Regeling · BWBR0031477
Besluit geluid milieubeheer
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 12 juli 2011, nr. IenM/BSK-2011/101159, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) en de artikelen 11.1, 11.3, 11.6, 11.7, 11.11, 11.12, 11.13, 11.16, 11.22, 11.24, 11.29, 11.31, 11.39, 11.45, 11.56 en 11.57 van de Wet milieubeheer, en artikel 8a.45, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart voor zover het betreft artikel 4;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 februari 2012, nr. W14.11.0303/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 30 maart 2012, nr. IenM/BSK-2012/13195, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage4 april 2012BeatrixDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J. J.Atsmade negentiende april 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenIn dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
actieplan: actieplan als bedoeld in de artikelen 11.11 en 11.12 van de wet;
agglomeratie: krachtens artikel 11.5 van de wet als zodanig aangewezen gebied;
belangrijke spoorweg: hoofdspoorweg en krachtens artikel 11.4, tweede lid, van de wet gepubliceerd deel van een andere spoorweg dan een hoofdspoorweg;
belangrijke weg: weg in beheer bij het Rijk en krachtens artikel 11.4, tweede lid, van de wet gepubliceerd deel van een provinciale weg;
bronmaatregel: geluidbeperkende maatregel die de hoeveelheid geluid vanwege de geluidsbron beperkt bij de bron;
cluster: geluidsgevoelig object of verzameling bijeengelegen geluidsgevoelige objecten die een relevante verlaging van de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg zou kunnen ondervinden van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel;
concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven: gebied waarvoor een gemeentelijke verordening geldt met zodanige geluidsnormen voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat de geluidsbelasting 55 dB of meer of de geluidsbelasting Lnight 50 dB of meer kan bedragen op omliggende woningen;
concentratiegebied voor horeca-inrichtingen: gebied waarvoor een gemeentelijke verordening geldt met zodanige geluidsnormen voor horeca-inrichtingen dat de geluidsbelasting 55 dB of meer of de geluidsbelasting Lnight 50 dB of meer kan bedragen op omliggende woningen;
dosis-effectrelatie: relatie tussen de waarde van een geluidsbelastingsindicator en een schadelijk effect;
geluidreductie: geluidreductie als bepaald overeenkomstig artikel 34 van dit besluit;
geluidsbelastingkaart: geluidsbelastingkaart als bedoeld in artikel 11.6 van de wet;
gevel: bouwkundige constructie die een ruimte in een geluidsgevoelig object scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak;
maatregelpunt: rekeneenheid waarin de kosten voor het treffen van een geluidbeperkende maatregel zijn uitgedrukt;
overdrachtsmaatregel: geluidbeperkende maatregel die de overdracht van geluid van de bron naar de ontvanger voorkomt of beperkt;
reductiepunt: rekeneenheid waarin het budget van een cluster voor het treffen van geluidbeperkende maatregelen is uitgedrukt;
richtlijn omgevingslawaai: richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
situatie zonder maatregelen: situatie waarin
- a.
een weg of spoorweg voldoet aan de akoestische kwaliteit, bedoeld in artikel 7 van dit besluit, tenzij overwegende bezwaren van technische aard zich hiertegen verzetten, en
- b.
geen geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn;
- a.
wet:Wet milieubeheer;
woning: gebouw of gedeelte van een gebouw dat voor bewoning is bestemd.
Indien de financiële doelmatigheid van een geluidbeperkende maatregel wordt bepaald in het kader van afdeling 11.3.6 van de wet, bestaat een cluster, in afwijking van het eerste lid, uit een saneringsobject of een verzameling bijeengelegen saneringsobjecten die een relevante verlaging van de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg zou kunnen ondervinden van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel.
Indien de financiële doelmatigheid van een geluidbeperkende maatregel wordt bepaald in het kader van artikel 11.47 van de wet, bestaat een cluster, in afwijking van het eerste lid, uit een of meer bijeengelegen geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 11.47, tweede lid, van de wet die een relevante verlaging van de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg zouden kunnen ondervinden van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel.
In afwijking van het eerste lid wordt bij de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen onder gevel niet verstaan de gevel, die bij de procedures ten behoeve van de bouw van het betreffende geluidsgevoelige object op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder, niet als gevel in de zin van die wet is behandeld.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning niet verstaan:
- a.
een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire inrichtingenwet;
- b.
een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
- c.
een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
Als geluidsgevoelig object als bedoeld in artikel 11.1 van de wet wordt aangewezen:
- a.
een woning;
- b.
een onderwijsgebouw;
- c.
een ziekenhuis;
- d.
een verpleeghuis;
- e.
een verzorgingstehuis;
- f.
een psychiatrische inrichting;
- g.
een kinderdagverblijf;
- h.
een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag, en
- i.
een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.
De aanwijzing als geluidsgevoelig object in het eerste lid, onderdelen b tot en met g, geldt niet voor de delen van een object die een andere bestemming hebben dan genoemd in artikel 3, onderdelen b, c of d.
Als geluidsgevoelige ruimten van een geluidsgevoelig object als bedoeld in artikel 11.1 van de wet worden aangewezen:
- a.
een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;
- b.
een leslokaal, theorielokaal of theorievaklokaal van een onderwijsgebouw;
- c.
een onderzoeks- en behandelingsruimte, een ruimte voor patiëntenhuisvesting, alsmede een recreatie- en conversatieruimte van een ziekenhuis of een verpleeghuis, en
- d.
een onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, of conversatieruimte, alsmede woon- en slaapruimte van een verzorgingstehuis, een psychiatrische inrichting of een kinderdagverblijf.
Als categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 8a.45, eerste lid, van de Wet luchtvaart worden aangewezen: gebouwen als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdelen b tot en met e.
Als inrichtingen als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van verzameling van inrichtingen in artikel 11.1, eerste lid, van de wet worden aangewezen: inrichtingen gelegen in een concentratiegebied voor horeca-inrichtingen of een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven.
Als stille gebieden als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onderdeel b, van de wet worden aangewezen:
- a.
de krachtens artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, van de wet bij provinciale milieuverordening aangewezen gebieden;
- b.
de krachtens artikel 4.9, derde lid, onderdeel c, van de wet in de provinciale milieubeleidsplannen aangeduide gebieden waarin de kwaliteit van het milieu in verband met geluid bijzondere bescherming behoeft;
- c.
de gebieden die bij gemeentelijke verordening als zodanig zijn aangewezen door een tot een agglomeratie behorende gemeente.
De akoestische kwaliteit van een weg in beheer bij het Rijk is zodanig dat de geluidproductie vanwege die weg niet meer bedraagt dan die vanwege een weg met een wegdek dat bestaat uit zeer open asfaltbeton.
De akoestische kwaliteit van een hoofdspoorweg is zodanig dat de geluidproductie vanwege die spoorweg niet meer bedraagt dan die vanwege een spoorweg met een constructie die bestaat uit langgelast spoor in een ballastbed op betonnen dwarsliggers.
Een geluidsbelastingkaart bestaat ten minste uit tabellen en uit een of meer geografische kaarten.
De tabellen worden ingedeeld in de volgende geluidsbelastingklassen:
- a.
voor geluidsbelasting: 55-59, 60–64, 65–69, 70–74, en groter dan of gelijk aan 75 dB;
- b.
voor geluidsbelasting Lnight: 50–54, 55–59, 60–64, 65–69, en groter dan of gelijk aan 70 dB.
Deze paragraaf is van toepassing op de geluidsbelastingkaarten die krachtens artikel 11.6, eerste en tweede lid, van de wet worden vastgesteld.
In de tabellen van een geluidsbelastingkaart worden per geluidsbelastingklasse en per gemeente ten minste aangegeven:
- a.
het aantal geluidsgevoelige objecten dat is blootgesteld aan een geluidsbelasting die groter is dan, of gelijk is aan:
- 1°.
55, 60, 65, 70 en 75 dB;
- 2°.
50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
- 1°.
- b.
het aantal bewoners van de woningen die deel uitmaken van de geluidsgevoelige objecten, bedoeld in onderdeel a;
- c.
indien beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat op grond van de wet, de Wet geluidhinder, de Woningwet of de Wet luchtvaart is voorzien van extra geluidwering;
- d.
een opgave van de totale oppervlakte in km² die is blootgesteld aan een geluidsbelasting die hoger is dan 55, 65, respectievelijk 75 dB.
De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn exclusief de aantallen geluidsgevoelige objecten respectievelijk bewoners van woningen binnen agglomeraties en worden afgerond op honderdtallen.
Indien het betrokken bestuursorgaan een geluidsbelastingkaart vaststelt voor twee of meer belangrijke wegen of voor twee of meer belangrijke spoorwegen, mogen de in het eerste lid bedoelde gegevens worden aangegeven voor de gezamenlijke belangrijke wegen onderscheidenlijk belangrijke spoorwegen.
Op een geografische kaart die deel uit maakt van een geluidsbelastingkaart worden ten minste aangegeven:
- a.
de ligging van de betrokken weg of spoorweg;
- b.
de geluidsbelasting vanwege de betrokken weg of spoorweg, aangegeven door middel van:
- 1°.
contouren van 55, 60, 65, 70 en 75 dB;
- 2°.
contouren van 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
- 1°.
