Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelictenRichtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten

Deze richtlijn ziet op vuurwerkovertredingen en -misdrijven, waaronder misdrijven met betrekking tot het zelf maken van vuurwerkexplosieven.

De richtlijn geldt niet voor grote zaken, waarbij de delicten zijn te beschouwen als zware milieucriminaliteit. Dergelijke zaken dienen apart te worden beoordeeld.

Niet expliciet opgenomen in deze richtlijn, maar wel van toepassing bij economische delicten zijn de wettelijke mogelijkheden tot het aan vuurwerkbedrijven of personen die worden veroordeeld voor betrokkenheid bij de handel in verboden consumentenvuurwerk, ontzeggen van het recht om gedurende een bepaald aantal jaren in vuurwerk te handelen, het intrekken van vergunningen, het verbod tot het uitoefenen van een bepaald beroep en het stilleggen van de onderneming. Dit kan bijdragen aan sanering van de vuurwerkbranche.

Sinds het in werking treden van de Pyrorichtlijn moet vuurwerk worden ingedeeld in een categorie en zijn voorzien van een CE-keur. Vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld aan particulieren moet zijn aangewezen in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (verder: RACT).

Sinds de invoering van het nieuwe Vuurwerkbesluit (verder: Vwb) d.d. 4 juli 2010, zijn de definities voor consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk veranderd.

Art. 1.1.1 lid 1:

Vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak.

Consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 1, 2 of 3 en dat bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 4 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 2 of 3 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Professioneel vuurwerk mag alleen in handen zijn van personen met gespecialiseerde kennis.

Art. 1.1.2a lid 1:

Als een persoon met gespecialiseerde kennis worden aangewezen:

Tot 4 juli 2013 geldt er een overgangstermijn. Zie hierna bij overgangstermijn.

Zelfgemaakte vuurwerkbommen / geïmproviseerd vuurwerkexplosief

Onder de zelfgemaakte vuurwerkbommen / explosieven vallen onder andere gemodificeerde vuurwerkbommen en projectielen waarvan de lading afkomstig is uit veelal illegaal vuurwerk, zoals een pijpbom. Het betreft dan een aan een bom of explosief soortgelijk voorwerp dat is bestemd voor het veroorzaken van brand of ontploffing. Zie verder lijst VI.

Op 1 à 2 uitzonderingen na komt het erop neer dat categorie 1 vuurwerk aan particulieren vanaf 12 jaar mag worden verkocht en dat het hele jaar door. Categorie 2 vuurwerk mag aan particulieren van 16 jaar en ouder worden verkocht en een klein deel van categorie 3 aan particulieren van 18 jaar en ouder. Voor al deze categorieën geldt wel dat het vuurwerk moet voldoen aan de RACT.

Vuurwerk ingedeeld in categorie 2, categorie 3 en vanaf 2013 ook categorie 4, welk vuurwerk niet is aangewezen in de RACT mag dus niet bestemd zijn voor / ter beschikking worden gesteld worden aan / voorhanden zijn bij een particulier.

In het Vuurwerkbesluit zit (in artikel 5.3.5) een overgangstermijn tot en met 3 juli 2013. Dit artikel bepaalt, kort gezegd, dat vuurwerk dat voor 4 juli 2010 voldeed aan de Regeling nadere eisen aan vuurwerk tot en met 3 juli 2013 zonder CE keur en categorieaanduiding mag worden verkocht. Het gaat dus om vuurwerk dat zowel voorheen onder het oude Vuurwerkbesluit als nu aan consumenten verkocht mag worden en door consumenten voorhanden mag worden gehouden. Al het andere vuurwerk zonder CEkeur en categorieaanduiding, is door de overgangsbepaling professioneel vuurwerk en valt onder lijst V van deze strafvorderingsrichtlijn.

