Ministeriële regeling · BWBR0031567
Regeling meldingen en communicatie scheepvaart
Gelet op Richtlijn nr. 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (PbEU L 283), Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157), en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen (SOLAS-verdrag), Richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), Richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot het intrekken van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 131), verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU L 129), richtlijn nr. 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (PbEU L 255), richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (Herschikking) (PbEU L 131), en de artikelen 4 van de Wet bestrijding ongevallen Noordzee, 29 en 30 van de Wet havenstaatcontrole, 12 en 12a van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, 1, 2, 3, 4, 10, eerste lid, 11, 12, 16, 21, derde lid, en 22 van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart, 9.07 van het Binnenvaartpolitiereglement, 9 van het Loodsplichtbesluit 1995, 21, 29 en 38, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding, 5 van het Scheepvaartreglement territoriale zee, 2, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, 51 van het Scheepvaartreglement Westerschelde, 5 van het Vaststellingsbesluit binnenvaartpolitiereglement;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas GeesteranusIn deze regeling wordt verstaan onder:
- –
aanloopgebied: aanloopgebied bedoeld in bijlage 1, behorende bij artikel 2, onderdeel d, van het Scheepvaartreglement territoriale zee;
- –
besluit:Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart;
- –
IFCD: Interface and Functionalities Control Document, bedoeld in bijlage III, onderdeel 2, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart;
- –
richtlijn havenontvangstvoorzieningen:Richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG (PbEU 2019, L 151);
- –
richtlijn havenstaatcontrole:richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (Herschikking) (PbEU L 131);
- –
zeeschip dat bepaalde gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert: elk vrachtschip, iedere olie-, chemicaliën- of gastanker, of een passagiersschip, waarmee een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, of een schadelijke stof als bedoeld in artikel 3, onderdeel h, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart wordt vervoerd.
Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 5, eerste en tweede lid, en 17, eerste en derde lid, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, artikel 3a van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart, artikel 35 van het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen en artikel 65 van het Schepenbesluit.
In de bijlage behorend bij artikel 2 zijn de bevoegde autoriteiten of de plaatselijk bevoegde autoriteiten als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van het besluit aangewezen.
Als bevoegde autoriteit voor:
- a.
de structurele internationale doorgifte van ontvangen RIS-gegevens, bedoeld in artikel 14 van het besluit, of
- b.
de scheepvaartwegen met RIS-toepassing, bedoeld in artikel 21 van het besluit, zijn aangewezen degenen die bij of krachtens het Binnenvaartpolitiereglement, Rijnvaartpolitiereglement, Scheepvaartreglement Eemsmonding, Scheepvaartreglement Westerschelde, Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen of het Scheepvaartreglement gemeenschappelijke Maas als bevoegde autoriteit zijn aangewezen.
Als bevoegde autoriteit voor melding van gegevens omtrent de opvarenden als bedoeld in artikel 3a van het besluit, is aangewezen de Kustwacht Nederland.
Van een zeeschip worden ter voldoening aan de meldingsformaliteiten, bedoeld in artikel 2 van het besluit, aan de bevoegde autoriteit van de locatie:
- a.
waarnaar toe een zeeschip met een bruto-tonnage als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981 van 300 of meer, op weg is, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage I, onder punt 1, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart;
- b.
waarnaar toe een zeeschip dat bepaalde gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert, op weg is, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage I, onder punt 3, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart; of
- c.
van waaraf een zeeschip dat bepaalde gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert vertrekt, de gegevens gemeld die worden genoemd in bijlage I, onder punt 3, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart.
Het eerste lid, is niet van toepassing op een schip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in samenhang met artikel 6 bis van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart.
Van een schip als bedoeld in bijlage 1, voorschrift 2, eerste lid, van de verordening scheeps- en havenbeveiliging worden ter voldoening aan de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 3 van het besluit, aan de bevoegde autoriteit van de haven waarnaar het schip onderweg is, de gegevens gemeld die worden genoemd in het aanhangsel bij de richtlijn meldingsformaliteiten.
