Beleidsregel · BWBR0031714

Motorrijtuigenbelasting

Wijzigingen Officiële bron
MotorrijtuigenbelastingMotorrijtuigenbelastingLandelijk Kantoor Belastingregio’s, Brieven en beleidsbesluiten

De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een actualisering van het besluit van 15 juni 2010, DGB 2010/1671M (Motorrijtuigenbelasting). Er is een aantal tekstuele en inhoudelijke wijzigingen opgenomen. De relevante inhoudelijke wijzigingen betreffen de evenementenregeling, bepalingen over bestelauto’s en meetmethodes, het herstelbeleid en oldtimers.

Den Haag15 juni 2012De staatssecretaris van Financiën,F.H.H.Weekers

In dit besluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen voor de motorrijtuigenbelasting.

Er zijn nieuwe standpunten opgenomen over de volgende onderwerpen:

De goedkeuring ten aanzien van zogenoemde PAM-voertuigen is in dit besluit niet langer opgenomen. Door maatschappelijke ontwikkelingen heeft de goedkeuring zijn relevantie verloren.

Gebruikte begrippen en afkortingen

Onder bestelauto wordt verstaan een motorrijtuig op drie of meer wielen niet zijnde een personenauto of een autobus, met een toegestane maximum massa van 3.500 kg of minder, waarvan de laadruimte in haar geheel is voorzien van een vlakke laadvloer en die voldoet aan de inrichtingseisen voor een bestelauto (artikel 3, eerste lid, van de wet en artikel 3 van de regeling).

De vlakke laadvloer moet over de gehele breedte en lengte van de laadruimte zijn aangebracht. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan is er sprake van een personenauto. Dit vind ik niet in alle situaties gewenst.

Goedkeuring

Omdat niet in alle situaties aan deze voorwaarden kan worden voldaan, keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) het volgende goed.

Om aan de inrichtingseisen voor de laadruimte van een bestelauto te voldoen moet een bestelauto zijn voorzien van een vaste wand die de bestuurderscabine van de laadruimte scheidt (artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ten tweede, en onderdeel d, ten derde, van de wet). Deze vaste wand moet vervaardigd zijn van ondoorzichtig en vormvast materiaal, moet geheel vlak zijn, uit één geheel bestaan en zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie zijn verbonden. Ook moet de wand zowel verticaal als horizontaal in een hoek van 90° op de lengteas zijn geplaatst (artikel 3, achtste lid, van de regeling).

De wand moet zijn vervaardigd van ondoorzichtig en vormvast materiaal, waarbij een vast raam met een hoogte van maximaal 40 cm is toegestaan (artikel 3, negende lid, onderdeel a, van de regeling).

Goedkeuring

Met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) keur ik goed dat in de vaste wand in plaats van één, ook twee of meer vaste ramen naast elkaar worden aangebracht.

Bij een tot bestelauto omgebouwde personenauto kan nog een hoofdbeschermingssysteem bij zijdelingse aanrijdingen (verder: side-curtains) aanwezig zijn. Dit is een airbagsysteem dat zich in de dakrand aan weerszijden van het interieur bevindt en bestemd is om de inzittenden ter hoogte van de zijkant van het hoofd tegen letsel te beschermen bij een zijdelingse aanrijding. De side-curtains zijn boven de zijruiten langs (nagenoeg) de volle lengte van het interieur van de auto aangebracht. Als bij ombouw van een dergelijke personenauto tot bestelauto een vaste wand wordt aangebracht, kunnen de side-curtains niet meer ontplooien.

Goedkeuring

Om de werking van de side-curtains te kunnen garanderen na de ombouw keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) het volgende goed. De zijkanten van de vaste wand mogen bestaan uit een materiaal dat bij normaal gebruik van een auto een solide, vormvast onderdeel van de vaste wand vormt, maar breekt of scheurt bij het ontplooien van de side-curtains. Dit geldt alleen voor zover de zijkanten van de vaste wand tussen bestuurderscabine en laadruimte het ontplooien van de side-curtains verhinderen. Het materiaal moet rondom onverbrekelijk met de vaste wand en de carrosserie zijn bevestigd. De vaste wand bestaat hierdoor uit één geheel, zij het dat het materiaal aan de zijkanten zal afwijken van het overige materiaal, bijvoorbeeld omdat het dunner is dan de rest van de vaste wand.

De wand moet geheel vlak zijn.

Goedkeuring

Met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) keur ik goed dat de vaste wand is voorzien van uitsteeksels, veroorzaakt door de bevestigingsconstructie en enige profilering, bijvoorbeeld ter vergroting van de stevigheid. Bij het bepalen van de lengte van de laadruimte wordt dan gemeten vanaf de meest naar achteren gelegen delen.

Het komt voor dat een deel van de cabine, zoals de ruimte onder de extra zitplaatsen (dubbele cabine) of bovenin de cabine, bij de laadruimte wordt betrokken. In die situatie is de vaste wand niet geheel vlak.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed, dat delen van de cabine bij de laadruimte worden betrokken waardoor de vaste wand niet geheel vlak is, mits daardoor de laadruimte vanuit de cabine niet bereikbaar is. Bij het bepalen van de lengte van de laadruimte wordt deze extra laadruimte echter niet meegerekend.

Het is mogelijk dat de vaste wand niet geheel uit een stuk bestaat, maar uit diverse delen. Op zich voldoet dit motorrijtuig dan niet meer aan de inrichtingseisen.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed, dat het motorrijtuig nog steeds voldoet aan de gestelde eisen als die delen op onverbrekelijke wijze met elkaar zijn verbonden. Dit kan door de diverse delen aan elkaar vast te lassen, vast te lijmen met bijvoorbeeld een speciale carrosserielijm, of aan elkaar te bevestigen met popnagels of breekbouten. Een combinatie van deze technieken is toegestaan.

De wand moet uit één geheel bestaan, waarbij noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van het onderhoud zijn toegestaan (artikel 3, negende lid, onderdeel c, van de regeling). Bijvoorbeeld een scharnierend of uitneembaar gedeelte op die plaats waar onderhoud moet worden gepleegd. Er kunnen echter ook noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van het gebruik in de bestelauto zijn aangebracht. Op zich voldoet dit motorrijtuig dan niet meer aan de inrichtingseisen.

Goedkeuring

In dit verband keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed, dat ook noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van het gebruik van de bestelauto zijn toegestaan. Het gaat hierbij om de volgende voorzieningen:

Voor deze voorzieningen geldt dat het rooster of de opening niet groter mag zijn dan voor het specifieke doel noodzakelijk.

De wand moet zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie zijn verbonden. Op deze wijze is er sprake van een permanente constructie van de vaste wand.