- c.
de geluidsgevoelige objecten die zijn gelegen binnen de onder b bedoelde contouren;
- d.
de grenzen van stille gebieden als bedoeld in artikel 6, voor zover gelegen binnen een afstand van 2,5 km tot de betrokken weg of spoorweg;
- e.
de gemeentegrenzen binnen de onder b bedoelde contouren;
- f.
de grenzen van agglomeraties binnen de onder b bedoelde contouren.
De afstand, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook onderscheidenlijk vanuit de buitenste spoorstaaf.
Deze paragraaf is van toepassing op de geluidsbelastingkaarten die krachtens artikel 11.6, vierde lid, van de wet worden vastgesteld.
In de tabellen van een geluidsbelastingkaart worden per geluidsbelastingklasse ten minste aangegeven:
- a.
het aantal geluidsgevoelige objecten dat is blootgesteld aan een geluidsbelasting die groter is dan, of gelijk is aan:
- 1°.
55, 60, 65, 70 en 75 dB;
- 2°.
50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
- 1°.
- b.
het aantal bewoners van de woningen die deel uitmaken van de geluidsgevoelige objecten, bedoeld in onderdeel a;
- c.
indien beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat uit hoofde van de wet, de Wet geluidhinder, de Woningwet of de Wet luchtvaart is voorzien van extra geluidwering.
De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, worden afgerond op honderdtallen.
Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart worden aangegeven:
- a.
de grenzen van de gemeente;
- b.
de grenzen van de stille gebieden, bedoeld in artikel 6, binnen de gemeente.
Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart worden voorts aangegeven:
- a.
wegen, daaronder begrepen spoorwegen die deel uitmaken van een weg;
- b.
spoorwegen.
Ten aanzien van de geluidsbronnen, bedoeld in het eerste lid, worden aangegeven:
- a.
de ligging van de betrokken geluidsbronnen;
- b.
de geluidsbelasting vanwege de betrokken categorie van geluidsbronnen, aangegeven door middel van:
- 1°.
contouren van 55, 60, 65, 70 en 75 dB, en
- 2°.
contouren van 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight,
voor zover deze contouren zijn gelegen binnen de gemeente;
- 1°.
- c.
de geluidsgevoelige objecten die zijn gelegen binnen de contouren, bedoeld in onderdeel b.
Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart worden voorts aangegeven luchthavens, voor zover de geluidsbelasting vanwege de luchthaven binnen de gemeente overeenkomt met 55 dB of meer dan wel 50 dB Lnight of meer.
Ten aanzien van een zodanige luchthaven worden aangegeven:
- a.
de ligging van de luchthaven;
- b.
een met het oog op de geluidsbelasting vastgesteld beperkingengebied als bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart;
- c.
de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de luchthaven, aangegeven door middel van:
- 1°.
contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van 55, 60, 65, 70 en 75 dB, en
- 2°.
contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight,
voor zover deze contouren zijn gelegen buiten de luchthaven;
- 1°.
- d.
de geluidsgevoelige objecten die zijn gelegen binnen de contouren, bedoeld in onderdeel c.
Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart wordt voorts aangegeven de luchthaven Schiphol, voor zover een of meer van de punten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, zijn gelegen binnen de gemeente.
Ten aanzien van de luchthaven Schiphol wordt aangegeven:
- a.
de ligging van de luchthaven;
- b.
de waarde of waarden van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting;
- c.
de punten buiten de luchthaven waar de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de luchthaven is bepaald;
- d.
de geluidsgevoelige objecten die de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de luchthaven ondervinden.
Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart worden voorts aangegeven de industrieterreinen die zijn gezoneerd krachtens artikel 40 van de Wet geluidhinder, voor zover de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de gezamenlijke inrichtingen op het industrieterrein overeenkomt met 55 dB of meer dan wel 50 dB Lnight of meer.
Ten aanzien van zodanige industrieterreinen worden aangegeven:
- a.
de grenzen van het industrieterrein;
- b.
de zone rond het industrieterrein, vastgesteld krachtens artikel 40 van de Wet geluidhinder;
- c.
de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de gezamenlijke inrichtingen op het industrieterrein, aangegeven door middel van:
- 1°.
contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van 55, 60, 65, 70 en 75 dB, en
- 2°.
contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight,
voor zover deze contouren zijn gelegen buiten het industrieterrein;
- 1°.
- d.
de geluidsgevoelige objecten die zijn gelegen binnen de contouren, bedoeld in onderdeel c.
Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart worden voorts aangegeven de concentratiegebieden voor horeca-inrichtingen onderscheidenlijk voor detailhandel en ambachtsbedrijven.
Ten aanzien van zodanige concentratiegebieden worden aangegeven:
- a.
de grenzen van het concentratiegebied;
- b.
de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de betrokken inrichtingen, uitgedrukt in Lden en Lnight;
- c.
de geluidsgevoelige objecten die zijn gelegen binnen het concentratiegebied.
Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart worden voorts aangegeven de inrichtingen waarop de artikelen 18 en 19 geen betrekking hebben en waarvoor ingevolge de wet een ten hoogste toegelaten geluidsbelasting geldt die overeenkomt met 55 dB of meer dan wel 50 dB Lnight of meer.
Ten aanzien van zodanige inrichtingen worden aangegeven:
- a.
de ligging van de inrichting;
- b.
de waarde van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting;
- c.
de punten buiten de inrichting waar de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de inrichting is bepaald;
- d.
de geluidsgevoelige objecten die de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de inrichting ondervinden.
Bij ministeriële regeling kan voor de toepassing van dit hoofdstuk worden bepaald dat het aantal bewoners van woningen wordt bepaald op basis van een bij die regeling vastgesteld gemiddeld aantal bewoners per woning.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a.
de legenda bij de geografische kaarten;
- b.
de opstelling van geluidsbelastingkaarten ter uitvoering van door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren als bedoeld in bijlage IV, onderdeel 9, bij de richtlijn omgevingslawaai.
Aan een verzoek om verstrekking van inlichtingen en gegevens als bedoeld in artikel 11.7, eerste of tweede lid, of artikel 11.16, eerste lid, van de wet wordt voldaan binnen drie maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen, dan wel, indien de inlichtingen en gegevens nog niet beschikbaar zijn, onverwijld nadat zij beschikbaar zijn gekomen.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke inlichtingen en gegevens in elk geval worden verstrekt en op welke wijze deze inlichtingen en gegevens worden verstrekt.
Een actieplan bevat naast de in artikel 11.11 van de wet bedoelde gegevens ten minste:
- a.
een beschrijving van de betrokken categorieën van geluidsbronnen;
- b.
een vermelding van de bevoegde instantie;
- c.
een beschrijving van het wettelijk kader met betrekking tot geluidsbelasting;
- d.
een samenvatting van de gegevens die zijn vervat in de geluidsbelastingkaart of geluidsbelastingkaarten waarop het actieplan berust;
- e.
een beschrijving van de wijze waarop aan een ieder de gelegenheid is geboden om zienswijzen over het ontwerp van het actieplan naar voren te brengen;
- f.
een inhoudelijke reactie op de onder e bedoelde zienswijzen;
- g.
een overzicht van belangrijke infrastructurele werken die zijn voorgenomen in de planperiode en andere belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de geluidshindersituatie;
- h.
een overzicht van bestaande en in voorbereiding of uitvoering zijnde bron- en overdrachtsmaatregelen met betrekking tot de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen;
- i.
een overzicht en een beoordeling van het aantal bewoners van woningen dat door geluid ten gevolge van de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen lijdt aan ischemische hartziekten als bedoeld in bijlage III, onder 1, bij richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG, L 189), een hoge mate van hinder of een hoge mate van slaapverstoring ondervindt;
- j.
een schatting van het effect van de voorgenomen maatregelen op het aantal bewoners van woningen, bedoeld in onderdeel i;
- k.
voor zover beschikbaar en openbaar, financiële informatie met betrekking tot de voorgenomen maatregelen;
- l.
een evaluatie van de uitvoering en de resultaten van het vorige actieplan.
Een actieplan bevat voorts een beknopte samenvatting van de in het eerste lid bedoelde aspecten.
Een actieplan als bedoeld in artikel 11.12, tweede lid, van de wet bevat voorts:
- a.
een beschrijving van de geluidsbronnen in de gemeente;
- b.
een inhoudelijke reactie op de wensen en zienswijze over het ontwerp van het actieplan die door de gemeenteraad ter kennis van burgemeester en wethouders zijn gebracht.
Een actieplan bevat naast de in artikel 11.11 van de wet bedoelde gegevens een beschrijving van het beleid voor de eerstkomende vijf jaren en, voor zover dit redelijkerwijs is aan te geven, voor de vijf jaren daarna, om de geluidsbelasting vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen te beperken.
Bij de beschrijving van het beleid wordt in elk geval aandacht besteed aan de bescherming van stille gebieden als bedoeld in artikel 6 en, voor zover het betreft een actieplan van gedeputeerde staten of van burgemeester en wethouders van een gemeente die behoort tot een krachtens artikel 11.5 aangewezen agglomeratie, aan:
- a.
de situaties waarin de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting ingevolge de Wet luchtvaart dan wel de Wet geluidhinder wordt overschreden;
- b.
de situaties waarin tevens de waarde die ingevolge de Wet geluidhinder bij de vaststelling van een hogere waarde niet mag worden overschreden, wordt overschreden.
