in op de technische hulpmiddelen die benodigd zijn voor de kerntaak van de toekomstige organisatie, hieronder begrepen het omroepzendernetwerk. Hierbij kan het productieproces – van het produceren van het programma tot het aanbieden aan de luisteraar – als leidraad worden genomen.

Een beschrijving van de organisatiestructuur van de rechtspersoon die de vergunning aanvraagt, wordt gegeven. Dit wordt verder verduidelijkt met een organogram. Verder wordt een beschrijving gegeven van de groep waar de rechtspersoon deel van uitmaakt.

Een goed management is een belangrijke succesfactor voor de continuïteit van de organisatie. Duidelijk wordt gemaakt in welke mate de kwaliteit en ervaring van het management is vormgegeven. De aanvrager voegt daarnaast het curriculum vitae van het management toe aan het bedrijfsplan.

De aanvrager dient inzicht te geven in de taken enbevoegdheden van de verschillende bestuursorganen. Omdat bij de beoordeling van het element ‘principes van goed bestuur’ niet alleen de bestuurlijke inrichting van de aanvragende rechtspersoon relevant is, maar ook de bestuurlijke inrichting van een eventuele moedermaatschappij dient de verstrekte informatie in een voorkomend geval ook betrekking te hebben op een dergelijke moedermaatschappij. Daarbij dient aangetoond te worden of wordt voldaan aan de volgende ‘best practice’ bepalingen uit de Nederlandse corporate governance code, indien deze code op de aanvrager van toepassing is: II.1.1 (benoeming bestuurders), II.1.2 (goedkeuring besluiten door raad van commissarissen) II.1.8 (commissariaten van een bestuurder), III.1.1 (taakverdeling en werkwijze van de raad van commissarissen), III.2.1 (eisen aan commissarissen), III. 3.4 (aantal commissarissen), III 3.5 en 3.6 (zittingsduur en aftreden commissarissen) III.4.2 (eisen aan de voorzitter van de raad van commissarissen), III 6.5 (tegenstrijdige belangen), IV.1.1 (besluiten algemene vergadering t.a.v. bevoegdheden).

Ook verenigingen en stichtingen, op wie de code niet van toepassing is, kunnen voldoen aan de ‘best practice’ bepalingen, zij moeten daartoe inzicht geven in hun bestuursstructuur. Relevant is dat in hun organisatie aangetoond wordt, op een met de code vergelijkbare wijze, in hoeverre er een systeem is van ‘checks and balances’.

Het bedrijfsplan van de aanvrager gaat, mede ter onderbouwing van de volgende hoofdstukken 6 tot en met 8, vergezeld van een financieel jaarverslag dat niet ouder is dan een jaar gerekend vanaf de dag bedoeld in artikel 3, tweede lid. Het financieel jaarverslag bestaat uit het jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens, waaronder de accountantsverklaring. Voor de aanvragende rechtspersoon die is opgericht na 1 januari 2011 geldt deze verplichting niet omdat dan de oprichtingsbalans, zoals deze naar voren moet komen uit hoofdstuk 8 en bijlage B2 van het bedrijfsplan, voldoende is voor een beoordeling van de financiële situatie waarin de aanvrager verkeert.

In het bedrijfsplan dient een geprognosticeerde winst- en verliesrekening opgenomen te worden conform bijlage B. Daarnaast moet nader worden ingegaan op de specifieke omzet en kostenposten.

De verwachte netto omzet wordt beschreven en gekwantificeerd voor een periode van 7 kalenderjaren (2011 tot en met 2017). De verwachting is gebaseerd op de in het hoofdstuk 3 (Doelgroep) en hoofdstuk 4 (Markt) beschreven omstandigheden. De netto omzet is onderverdeeld in inkomstenbronnen als advertentie-inkomsten, sponsoring, inkomsten uit concernverband etc.

In onderstaande tabellen wordt aangegeven op welke wijze de omzetprognose voor 7 jaar kan worden opgesteld. De omzet wordt gespecificeerd naar omzet, die verkregen wordt van derden en omzet die verkregen wordt van ondernemingen binnen concernverband. Tevens wordt bij de reclameboodschappen aangegeven, hoeveel reclameboodschappen worden uitgezonden en wat het gemiddelde tarief van een uit te zenden reclameboodschap is.