Vervallen
Van een zeeschip als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen wordt ter voldoening aan de meldingsformaliteit bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van het besluit het aantal opvarenden bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 6, eerste en tweede lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen gemeld aan de bevoegde autoriteit als:
- 1.
dat schip uit een in Nederland gelegen haven vertrekt; of
- 2.
het schip uit een buiten de lidstaten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gelegen haven vertrekt met als bestemming een in Nederland gelegen haven.
Van een zeeschip als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen worden ter voldoening aan de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van het besluit de gegevens bedoeld in artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste en tweede lid, van die richtlijn, met uitzondering van het op eigen initiatief verstrekte contactnummer voor noodsituaties, gemeld aan de bevoegde autoriteit als:
- 1.
dat schip uit een in Nederland gelegen haven vertrekt voor een reis waarvan de afstand tussen het vertrekpunt en de volgende aanloophaven meer dan 20 zeemijl bedraagt; of
- 2.
het schip uit een buiten de lidstaten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gelegen haven vertrekt met als bestemming een in Nederland gelegen haven.
Vervallen
Een schip als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen dat onderweg is naar een in de bijlage behorende bij artikel 2 vermelde haven, meldt aan de bevoegde autoriteit van de haven waarnaar het onderweg is, de gegevens die worden genoemd in bijlage 2 van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen.
Een bevoegde autoriteit kan:
- a.
voor een zeeschip dat in lijndienst vaart tussen twee in Nederland gelegen havens of tussen een in Nederland gelegen haven en een haven gelegen in een andere staat, ontheffing verlenen van een meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, als wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart. Voor de toepassing van de eerste zin wordt onder haven tevens verstaan ankerplaats of een in de Nederlandse territoriale zee gelegen laad- of losinrichting. Een ontheffing wordt ingetrokken wanneer niet meer wordt voldaan aan de daaraan verbonden voorschriften.
- b.
voor een zeeschip dat in lijndienst vaart ontheffing verlenen van de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 4, indien en voor zolang door dat zeeschip wordt voldaan aan artikel 7 van de verordening scheeps- en havenbeveiliging;
- c.
voor een zeeschip dat in lijndienst vaart namens de minister ontheffing verlenen van de meldingsformaliteit, bedoeld in artikel 6, indien en voor zolang wordt voldaan aan artikel 9c van het Besluit havenontvangstvoorzieningen. Als een ontheffing namens de Minister wordt verleend, handelt de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 9c, derde lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen.
De meldingen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, 4 en 6 geschieden:
- 1°.
ten minste 24 uur voor aankomst; of
- 2°.
indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven bekend was en de reisduur minder dan 24 uur bedraagt, uiterlijk op het tijdstip waarop het schip de vorige haven verlaat; of
- 3°.
indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven nog niet bekend was of tijdens de reis wordt gewijzigd, zodra deze bekend is.
De melding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, geschiedt indien het schip komt van een haven buiten de lidstaten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op weg is naar een haven van een lidstaat of naar een ankerplaats in de territoriale zee:
- 1°.
uiterlijk bij de afvaart uit de haven van belading; of
- 2°.
indien deze niet bij de afvaart bekend is, zodra de haven van bestemming of ankerplaats bekend is.
De meldingen bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel c, en 4b, geschieden voor het vertrek.
De melding bedoeld in artikel 4c geschiedt uiterlijk 15 minuten na het vertrek van het schip.
De melding bedoeld in artikel 6b, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, geschiedt uiterlijk voor vertrek van het schip of zodra het afvalontvangstbewijs is ontvangen.
Wijzigingen in de op grond van de artikelen 3 tot en met 6 gemelde gegevens en wijzigingen van meer dan 30 minuten in de eerder gemelde aankomst- of vertrektijd worden onmiddellijk doorgegeven.
De in de bijlage behorende bij artikel 2 aangewezen bevoegde autoriteit of plaatselijk bevoegde autoriteit, verstrekt onverwijld aan SafeSeaNet, de werkelijke aankomsttijd in de haven en de werkelijke vertrektijd uit de haven van elk schip dat valt onder het toepassingsgebied van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, alsook een identificatiecode van de betreffende haven.