In een actieplan wordt een plandrempel aangegeven, zijnde een daarbij aangegeven geluidsbelasting en geluidsbelasting Lnight, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, van geluidsgevoelige objecten.
De plandrempel kan voor verschillende categorieën van gevallen verschillend worden vastgesteld.
In het actieplan wordt in elk geval aangegeven welke maatregelen worden overwogen of in uitvoering zijn om overschrijdingen van de plandrempel te voorkomen of ongedaan te maken.
Het actieplan geeft tevens de planning en de te verwachten effecten van de maatregelen aan.
Het percentage bewoners van woningen per geluidsbelastingklasse dat door een of meer geluidsbronnen de gezondheidseffecten ondervindt, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder i, wordt bepaald aan de hand van de in een ministeriële regeling opgenomen dosis-effectrelaties.
Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot actieplannen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren als bedoeld in bijlage V, onderdeel 4, bij de richtlijn omgevingslawaai.
In een verslag als bedoeld in artikel 11.22 van de wet zijn ten minste de volgende gegevens opgenomen:
- a.
het verschil tussen de berekende geluidproducties op de referentiepunten en de geldende geluidproductieplafonds, met uitzondering van de referentiepunten, bedoeld in onderdeel c;
- b.
de spoorwegen waarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 11.23 van de wet geldt;
- c.
de berekende geluidproducties op de referentiepunten waarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 11.23 van de wet geldt;
- d.
de wegen, spoorwegen en geluidproductieplafonds waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 11.24 van de wet is verleend;
- e.
voor zover van toepassing, de mate en de duur van de overschrijding van het geluidproductieplafond waarvoor ontheffing als bedoeld in artikel 11.24 van de wet is verleend;
- f.
de locaties waarvoor een overschrijdingsbesluit als bedoeld in artikel 11.49 van de wet geldt;
- g.
een analyse van de voor de geluidproductie relevante ontwikkelingen die zich in het kalenderjaar waar het verslag op ziet, hebben voorgedaan ten aanzien van de wegen en spoorwegen en de effecten hiervan op de geluidproductie.
Indien de berekende geluidproductie op een referentiepunt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, 0,5 dB of minder onder het geldende geluidproductieplafond ligt, is in het verslag voorts een prognose opgenomen van het jaar waarin, gelet op de meest recente verkeersprognose, het geluidproductieplafond volledig zal zijn benut.
Indien uit de prognose, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat het geluidproductieplafond volledig benut zal zijn voor de laatste dag van het vijfde kalenderjaar na het jaar van toezending van het verslag, is in het verslag dat de prognose bevat of in het daaropvolgende verslag opgenomen op welke wijze de beheerder voornemens is te voorkomen dat het geluidproductieplafond zal worden overschreden.
Een verzoek om een ontheffing als bedoeld in artikel 11.24 van de wet bevat ten minste:
- a.
een aanduiding van het referentiepunt waarop het geluidproductieplafond geldt ten aanzien waarvan het verzoek wordt gedaan;
- b.
een aanduiding van het gedeelte van de weg of spoorweg waarlangs het betrokken referentiepunt is gelegen;
- c.
de verwachte mate van overschrijding van het geluidproductieplafond;
- d.
de duur van de bijzondere omstandigheid in verband waarmee de ontheffing wordt verzocht, en
- e.
de kalenderjaren waarvoor een ontheffing wordt verzocht.
Een geluidbeperkende maatregel is financieel doelmatig indien het aantal maatregelpunten van de geluidbeperkende maatregel niet hoger is dan het aantal reductiepunten behorende bij het cluster waar de maatregel voor is bedoeld.
In afwijking van het eerste lid is een geluidbeperkende maatregel niet financieel doelmatig, indien naar het oordeel van Onze Minister uit het akoestisch onderzoek blijkt dat:
- a.
toepassing van de geluidbeperkende maatregel de grootste geluidreductie oplevert voor het cluster;
- b.
het aantal maatregelpunten voor deze maatregel hoger is dan het aantal maatregelpunten voor een andere geluidbeperkende maatregel die een gelijke of nagenoeg gelijke geluidreductie kan realiseren, en
- c.
in vergelijking met de andere maatregel de extra maatregelpunten niet in redelijke verhouding staan tot de extra geluidreductie die door het treffen van deze maatregel bereikt kan worden.
In afwijking van het eerste lid is een overdrachtsmaatregel niet financieel doelmatig indien deze maatregel een bestaande overdrachtsmaatregel zou vervangen, die:
- a.
naar verwachting bij de start van de uitvoering niet ouder zal zijn dan tien jaar;
- b.
niet ophoogbaar is, en
- c.
een geluidreductie realiseert die vrijwel gelijk is aan de nieuw te treffen maatregel.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het aantal maatregelpunten van een geluidbeperkende maatregel wordt bepaald.
Bij ministeriële regeling kunnen geluidbeperkende maatregelen worden aangewezen waarvoor de financiële doelmatigheid in afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van een maatregel af te wegen tegen de geluidreductie die de maatregel kan realiseren en tegen het aantal geluidsgevoelige objecten in het cluster waar de maatregel voor is bedoeld.
In afwijking van het eerste lid is bij de toepassing van artikel 11.42 van de wet een geluidbeperkende maatregel of een deel daarvan niet financieel doelmatig indien de maatregel of het deel daarvan uitsluitend wordt afgewogen in het kader van artikel 11.42, tweede lid, van de wet en het aantal maatregelpunten, behorende bij de maatregel of het deel daarvan, hoger is dan het aantal reductiepunten, behorende bij de saneringsobjecten waarvoor de maatregel of het deel daarvan wordt afgewogen.
Het aantal reductiepunten behorende bij een cluster wordt bepaald door het optellen van de reductiepunten per woning, die overeenkomstig het tweede lid worden gegenereerd door alle geluidsgevoelige objecten in het cluster.
Het aantal reductiepunten per woning op basis van de hoogste toekomstige geluidsbelasting op de woning vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen is opgenomen in tabel 1 van bijlage 1.
Bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 11.29 van de wet worden achtereenvolgens in overweging genomen:
- a.
bronmaatregelen,
- b.
andere geluidbeperkende maatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen,
die leiden tot de meeste geluidreductie.
Overdrachtsmaatregelen, al dan niet in combinatie met bronmaatregelen, worden bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 11.29 van de wet uitsluitend in aanmerking genomen voor zover deze maatregelen leiden tot een afname van de geluidsbelasting van ten minste 5 dB op ten minste een geluidsgevoelig object in een cluster.
De geluidreductie is het verschil tussen de toekomstige geluidsbelasting die door woningen zou worden ondervonden vanwege een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen, en de toekomstige geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen getroffen zijn.
Ingeval de berekende toekomstige geluidsbelasting, in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen zijn getroffen, lager is dan de waarde in tabel 2 van bijlage 1, wordt bij toepassing van het eerste lid de waarde uit tabel 2 van bijlage 1 die op de betreffende situatie van toepassing is, gehanteerd als toekomstige geluidsbelasting vanwege de weg of spoorweg.
Ten behoeve van de toepassing van artikel 32, artikel 34, eerste lid, en tabel 1 van bijlage 1 wordt gelijkgesteld aan een woning:
- a.
elke vijftien strekkende meter geluidsbelaste gevel van een geluidsgevoelig object, niet zijnde een woning, per bouwlaag;
- b.
een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag;
- c.
een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.
Een verzoek tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond bevat ten minste:
- a.
een aanduiding van het gedeelte van de weg of spoorweg ten aanzien waarvan het verzoek wordt gedaan;
- b.
een aanduiding van het referentiepunt ten aanzien waarvan het verzoek wordt gedaan;
- c.
de gevraagde hoogte van het geluidproductieplafond;
- d.
de te verwachten geluidproductie op het referentiepunt ten minste tien jaar na het indienen van het verzoek;
- e.
de maatregelen die naar het oordeel van de beheerder op grond van artikel 11.29, eerste lid, van de wet in aanmerking moeten worden genomen;
- f.
de maatregelen die naar het oordeel van de beheerder op grond van artikel 11.29, tweede en derde lid, van de wet in aanmerking kunnen worden genomen;
- g.
de brongegevens behorende bij de aangevraagde geluidproductieplafonds;
- h.
de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 11.33 van de wet;
- i.
een verklaring van de beheerder in hoeverre het gedeelte van de weg of spoorweg, bedoeld in onderdeel a, voldoet aan de akoestische kwaliteit, bedoeld in artikel 7;
- j.
een verslag van afstemming met de beheerders van andere geluidsbronnen als bedoeld in artikel 11.30, vijfde lid, over maatregelen, die naar het oordeel van deze beheerders zouden kunnen worden getroffen, teneinde de effecten van de samenloop van de geluidbelasting vanwege de weg of spoorweg alsmede een andere geluidsbron als bedoeld in artikel 11.30, vijfde lid, te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Indien de beheerder een verzoek doet tot verlaging van geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 11.63, eerste lid, van de wet, zijn de onderdelen d, e, f, h, i en j van het eerste lid niet van toepassing.
Indien burgemeester en wethouders van een gemeente een verzoek doen tot verlaging van een geluidproductieplafond, zijn de onderdelen e, f en i van het eerste lid niet van toepassing.