Met ‘zoveel mogelijk rondom’ wordt bedoeld: op al die plaatsen waar contactpunten tussen de vaste wand en de carrosserie aanwezig zijn. Het is soms uit technisch oogpunt niet mogelijk om de vaste wand overal aan de carrosserie te laten aansluiten. Op zich voldoet dit motorrijtuig dan niet meer aan de inrichtingseisen.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat in de volgende situaties de wand zoveel mogelijk rondom met de carrosserie is verbonden.

De vaste wand moet op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie zijn verbonden.

In de praktijk is het om technische redenen niet altijd mogelijk om de vaste wand op die manier aan te brengen.

Goedkeuringen

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat in de volgende situaties de wand toch zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie is verbonden:

Eén van de voorwaarden is dat de vaste wand zowel verticaal als in een hoek van 90º op de lengteas moet zijn geplaatst. Het is mogelijk dat een vaste wand anders is geplaatst, waardoor het motorrijtuig niet meer aan de gestelde eisen voldoet.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat het motorrijtuig waarvan de vaste wand anders is geplaatst, nog steeds als bestelauto kwalificeert als voor het meten van de diverse afstanden wordt uitgegaan van de plaats waar de vaste wand zou staan als deze wel verticaal en in een hoek van 90° op de lengteas zou zijn geplaatst, en wel op de plaats van het meest naar achteren gelegen bevestigingspunt van de aanwezige wand.

Het is dus mogelijk om een deel van de cabine van een motorrijtuig met dubbele cabine bij de laadruimte te betrekken door een deel van de achterste zitplaatsen te verwijderen en een vaste scheidingswand te plaatsen. Deze vaste scheidingswand bestaat uit drie delen: één deel direct achter de bestuurdersstoel, een tweede deel dwars op het eerste deel aan de zijkant van de overgebleven achterste zitplaats(en) en een laatste deel direct achter de achterste zitplaats(en).

Bij sommige bestelauto’s moet onder meer de laadruimte van de bestuurderszitplaats zijn afgescheiden door een vaste wand over de gehele breedte en hoogte van de bestuurderscabine (artikel 3, eerste lid, onderdeel b, 2˚, van de wet). De vaste wand moet op maximaal 115 cm, gemeten vanaf het achterste punt van het stuurwiel, naar achteren zijn geplaatst. Als de laadruimte een lengte heeft van ten minste 200 cm is geen vaste wand vereist.

Bij geheel open bestelauto’s met enkele cabine waarbij zowel de bestuurderscabine als de laadbak niet zijn overdekt (bijvoorbeeld sommige (ex-)legervoertuigen) levert de hoogte van de vaste wand problemen op. Om constructietechnische redenen is een volledig vaste wand tussen cabine en laadruimte niet te realiseren.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat bij een geheel open bestelauto met enkele cabine, waarbij zowel de cabine als de laadbak niet zijn overdekt, wordt volstaan met een vaste wand met een hoogte van minimaal 30 cm.

Een bestelauto, type pick-up met dubbele cabine of met een zogenoemde anderhalve cabine kan omgebouwd worden tot een bestelauto met enkele cabine. Om constructietechnische redenen kan de al bestaande wand niet worden verwijderd. Hierdoor ontstaat een extra gesloten laadruimte.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed, dat geen extra inrichtingseisen worden gesteld aan de extra gecreëerde gesloten laadruimte, behalve dat deze gesloten laadruimte niet mag zijn voorzien van een linker zijruit. Een eventueel aanwezige ruit moet worden verwijderd.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden.

De laadruimte van een bestelauto mag niet ingericht zijn voor het vervoer van personen en moet in alle gevallen voorzien zijn van een vlakke laadvloer. Bestelauto’s met een bijzondere opbouw kunnen niet altijd aan de inrichtingseisen van de laadruimte voldoen. Het gaat hier onder andere over bestelauto’s met een hoogwerker, asfaltwagens en lichte vuilniswagens. Dergelijke bestelauto’s zouden in beginsel als personenauto kwalificeren.

Goedkeuring

Ik keur op basis van een redelijke wetstoepassing onder de volgende voorwaarden goed dat een bestelauto met een dergelijke bijzondere bovenbouw kan worden aangemerkt als een bestelauto.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

De motorrijtuigen die als bovenbouwvermelding ‘trekker’ of ‘voor verwisselbare opbouw’ op het kentekenbewijs krijgen, wijken af van de bestelauto’s met een bijzondere opbouw. Deze motorrijtuigen kunnen namelijk ook worden gebruikt zonder dat de oplegger, aanhangwagen of container aanwezig is. Op dat moment is het personenvervoer niet langer ondergeschikt aan het vervoer van lading. Sommige uitvoeringen onderscheiden zich daarnaast qua uiterlijk niet langer van motorrijtuigen die als personenauto worden aangemerkt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een pick-up met laadbak waar de koppelschotel in de laadbak wordt gemonteerd en de laadbak als zodanig aanwezig blijft. Het vervoeren van een last is echter de reden dat op het chassis een koppelschotel dan wel een containerframe wordt gemonteerd.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat een motorrijtuig dat op het kentekenbewijs als bovenbouwvermelding ‘trekker’ dan wel ‘voor verwisselbare opbouw’ heeft, als bestelauto wordt aangemerkt.

Een pick-up wordt alleen als bestelauto aangemerkt als wordt voldaan aan verschillende voorwaarden voor, onder andere, de maten van de laadruimte. Wanneer de laadbak van deze pick-up wordt verwijderd is het echter niet langer mogelijk om te bepalen welke afmeting de laadruimte heeft. Een motorrijtuig met een (kaal) chassis waarop een koppelschotel met een hulpframe dan wel een containerframe is gemonteerd, onderscheidt zich echter qua uiterlijk sterk van andere auto’s. Bovendien worden deze zaken enkel aangebracht met het oog op het vervoeren van een last.

Goedkeuring

Op grond van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) keur ik goed dat een motorrijtuig met een (kaal) chassis waarop een koppelschotel met een hulpframe dan wel een containerframe is gemonteerd wordt aangemerkt als bestelauto.

De hoogte en de lengte van de laadruimte moeten worden gemeten met de zogenoemde blokmethode (artikel 3, eerste lid van de regeling). Dat wil zeggen dat de laadruimte in gesloten toestand een denkbeeldig (fiscaal) blok moet kunnen bevatten met afmetingen die voor de betreffende categorie bestelauto gelden.

Er kan een aantal zaken in een laadruimte zijn aangebracht waardoor het fiscale blok niet meer past.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat de volgende zaken bij het bepalen van de afmetingen van de laadruimte geheel buiten beschouwing worden gelaten:

Deze goedkeuring geldt niet voor kampeerauto’s (zie paragraaf 3).