Er is behoefte aan administratieve lastenvermindering. Dat geldt niet alleen voor ondernemers, maar ook voor de opsporingsdiensten. Vanuit de politie is aangegeven dat aan het in beslag nemen van vuurwerk een zware administratieve last zit. Voor een deel zit de ervaren lastendruk bij in beslag genomen vuurwerk in de wijze waarop de vorige (huidige) strafvorderingsrichtlijn is opgezet. Om hieraan tegemoet te komen is gekozen voor een richtlijn die minder uitgaat van een onderverdeling in diameter, lengte of gewicht per stuk vuurwerk en minder uitgaat van aantal stuks, maar van gewicht per categorie. Verder is er minder onderverdeling per lijst.

Per 1 maart 2012 zal de Bestuurlijke strafbeschikking milieu in werking treden. Alle overtredingen die samenhangen met de legale handel en opslag van vuurwerk en voorheen in de strafvorderingsrichtlijn waren opgenomen zullen dan door het bevoegd gezag worden afgedaan met een bestuurlijke strafbeschikking (hierna ook: BSB). Voor meer uitleg en de bedragen wordt verwezen naar de beleidsregels over de bestuurlijke strafbeschikking milieu.

De genoemde bedragen/straffen gelden voor first offenders. Uitgangspunt zijn basisbedragen voor misdrijven. Indien het geen afgeronde bedragen betreft dienen de bedragen als volgt, in het voordeel van de verdachte, altijd naar beneden te worden afgerond:

De strafvorderingsrichtlijn geldt niet voor grote zaken, waarbij de delicten zijn te beschouwen als zware milieucriminaliteit. Dergelijke zaken dienen apart te worden beoordeeld.

In de strafmaat is onderscheid gemaakt op basis van bepaalde beoordelingsfactoren, te weten de hoeveelheid vuurwerk, voorhanden hebben of afleveren en de leeftijd van de koper. Op basis van algemene beoordelingsfactoren kunnen de bedragen/straffen worden verhoogd. De algemene beoordelingsfactoren zijn:

Er is ook nog een bijzondere beoordelingsfactor: indien personen met gespecialiseerde kennis zich schuldig maken aan vuurwerkmisdrijven wordt een verhogingspercentage toegepast van 50%.

Taakstraffen

Ten aanzien van natuurlijke personen kan in plaats van een geldboete of een vrijheidsstraf een taakstraf worden opgelegd, of worden geëist ter zitting. Niet alle vuurwerkdelicten komen in aanmerking voor een afdoening middels een taakstraf. Voor een taakstraf komen in beginsel niet in aanmerking:

Voorts kan als contra-indicatie gelden dat de verdachte nog andere strafzaken open heeft staan. Verdachten van het voorhanden hebben of afleveren van verboden consumentenvuurwerk komen alleen in aanmerking voor een taakstraf indien het verkregen wederrechtelijk verkregen economisch voordeel op enigerlei wijze wordt of is ontnomen.

Bedragen tussen de € 550,– en € 3400,– kunnen worden omgezet in een taakstraf. Elke € 29,– staat gelijk aan twee uren taakstraf. Het Openbaar Ministerie kan maximaal 180 uur taakstraf opleggen bij strafbeschikking. Daarboven kan tot maximaal 240 uur een taakstraf in de vorm van een werkstraf worden geëist ter zitting. Voor vrijheidsstraffen geldt dat één dag gevangenisstraf gelijk wordt gesteld met twee uren taakstraf. Feiten waarvoor meer dan vier maanden gevangenisstraf wordt geëist, komen niet in aanmerking voor bestraffing middels een taakstraf.