Onverminderd het derde lid, is het eerste lid, onderdeel d, niet van toepassing op een verzoek tot verlaging van het geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 11.28, vierde lid, van de wet, indien die verlaging niet groter zou zijn dan het effect van de in dat lid bedoelde maatregel. Het verzoek bevat tevens een weergave van de afspraken tussen gemeente en de beheerder, en de zienswijze van de beheerder ten aanzien van de verzochte verlaging.
Indien artikel 11.42, eerste lid, van de wet van toepassing is, bevat een verzoek tot wijziging of vaststelling van een geluidproductieplafond tevens de volgende gegevens:
- a.
een of meer kaarten als bedoeld in artikel 39, onderdeel d, en een lijst met de adressen van de betrokken saneringsobjecten;
- b.
de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 11.56, derde lid, van de wet;
- c.
het tijdstip waarop naar verwachting met de uitvoering van de maatregelen ten behoeve van de sanering kan worden begonnen;
- d.
de verwachte duur van de uitvoering van de maatregelen ten behoeve van de sanering.
Bij de wijziging van een geluidproductieplafond wordt het tweede tot en met het vijfde lid van artikel 11.42 van de wet buiten toepassing gelaten indien:
- a.
als gevolg van de wijziging van het geluidproductieplafond geen saneringsobjecten ontstaan;
- b.
als gevolg van de wijziging van het geluidproductieplafond de geluidsbelasting op de saneringsobjecten bij volledige benutting van het geluidproductieplafond niet toeneemt, en
- c.
een gecombineerde realisatie van in aanmerking komende geluidbeperkende maatregelen, gericht op het voldoen aan de waarde, bedoeld in artikel 11.30, tweede lid, respectievelijk artikel 11.42, tweede lid, van de wet, geen aanmerkelijke voordelen biedt.
Ten aanzien van de geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met g, die voor het aanbrengen van geluidwerende maatregelen aan de gevel in aanmerking worden genomen, is hoofdstuk 6 van het Besluit geluidhinder van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a.
de minister uitvoering geeft aan de artikelen 6.4, tweede en derde lid, 6.6, 6.8, vierde lid, en 6.9, tweede, derde en vierde lid;
- b.
in de artikelen 6.2, 6.5, 6.8 en 6.10 in plaats van «het bevoegd gezag» telkens wordt gelezen «de beheerder»;
- c.
in plaats van «andere geluidsgevoelige gebouwen» telkens wordt gelezen «geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b tot en met g, van het Besluit geluid milieubeheer», en
- d.
in plaats van «andere geluidsgevoelige gebouw» telkens wordt gelezen «geluidsgevoelige object, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b tot en met g, van het Besluit geluid milieubeheer».
Geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met g, komen niet voor het aanbrengen van geluidwerende maatregelen in aanmerking indien de verwachting bestaat dat zij binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond waarin toepassing is gegeven aan artikel 11.30, vierde of vijfde lid, van de wet of een besluit tot vaststelling van een saneringsplan als bedoeld in artikel 11.60 van de wet, zullen worden onteigend of dat de bewoning of het gebruik als geluidsgevoelig object om andere redenen binnen die termijn zal worden gestaakt.
Indien een geluidsgevoelig object op grond van het eerste lid niet in aanmerking komt voor het aanbrengen van geluidwerende maatregelen, wordt de eigenaar van het object hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Als geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 11.45, tweede lid, van de wet geldt voor zover het betreft in tabel 1, 2 of 3 van bijlage 2 genoemde geprojecteerde delen van wegen en spoorwegen, of in tabel 1, 2 of 3 van bijlage 2 genoemde andere delen van wegen en spoorwegen, de berekende geluidproductie op de referentiepunten zoals bepaald op basis van de brongegevens afkomstig uit het betrokken besluit, mits dat is vastgesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Als geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 11.45, tweede lid, van de wet geldt voor delen van wegen en spoorwegen waarvoor een saneringsprogramma wordt uitgevoerd, het geluidproductieplafond zoals bepaald op grond van de berekende heersende geluidproductie op de referentiepunten, bedoeld in artikel 11.45, eerste lid, van de wet, met inbegrip van het effect van de in het betreffende saneringsprogramma opgenomen geluidbeperkende maatregelen.
Als geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 11.45, tweede lid, van de wet geldt voor zover het betreft de A59 Vlijmen–Nieuwkuijk, van kilometer 119,0 tot kilometer 127,2, het geluidproductieplafond zoals bepaald op grond van de berekende heersende geluidproductie op de referentiepunten, bedoeld in artikel 11.45, eerste lid, van de wet, met inbegrip van het effect van de reeds uitgevoerde overdrachtsmaatregelen.
Met betrekking tot de in de bijlage 3 bij dit besluit aangewezen delen van wegen wordt bij het bepalen van de heersende geluidproducties op de referentiepunten, bedoeld in artikel 11.45, vierde lid, van de wet, uitgegaan van een wegdek dat bestaat uit zeer open asfaltbeton.
Artikel 11.56, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op:
- a.
de in tabel 1, 2 of 3 van bijlage 2 bij dit besluit aangewezen delen van wegen en spoorwegen, indien en voor zover dat is aangegeven in deze tabellen, en
- b.
de A59 Vlijmen-Nieuwkuijk, van kilometer 120,8 tot kilometer 121,4 alsmede van kilometer 125,6 tot kilometer 126,4.
Bij een verzoek tot vaststelling van een saneringsplan worden naast de in artikel 11.56, derde lid, van de wet genoemde gegevens, de volgende gegevens overgelegd:
- a.
een lijst met de adressen van de betrokken saneringsobjecten;
- b.
het wegnummer en de begrenzingen van de weg, inclusief de hectometrering, en het trajectnummer en de begrenzingen van de spoorweg, die onderdeel zijn van het saneringsplan;
- c.
een beschrijving van de maatregelen als bedoeld in artikel 11.59 van de wet die naar het oordeel van de beheerder in aanmerking komen, en van het effect van deze maatregelen op de geluidsbelasting, vanwege de weg of spoorweg, van de gevel dan wel aan de grens van de betrokken saneringsobjecten;
- d.
een of meer kaarten die inzicht geven in het saneringsplan en die in ieder geval de plaats, aard en omvang van maatregelen, bedoeld in onderdeel c, bevatten;
- e.
een beschrijving van de mogelijkheden om uit een oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing de te treffen maatregelen al dan niet gezamenlijk uit te voeren met andere werken;
- f.
het tijdstip waarop met de uitvoering van de maatregelen kan worden begonnen, alsmede de verwachte duur van de uitvoering van de maatregelen.
De wegen en spoorwegen, bedoeld in artikel 11.57, onderdeel c, van de wet, zijn genoemd in bijlage 4 bij dit besluit.
De saneringsprojecten, bedoeld in artikel XI, eerste lid, onderdeel e, van de Invoeringswet geluidproductieplafonds, zijn genoemd in bijlage 5 bij dit besluit.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geluid milieubeheer.