De meldingen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 worden aan de desbetreffende bevoegde autoriteit elektronisch gedaan via een elektronisch portaal waardoor door een gestandaardiseerde aanlevering van informatie van het bedrijfsleven aan de overheid en het meervoudige gebruik van die informatie door die overheid beoogd wordt de gegevensstromen tussen het bedrijfsleven en de overheid efficiënter te organiseren en de administratieve en toezichtlasten te reduceren. Via hetzelfde elektronisch portaal wordt ook de melding op grond van artikel 6b, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen gedaan.
In afwijking van het eerste lid, meldt de kapitein, exploitant of agent van een schip dat onderweg is naar een in Nederland gelegen haven zich op een door de desbetreffende bevoegde autoriteit bekend gemaakte alternatieve wijze indien het schip onderweg is naar een haven die niet is aangesloten op het in het eerste lid bedoelde portaal.
In afwijking van het eerste lid, meldt de kapitein van een schip dat onderweg is naar een in Nederland gelegen haven zich op een door de desbetreffende bevoegde autoriteit bekend gemaakte alternatieve wijze indien elektronische melding van hem niet verlangd kan worden bij gebreke van aan boord daartoe geschikte communicatieapparatuur terwijl ook redelijkerwijs van hem niet verlangd kan worden dat een exploitant of agent aan de wal deze melding voor hem verricht.
Door vernummering vervallen.
De betreffende ontvanger van gegevens draagt er zorg voor dat de in dit artikel bedoelde wijzen van melden bekend worden gemaakt aan de scheepvaart.
Bij de melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, verstrekt de kapitein van een schip de volgende gegevens:
- a.
naam, roepnaam, IMO-identificatienummer en MMSI-nummer van het schip;
- b.
de naam, het adres en het telefoonnummer van de agent, kapitein of exploitant van het schip;
- c.
de haven van bestemming en de vermoedelijke aankomsttijd bij het loodsstation indien het schip komende van zee onderweg is naar een Nederlandse haven of indien het schip vertrekt vanuit een haven, het tijdstip waarop en de locatie waar de loods wordt verwacht; en
- d.
alle overige voor de beloodsing van het betreffende schip relevante gegevens over het schip en de reis.
De melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, ten behoeve van een schip dat komende van zee een haven wil binnenvaren, geschiedt:
- 1°.
ten minste 24 uur voor aankomst; of
- 2°.
indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven bekend was en de reisduur minder dan 24 uur bedraagt, uiterlijk op het tijdstip waarop het schip de vorige haven verlaat; of
- 3°.
indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven nog niet bekend was of tijdens de reis wordt gewijzigd, zodra deze bekend is.
De melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, ten behoeve van een schip dat naar zee vertrekt, geschiedt ten minste 24 uur voor vertrek of indien de afvaart op dat moment nog niet was voorzien, ten minste 12 uur voor vertrek.
In alle andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen, geschiedt de melding ten minste 6 uur voor aankomst of vertrek van het schip.
De meldingen, bedoeld in dit artikel, geschieden zo mogelijk elektronisch of op een alternatieve wijze die door of namens de betreffende Regionale loodsencorporatie wordt bekend gemaakt.
In afwijking van de artikelen 11 en 12, geschiedt de melding, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 2021, voor schepen die loodsplichtig zijn tijdens de vaart op de scheepvaartwegen die worden bedoeld in hoofdstuk 5 van de Loodsplichtregeling 2021 overeenkomstig artikel 13 respectievelijk 14 van het Scheldereglement en de daarop berustende bepalingen.
Wijzigingen in de op grond van artikel 11 verstrekte gegevens en wijzigingen van meer dan 30 minuten in de eerder gemelde aankomst- of vertrektijd worden onmiddellijk doorgegeven.