Het uitgangspunt van de wetgever is dat een motorrijtuig met dubbele cabine moet zijn voorzien van hetzij een hoog dak, hetzij een lange laadbak, om aangemerkt te worden als bestelauto. De lengte van de laadruimte van een motorrijtuig met dubbele cabine moet ten minste twee maal die van de cabine zijn, tenzij de cabine een hoogte heeft van ten minste 130 cm (artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de wet). De hoogte van de cabine van een dergelijk motorrijtuig moet de grootste afstand tussen vloer en dak van de cabine zijn, gemeten over een breedte van ten minste 20 cm (artikel 3, derde lid, van de regeling). In de praktijk worden auto’s waarvan de cabine zelf niet de hoogte van 130 cm heeft, in bepaalde gevallen aangepast aan deze eis. Om te kunnen beoordelen of aan de hoogte-eis van ten minste 130 cm is voldaan, moet de totale cabine in ogenschouw worden genomen. Het moet gaan om een cabine met een normale vloer en een normaal dak. Het is niet voldoende dat, om louter te voldoen aan de technische eis van een hoogte van 130 cm, de vloer een kleine verdieping vertoont en/of het dak een uitstulping in de vorm van een soort sluis of pijp heeft. Om inhoud te geven aan de hoogte-eis van 130 cm zou dan ook het oorspronkelijke dak verwijderd moeten worden. Dit is uit constructietechnische overwegingen niet altijd mogelijk.

Goedkeuring

Als de laadruimte ten minste 25 cm hoger is dan de cabine kan in plaats van een volledige tussenwand worden volstaan met een vaste wand van ten minste 30 cm hoog, over ten minste de hele breedte van de cabine (artikel 3, eerste lid, onder c, van de wet). Het hoogteverschil tussen de cabine en de laadruimte is de verticale afstand tussen het denkbeeldige horizontale vlak waarin de beide hoogste punten in de dagopening van de deuren bij de zitplaatsen liggen en het hoogste gedeelte van het dak van de laadruimte, gemeten over een breedte van ten minste 20 cm.

Goedkeuring

Ik keur op basis van een redelijke wetstoepassing goed dat het hoogteverschil tussen de cabine en de laadruimte aan de buitenkant van het motorrijtuig wordt gemeten. Ik stel hieraan de volgende voorwaarden. Op het dak aanwezige voorwerpen die niet tot de constructie van het dak zelf horen, zoals spoilers, luchtroosters, reclameborden, kofferrekken en dergelijke, worden voor het bepalen van de hoogte van het dak buiten beschouwing gelaten. De tot de normale uitrusting van een motorrijtuig horende afdichtingsstrips en dergelijke hoeven voor het meten niet uit de dagopening van de deuren bij de voorzitplaatsen te worden verwijderd.

Wanneer een dakverhoging in de laadruimte wordt aangebracht omdat de laadruimte af fabriek niet aan de minimale afmetingen voldoet om het zogenoemde fiscale blok te kunnen bevatten, moet in het oorspronkelijke dak van de laadruimte een uitsparing van minimaal 125 cm lengte en 55 cm breedte worden aangebracht.

In de praktijk komt het echter ook voor dat een laadruimte wordt verhoogd om een vaste wand van slechts 30 cm hoogte te kunnen aanbrengen. Bij een dakverhoging moet in beginsel het oorspronkelijke dak worden verwijderd. Dit is uit constructietechnische overwegingen niet altijd mogelijk.

Goedkeuring

In dit verband keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat wordt volstaan met een uitsparing in het oorspronkelijke dak van 70 cm bij 55 cm. Daarnaast moet op het oorspronkelijke dak van de laadruimte van de auto een geheel verhoogd dak zijn aangebracht (het zogenaamde buitendak). Hierbij stel ik de voorwaarde dat de oorspronkelijke laadruimte al voldoet aan de minimale lengte van 125 cm en minimale hoogte van 98 cm.

Een pick-up is een bestelauto waarvan de laadbak niet is overkapt. Een pick-up is niet als afzonderlijke categorie opgenomen in de wet. Een pick-up moet aan de eisen van artikel 3 van de wet voldoen, met uitzondering van de eisen met betrekking tot de hoogte van de laadruimte en de aanwezigheid van ten hoogste één zijruit.

De lengte van de laadruimte van een pick-up moet volgens de blokmethode worden gemeten. Bij het ontbreken van een overkapping bij een pick-up is de hoogte niet relevant. Is op de laadruimte een kap of huif aanwezig dan moet de daardoor ontstane gesloten laadruimte voldoen aan alle afmetingen van het bijbehorende fiscale blok.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat de lengte ook bepaald kan worden door te meten over de bodem van de laadruimte mits deze methode geen andere uitkomst oplevert dan de blokmethode. Als deze methode wordt toegepast, moet vanaf het achterste punt van het tussenschot een loodlijn worden neergelaten op de bodem van de laadruimte. De lengte van de laadruimte wordt gemeten vanaf het punt waar de loodlijn de bodem raakt. Evenals bij de blokmethode wordt gemeten vanaf de lengteas van het motorrijtuig. Deze twee meetmethoden gelden ook om te bepalen of de laadruimte van een bestelauto met dubbele cabine voor ten minste 40 procent van de lengte voor het hart van de achterste as is gelegen (artikel 3, eerste lid, onderdeel d, ten tweede van de wet).

Als een zogenoemde rollbar is aangebracht om extra veiligheid te creëren voor de inzittenden en de te vervoeren lading, kan bij het bepalen van de lengte van de laadruimte de rollbar buiten beschouwing worden gelaten.

Bij bepaalde typen pick-up's is de laadruimte zo lang dat de fabrieksversie niet aan de voorwaarde voldoet dat de laadruimte voor ten minste 40 procent van de lengte voor het hart van de achterste as is geplaatst. Als bij deze motorrijtuigen de lengte van de laadruimte zou worden ingekort, bijvoorbeeld door het aanbrengen van een verdikte achterklep, zou hieraan wel worden voldaan.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat een inkortingaanpassing wordt verricht mits zij functioneel en permanent is en over de gehele breedte van de achterklep is aangebracht.

Er zijn containers die speciaal zijn ontworpen om te worden geplaatst in de open laadbak van motorrijtuigen van het type pick-up. Deze containers kunnen veelal slechts worden geplaatst op één bepaald merk en type motorrijtuig en sluiten qua vorm geheel bij dat motorrijtuig aan. Een motorrijtuig waarop een dergelijke container is geplaatst, wijkt visueel dan ook niet of nauwelijks af van een motorrijtuig waarvan de laadruimte van een overkapping is voorzien. Om voor de motorrijtuigenbelasting te kunnen worden aangemerkt als bestelauto moet dit motorrijtuig inclusief container voldoen aan de in de wet gestelde inrichtingseisen voor een bestelauto met gesloten laadruimte.