Toekomstige geluidsbelasting op een woning vanwege een weg (dB) | Toekomstige geluidsbelasting op een woning vanwege een spoorweg (dB) | Reductiepunten per woning |
50 | 55 | 0 |
51 | 56 | 1000 |
52 | 57 | 1300 |
53 | 58 | 1600 |
54 | 59 | 1900 |
55 | 60 | 2100 |
56 | 61 | 2400 |
57 | 62 | 2700 |
58 | 63 | 3000 |
59 | 64 | 3300 |
60 | 65 | 3600 |
61 | 66 | 3900 |
62 | 67 | 4100 |
63 | 68 | 4400 |
64 | 69 | 4700 |
65 | 70 | 5000 |
66 | 71 | 7800 |
67 | 72 | 8100 |
68 | 73 | 8300 |
69 | 74 | 8600 |
70 | 75 | 8900 |
71 | 76 | 9200 |
72 | 77 | 9500 |
73 | 78 | 9800 |
74 | 79 | 10100 |
75 | 80 | 10300 |
76 | 81 | 10600 |
77 | 82 | 10900 |
78 | 83 | 11200 |
79 | 84 | 11500 |
Situatie | Waarde weg | Waarde spoorweg |
Vaststelling en wijziging geluidproductieplafond | De hoogste van de volgende twee waarden: • geluidsbelasting op geluidsgevoelig object bij volledige benutting van de geldende geluidproductieplafonds • 50 dB | De hoogste van de volgende twee waarden: • geluidsbelasting op geluidsgevoelig object bij volledige benutting van de geldende geluidproductieplafonds • 55 dB |
Sanering: ingeval van saneringsobjecten als bedoeld in artikel 11.57, eerste lid, onder a of b, van de wet | 60 dB | 65 dB |
Sanering: ingeval van saneringsobjecten als bedoeld in artikel 11.57, eerste lid, onder c, van de wet | De laagste van de volgende twee waarden: • geluidsbelasting van 5 dB onder de waarde van de geluidsbelasting bij volledige benutting van het heersende geluidproductieplafond • 60 dB | De laagste van de volgende twee waarden: • geluidsbelasting van 5 dB onder de waarde van de geluidsbelasting bij volledige benutting van het heersende geluidproductieplafond • 65 dB |
Projecten met een besluit in de periode 2000–2010 | |||||||
Rijksweg | Van | Naar | Van km | Tot km | Jaar | (Deel van) project: | 11.56 van overeenkomstige toepassing? |
1 | Knooppunt Watergraafsmeer | Knooppunt Muiderberg | 4,5 | 16,7 | 2011 | Weguitbreiding Schiphol–Amsterdam–Almere | nee |
1 | Aansluiting Bussum | Knooppunt Eemnes | 21,5 | 27,5 | 2010 | A1 ’t Gooi | nee |
1 | Knooppunt Hoevelaken | Aansluiting Barneveld | 46,0 | 54,0 | 2009 | A1 Hoevelaken–Barneveld | alleen voor zuidzijde 50,9–51,1 |
1 | Knooppunt Beekbergen | Aansluiting Deventer-Oost | 89,3 | 108,4 | 2008 | A1 knooppunt Beekbergen–Deventer-Oost | nee |
1 | Afslag 24 (Deventer-Oost) | 106,7 | 106,9 | 2009 | Wijziging A1 aansluiting Deventer-Oost | ja | |
2 | Knooppunt Holendrecht | Knooppunt Amstel | 32,1 | 37,4 | 2011 | Weguitbreiding Schiphol–Amsterdam–Almere | nee |
2 | Knooppunt Holendrecht | Aansluiting Maarssen | 34,4 | 56,6 | 2009 | A2 Holendrecht-Maarssen | nee |
2 | Maarssen | Knooppunt Oudenrijn | 56,6 | 64,0 | 2006 | Bestemmingsplan A2 Hogeweide–Oudenrijn | nee |
2 | Knooppunt Oudenrijn | Knooppunt Everdingen | 64,0 | 73,9 | 2010 | A2 Oudenrijn–Everdingen | nee |
2 | Knooppunt Everdingen | Knooppunt Deil | 73,4 | 91,4 | 2000 | A2 Knooppunt Everdingen–knooppunt Deil en Zaltbommel–knooppunt Empel | nee |
2 | Knooppunt Everdingen | Knooppunt Deil | 73,8 | 92,0 | 2008 | A2 Knooppunt Everdingen–knooppunt Deil | nee |
2 | Knooppunt Zaltbommel | Knooppunt Empel | 103,20 | 111,50 | 2000 | A2 Knooppunt Everdingen–knooppunt Deil en Zaltbommel-knooppunt Empel | nee |
2 | Knooppunt Empel | Knooppunt Vught | 110,00 | 121,00 | 2001 | Rondweg ’s-Hertogenbosch | nee |
2 | Aansluiting Rosmalen | 113,3 | 113,7 | 2008 | Omlegging Zuid-Willemsvaart Maas–Den Dungen | nee | |
2 | Aansluiting Veghel | Knooppunt Ekkersweijer | 117,3 | 142,3 | 2011 | A2 ’s-Hertogenbosch–Eindhoven | nee |
2 | Aansluiting Veghel | Knooppunt Ekkersweijer | 117,3 | 142,3 | 2012 | Wijziging tracébesluit A2 ’s-Hertogenbosch–Eindhoven (2012) | nee |
2 | Randweg Eindhoven | 142,2 | 171,4 | 2003 | A2/A67 Randweg Eindhoven – 2003 | nee | |
2 | Aansluiting N2 Meerenakker-weg | 161,4 | 163,0 | 2011 | N2 aansluitingen Meerenakkerweg / Heistraat en Noord-Brabantlaan | nee | |
2 | Knooppunt Leenderheide | Aansluiting Valkenswaard | 170,8 | 177,0 | 2010 | A2 Leenderheide–Valkenswaard | nee |
2 | Knooppunt Het Vonderen | Aansluiting Urmond | 221,7 | 239,5 | 2010 | A2 St. Joost–Urmond | nee |
2 | Aansluiting Urmond | Knooppunt Kerensheide | 239,1 | 242,5 | 2010 | A2 St. Joost–Urmond | nee |
2 | Urmond | Maasbracht | 239,1 | 221,7 | 2010 | A2 Urmond–Maasbracht en A2/A76 Urmond–Geleen | nee |
2 | Knooppunt Kruisdonk | Aansluiting Randwijck | 251,9 | 263,4 | 2010 | A2 Passage Maastricht. | alleen voor westzijde 252,6-252,7 |
4 | Knooppunt Badhoevedorp | Knooppunt Nieuwe Meer | 0,0 | 4,0 | 2010 | A4 Badhoevedorp–Nieuwe Meer en A10 Nieuwe Meer–Amstel | ja, tenzij het geluidplan A4 Badhoevedorp–Nieuwe Meer en A10 Nieuwe Meer–Amstel wordt vastgesteld. |
4 | Leiden–Leiderdorp | Aansluiting Leiden/Zoeterwoude | 29,8 | 36,2 | 2009 | A4 Burgerveen–Leiden, gedeelte Leiderdorp-Leiden | nee |
4 | Leidschendam | Prins Clausplein | 44,4 | 46,2 | 2008 | A4 Aansluiting Leidschendam–Prins Clausplein | nee |
4 | Aansluiting Delft-Zuid (nieuw) | Knooppunt Kethelplein (Schiedam) (nieuw) | 56,4 | 71,8 | 2010 | A4 Delft–Schiedam | nee |
4 | Dinteloord | Aansluiting Halsteren | nieuw | nieuw | 2011 | A4 Dinteloord–Bergen op Zoom, gedeelte Steenbergen | nee |
4 | Dinteloord | Aansluiting Halsteren | nieuw | nieuw | 2011 | A4 Dinteloord–Bergen op Zoom, gedeelte Steenbergen (oktober 2011) | nee |
5 | Knooppunt Raasdorp | Ringweg Amsterdam, A10 west | nieuw | nieuw | 2008 | Westrandweg | nee |
6 | Knooppunt Muiderberg | A6 km 63.5 | 41,7 | 63,5 | 2011 | Weguitbreiding Schiphol–Amsterdam–Almere | nee |
6 | Aansluiting Houtribweg (Lelystad) | 86,0 | 87,0 | 2003 | Tracébesluit Hanzelijn | nee | |
7 | Knooppunt Zaandam | Aansluiting Purmerend-Zuid | 4,7 | 14,8 | 2006 | Oostbaan A7 knooppunt Zaandam-Purmerend-Zuid | nee |
7 | Rondweg Sneek | 118,0 | 118,1 | 2004 | A7 Sneek | nee | |
7 | Rondweg Sneek | nieuw | nieuw | 2004 | A7 Sneek | nee | |
7 | Rondweg Sneek | 121,4 | 124,3 | 2004 | A7 Sneek | nee | |
7 | Aansluiting Groningen-West | Aansluiting Westerbroek | 195,2 | 205,7 | 2002 | Rijksweg 7, Zuidelijke Ringweg Groningen, Langman-maatregelen | nee |
7 | Groningen (Euvelgunne) | Groningen (Euvelgunne) | nieuw | nieuw | 2002 | Rijksweg 7, Zuidelijke Ringweg Groningen, Langman-maatregelen | nee |
8 | Tweede Coentunnel | 1,0 | 4,1 | 2008 | Capaciteitsuitbreiding Coentunnel 2008 | ja | |
9 | Knooppunt Diemen | Knooppunt Holendrecht | 3,7 | 11,5 | 2011 | Weguitbreiding Schiphol–Amsterdam–Almere | nee |