Omzet reclame-uitzendingen

Indien de advertentie-inkomsten geheel of gedeeltelijk gebaseerd zijn op barterovereenkomsten moet aandacht besteed worden aan de waardering van de inkomsten uit deze overeenkomsten. De waarde van de barterovereenkomsten moet gebaseerd zijn op de contraprestatie. Met name voor deze inkomsten is een adequate beschrijving nodig om oordeelsvorming over het realiteitsgehalte mogelijk te maken. De kosten van de tegenprestatie worden onder exploitatiekosten (paragraaf 6.2) afzonderlijk vermeld.

Omzet binnen concernverband

De inkomsten die van rechtspersonen binnen concernverband worden ontvangen, worden hier opgenomen. Indien deze inkomsten materieel zijn, wordt een gelijke specificatie gegeven als gevraagd voor inkomsten van derden. Onder een concern wordt verstaan: de gezamenlijkheid van een rechtspersoon en haar dochtermaatschappijen als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

De verwachte kosten worden beschreven en gekwantificeerd voor een periode van 7 jaar.

Lonen en salarissen

Hier wordt een overzicht gegeven van de lonen en salarissen per categorie werknemers alsmede de verwachte personeelsbezetting.

Sociale lasten en pensioenlasten

Hier wordt een berekening gegeven van de sociale lasten en overige personeelskosten, met vermelding van de gehanteerde percentages.

Afschrijving vaste activa

Hierbij wordt een overzicht gegeven van de afschrijvingen per categorie investering. De afschrijving op het financieel instrument, bedoeld in de Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011, maakt deel uit van de afschrijvingskosten en worden hier opgenomen.

Exploitatiekosten

Een gedetailleerd inzicht wordt gevraagd in de exploitatiekosten. Het financieel bod (het financieel instrument valt onder: vaste activa) maakt deel uit van de exploitatiekosten en wordt hierin opgenomen. De aanvrager neemt het in schema A van bijlage 1 geboden financieel bod op. De kosten van de toezichthouder, de kosten van de contraprestaties bij barterovereenkomsten alsmede de overige exploitatiekosten worden hier eveneens vermeld.

Exploitatiekosten t-dab

Een gedetailleerd inzicht wordt gevraagd in de exploitatiekosten die specifiek betrekking hebben op t-dab.

Overige bedrijfslasten

Hieronder worden de algemene kosten, de huisvestingskosten, de kantoorkosten en de overige bedrijfslasten opgenomen, volgens onderstaand model:

In het bedrijfsplan dient een geprognosticeerde balans opgenomen te worden conform bijlage B. Daarnaast wordt nader ingegaan op de investeringen in de onderneming. Dit bevat zowel de technische beschrijving alsmede de financiële opstelling, waarbij ook een splitsing in jaren wordt gemaakt. Het financieel instrument (het financieel bod valt onder: exploitatiekosten) wordt hieronder eveneens meegenomen.

Overeenkomstig de navolgende tabel worden de investeringen schematisch weergegeven, waarbij tevens de afschrijvingstermijn vermeld wordt:

Voor alle vaste activa in de tabel wordt een technische beschrijving opgenomen. Bij bestaande ondernemingen worden de bestaande activa in deze tabel meegenomen tegen de boekwaarde onder de kolom inbreng, met dien verstande dat de waarderingsmethode in overeenstemming is met de eisen uit Bijlage A (Grondslagen voor de waardering).

In het bedrijfsplan dient een geprognosticeerde liquiditeitsprognose opgenomen te worden conform bijlage B. Daarnaast worden de posten van de totale financiering toegelicht, dit betreft alle financieringsaspecten zoals:

de financieringsbehoefte voor

de financieringsmiddelen zoals:

Indien een garantie of achtergestelde lening wordt verstrekt door een rechtspersoon of vennootschap die onderdeel uitmaakt van dezelfde groep als bedoeld in boek 2, artikel 24b BW, dient het jaarverslag van 2010 van die rechtspersoon of vennootschap verstrekt te worden.

Ook in het geval ten behoeve van de eigen groepsmaatschappij, als bedoeld in boek 2, artikel 24b BW, een 'aansprakelijkheidsverklaring' is opgemaakt, dient het jaarverslag van 2010 van de groepsmaatschappij verstrekt te worden.

Indien er gebruik wordt gemaakt van enigerlei vorm van krediet of van garanties voor krediet ten behoeve van de materiële investeringen, het financieel instrument (eenmalig bedrag) en het financieel bod, dient de aanvrager aannemelijk te maken dat die toezeggingen kunnen worden nagekomen. De aanvrager voegt de betreffende gegevens en bescheiden toe aan het bedrijfsplan.