Onder bepaalde omstandigheden kan een container zoals hiervoor is bedoeld echter een zodanige zelfstandige functie vervullen dat deze niet kan worden beschouwd als onderdeel van het motorrijtuig waarop deze is geplaatst. De bijbehorende eisen van het fiscale blok voor een gesloten laadruimte zijn dan niet relevant.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) onder de volgende cumulatieve voorwaarden goed dat plaatsing van een container op een bestelauto niet leidt tot de conclusie dat sprake is van een bestelauto met een gesloten laadruimte.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Er zijn kampeercontainers die speciaal zijn ontworpen om te worden geplaatst in de open laadbak van motorrijtuigen van het type pick-up. Deze kampeercontainers kunnen veelal slechts worden geplaatst op één bepaald merk en type motorrijtuig en sluiten qua vorm geheel bij dat motorrijtuig aan. Een motorrijtuig waarop een dergelijke kampeercontainer is geplaatst, wijkt visueel dan ook niet of nauwelijks af van een motorrijtuig waarvan de laadruimte van een overkapping is voorzien. Dit motorrijtuig moet aan de inrichtingseisen van een bestelauto voldoen om voor de motorrijtuigenbelasting te worden aangemerkt als bestelauto.

Onder bepaalde omstandigheden kan een kampeercontainer zoals hier is bedoeld echter een zodanige zelfstandige functie vervullen dat deze niet kan worden beschouwd als onderdeel van het motorrijtuig waarop deze is geplaatst.

Goedkeuring

Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed dat een bestel- of vrachtauto waarop een kampeercontainer is geplaatst, niet als een personenauto wordt aangemerkt.

Voorwaarden

Aan het desbetreffende motorrijtuig zijn geen handelingen verricht waardoor het in een zodanige staat is gebracht dat kan worden gezegd dat het uit hoofde van zijn bouw kan dienen voor het vervoer van personen langs de weg. Dit betekent in ieder geval dat:

Voor de ondernemersregeling geldt de voorwaarde dat de bestelauto meer dan bijkomstig wordt gebruikt in het kader van de onderneming.

Aan deze voorwaarde is voldaan als meer dan 10% van de per jaar gereden kilometers betrekking heeft op de activiteiten met betrekking tot de onderneming.

Een maatschap kan ondernemer zijn. Omdat een maatschap geen rechtspersoon is, kan het kenteken van een (bestel)auto niet op naam van de maatschap staan. Volgens de ondernemersregeling wordt het lage bestelautotarief toegekend aan de kentekenhouder. Het is niet de bedoeling van de wetgever om maatschappen die ondernemer zijn uit te sluiten van de ondernemersregeling. Dit geldt eveneens voor de firmanten van een vennootschap onder firma.

Goedkeuring

In verband hiermee keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een maat of firmant kan op verzoek als ondernemer worden aangemerkt als een bestelauto die op naam van de maat of de firmant staat meer dan bijkomstig wordt gebruikt ten behoeve van de onderneming van de maatschap of firma waaraan hij deelneemt.

Voor toepassing van de ondernemersregeling is de maat of firmant op wiens naam het kenteken is gesteld degene die de verplichtingen moet nakomen. Als niet langer aan de voorwaarden en beperkingen van de ondernemersregeling wordt voldaan, is de kentekenhouder het voor de auto van toepassing zijnde tarief verschuldigd.

Een directeur-grootaandeelhouder werd tot 18 oktober 2007 onder voorwaarden aangemerkt als ondernemer. Als gevolg van Europese jurisprudentie worden directeuren-grootaandeelhouders vanaf deze datum veelal niet langer als ondernemer gezien. Deze jurisprudentie heeft gevolgen voor de mrb als een directeur-grootaandeelhouder een bestelauto op naam heeft staan waarvoor hij het lagere bestelautotarief betaalt. In een besluit voor de omzetbelasting (2 december 2007, nr. CPP2007/3160, onderdeel 7) wordt hier nader op ingegaan. Ik verwijs daarom naar dit besluit.

Voor een gehandicapte persoon die voor zijn eigen vervoer en tegelijkertijd het vervoer van zijn niet-opvouwbare rolstoel is aangewezen op een bestelauto, kan op verzoek het lage bestelautotarief van toepassing zijn (artikel 24a van de wet). De gehandicaptenregeling geldt alleen voor bestelauto’s, die zijn ingericht en worden gebruikt voor het vervoer van een gehandicapte persoon in de cabine en het gelijktijdige vervoer van diens niet-opvouwbare rolstoel of ander in verband met de handicap noodzakelijk hulpmiddel in de laadruimte.

Het is mogelijk dat een gehandicapte een niet-opvouwbare rolstoel of rolbed tijdens het rijden als zit- of ligplaats moet gebruiken.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed dat de gehandicaptenregeling van toepassing is als de niet-opvouwbare rolstoel of het rolbed in de bestuurderscabine is bevestigd.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Bij het verzoek moet een verklaring van de Belastingdienst over de inrichting van de bestelauto worden overgelegd. Ook andere bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat de bestelauto is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte en zijn niet-opvouwbare rolstoel of ander hulpmiddel, kunnen voldoen. Bijvoorbeeld foto’s, een ombouwplan, een orderbon, een offerte, of een factuur van het bedrijf dat de ombouw heeft verricht. Uit deze bewijsstukken moet ook blijken of, en zo ja in hoeverre, de laadruimte van de bestelauto in verband met de handicap van de gehandicapte is aangepast waardoor niet langer aan alle fiscale eisen voor een bestelauto wordt voldaan (bijvoorbeeld als de verplichte vaste wand tussen de laadruimte en de cabine geheel of gedeeltelijk is verwijderd, of geen vlakke laadvloer meer aanwezig is).

Als een bestelauto niet langer aan de inrichtingseisen voldoet, is belasting naar het tarief voor personenauto’s verschuldigd. In de praktijk doen zich situaties voor waarin de laadruimte voldoet aan de fiscaal vereiste maten en het karakter van bestelauto slechts in geringe mate is aangetast. Het herstel in de hoedanigheid van bestelauto kan betrekkelijk eenvoudig worden gerealiseerd.

Goedkeuring

In de situaties waarin het karakter van de bestelauto slechts in geringe mate is aangetast, keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) onder de volgende cumulatieve voorwaarden goed, dat de kentekenhouder eenmalig de gelegenheid krijgt de geconstateerde onregelmatigheden te herstellen.

Voorwaarden:

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Wanneer aan de voorwaarden voor toepassing van de goedkeuring is voldaan wordt de kentekenhouder in de gelegenheid gesteld om binnen een bepaalde (door de inspecteur aangegeven termijn) de geconstateerde afwijking(en) van de inrichtingseisen te herstellen. Het motorrijtuig moet op een door de inspecteur bepaalde tijd en plaats worden getoond. Als de kentekenhouder verzuimt het motorrijtuig te tonen of als het motorrijtuig niet of onjuist is aangepast, wordt alsnog een naheffingsaanslag opgelegd.