9 | Knooppunt Holendrecht | Knooppunt Badhoevedorp | 22,1 | 32,6 | 2011 | Weguitbreiding Schiphol–Amsterdam–Almere | nee |
9 | Knooppunt Raasdorp | Knooppunt Badhoevedorp | 34,9 | 38,3 | 2010 | A9 Velsen–Raasdorp en Badhoevedorp–Raasdorp | alleen voor noordzijde 35,2–35,4, tenzij het tracébesluit voor de omlegging van de A9 Badhoevedorp wordt vastgesteld |
9 | Knooppunt Velsen | Knooppunt Raasdorp | 41,0 | 49,1 | 2010 | A9 Velsen-Raasdorp en Badhoevedorp–Raasdorp | nee |
9 | Alkmaar | Uitgeest | 59,7 | 70,3 | 2010 | A9 Alkmaar–Uitgeest | nee |
9 | Omlegging Schoorldam | 86,6 | 88,7 | 2006 | N9 Koedijk–De Stolpen 2006 | nee | |
9 | Omlegging De Stolpen | 100,3 | 102,1 | 2006 | N9 Koedijk–De Stolpen 2006 | nee | |
10 | Knooppunt Watergraafsmeer | Knooppunt Amstel | 11,0 | 15,2 | 2011 | Weguitbreiding Schiphol–Amsterdam–Almere | nee |
10 | Knooppunt Amstel | 15,2 | 16,8 | 2011 | Weguitbreiding Schiphol–Amsterdam–Almere | nee | |
10 | Knooppunt Nieuwe Meer | Knooppunt Amstel | 16,0 | 20,9 | 2010 | A4 Badhoevedorp–Nieuwe Meer en A10 Nieuwe Meer–Amstel | ja, tenzij het tracébesluit voor de omlegging van de A9 Badhoevedorp wordt vastgesteld |
10 | Tweede Coentunnel | 26,1 | 31,5 | 2008 | Capaciteitsuitbreiding Coentunnel 2008 | ja | |
11 | Zoeterwoude | Alphen a/d Rijn | 1,5 | 9,1 | 2011 | N11 Zoeterwoude–Alphen aan den Rijn | nee |
11 | Aansluiting Goudse Schouw | 11,3 | 11,8 | 2012 | Bestemmingsplan N11 Goudse Schouw | ja | |
12 | Knooppunt Prins Clausplein | Aansluiting Voorburg | 5,0 | 5,8 | 2006 | Bufferstrook A12 Prins Clausplein–Voorburg | nee |
12 | Aansluiting Zoetermeer | Aansluiting Gouda | 15,8 | 27,0 | 2011 | Verkeersbesluit plusstrook A12 Zoetermeer–Gouda | nee |
12 | Aansluiting Zoetermeer | Aansluiting Zoetermeer-Centrum | 15,8 | 11,7 | 2011 | A12 Zoetermeer–Zoetermeer Centrum | nee |
12 | Aansluiting extra Gouwekruising | 24,8 | 24,9 | 2011 | Inpassingplan parallelstructuur A12 | ja | |
12 | Aansluiting Moordrecht-boog | 24,9 | 25,0 | 2011 | Inpassingplan parallelstructuur A12 | ja | |
12 | Aansluiting Woerden | Aansluiting Gouda | 45,0 | 27,0 | 2009 | Wegaanpassingsbesluit A12 Woerden–Gouda | nee |
12 | Aansluiting Gouda | Aansluiting Woerden | 28,0 | 44,0 | 2010 | A12 Gouda–Woerden | nee |
12 | Aansluiting Woerden | Knooppunt Oudenrijn | 44,0 | 54,2 | 2010 | A12 Woerden–Oudenrijn | nee |
12 | Utrecht (aansluiting Papendorp) | Utrecht (aansluiting Kanalen-eiland) | 59,2 | 59,8 | 2011 | Bestemmingsplan ophoging Galecopperbrug | ja, alleen voor grote groei gevallen (57,2–63,2) |
12 | Knooppunt Lunetten | 62,6 | 63,1 | 2011 | A27 Lunetten–Rijnsweerd | ja, alleen voor grote groei gevallen (57,2–63,2) | |
12 | Knooppunt Lunetten | Maarsbergen | 63,5 | 82,0 | 2009 | A12 Utrecht–Maarsbergen | nee |
12 | Aansluiting Maarsbergen | Aansluiting Veenendaal | 81,2 | 92,6 | 2010 | A12 Maarsbergen–Veenendaal | alleen voor zuidzijde 89,8–90,1 |
12 | Aansluiting Veenendaal | Aansluiting Ede | 90,0 | 110,6 | 2005 | A12 Veenendaal–Ede | alleen voor noordzijde 102,5–102,8 en zuidzijde 105,4–105,9, tenzij het verkeersbesluit verruiming openingstijd en rijstroken wordt vastgesteld. |
12 | Aansluiting Ede | Knooppunt Grijsoord | 108,9 | 120,9 | 2011 | A12 Ede–Grijsoord | nee |
12 | Knooppunt Waterberg | Knooppunt Velperbroek | 128,4 | 134,8 | 2009 | A12 Waterberg–Velperbroek | nee |
13 | Zestienhoven | Delft-Zuid | 11,1 | 16,2 | 2009 | Geluidsplan A13 Zestienhoven–Delft-Zuid | ja |
15 | Rotterdam (Stenen Baakplein) | Knooppunt Vaanplein | 26,1 | 62,1 | 2010 | A15 Maasvlakte–Vaanplein | nee |
20 | Knooppunt Terbregseplein | Aansluiting Capelle aan den IJssel | 35,2 | 38,2 | 2009 | Geluidsplan A20–Terbregseplein | nee |
20 | Aansluiting Moordrecht | 45,3 | 45,8 | 2010 | Bestemmingsplan Aansluiting A20 Moordrecht (reparatie) | nee | |
27 | Knooppunt Gorinchem | Aansluiting Noordeloos | 37,3 | 42,9 | 2010 | plusstrook A27 Gorinchem–Noordeloos | nee |
27 | Knooppunt Lunetten | Knooppunt Rijnsweerd | 70,2 | 81,7 | 2011 | A27 Lunetten–Rijnsweerd | nee |
28 | Waterlinieweg | Knooppunt Rijnsweerd | 0,2 | 2,0 | 2011 | Verkeersbesluit aanbrenging verkeerstekens op het wegdek | alleen voor zuidzijde 0,2–0,9 |
28 | Knooppunt Rijnsweerd | 1,1 | 1,7 | 2011 | A27 Lunetten–Rijnsweerd | nee | |
28 | Aansluiting 8 (Amersfoort Hogeweg) | 21,3 | 21,5 | 2002 | Bestemmingsplan De Wieken–Vinkenhoef | ja | |
28 | Aansluiting Vathorst–Corlaer | 31,1 | 32,1 | 2006 | Bestemmingplan A28 aansluiting Vathorst–Corlaer | ja | |
28 | Knooppunt Hattemerbroek | Aansluiting Zwolle-Zuid | 86,1 | 92,9 | 2009 | A28 Zwolle–Meppel | nee |
28 | Aansluiting Ommen | Knooppunt Lankhorst | 98,5 | 113,9 | 2009 | A28 Zwolle–Meppel | alleen voor 101,5–105,7 |
28 | Aansluiting Groningen-Zuid | Knooppunt Julianaplein (N7) | 199,5 | 200,1 | 2002 | Rijksweg 7, Zuidelijke Ringweg Groningen, Langman-maatregelen | Nee |
29 | Knooppunt Vaanplein | Aansluiting Barendrecht | 11,3 | 11,9 | 2010 | A29 Vaanplein–Barendrecht | Nee |
31 | Aansluiting Zurich | Aansluiting Harlingen | 7,2 | 14,0 | 2005 | N31 Zurich–Harlingen | Nee |
31 | Aansluiting Marssum | 35,4 | 35,6 | 2010 | Rijksweg 31 Haak om Leeuwarden | nee | |
31 | Haak om Leeuwarden | nieuw | nieuw | 2010 | Rijksweg 31 Haak om Leeuwarden | nee | |
31 | Aansluiting Werpsterhoek (N32) | Aansluiting Wergea | 50,0 | 53,2 | 2010 | Rijksweg 31 Haak om Leeuwarden | nee |
32 | Aansluiting Wirdum | Knooppunt Werpsterhoek (N31) | 68,5 | 71,0 | 2010 | Rijksweg 31 Haak om Leeuwarden | nee |
35 | Traverse Nijverdal (combiplan) | 31,5 | 37,5 | 2005 | Bestemmingsplan Rijksweg 35 en het spoor | nee | |
36 | Aansluiting met oude N36 (km 31,1) | Aansluiting met oude N36 (km 31,1) | 31,1 | 31,1 | 2006 | Omlegging Ommen N34/N36 | nee |
36 | Kruising N34 en N36 | Kruising N36 en N48 | nieuw | nieuw | 2006 | Omlegging Ommen N34/N36 | nee |
46 | Knooppunt Euvelgunne (N7) | Brug over Eemskanaal | 3,7 | 4,7 | 2002 | Rijksweg 7, Zuidelijke Ringweg Groningen, Langman-maatregelen | nee |
48 | Aansluiting met nieuwe N36 (km 97,4) | Aansluiting met nieuwe N36 (km 97,4) | 97,4 | 97,4 | 2006 | Omlegging Ommen N34/N36 | nee |
50 | Ramspol (nieuw) | Ens (nieuw) | 20,2 | 26,1 | 2009 | N50 Ramspol–Ens | nee |
50 | Knooppunt Ekkersrijt | 97,0 | 98,0 | 2006 | Vrijstellingsbesluit art 19 WRO reconstructie knooppunt A50/A58 | ja | |
50 | Knooppunt Ewijk | Knooppunt Valburg | 148,5 | 154,8 | 2010 | A50 Ewijk–Valburg | nee |
50 | Knooppunt Valburg | Knooppunt Grijsoord | 155,3 | 169,2 | 2009 | A50 Valburg–Grijsoord | nee |