Een melding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, of 17, eerste lid, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen en artikel 12, eerste en tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, wordt gedaan aan de Directeur van de Kustwacht Nederland.
Een melding als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval de gegevens, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart.
Een melding als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen bevat naast de gegevens, bedoeld in het tweede lid, ook de genomen maatregelen met betrekking tot assistentie en berging en de hoeveelheid en soort van de olie, de schadelijke vloeistof, de schadelijke stof in verpakte vorm of de gevaarlijke stoffen aan boord.
De melding van het verlies of de lozing van vistuig, bedoeld in voorschrift 10.6 van Bijlage V bij het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 188), wordt gedaan aan de Directeur van de Kustwacht Nederland.
De directeur-generaal Rijkswaterstaat wordt aangewezen als NCA-SafeSeaNet en tevens als RIS-autoriteit, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit.
De in artikel 6b, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en artikel 11 van het besluit bedoelde gegevens worden overeenkomstig de daaraan in het IFCD gestelde eisen aan SafeSeaNet doorgegeven.
Onverminderd het eerste lid geschiedt de uitwisseling van gegevens, bedoeld in de artikelen 12, 13 en 16 van het besluit, op de tussen de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de desbetreffende bevoegde autoriteit, binnen de randvoorwaarden van het IFCD, schriftelijk overeengekomen wijze.
Voor de toepassing van artikel 21, derde lid, van het besluit, worden, in afwijking van artikel 11.5a van de Telecommunicatiewet de volgende RIS-diensten aangeboden:
- a.
diensten ter voorkoming van hinder en ter vergroting van de veiligheid op de scheepvaartwegen zoals het managen van het scheepvaartverkeer in het algemeen en in het bijzonder na incidenten en ongevallen, bij onoverzichtelijke situaties en bij knooppunten van vaarwegen; en
- b.
diensten ter bevordering van de vlotte doorvaart van het scheepvaartverkeer bij het schutten van de scheepvaart bij sluizen en bij de bediening van bruggen.
Voor de toepassing van hoofdstuk 6 van het besluit wordt aangewezen als:
- a.
LRIT-datacentrum: het datacentrum voor long range identification and tracking van de Europese Unie (EU-LRIT-DC);
- b.
applicatie-service provider: Collecte Localisation Satellites;
- c.
organisatie die bevoegd is meldplichtige gegevens bij het LRIT-datacentrum op te vragen: de Kustwacht Nederland, tevens in zijn hoedanigheid van Search and Rescue dienst bedoeld in artikel 24, tweede lid, van het besluit;
- d.
organisatie die bevoegd is aan te geven met welke intervallen meldplichtige gegevens door middel van het LRIT worden verzonden: de Kustwacht Nederland;
- e.
organisatie aan wie wordt gemeld dat het LRIT is uitgeschakeld: de Kustwacht Nederland.
Uitluisteren, communicatie door en met verkeersdeelnemers met betrekking tot nautisch- of veiligheidsverkeer en het maken van afspraken tussen verkeersdeelnemers onderling, vindt uitsluitend plaats op de door de desbetreffende bevoegde autoriteit aan de scheepvaart bekend gemaakte marifoonkanalen.
Voor de in het eerste lid bedoeld communicatie en het maken van afspraken wordt bij voorkeur de Engelse taal gebruikt. Het gebruik van de Nederlandse of een andere taal is toegestaan als dat ter plaatse gebruikelijk is.
Gedurende loodsen op afstand gebruikt de kapitein de Engelse taal, dan wel op aangeven van de loods de voorgeschreven of gebruikelijke voertaal van het betreffende gebied.
De kapitein maakt bij loodsen op afstand vanaf de wal gebruik van het marifoonkanaal, dat door de bevoegde autoriteit is bekendgemaakt.
De kapitein die gebruik maakt van loodsen op afstand, bevestigt direct de ontvangst van elk advies, en herhaalt daarbij de koers- en vaartadviezen, en op verzoek de overige adviezen.
De kapitein die gebruik maakt van loodsen op afstand meldt de loods direct wanneer en op welke wijze hij afwijkt van een door de loods gegeven advies.