Een kampeerauto is gedefinieerd als een personenauto waarvan de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid (artikel 23a, eerste lid, van de wet). Voor een kampeerauto geldt een zelfstandig tarief dat een kwart is van het tarief van een personenauto. Dit tarief is van toepassing op een kampeerauto als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in het besluit (artikel 5aa van het besluit).

Met ingang van 1 mei 2002 geldt de voorwaarde van het rechthoekige blok (artikel 5aa van het besluit).

Goedkeuring

In dit verband keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat de voorwaarde van het rechthoekige blok niet van toepassing is als

Voor de toepassing van het bovenstaande geldt de datum van de eerder afgegeven vergunning, omdat met deze overgangsregeling een eerbiedigende werking wordt beoogd voor het motorrijtuig en door latere wijziging van houderschap de oorspronkelijk afgegeven vergunning vervalt. De nieuwe houder zal daardoor op gelijke voet als zijn voorganger voor het kampeerautotarief in aanmerking kunnen komen.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat voor motorrijtuigen van het merk Volkswagen, type Transporter, met een door de RDW toegekende ‘datum van eerste toelating tot de weg’ van vóór 1 januari 1994, waarbij de motor van fabriekswege achterin is geplaatst, de inrichtingseisen voor de binnenruimte van deze motorrijtuigen kunnen worden toegepast als ware de motor niet achterin geplaatst. Ik merk hierbij op dat de datum van eerste toelating tot de weg hierbij voor de datum van deel I van het kentekenbewijs kan liggen.

Een autobus is gedefinieerd als een motorrijtuig op drie of meer wielen dat is ingericht voor personenvervoer en wel voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen (artikel 2, onderdeel e, van de wet).

Een motorrijtuig kan voldoen aan de inrichtingseisen die zijn gesteld aan een autobus. Hierop is het tarief voor een autobus van toepassing (artikel 25c van de wet). Een dergelijk motorrijtuig kan tevens voorzieningen bevatten als zijn voorgeschreven voor een kampeerauto (artikel 23a, eerste lid, van de wet).

Goedkeuring

In dit verband keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed, dat als een motorrijtuig voldoet aan de inrichtingseisen die zijn gesteld aan een autobus en voorzieningen bevat als zijn voorgeschreven voor een kampeerauto, een kwart van het tarief voor een autobus verschuldigd is.

Voorwaarden:

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Motorrijwielen zijn motorrijtuigen op twee wielen eventueel verbonden met een zijspanwagen (artikel 2, onderdeel d, van de wet).

Een trike is een motorrijtuig op meer dan twee wielen dat door zijn bouw een grote gelijkenis vertoont met een motorrijwiel. Onder voorwaarden kan een trike met een motorrijwiel worden gelijkgesteld (artikel 4 van de wet en artikel 4 van het besluit). Het is mogelijk dat een trike afwijkt van één of meer van de voorwaarden die worden genoemd in het besluit en dus als personenauto moet worden aangemerkt.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed dat een trike met een motorrijwiel kan worden gelijkgesteld, als op basis van alle verschillende kenmerken, de uiterlijke verschijning en de maatschappelijke aard van het motorrijtuig de trike een grote gelijkenis vertoont met een motorrijwiel. De kenmerken moeten in hun onderlinge samenhang worden bezien, waarbij niet aan één van de kenmerken doorslaggevende betekenis toekomt.

Eén van de voorwaarden waaraan een trike moet voldoen om te worden aangemerkt als motorrijwiel, is dat het motorrijtuig geschikt is voor het vervoer van ten hoogste twee personen. Er zijn trikes die geschikt zijn voor het vervoer van drie personen (de zogenaamde ‘familiemodel’-uitvoering). Om een motorrijtuig als trike aan te merken moeten verschillende kenmerken beoordeeld worden, zoals de carrosserie, het dragend gedeelte, de stuurinrichting, de motorophanging, het aantal personen dat kan worden vervoerd en de uiterlijke verschijningsvorm.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed, dat een trike waarmee drie personen kunnen worden vervoerd, als motorrijwiel in de zin van de wet wordt aangemerkt.

Voorwaarden :

Het driewielige motorrijtuig van het merk ‘Carver’ heeft in afwijking van de voorwaarden die in het besluit aan motorrijwielen worden gesteld een gesloten carrosserie.

Bij de Carver zijn alle kenmerken aanwezig, die erop duiden dat er naar maatschappelijke aard en functie eerder sprake is van een motorrijwiel dan van een personenauto. De Carver is geconstrueerd met een frame en kent een directe stuuroverbrenging naar het voorwiel en is geschikt voor het vervoer van ten hoogste twee personen. De Carver past binnen de definitie van driewielers zoals die wordt gesteld in de richtlijn betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (richtlijn 92/61/EEG). Het weggedrag van de Carver is vergelijkbaar met een motorrijwiel, zoals het overhellen in de bochten e.d.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat een Carver wordt aangemerkt als een motorrijwiel in de zin van de wet. Hierbij geldt als voorwaarde dat wordt voldaan aan de kenmerken van een motorrijwiel zoals vermeld in het besluit, met uitzondering van het feit dat de Carver een gesloten carrosserie heeft. De goedkeuring geldt uiteraard ook voor soortgelijke motorrijtuigen van andere merken.

Wanneer de geldigheid van het kentekenbewijs van een motorrijtuig geschorst is, is er geen motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Er mag met het motorrijtuig geen gebruik van de weg worden gemaakt. Wanneer er wel gebruik van de weg wordt gemaakt, moet de schorsing van het kenteken worden opgeheven.

