Ministeriële regeling · BWBR0031712

Regeling geluid milieubeheer

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 12 juni 2012, nr. IENM/BSK-2012/30838, houdende vaststelling van regels inzake geluidproductieplafonds voor wegen en spoorwegen, geluidsbelastingkaarten en actieplannen (Regeling geluid milieubeheer)Regeling geluid milieubeheerDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) en de artikelen 11.1, 11.5, 11.9, vierde lid, 11.22, vijfde lid, 11.25, achtste lid, 11.30, vijfde lid, 11.33, zevende lid, onderdeel c, 11.51, tweede lid, en 11.56, vijfde lid, van de Wet milieubeheer en de artikelen 21, 22, 23, tweede lid, 27 en 31, vierde en vijfde lid, van het Besluit geluid milieubeheer;

Besluit:

Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J.J.Atsma

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als brongegevens als bedoeld in artikel 11.1 van de wet worden met betrekking tot een spoorweg aangewezen:

Als agglomeratie als bedoeld in artikel 11.5 van de wet worden aangewezen:

De geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight, beiden als gevolg van vliegtuiglawaai, worden bepaald overeenkomstig bijlage II van de Richtlijn 2002/49/EG van het Europees parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en beheersing van omgevingslawaai (PbEU 2002, L 189).

Voor de toepassing van hoofdstuk 3 van het besluit wordt het aantal bewoners van woningen bepaald overeenkomstig de gemiddelde huishoudensgrootte volgens de meest recente publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De in artikel 8, eerste lid, van het besluit bedoelde geografische kaarten bevatten een legenda waarin wordt verklaard hoe de informatie op die kaarten is weergegeven.

Het aantal bewoners van woningen per geluidsbelastingklasse dat door een of meer geluidsbronnen in hoge mate wordt gehinderd dan wel van wie daardoor de slaap in hoge mate wordt verstoord, en de toename van het aantal gevallen van ischemische hartziekten (IHD) door wegverkeerslawaai, worden bepaald door middel van de desbetreffende in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen dosis-effectrelaties.

Het geluidregister, bedoeld in artikel 11.25 van de wet, bevat naast de in het derde lid van dat artikel genoemde gegevens, mede:

De Minister voor Infrastructuur en Milieu draagt zorg voor een openbaar toegankelijk geluidregister.

Als categorieën van geluidsbronnen als bedoeld in artikel 11.30, vijfde lid, van de wet worden aangewezen:

Een onderzoek naar de effecten van samenloop als bedoeld in artikel 11.33, zevende lid, onderdeel c, van de wet kan in elk geval achterwege blijven indien:

Het gebied, bedoeld in artikel 11.36, derde lid, van de wet omvat:

De Regeling omgevingslawaai wordt ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geluid milieubeheer.

Door burgemeester en wethouders aan de Minister van Infrastructuur en Milieu, gedeputeerde staten of een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie op hun verzoek te verschaffen gegevens en inlichtingen:

Door de Minister van Infrastructuur en Milieu, gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders aan de betrokken burgemeester en wethouders of een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie op hun verzoek te verschaffen gegevens en inlichtingen:

Onderstaande gegevens dienen uitsluitend te worden verstrekt door het bevoegd gezag indien de desbetreffende bron een geluidsbelasting van 55 dB of meer dan wel 50 dB Lnight of meer ter plaatse van een woning veroorzaakt.

Door de Minister van Infrastructuur en Milieu op verzoek aan burgemeester en wethouders te verstrekken gegevens:

Voor de bepaling van schadelijke effecten wordt het volgende in aanmerking genomen:

De schadelijke effecten worden berekend door middel van een van de volgende formules, zoals nader gespecificeerd in paragrafen 2.1 tot en met 2.3:

Voor de berekening van het relatieve risico (RR) wat het schadelijke effect van ischemische hartziekten (IHD) betreft, wordt voor het gebied waarbinnen de incidentie bekend is (i) de volgende dosis/effectrelatie gebruikt:

voor wegverkeerslawaai.

Voor de berekening van het absolute risico op hoge mate van hinder ARHA wordt de volgende dosis/effectrelatie gebruikt:

voor wegverkeerslawaai;

voor spoorweglawaai;

voor vliegtuiglawaai.

Voor de berekening van het absolute risico op hoge mate van slaapverstoring ARHSD wordt de volgende dosis/effectrelatie gebruikt:

voor wegverkeerslawaai;

voor spoorweglawaai;

voor vliegtuiglawaai.

De blootstelling van de bevolking wordt voor elke geluidbronsoort en elk schadelijk effect afzonderlijk bepaald. Wanneer dezelfde personen tegelijkertijd aan verschillende geluidbronsoorten worden blootgesteld, mogen de schadelijke effecten – in het algemeen – niet worden gecumuleerd. Die effecten kunnen evenwel met elkaar worden vergeleken, om het relatieve belang van elke geluidbronsoort te kunnen bepalen.

Wat IHD in geval van lawaai van wegverkeer betreft, wordt het aandeel van de gevallen van specifieke schadelijke effecten in de bevolking die wordt blootgesteld aan een RR dat volgens de berekening wordt veroorzaakt door omgevingslawaai, voor het gebied waarbinnen de incidentie bekend is (i) afgeleid door:

waarbij

Wat IHD in geval van lawaai van wegverkeer betreft, is het totale aantal N gevallen per gebied waarbinnen de incidentie bekend is (i):

waarbij

Wat hoge mate van hinder (HA) en hoge mate van slaapverstoring (HSD) in geval van lawaai van wegverkeer, treinverkeer en vliegtuigen betreft, is het totale aantal N personen die schadelijk effect x ondergaan (aantal toe te schrijven gevallen) vanwege geluidbronsoort y:

waarbij

In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidsgevoelig object naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.

In deze bijlage wordt verstaan onder een minischerm: een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 meter uit het hart van het spoor.