Wijzigt de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement.
Wijzigt de Aanwijzing bevoegde autoriteit Scheepvaartreglement Kanaal van Gent naar Terneuzen.
Wijzigt de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten Scheepvaartreglement territoriale zee.
Wijzigt de Regeling havenstaatcontrole 2011.
Wijzigt de Regeling communicatie rijksbinnenwateren.
Vervallen
De volgende regelingen worden ingetrokken:
- a.
de Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart, met dien verstande dat de melding bij PLVTS voor de aanloop naar Scheveningen en Rotterdam, bedoeld in de bijlage 2 van die regeling eerst met ingang van 1 juni 2015 vervalt;
- b.
- c.
- d.
het besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 10 juli 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/805 sector SCH, houdende aanwijzen datacentrum, applicatie-service provider, en organisaties met bepaalde bevoegdheden met betrekking tot long range identification and tracking (LRIT) voor de zeevaart (Stcrt. 10815); en
- e.
het besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 11 maart 2011, nr. IENM/BSK-2011/20583, houdende aanwijzing DG RWS als nationaal bevoegde autoriteit SSN en bevoegde instantie RIS.
Na inwerkingtreding van deze regeling berust de op grond van artikel 3, tweede lid, van de Regeling verstrekking gegevens scheepvaart 2007 of de op grond van artikel 2, tweede lid, van de Regeling verstrekking gegevens scheepvaart, door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de desbetreffende autoriteit, overeengekomen wijze van melden, op artikel 17, tweede lid, van deze regeling.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling meldingen en communicatie scheepvaart.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 19 mei 2012, met uitzondering van de artikelen 7, onderdeel c, en 10, eerste, derde en vierde lid, die met ingang van 1 juni 2015 in werking treden.
Artikel 26 vervalt met ingang van 1 juni 2015.
In de volgende tabellen zijn per haven, binnengaats gelegen ankerplaats en in de Nederlandse territoriale zee gelegen ankerplaats, of laad- of losinrichting de bevoegde autoriteit (BA) en, voor zover aan de orde, de plaatselijk bevoegde autoriteit (PBA) aangewezen op grond van de artikelen 2, 3 en 4 van het besluit en artikel 12a van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
Indien in de tabel een gemeente of provincie is opgenomen, wordt de functionaris bedoeld die binnen de gemeente of provincie verantwoordelijk is.
Haven | BA | PBA | ||||||
Havenmeester van Groningen Seaports | Havenmeester van Harlingen | Havenmeester van civiele haven Den Helder | Havenmeester van Amsterdam | Havenmeester van Scheveningen | Havenmeester van Rotterdam | Havenmeester van North Sea Port Netherlands | ||
Delfzijl | Havenmeester van Groningen Seaports | x | ||||||
Eemshaven | Havenmeester van Groningen Seaports | x | ||||||
Farmsum | Havenmeester van Groningen Seaports | x | ||||||
Appingedam | Havenmeester van Groningen Seaports | x | ||||||
Foxhol | Provincie waartoe haven behoort | x | ||||||
Groningen (stad) | Provincie waartoe haven behoort | x | ||||||
Lauwersoog | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Scheemda | Provincie waartoe haven behoort | x | ||||||
Veendam | Provincie waartoe haven behoort | x | ||||||
Waterhuizen | Provincie waartoe haven behoort | x | ||||||
Harlingen | Havenmeester van Harlingen | x | ||||||
Kampen | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Leeuwarden | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Urk | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
West-Terschelling | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Den Helder (civiele haven) | Havenmeester van civiele haven Den Helder | x | ||||||
Den Helder (marinehaven) | Rijkshavenmeester Den Helder | x | ||||||
Den Oever | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
't Horntje | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Oudeschild | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Wieringerwerf/Oude Zeug | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Amsterdam | Havenmeester van Amsterdam | x | ||||||
Beverwijk | Havenmeester van Amsterdam | x | ||||||
IJmuiden | Havenmeester van Amsterdam | x | ||||||
Velsen-Noord | Havenmeester van Amsterdam | x | ||||||
Velsen-Zuid | Havenmeester van Amsterdam | x | ||||||
Zaandam | Havenmeester van Amsterdam | x | ||||||
Scheveningen | Havenmeester van Scheveningen | x | ||||||