Op grond van artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement, mag gedurende de tijd dat de geldigheid van het kentekenbewijs is geschorst, met een motorrijtuig van 15 jaar of ouder van de weg gebruik worden gemaakt tijdens een bijzondere gelegenheid.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed, dat met een ‘geschorst’ motorrijtuig tijdens een bijzondere gelegenheid gebruik van de weg wordt gemaakt, zonder dat voor het motorrijtuig belasting is betaald.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Onder ‘bijzondere gelegenheid’ wordt in dit kader verstaan een speciaal evenement of een festiviteit waarbij het gebruik van een motorrijtuig van 15 jaar en ouder tot doel heeft om het motorrijtuig als zodanig aan het publiek te tonen. Voorbeelden van een bijzondere gelegenheid zijn: herdenkingen, corso's, symbolische optochten. Onder een ‘bijzondere gelegenheid’ wordt niet verstaan een gebeurtenis met een persoonlijk karakter, zoals een huwelijksfeest. De inspecteur deelt zijn beslissing op het verzoek schriftelijk aan de verzoeker mee. De organisator maakt aan de doelgroep bekend dat het evenement als bijzondere gelegenheid wordt aangemerkt. De deelnemers schrijven zich voor een of meerdere dagen in bij de organisator en verzoeken aan hem om hun inschrijving te melden bij de inspecteur. De organisator stuurt een lijst met deelnemers plus hun gegevens aan de inspecteur. De inspecteur moet deze gegevens uiterlijk 1 werkdag voor het evenement in bezit hebben. De inspecteur stuurt geen bevestiging. Wanneer een motorrijtuig op verzoek van de houder is aangemeld bij de inspecteur door de organisator van het evenement, en niet ten minste één werkdag vóór de aanvang van het evenement door de organisator weer is afgemeld, worden het evenement en de aangemelde dagen in mindering gebracht op het aan deze goedkeuring verbonden maximale aantal evenementen en dagen per jaar voor dat motorrijtuig, ongeacht de vraag of op de aangemelde dagen met het motorrijtuig daadwerkelijk gebruik is gemaakt van de weg. De deelnemers hoeven tijdens het evenement geen bewijs in het motorrijtuig aanwezig te hebben. De deelnemers houden per kenteken zelf bij hoe vaak zij zich in het kalenderjaar al hebben aangemeld voor een evenement en voor hoeveel dagen.

Wanneer niet aan de voorwaarden wordt voldaan, bijvoorbeeld omdat er toch van de weg gebruik gemaakt wordt, terwijl de inspecteur de gelegenheid niet als bijzondere gelegenheid heeft aangemerkt, of omdat het maximale aantal gelegenheden of aantal dagen voor het motorrijtuig is overschreden, kan de te weinig betaalde belasting worden nageheven op grond van artikel 35 van de wet.

Een woonwagen is een personenauto waarvan de binnenruimte vaste voorzieningen bevat voor bewoning. Het begrip woonwagen valt per 1 juli 2006 onder de definitie van kampeerauto (artikel 23a, eerste lid, van de wet). Dat wil zeggen dat de personenauto vaste voorzieningen bevat voor het koken, het slapen, het vervoer en het verblijf van personen. Voor deze motorrijtuigen kan het kampeerautotarief worden verleend. Dit tarief bedraagt een kwart van het tarief voor een personenauto. Dat geldt ook voor een tot woonwagen omgebouwde vrachtauto. Dus in beginsel ook voor een tot kermis- of circuswoonwagen omgebouwde vrachtauto.

Goedkeuring

Mede gelet op het bijzondere karakter van het kermis- en circusbedrijf, keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat voor kermis- en circuswoonwagens de verschuldigde belasting een kwart van het zogenoemde vrachtautotarief bedraagt. De houder van de auto moet daartoe een verzoek bij de B/CA indienen.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden.

Als het kenteken van het motorrijtuig niet op naam van de kermis- of circusexploitant is gesteld, moet de kermis- of circusexploitant door de B/CA aangemerkt worden als ‘afwijkend houder’ (artikel 8 van de wet). De kermis- of circusexploitant moet daartoe een verzoek doen. Als de auto niet in eigendom is verkregen, kan niet aan de eis worden voldaan dat de auto behoort tot het ondernemingsvermogen van de houder. In plaats daarvan moet de kermis- of circusexploitant aantonen dat het motorrijtuig gehuurd of geleased is en wordt gebruikt in het kader van zijn kermis- of circusonderneming.

Het bovenstaande betekent dat deze goedkeuring niet meer van toepassing is, als het motorrijtuig aan een ander wordt verkocht, de tenaamstelling in het kentekenregister wordt gewijzigd, of het huur-/leasecontract wordt beëindigd. Als de nieuwe houder eveneens een kermis- of circusexploitant is, moet een nieuw verzoek bij de B/CA worden ingediend.

Een multifunctioneel ingericht motorrijtuig is een motorrijtuig dat naast de mogelijkheid tot het vervoeren van lading tevens voorzieningen bevat voor het verblijf, de verzorging en de overnachting van personen. Deze motorrijtuigen hebben geen standaard-inrichting, maar worden in het algemeen ingericht volgens de specifieke wensen van de gebruiker.

Als het motorrijtuig door zijn inrichting geschikt is om personen te vervoeren, moet het worden aangemerkt als een motorrijtuig ingericht voor personenvervoer. Het is hierbij niet van belang, dat het motorrijtuig tevens is ingericht voor andere doeleinden. Tenzij het multifunctioneel ingerichte motorrijtuig met name is ingericht voor het vervoer van dieren of goederen en dat de inrichting voor andere doeleinden ondergeschikt is aan en mede gericht is op het gebruik in verband met de te vervoeren dieren of goederen. Het betreft bijvoorbeeld motorrijtuigen bedoeld en ingericht om paarden naar evenementen te vervoeren, terwijl in dit motorrijtuig tevens kan worden overnacht.

Goedkeuring

In dit verband keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende cumulatieve voorwaarden goed, dat multifunctioneel ingerichte motorrijtuigen voor de motorrijtuigenbelasting niet als personenauto worden aangemerkt.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden;

De toegestane maximummassa van een vrachtauto die is voorzien van een koppelinrichting is de toegestane maximummassa van de vrachtauto als deze niet zou zijn voorzien van een koppelinrichting, verhoogd met de hoogste toegestane maximum massa van een aanhangwagen waarmee de vrachtauto kan worden verbonden (artikel 2, onderdeel m, van de wet).

Een afsleeptrekker is een vrachtauto waarmee gestrande motorrijtuigen kunnen worden vervoerd naar bijvoorbeeld een herstelbedrijf, waarbij tijdens het vervoer de achterste wielen van het te vervoeren motorrijtuig op de weg blijven. Afsleeptrekkers trekken doorgaans geen aanhangwagens, maar andere (vracht)auto's.

Goedkeuring

In dit verband keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed, dat de motorrijtuigenbelasting voor afsleeptrekkers kan worden beperkt tot de toegestane maximummassa van de afsleeptrekker zelf. De heffing van een afsleeptrekker geschiedt alsof het motorrijtuig niet is voorzien van een koppelinrichting.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden;

Om voor deze goedkeuring in aanmerking te komen moet de houder zelf een verzoek bij de B/CA indienen.

De motorrijtuigenbelasting wordt geheven van degene die bij de aanvang van het tijdvak het motorrijtuig houdt (artikel 6 van de wet). Een motorrijtuig wordt gehouden door degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken is gesteld in het kentekenregister als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet (artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet). Teruggaaf van motorrijtuigenbelasting wordt verleend over het nog niet verstreken deel van het lopende tijdvak en over de nog niet aangevangen tijdvakken op het tijdstip waarop het motorrijtuig van houder wisselt dan wel het houderschap daarvan wordt beëindigd (artikel 18, eerste lid, van de wet). Wanneer het kenteken niet meer op naam is gesteld wordt er geen belasting geheven.