De hoogte van de financiële middelen en financiële toezeggingen dienen minimaal gelijk te zijn aan de hoogte van de desbetreffende posten (eigen vermogen, leningen, etc.) in de geprognosticeerde balans en wel in het jaar waarin deze de hoogste stand bereikt.

De grondslagen van waardering en resultaatbepaling moeten apart uiteen worden gezet. Zij moeten in overeenstemming zijn met de grondslagen welke gebruikt worden bij het opstellen van de jaarrekening van de onderneming en zij dienen te voldoen aan de regels van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Het financiële instrument moet worden behandeld als een investering in immateriële activa, de boekwaarde van deze post wordt in de geprognosticeerde balans opgenomen onder immateriële activa, de afschrijving wordt in de geprognosticeerde exploitatierekeningen opgenomen onder afschrijvingen.

Het financiële bod moet in de geprognosticeerde exploitatierekeningen worden opgenomen onder exploitatiekosten.

De aanvrager dient er van uit te gaan dat voor iedere kavel de volledige frequentieruimte wordt gebruikt.

De geprognosticeerde winst- en verliesrekening geven inzicht in de financiële performance van de onderneming. De winst- en verliesrekening bestrijkt een periode van 7 jaar, voor ieder jaar is een afzonderlijke opstelling weergegeven.

Indien er posten in de winst- en verliesrekening zijn waarbij de omzet of de kosten afkomstig zijn van ondernemingen binnen concernverband wordt hiervan afzonderlijk melding gemaakt.

Aannamen

De belangrijkste veronderstellingen (aannamen) welke ten grondslag liggen aan de afzonderlijke posten van de winst- en verliesrekening worden in dit hoofdstuk expliciet vermeld en toegelicht.

De posten in de exploitatierekening sluiten aan met de specificaties die gegeven zijn in het hoofdstuk omzet en kosten.

Voor het hele tijdspad van de financiële overzichten wordt voor het eind van ieder jaar een geprognosticeerde balans opgesteld. Deze is consistent met de cijfers uit de winst- en verliesrekening. De uitgangspositie (beginbalans van het eerste jaar) wordt duidelijk toegelicht. De balans geeft een overzicht van de financiële positie van de onderneming.

Voor het hele tijdspad van de financiële overzichten wordt de liquiditeitsprognose (per jaar) opgesteld.

Onderdeel van de prognose is onder andere:

De liquiditeitsprognose geeft een overzicht van de liquiditeitspositie van de onderneming en geeft inzicht in financiële knelpunten. De netto contante waarde van de toekomstige kasstromen per 1 januari 2011 wordt berekend en toegelicht.

De netto contante waarde wordt berekend door de inkomende en uitgaande kasstromen contant te maken naar het begin van de vergunningsperiode. Voor de disconteringsvoet wordt de WACC gehanteerd. Dit is de WACC die gehanteerd is voor de vaststelling van de hoogte van het eenmalig bedrag volgens de Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011, te weten 6,41%.

Ter onderbouwing van het bedrijfsplan past de aanvrager een ‘gevoeligheidsanalyse’ toe op het bedrijfsplan. Het betreffen optimistische en pessimistisch scenario’s.

Hierin wordt een overzicht gegeven van de invloed van de positieve en negatieve afwijking in elk van de afzonderlijke omzetcomponenten ‘aantal reclameboodschappen’ en ‘tarieven reclameboodschappen’ op de nettowinst, de solvabiliteit en de liquiditeit volgens onderstaande schema's:

Ook voor de andere omzetcomponenten dienen dergelijke berekeningen te worden gemaakt indien deze individuele componenten ieder voor zich (zoals onderscheiden in de specificatie van de omzet) meer dan 10% uitmaken van de totale omzet.

Bij het invullen van de tabellen dient u er vanuit te gaan dat de netto omzet uit reclameboodschappen stijgt of vermindert ten opzichte van de netto reclameomzet die in hoofdstuk 6 is aangegeven.

De verschillende schema’s worden toegelicht. Inzicht wordt gegeven welke gevolgen de wijziging in de omzet heeft voor de positie op de markt, de organisatie, de kosten, de investeringen en de financiering en de termijn waarbinnen die wijzigingen in posities kunnen worden doorgevoerd. Hierbij dient u tevens aan te geven welke contractuele mogelijkheden u heeft om de kosten te reduceren, bijvoorbeeld omdat met tijdelijke contracten wordt gewerkt of de opzegtermijn kort is.