Alblasserdam | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Bergen op Zoom | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Dordrecht | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Gorinchem | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
’s Gravendeel | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Hardinxveld-Giessendam | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Krimpen aan den IJssel | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Maasbracht | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Maassluis | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Maastricht | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Middelharnis | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Moerdijk | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Nijmegen | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Papendrecht | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Ridderkerk | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Roermond | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Rotterdam (gemeente) | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Schiedam | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Sliedrecht | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Stellendam | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Venlo | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Vlaardingen | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Werkendam | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Zwijndrecht | Havenmeester van Rotterdam | x | ||||||
Breskens | Rijkshavenmeester Westerschelde (bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990) | x | ||||||
Borssele | Havenmeester van North Sea Port Netherlands | x | ||||||
Hansweert | Rijkshavenmeester Westerschelde | x | ||||||
Middelburg | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Roompotsluis | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Sas van Gent | Havenmeester van North Sea Port Netherlands | x | ||||||
Sluiskil | Havenmeester van North Sea Port Netherlands | x | ||||||
Terneuzen | Havenmeester van North Sea Port Netherlands | x | ||||||
Vlissingen (binnenhaven) | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Vlissingen (exclusief binnenhaven) | Havenmeester van North Sea Port Netherlands | x | ||||||
Walsoorden | Gemeente waartoe haven behoort | x | ||||||
Yerseke | Gemeente waartoe haven behoort | x |
Ankerplaats | BA | PBA | |||||||
Havenmeester van Groningen Seaports | Havenmeester van Harlingen | Havenmeester van civiele haven Den Helder | Havenmeester van Amsterdam | Havenmeester van Scheveningen | Havenmeester van Rotterdam | Havenmeester van North Sea Port Netherlands | |||
Ankergebied in Westerschelde, te weten: | |||||||||
Everingen | Rijkshavenmeester Westerschelde | x | |||||||
Put van Terneuzen | Rijkshavenmeester Westerschelde | x | |||||||
Ankergebieden in Waddenzee: | |||||||||
voor wat betreft schepen die ten anker komen in zijn bevoegdheidsgebied zoals omschreven in artikel 1, onderdeel f, van de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement | Rijkshavenmeester Den Helder | x | |||||||
voor wat betreft schepen die ten anker komen in de gedeelten van de Waddenzee die zijn ingedeeld in de provincie Groningen en de gemeente Schiermonnikoog; | Havenmeester van Groningen Seaports | x | |||||||
voor wat betreft schepen die ten anker komen in het overige gedeelte van de Waddenzee | Havenmeester van Harlingen | x | |||||||
Ankergebieden in Eemsmonding | Havenmeester van Groningen Seaports | x |
Gebied | BA | PBA |
voor het aanloopgebied Scheldemonden | Rijkshavenmeester Westerschelde | Havenmeester van North Sea Port Netherlands |
voor het aanloopgebied Rotterdam | Havenmeester van Rotterdam | Havenmeester van Rotterdam |
voor het aanloopgebied Scheveningen | Havenmeester van Scheveningen | Havenmeester van Scheveningen |
voor het aanloopgebied IJmuiden | Havenmeester van Amsterdam | Havenmeester van Amsterdam |
voor het aanloopgebied Den Helder | Rijkshavenmeester Den Helder | Havenmeester van civiele haven Den Helder |
voor het aanloopgebied Eemsmonding | Havenmeester van Groningen Seaports | Havenmeester van Groningen Seaports |
voor het aanloopgebied Brandaris | Havenmeester van Harlingen | Havenmeester van Harlingen |
voor de territoriale zee, behoudens de aanloopgebieden | Directeur Kustwacht Nederland | Directeur Kustwacht Nederland |
Vervallen