Als de belastingplichtige de beschikkingsmacht over het motorrijtuig heeft verloren kan geen teruggaaf van motorrijtuigenbelasting worden verleend. Omdat het kenteken van het motorrijtuig nog steeds op naam van de belanghebbende staat, blijft er nog steeds sprake van een formeel houderschap.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat wanneer er wel sprake is van een formeel houderschap, maar de belastingplichtige dit houderschap feitelijk niet kan genieten omdat hij de beschikkingsmacht over het motorrijtuig verloren heeft, in de hierna genoemde gevallen en onder de daarna gestelde voorwaarden en beperkingen, de heffing van motorrijtuigenbelasting achterwege kan blijven en/of teruggaaf verleend kan worden.

Ad 1: In de situatie dat het motorrijtuig is gestolen of wordt vermist gelden de volgende voorwaarden:

Voor een motorrijtuig kan een bijzonder tarief of vrijstelling motorrijtuigenbelasting worden verleend (artikelen 30 en 72 van de wet). Onder motorrijtuig wordt verstaan een personenauto, bestelauto, motorrijwiel en/of vrachtauto.

Voor vrachtauto’s met een koppelinrichting voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger, wordt de verschuldigde motorrijtuigenbelasting berekend over de toegestane maximum massa van de vrachtauto en de hoogste toegestane maximum massa van de aanhangwagen of oplegger die aan de vrachtauto kan worden gekoppeld. Een oplegger of aanhangwagen wordt dus niet afzonderlijk in de heffing betrokken.

Voor de toepassing van een bijzonder tarief of vrijstelling is vereist dat het motorrijtuig voor specifieke doeleinden moet worden gebruikt of een specifieke inrichting moet hebben. Een trekker zal hier in het algemeen niet aan voldoen. Dit zou betekenen dat vrachtautocombinaties bestaande uit een trekker met een specifieke oplegger niet voor een bijzonder tarief of vrijstelling in aanmerking kunnen komen.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed, dat voor de toepassing van het bijzondere tarief en de vrijstelling onder het begrip motorrijtuig, mede de combinatie van een trekker met een specifieke oplegger wordt verstaan.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Deze goedkeuring geldt niet voor vrachtauto’s met een (willekeurige) aanhangwagen.

Een multifunctioneel ingerichte vrachtauto is een motorrijtuig dat naast de mogelijkheid tot het vervoeren van lading tevens voorzieningen bevat voor het verblijf, de verzorging en de overnachting van personen. Deze vrachtauto’s hebben geen standaardinrichting, maar worden in het algemeen ingericht volgens de specifieke wensen van de gebruiker.

Als het motorrijtuig door zijn inrichting geschikt is om personen te vervoeren, moet het worden aangemerkt als een motorrijtuig ingericht voor personenvervoer.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarde goed dat multifunctioneel ingerichte vrachtauto’s als vrachtauto blijven aangemerkt ondanks voorzieningen ten behoeve van het vervoer, verblijf en overnachting van personen (paragraaf 7).

Voorwaarden

Het gedeelte van de laadruimte dat is ingericht met deze voorzieningen mag niet meer dan 50% bedragen van de lengte die de laadruimte zou hebben zonder deze voorzieningen.

Voor het toekennen van het bijzondere tarief (artikel 30 van de wet) is bij deze 50%-eis aangesloten. De vrachtauto kan in aanmerking komen voor het bijzondere tarief, wanneer de laadruimte voor minimaal 50% voldoet aan de voorwaarden die daaraan gesteld worden op grond van artikel 30 van de wet.

Onder voorwaarden wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en het onderhoud van wegen (artikel 72, eerste lid, onderdeel j, van de wet en artikel 19 van het besluit).

De vrijstelling wordt verleend als de houder van het motorrijtuig:

Een motorrijtuig voor de wegenbouw moet als zodanig zijn ingericht en uitsluitend daarvoor worden gebruikt.

Dit betekent dat:

De inrichting is een essentieel criterium. De inrichting moet zodanig zijn dat deze alleen dient voor de aanleg en onderhoud van wegen.

Goedkeuring

In afwijking van het bovenstaande keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.

Dit betekent dat de volgende motorrijtuigen wel onder de vrijstelling vallen:

De houder van het motorrijtuig moet zich bezighouden met de aanleg en het onderhoud van wegen. Dit betekent dat als wegen worden aangelegd en onderhouden met geleende, gehuurde of geleasete motorrijtuigen, de houder van deze motorrijtuigen niet in aanmerking komt voor de vrijstelling.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed, dat de vrijstelling desondanks van toepassing is op geleende, gehuurde of geleasete motorrijtuigen.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Onder voorwaarden wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt als vuilniswagen (artikel 72, eerste lid, onderdeel h, van de wet, artikel 17 van het besluit). De vrijstelling voor vuilniswagens is ook van toepassing op motorrijtuigen waarmee chemisch afval wordt opgehaald (chemokar).

Voor toepassing van de vrijstelling moet het motorrijtuig in het kentekenregister op naam van een openbaar lichaam staan ingeschreven, of op naam van een bedrijf dat zich bezighoudt met werkzaamheden waarbij deze motorrijtuigen worden ingezet (artikel 17 van het besluit).

Als een vuilniswagen wordt verhuurd of geleased door een bedrijf dat niet zelf die werkzaamheden uitvoert, wordt veelal niet aan die eis voldaan, omdat het kenteken op naam van het verhuur- dan wel leasebedrijf is gesteld.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder voorwaarden goed, dat de vrijstelling desondanks van toepassing is op verhuurde of geleasete vuilniswagens.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Onder voorwaarden wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt als straatveegwagen (artikel 72, eerste lid, onderdeel h, van de wet, artikel 17 van het besluit). De vrijstelling is alleen van toepassing op motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt voor veegwerkzaamheden op wegen. De techniek heeft echter de methoden van schoonmaken van wegen veranderd.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat ook andere technieken van schoonmaken van wegen onder de vrijstelling kunnen vallen, bijvoorbeeld een zogenaamde zoab-cleaner.

Er geldt een vrijstelling van motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren en die als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn (artikel 71, eerste lid, onderdeel c, van de wet). De vrijstelling is dus niet gekoppeld aan het motorrijtuig zelf, maar aan de aard van het gebruik daarvan.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat de vrijstelling voor dierenambulances ook kan worden verleend of gecontinueerd als incidenteel bijvoorbeeld een overleden huisdier of een als gevolg van een aanrijding overleden (wild) dier wordt vervoerd. Ook is het incidenteel vervoeren van zwerfdieren toegestaan. De vrijstelling kan ook worden verleend of gecontinueerd als dierenambulances worden ingezet voor hulp van in nood geraakte dieren, zoals in geval van uitgebroken, beklemde of te water geraakte dieren.