Voorgeleiden

De meeste vuurwerkdelicten zijn, indien opzettelijk gepleegd, economische delicten op basis van artikel 1a, 1e categorie van de Wed. Ingevolge artikel 6 lid 1 sub 1 van de Wed zijn zij bedreigd met een gevangenisstraf van maximaal 6 jaar en geldboete van de vijfde categorie. Dit houdt in dat aanhouding buiten heterdaad, inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis mogelijk zijn. Bij overtreding van de voorschriften m.b.t. de aanduiding ‘Geschikt voor particulier gebruik’ (art. 2.1.3, 2.14 Vwb) en ‘Niet geschikt voor particulier gebruik’ (art. 3.1.1 Vwb) is aanhouding buiten heterdaad niet mogelijk, omdat dit een economisch delict is op basis van artikel 1a, 2e categorie, van de Wed.

Voorgeleiding aan de rechter-commissaris ter toetsing van de inverzekeringstelling of een vordering inbewaringstelling kan worden toegepast in gevallen van verdenking van handel van enige omvang in professioneel vuurwerk of bij gevaar voor personen of zaken.

De Wet OM-afdoening (art 257a e.v. Wetboek van strafvordering)

De Wet OM-afdoening regelt dat misdrijven met een maximale strafbedreiging van zes jaar gevangenisstraf en alle overtredingen – zaken die thans door het Openbaar Ministerie kunnen worden afgedaan door middel van het aanbieden van een transactie – ook door het OM zelf kunnen worden bestraft door het uitvaardigen van een strafbeschikking. Een strafbeschikking kan onder meer een geldboete, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (OBM), (gedrags)aanwijzingen en een schadevergoedingsmaatregel bevatten. Voorwaardelijke straffen kunnen niet in een strafbeschikking worden opgelegd.

Onttrekking aan het verkeer

Bij overtredingen met betrekking tot vuurwerk dat niet aan de gestelde producteisen voldoet, behoort onttrekking aan het verkeer (OAHV) van het inbeslaggenomen vuurwerk te worden gevorderd.

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

In gevallen waarin aantoonbaar sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel, behoort dit zoveel mogelijk te worden ontnomen door het treffen van een schikking, dan wel een vordering ter zitting. Bij de eis is dit element niet apart vermeld.

Zoals hierboven al vermeld, zal per 1 maart 2012 de bestuurlijke strafbeschikking milieu in werking treden. Het overgrote deel van de hieronder genoemde feiten zal dan overgaan naar de BSB milieu. Hieronder zal dan (per 1 maart 2012) een kortere lijst met feiten worden opgenomen.

1 Er zijn grote verschillen mogelijk: een detailhandelaar kan tijdens de verkoopdagen een paar honderd kg vuurwerk in een bestelbusje laten liggen vlakbij het verkooppunt, maar een groothandelaar kan een complete trailer met vele tonnen vuurwerk laten staan.

1 Voor personen jonger dan 16 jaar geldt een eis van 50% van het tarief voor meerderjarigen.

2 Zie ook lijst IV t/m VI.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen meerderjarigen en minderjarigen (jeugd). Eerst komen de lijsten die van toepassing zijn op meerderjarigen in §6.1, daarna volgen de lijsten die van toepassing zijn op jeugd in §6.2.

In de lijsten wordt gewerkt met een variabele strafmaat. Dit omdat er ook wordt gewerkt met een bandbreedte in aantal stuks of kilogrammen. Uitgangspunt is dat bij de ondergrens aantal stuks/kilogrammen de ondergrens in strafmaat hoort en bij de bovengrens aantal stuks/kilogrammen de bovengrens in strafmaat. Daarna wordt gekeken naar de eerder genoemde beoordelingsfactoren (recidive, gevaarzetting etc.).

Verder wordt bij het minder gevaarlijke vuurwerk uitgegaan van het wegen van het aangetroffen vuurwerk. Het brutogewicht wordt gewogen, dus inclusief de verpakkingen. Bij categorie 2 en categorie 3 vuurwerk zal wel uit het proces-verbaal moeten blijken of het betreffende vuurwerk is aangewezen als consumentenvuurwerk.