50 | Aansluiting Arnhem-Centrum | Knooppunt Beekbergen | 183,0 | 203,0 | 2010 | A50 Arnhem-Centrum–knooppunt Beekbergen | nee |
50 | Aansluiting N764 (Kampen) | 247,4 | 248,0 | 2003 | Tracébesluit Hanzelijn | ja | |
57 | Burgh | Haamstede | 52,0 | 53,0 | 2009 | Bestemmingsplan Reconstructie Kraaijensteinweg te Burgh-Haamstede | nee |
57 | Veersedam | Middelburg | 70,0 | 72,9 | 2008 | N57 Veersedam–Middelburg | nee |
57 | Veersedam | Middelburg | nieuw | nieuw | 2008 | N57 Veersedam–Middelburg | nee |
57 | Veersedam | Middelburg | 74,0 | 74,6 | 2008 | N57 Veersedam–Middelburg | nee |
57 | Veersedam | Middelburg | nieuw | nieuw | 2008 | N57 Veersedam–Middelburg | nee |
57 | Middelburg | A58, Aansluiting 38 | nieuw | nieuw | 2004 | N57 Veersedam–Middelburg | nee |
57 | Middelburg | A58, Aansluiting 38 | 81,1 | 83,0 | 2004 | N57 Veersedam–Middelburg | nee |
58 | Aansluiting Ekkersrijt | Knooppunt Ekkersweijer | 8,3 | 10,1 | 2011 | A2 ’s-Hertogenbosch–Eindhoven | nee |
58 | Randweg Eindhoven | 10,0 | 13,7 | 2003 | A2/A67 Randweg Eindhoven – 2003 | nee | |
58 | Knooppunt Batadorp | Aansluiting Oirschot | 13,0 | 21,4 | 2010 | A58 Eindhoven–Oirschot | nee |
61 | Schoondijke | (halve omleiding) | nieuw | nieuw | 2011 | N61 Hoek-Schoondijke | nee |
61 | Schoondijke | Hoek | 4,1 | 22,3 | 2011 | N61 Hoek-Schoondijke | nee |
67 | Randweg Eindhoven | 17,6 | 23,3 | 2003 | A2/A67 Randweg Eindhoven – 2003 | nee | |
73 | Toerit Koninginne-laan Roermond | 16,6 | 17,5 | 2011 | Bestemmingsplan A73 toerit | nee | |
73 | Aansluiting Venlo-Zuid | (Knooppunt A73/A74) | 39,6 | 40,6 | 2010 | Rijksweg 74 | nee |
74 | Duitse Grens (BAB61) | Venlo | nieuw | nieuw | 2010 | Rijksweg 74 | nee |
76 | Knooppunt Kerensheide | Aansluiting Geleen | 2,62 | 4,5 | 2010 | A2 Urmond–Maasbracht en A2/A76 Urmond–Geleen | nee |
76 | Knooppunt Kunderberg | 18,0 | 19,0 | 2011 | Bestemmingsplan Aansluiting A76/A79-Kunderberg | nee | |
79 | Knooppunt Kruisdonk | Aansluiting Bunde | 0,1 | 1,1 | 2010 | A2 Passage Maastricht | nee |
79 | Aansluiting Valkenburg | 6,7 | 6,9 | 1994 | Bestemmingsplan Buitengebied 1994 | ja | |
79 | Knooppunt Kunderberg | 17,0 | 18,0 | 2011 | Bestemmingsplan Aansluiting A76/A79–Kunderberg | nee |
Projecten met een besluit naar verwachting voor inwerkingtreding Besluit geluid milieubeheer | |||||||
Rijksweg | Van | Naar | Van km | Tot km | Jaar | (Deel van) project: | 11.56 van overeenkomstige toepassing? |
4 | Knooppunt De Nieuwe Meer | Knooppunt Badhoevedorp | 0,0 | 3,5 | Q2 2012 | Geluidplan A4 Badhoevedorp–Nieuwe Meer en A10 Nieuwe Meer–Amstel | nee |
4 | Knooppunt Badhoevedorp | 3,2 | 6,8 | Q2 2012 | Omlegging A9 Badhoevedorp | nee | |
9 | Omlegging Badhoevedorp | 32,6 | 32,6 | Q2 2012 | Omlegging A9 Badhoevedorp | nee | |
9 | Omlegging Badhoevedorp | nieuw | nieuw | Q2 2012 | Omlegging A9 Badhoevedorp | nee | |
9 | Omlegging Badhoevedorp | 38,2 | 38,2 | Q2 2012 | Omlegging A9 Badhoevedorp | nee | |
10 | Knooppunt De Nieuwe Meer | Knooppunt Amstel | 16,5 | 20,9 | Q2 2012 | Geluidplan A4 Badhoevedorp–Nieuwe Meer en A10 Nieuwe Meer–Amstel | nee |
12 | Aansluiting Houten (Salto) | 65,8 | 66,5 | mrt. 2012 | Inpassingsplan Verbindingsweg Houten–A12 | nee | |
12 | Veenendaal | Ede | 91,6 | 110,4 | Q2 2012 | Verkeersbesluit A12 Veenendaal–Ede | nee |
31 | Traverse Harlingen | 13,0 | 16,9 | Q2 2012 | N31 Traverse Harlingen | nee | |
33 | Aansluiting. Assen-Zuid | Aansluiting Zuidbroek | 5,7 | 44,3 | Q2 2012 | N33 Assen-Zuidbroek | nee |
50 | Arnhem-Noord | Beekbergen | 183,1 | 203,2 | Q2 2012 | Verkeersbesluit A50 Arnhem-noord–Beekbergen | nee |
Project / Traject | Jaar besluit | Km van1 | Km tot1 | 11.56 van overeen-komstige toepassing? |
Betuweroute | 1997 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Kortsluitroute | 1997 / 2001 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
HSL-Zuid | 1998 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Hanzelijn | 2003 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Sloelijn | 2004 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Vrije Kruising Transformatorweg Amsterdam | 2010 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
SAAL Cluster C, Hoofddorp–Diemen | 2010 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
SAAL Cluster A, Weesp–Lelystad | 2011 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Vrije Kruising Amersfoort-West | 2011 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Den Bosch (Sporen in Den Bosch) | 2011 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Den Bosch (Zuid-Willemsvaart) | 2009 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Havenspoorlijn excl. Rozenburg | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Zevenaar–grens | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Rozenburg (Calandbrug) | 2010 | 22.000 | 24.000 | Nee |
Nijverdal Verdiept | 2005 | 29.500 | 34.800 | Nee |
Spoorzone Delft | 2006 | 67.665 | 70.595 | Nee |
Brug bij Akkrum | 2007 | 148.850 | 149.612 | Nee |
Almelo Verdiept | 2008 | 1.200 | 2.400 | Nee |
Hilversum | 2009 | 28.030 | 28.800 | Nee |
Zevenaar–Winterswijk | 2010 | 33.900 | 41.000 | Nee |
Amsterdam–Watergraafsmeer | 2010 | 3.200 / 103.000 | 3.600 / 103.700 | Nee |
Oldenzaal–grens | 2011 | N.v.t. | N.v.t. | Nee |
Zeeuwse Lijn | 2011 | 0.500 | 54.100 | Nee |
Zuidbroek–Veendam | 2011 | 14.800 | 21.600 | Nee |
Zwolle Spoort (Zwolle) | 2011 | 2.030 | 3.920 | Nee |
1 Bij de tracébesluiten zijn geen kilometreringen gegeven, aangezien deze eenduidig blijken uit de tracébesluiten zelf. Voor de projecten met een kleinere scope zijn deze wel expliciet overgenomen uit de akoestische onderzoeken.
Rijksweg | Hoofdrijbaan | Hectometer van | Hectometer tot |
1 | L | 28,9 | 33,0 |
1 | R | 114,9 | 115,1 |
2 | L | 215,7 | 216,7 |
2 | L | 253,7 | 254,8 |
2 | L | 261,9 | 263,0 |
2 | R | 215,7 | 216,7 |
2 | R | 253,6 | 254,8 |
2 | R | 261,9 | 262,9 |
4 | L | 33,0 | 34,5 |
4 | L | 69,6 | 70,4 |
4 | L | 75,9 | 76,3 |
4 | L | 94,0 | 96,1 |
4 | L | 244,2 | 250,2 |
4 | R | 32,0 | 34,5 |
4 | R | 70,2 | 70,5 |
4 | R | 75,6 | 77,2 |
4 | R | 99,8 | 100,0 |
4 | R | 243,2 | 250,2 |
6 | L | 88,9 | 89,6 |
6 | L | 91,1 | 97,3 |
6 | L | 301,7 | 310,9 |
6 | R | 89,1 | 89,6 |
6 | R | 91,1 | 98,1 |
6 | R | 103,2 | 108,1 |
6 | R | 301,6 | 310,9 |
7 | L | 3,8 | 4,3 |
7 | L | 13,4 | 28,8 |
7 | L | 72,2 | 91,2 |
7 | L | 91,3 | 96,2 |
7 | L | 96,8 | 99,9 |
7 | L | 109,1 | 117,7 |
7 | L | 144,7 | 149,5 |
7 | L | 184,0 | 188,6 |
7 | L | 239,9 | 240,3 |