In het bijbehorende proces-verbaal zullen de omstandigheden dienen te worden aangegeven waaronder het vuurwerk is aangetroffen in verband met de gevaarzetting en of er sprake was van handel.

In 2013 is de categorie indeling op vuurwerk verplicht. In afwachting hiervan is er nu een kort lijstje, de ‘big five’ opgesteld van de op dit moment bekende gevaarlijkste soorten.

Alleen de ‘big five’ soorten worden nog uitgebreid beschreven op soort, gewicht, uitwendige diameter en aanwezigheid van deskundigenverklaring van het NFI (incl. foto).

1Art. 1.2.4 Vwb lid 2 stelt dat het verbod niet van toepassing is in de periode dat consumentenvuurwerk o.g.v. art. 2.3.2 ter beschikking mag worden gesteld of ingevolge art. 2.3.6 tot ontbranding mag worden gebracht.

Vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie 2 en in de RACT niet is aangewezen als consumentenvuurwerk.

Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

Vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie 3 en in de RACT niet is aangewezen als consumentenvuurwerk.

Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

Onder professioneel vuurwerk wordt verstaan vuurwerk dat (uitsluitend) bestemd is voor professioneel gebruik (vuurwerkshows en -evenementen) en als zodanig ook wordt gebruikt. In de Europees verband is dit het vuurwerk van categorie 4. Hieronder vallen onder andere cakeboxen (batterijen), Romeinse kaarsen, fonteinen, shells (mortierbommen) e.d. Ook deze vuurwerkartikelen worden illegaal aan consumenten verhandeld. Het meest risicovolle type hiervan is de mortierbom (shell) die bij onoordeelkundig gebruik veel risico met zich meebrengt. De mortierbommen dienen met behulp van een mortierpijp te worden afgestoken. In de illegaliteit worden de mortierbommen zonder een dergelijke pijp verhandeld waardoor de kans op ongelukken aanzienlijk toeneemt. Verschillende van de mortierbommen vallen eveneens in de transportgevarenklasse ‘risico op massa-explosie’ (1.1G) vanwege de explosieve lading.

Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

Deze groep vuurwerkartikelen bestaat uit artikelen met als belangrijkste en/of enigste effect een luide knal. Dit zijn vuurpijlen met uitsluitend knaleffect, zoals lawinepijlen en ‘bangers’ zoals vlinders, nitraten, strijkers, ed. De lading bestaat uit zogenoemd flitspoeder, een type lading dat heftiger reageert dan zwart buskruit. Op grond van de Europese pyrorichtlijn is dit vuurwerk van categorie 4, zijnde vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor personen met gespecialiseerde kennis, kortweg professioneel vuurwerk. Voor de Nederlandse situatie is vrijwel geen tot geen professioneel gebruik bekend van dit type vuurwerk. Feitelijk is daarom sprake van oneigenlijk professioneel vuurwerk. Vanwege de explosieve lading worden dit knalvuurwerk op grond van de ‘defaultclassificatie’ van de vervoerswetgeving voor gevaarlijke stoffen ingedeeld in de zwaarste gevarenklasse, namelijk in de gevarenklasse ‘risico op massa-explosie’ (1.1G).

Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

Uitgangspunten:

1 Omstandigheden waaronder of de veroorzaakte gevolgen leiden tot een hogere eis.

Het jeugdstrafrecht kent als algemeen uitgangspunt het voorkomen van recidive. Daarnaast heeft het jeugdstraf- en strafprocesrecht een pedagogisch karakter. In het jeugdstrafrecht wordt een persoonsgerichte aanpak toegepast, waarbij het streven is om criminogene factoren te beperken en beschermende factoren te versterken. Indien mogelijk wordt volstaan met een extramurale reactie. Dit kan zijn een boete, taakstraf, begeleiding door jeugdreclassering of een gedragsmaatregel.