7 | R | 3,8 | 4,3 |
7 | R | 13,1 | 27,8 |
7 | R | 64,5 | 71,5 |
7 | R | 72,3 | 99,9 |
7 | R | 108,7 | 111,4 |
7 | R | 116,4 | 117,7 |
7 | R | 136,6 | 136,8 |
7 | R | 144,7 | 158,4 |
7 | R | 165,9 | 169,3 |
7 | R | 183,7 | 188,9 |
7 | R | 240,0 | 240,5 |
9 | L | 4,4 | 4,9 |
9 | L | 21,2 | 22,0 |
9 | L | 31,5 | 31,8 |
9 | R | 11,3 | 12,2 |
9 | R | 24,2 | 26,0 |
9 | R | 31,5 | 31,8 |
12 | L | 15,1 | 15,8 |
12 | R | 58,9 | 59,3 |
12 | R | 135,0 | 135,3 |
13 | L | 19,1 | 19,3 |
15 | L | 54,3 | 55,6 |
15 | L | 57,5 | 60,5 |
15 | L | 94,0 | 94,2 |
15 | L | 99,5 | 101,4 |
15 | L | 132,5 | 137,8 |
15 | L | 141,3 | 141,7 |
15 | L | 156,5 | 163,2 |
15 | L | 189,0 | 196,9 |
15 | L | 207,0 | 211,4 |
15 | R | 54,3 | 55,6 |
15 | R | 57,4 | 60,1 |
15 | R | 94,0 | 94,2 |
15 | R | 99,6 | 101,3 |
15 | R | 131,0 | 137,8 |
15 | R | 146,2 | 146,4 |
15 | R | 147,3 | 150,5 |
15 | R | 152,5 | 163,2 |
15 | R | 164,9 | 165,2 |
15 | R | 189,1 | 197,6 |
15 | R | 207,3 | 211,4 |
16 | L | 45,3 | 45,5 |
17 | L | 29,6 | 30,5 |
20 | L | 10,1 | 10,5 |
27 | L | 64,0 | 64,3 |
27 | L | 67,2 | 67,5 |
27 | R | 64,0 | 64,3 |
27 | R | 92,4 | 94,6 |
27 | R | 95,5 | 97,8 |
28 | L | 62,0 | 84,4 |
28 | L | 199,0 | 200,2 |
28 | R | 0,0 | 3,7 |
28 | R | 62,0 | 67,1 |
28 | R | 199,3 | 200,2 |
29 | L | 9,9 | 10,1 |
29 | L | 13,4 | 13,7 |
29 | R | 9,9 | 10,9 |
31 | R | 30,9 | 36,1 |
32 | L | 24,5 | 29,7 |
32 | L | 69,4 | 69,6 |
32 | R | 24,5 | 29,7 |
32 | R | 69,4 | 69,6 |
44 | L | 0,2 | 1,6 |
44 | R | 21,4 | 21,6 |
50 | L | 140,3 | 151,0 |
50 | L | 152,0 | 153,2 |
50 | R | 140,3 | 151,0 |
50 | R | 152,0 | 155,2 |
50 | R | 169,8 | 170,3 |
50 | R | 230,6 | 236,0 |
50 | R | 236,3 | 239,5 |
58 | L | 103,7 | 103,9 |
58 | L | 153,9 | 160,8 |
58 | R | 103,7 | 104,3 |
58 | R | 134,6 | 139,5 |
58 | R | 162,2 | 162,9 |
58 | R | 163,3 | 166,3 |
58 | R | 166,4 | 168,7 |
59 | L | 88,2 | 88,7 |
59 | L | 102,8 | 103,2 |
59 | R | 66,1 | 66,8 |
59 | R | 102,1 | 102,7 |
65 | R | 4,3 | 4,5 |
73 | L | 93,6 | 97,5 |
73 | R | 93,6 | 97,5 |
76 | L | 0,1 | 0,3 |
76 | L | 23,8 | 27,1 |
76 | R | 0,1 | 0,3 |
76 | R | 23,2 | 27,1 |
77 | L | 1,1 | 5,4 |
77 | L | 6,0 | 6,8 |
77 | L | 7,2 | 10,1 |
77 | R | 1,6 | 5,4 |
77 | R | 6,2 | 6,8 |
77 | R | 7,2 | 10,1 |
79 | L | 0,1 | 17,5 |
79 | R | 0,0 | 17,5 |
200 | L | 6,7 | 11,8 |
200 | R | 10,5 | 10,7 |
200 | R | 11,5 | 11,8 |
205 | R | 3,3 | 4,1 |
Wegen | Traject | Van hm | Van hm |
A12 | Knooppunt Oudenrijn–Knooppunt Lunetten | 57,2 | 63,2 |
N33 | Noordbroek–Siddeburen | 48,4 | 49,4 |
N36 | Vriezenveen–Westerhaar | 16,5 | 20,7 |
A59 | Zeelandbrug–Bruinisse | 17,4 | 23,3 |
A59 | Bruinisse–Philipsdam | 26,7 | 28,0 |
N99 | Breezand–Van Ewijcksluis | 3,2 | 8,9 |
N35 | Zwolle–Heino Noord | 4,8 | 12,6 |
N35 | Raalte–N348 | 17,8 | 21,3 |
Spoorwegen | Van km | Tot km |
Velperbroek Aansluiting–Zevenaar | 100,662 | 103,52 |
Amsterdam Duivendrecht–Amsterdam Riekerpolder | 155,301 | 157,09 |
Tilburg–Vught Aansluiting | 3,213 | 4,284 |
Amsterdam Duivendrecht–Amsterdam Riekerpolder | 152,942 | 153,752 |
Zevenaar–Zevenaar Grens | 110,294 | 110,776 |
Woerden | 21,315 | 21,797 |
Winsum–Roodeschool | 7,914 | 8,338 |
Amsterdam Duivendrecht–Amsterdam Riekerpolder | 154,89 | 155,294 |
Amsterdam Duivendrecht–Amsterdam Riekerpolder | 152,26 | 152,615 |
Winsum–Roodeschool | 19,965 | 20,286 |
Amsterdam Duivendrecht | 0,673 | 0,963 |
’s Hertogenbosch–Nijmegen | 28,529 | 28,817 |
Velperbroek Aansluiting–Zevenaar | 104,729 | 104,992 |
Zevenaar–Zevenaar Grens | 109,252 | 109,506 |
Sauwerd–Winsum | 4,818 | 5,036 |
Zevenaar | 602,374 | 602,571 |
Roosendaal–Breda | 20,393 | 20,583 |
Haarlem–Santpoort Noord | 2,275 | 2,462 |
Rotterdam Kleiweg–Rotterdam Westelijke Splitsing | 53,329 | 53,506 |
Amsterdam Duivendrecht | 149,551 | 149,706 |
Winsum–Roodeschool | 12,385 | 12,51 |
’s Hertogenbosch | 47,544 | 47,654 |
Hengelo–Oldenzaal Grens | 26,069 | 26,174 |
Zevenaar | 603,734 | 603,836 |
Saneringsprojecten vanwege rijkswegen | ||
Gemeente | Naam project | Locatie |
Amersfoort | A28 | Scherm Arnhemseweg-Heiligenbergweg, lengte 1.320 meter |
Scherm vanaf Jaagpad, lengte 530 meter | ||
Someren | A67, dorpskern Lierop | Af te stemmen met afscherming ivm reconstructie A67 |
Werkendam | A27 Hank-Oostzijde | Napoleonweg / Jachtlaan |
Saneringsprojecten vanwege spoorwegen | ||
Gemeente | Naam project | Trajectaanduiding |
Bussum | Spoorsanering Bussum | Traject 371, kilometer 21.900–24.400 |
Capelle a/d ijssel | Schollevaar | Traject 600 |
Deurne | Spoorsanering Deurne | Traject 790 |
Deventer | NaNOV Deventer 1 en 5 | Traject 140 |
Diemen | Diemen | Traject 369 en 374 |
Duiven | Gevelisolatie 17 woningen: Beerenclaauwstraat 11, 13, 21, 23 en 25, Engeveldsestraat 1, 2, 3 en 4, Helhoek 1, 2, 3 en 4, Kamerstraat 2, Parallelweg 5 en 25 en Vergertlaan 11. | Traject 237 |
Haarlemmerliede | Halfweg | Traject 400, kilometer 8.300–9.700 |
Haren | Glimmen | Traject 86, 58 en 57, kilometer 69.930–71.450 en kilometer 66.190–68.500 |
Heeze-Leende | Fase 3 | Traject 800, kilometer 7.404–16.803 |
Heiloo | Spoorlijn Alkmaar-Uitgeest | Traject 430, kilometer 45.500–48.000 |
Hillegom | Parallelweg | Traject 500, kilometer 27.955 tot kilometer 28.810 |
Hilversum | Hilversum, railverkeerslawaai | Traject 360, 370 en 371 |
Houten | A’dam Rijnkanaal-Lek | Traject 729, kilometer 11.645–12.560 |
Langedijk | St Pancras | Traject 460 |
Leidschendam-Voorburg | Den Haag Laan van NOI | Traject 545, 546, 547 en 548 |
Maastricht | Maastricht nieuw | Traject 843 en 845, kilometer 1.500–2.600 en kilometer 27.700–28.400 |
Meerssen | Meerssen | Traject 841, kilometer 5.500–9.900 |
Middelburg | Gevelmaatregelen, Stationsplein en Prins Bernhardstraat 2 | Traject 663 |
Mook en Middelaar | Gevelisolatie Maasdijk 7 | Traject 760 |
Nunspeet | Molijnstraat e.o. | Traject 253, kilometer 61.370–62.160 |
Oosterhout | Verspreid liggende woningen | Traject 650 |
Rijssen | NaNOV Rijssen 2 en 4 | Traject 140 |
Soest | Gevelisolatie 6 woningen: Peter van Bremerweg 15, 17, 19a, 19b, 23, A.P. Hillhorstweg 5 | Traject 375 |
Steenwijk | Oostwijken en De Gagels | Traject 40 |
Stein | Stein | Traject 841 |
Tegelen | Populierenstraat | Traject 810, cluster rondom kilometer 66.600 |
Tegelen | Aerdberg | Traject 810, cluster rondom kilometer 64.700 |
Wierden | NaNOV | Traject 140 en 141 |
Zaanstad | Wormerveer | Traject 411, kilometer 65.440–66.390 |
Zaltbommel | Stationsstraat 102–106 | Traject 731 |
Zeist | Zeist II | kilometer 11.706–11.917 |
Zwolle | Pierik | Traject 90 |