Voor de strafmaten wordt in de systematiek van het jeugdstrafrecht een bepaalde indeling gehanteerd, die hieronder wordt weergeven. Uitgangspunten zijn hierbij dat steeds een afweging wordt gemaakt met betrekking tot de ernst van het delict en de persoon van de verdachte. Onderstaande strafmaten zijn uitgangspunten, strafverzwarende omstandigheden zoals recidive, gevaarzetting of handelen uit winstbejag kunnen leiden tot bijkomende straffen.

Indeling:

1Art. 1.2.4 Vwb lid 2 stelt dat het verbod niet van toepassing is in de periode dat consumentenvuurwerk o.g.v. art. 2.3.2 ter beschikking mag worden gesteld of ingevolge art. 2.3.6 tot ontbranding mag worden gebracht.

2 maximaal 60 uur

Vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie 2 en in de RACT niet is aangewezen als consumentenvuurwerk. Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

1 maximaal 60 uur

Vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie 3 en in de RACT niet is aangewezen als consumentenvuurwerk. Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

1 maximaal 60 uur

Onder professioneel vuurwerk wordt verstaan vuurwerk dat (uitsluitend) bestemd is voor professioneel gebruik (vuurwerkshows en -evenementen) en als zodanig ook wordt gebruikt. In de Europees verband is dit het vuurwerk van categorie 4. Hieronder vallen onder andere cakeboxen (batterijen), Romeinse kaarsen, fonteinen, shells (mortierbommen) e.d. Ook deze vuurwerkartikelen worden illegaal aan consumenten verhandeld. Het meest risicovolle type hiervan is de mortierbom (shell) die bij onoordeelkundig gebruik veel risico met zich meebrengt. De mortierbommen dienen met behulp van een mortierpijp te worden afgestoken. In de illegaliteit worden de mortierbommen zonder een dergelijke pijp verhandeld waardoor de kans op ongelukken aanzienlijk toeneemt. Verschillende van de mortierbommen vallen eveneens in de transportgevarenklasse ‘risico op massa-explosie’ (1.1G) vanwege de explosieve lading.

Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

1 Omstandigheden waaronder gepleegd of de veroorzaakte gevolgen leiden tot een hogere eis.

1 Omstandigheden waaronder gepleegd of de veroorzaakte gevolgen leiden tot een hogere eis, bij aanzienlijke schade gevaarzetting / gevaar voor personen is het uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden.

Deze groep vuurwerkartikelen bestaat uit artikelen met als belangrijkste en/of enigste effect een luide knal. Dit zijn vuurpijlen met uitsluitend knaleffect, zoals lawinepijlen en ‘bangers’ zoals vlinders, nitraten, strijkers, ed. De lading bestaat uit zogenoemd flitspoeder, een type lading dat heftiger reageert dan zwart buskruit. Op grond van de Europese pyrorichtlijn is dit vuurwerk van de categorie 4, zijnde vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor personen met gespecialiseerde kennis, kortweg professioneel vuurwerk. Voor de Nederlandse situatie is vrijwel geen tot geen professioneel gebruik bekend van dit type vuurwerk. Feitelijk is daarom sprake van oneigenlijk professioneel vuurwerk. Vanwege de explosieve lading worden deze vuurwerkbommen op grond van de ‘defaultclassificatie’ van de vervoerswetgeving voor gevaarlijke stoffen ingedeeld in de zwaarste gevarenklasse, namelijk in de gevarenklasse ‘risico op massa-explosie’ (1.1G). Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

1 Omstandigheden waaronder gepleegd of de veroorzaakte gevolgen leiden tot een hogere eis, bij aanzienlijke schade gevaarzetting / gevaar voor personen is het uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden.

Uitgangspunten:

1 Omstandigheden waaronder gepleegd of de veroorzaakte gevolgen leiden tot een hogere eis, bij aanzienlijke schade gevaarzetting / gevaar voor personen is het uitgangspunt onvoorwaardelijke jeugddetentie en voorgeleiden.