In de wet is een vrijstelling van motorrijtuigenbelasting opgenomen voor ambulances die aan bepaalde voorwaarden voldoen (artikel 71, eerste lid, onderdeel a, van de wet en artikel 8 van het besluit).

De ambulancebranche maakt naast ambulances steeds meer gebruik van andersoortige motorrijtuigen voor het verlenen van spoedeisende medische hulpverlening. Het gaat dan om personenauto's of motoren waarmee medisch personeel naar de plaats van het ongeluk kan rijden of motorrijtuigen van waaruit spoedeisende medische hulpverlening kan worden gecoördineerd.

Goedkeuring

Ik keur in dit verband met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Onder ambulances worden tevens begrepen andere motorrijtuigen, inclusief motorrijwielen, dan ambulances mits deze uitsluitend worden gebruikt voor het verlenen of coördineren van spoedeisende medische hulpverlening. Deze motorrijtuigen moeten daarbij aan de volgende cumulatieve eisen voldoen:

Voor motorrijtuigen die niet uitsluitend worden ingezet voor bovengenoemde taken maar overigens wel voldoen aan de genoemde cumulatieve eisen, wordt geen vrijstelling van belasting verleend. Dit geldt ook voor multifunctioneel ingerichte motorrijtuigen die worden ingezet bij rampen en calamiteiten, zoals de zogenoemde geneeskundige (GNK)-voertuigen en commandovoertuigen, die dienen voor het vervoer van mensen en materieel en daarvoor speciaal zijn ingericht.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende voorwaarden goed dat onder ambulances tevens worden begrepen personenauto’s, bestelauto’s, motorrijwielen en vrachtauto’s die worden ingezet voor het redden van drenkelingen.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

In de wet is een vrijstelling opgenomen voor personenauto’s die geheel of nagenoeg geheel (meer dan 90%) zijn bestemd om openbaar vervoer of taxivervoer te verrichten (artikel 72, eerste lid, onderdeel n, van de wet). Het recht op de vrijstelling moet blijken uit een op grond van de Wet personenvervoer afgegeven geldige vergunning.

Een personenauto waarmee werknemersvervoer wordt verricht komt niet in aanmerking voor vrijstelling als dit vervoer gebeurt met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers. Dit vervoer is uitgezonderd van de Wp-vergunningplicht (artikel 2, onderdeel l, van het Besluit Personenvervoer 2000).

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat vrijstelling mogelijk is als het geen vervoer betreft met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers. Ik stel hierbij de volgende voorwaarden:

Een instelling die met één of meer personenauto's taxivervoer verricht en geen Wp-vergunning heeft, komt niet in aanmerking voor de vrijstelling.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat een dergelijke instelling op verzoek toch voor vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting in aanmerking komt. Ik stel hierbij de volgende voorwaarden.

Een personenauto waarmee vervoer wordt verricht van huisartsen in dienst van of werkend voor een huisartsenpost, kan in beginsel niet voor vrijstelling in aanmerking komen in het geval dat vervoer door de huisartsenpost zelf wordt uitgevoerd.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat het vervoer van huisartsen wel voor vrijstelling in aanmerking kan komen als aan de volgende cumulatieve voorwaarden wordt voldaan.

In de Wet uitwerking autobrief wordt geregeld, dat de leeftijdsgrens voor de vrijstelling voor zogenoemde oldtimers in een aantal stappen wordt verhoogd naar 30 jaar na eerste ingebruikneming. Daarbij geldt een overgangsregeling voor motorrijtuigen die op 31 december 2011 ten minste 25 jaar of ouder waren. Ingevolge deze wijziging geldt de vrijstelling in het kalenderjaar 2012 uitsluitend voor motorrijtuigen die op 31 december 2011 ten minste 25 jaar oud waren. In de kalenderjaren 2013 en 2014 geldt de vrijstelling ook voor motorrijtuigen die in 1987 voor het eerst in gebruik zijn genomen, en wel vanaf het tijdstip in 2013 dat de eerste ingebruikneming tenminste 26 jaar geleden is. Voor deze nieuwe gevallen strekt de vrijstelling zich niet uit tot een eventuele brandstoftoeslag.

Voor vrachtauto’s en autobussen geldt, zowel voor de oudere jaren waarvoor de vrijstelling al bij 25 jaar wordt verleend als voor de nieuwere jaargroepen, de voorwaarde, dat het motorrijtuig niet bedrijfsmatig wordt gebruikt (artikel 72, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet).

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) onder de volgende cumulatieve voorwaarden goed, dat de vrijstelling voor oldtimers mede wordt toegepast voor een autobus uit een museum waarmee in het kader van de vrijstelling van de weg gebruik mag worden gemaakt.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Het incidenteel vervoeren van personen tegen betaling moet blijken uit de op grond van het Besluit Personenvervoer 2000 afgegeven vergunning en de administratie van de houder. De daarin genoemde beperking behelst dat het vervoer met vervoermiddelen die in gebruik zijn als onderdeel van een historische verzameling, niet commercieel van aard is dan wel een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt. De aanwending van de opbrengst moet blijken uit de administratie van de houder.

Het museum moet vooraf een verzoek om vrijstelling indienen bij de inspecteur (artikel 27 van het besluit). Bij het verzoek moet een afschrift worden overgelegd van de notariële stichtings- c.q. verenigingsakte met de statuten, waaruit de doelstelling blijkt.

In de wet is een vrijstelling van mrb opgenomen voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van een stoffelijk overschot (artikel 71, eerste lid, onderdeel b, van de wet en artikel 9 van het besluit). In de praktijk doet zich incidenteel de situatie voor dat de lijkauto voor andere binnen de uitvaartbranche voorkomende doeleinden dan het vervoer van een stoffelijk overschot wordt gebruikt. Bijvoorbeeld als de uitvaartondernemer een stoffelijk overschot van een ziekenhuis naar een rouwcentrum brengt en vervolgens op de terugweg langs de woning rijdt om een uitvaart te regelen.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed dat de vrijstelling ook van toepassing is als de lijkauto incidenteel wordt gebruikt voor andere doeleinden in het kader van de uitvaartonderneming.

De toepassing van een bijzonder tarief of vrijstelling vindt plaats op verzoek. Dit verzoek moet bij de inspecteur worden ingediend voor de aanvang van het tijdvak. De aanschaf of aanpassing van het voertuig vindt doorgaans niet plaats op het moment van begin van het tijdvak.

Goedkeuring

Uit praktische overwegingen keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat een verzoek om vrijstelling of toepassing van het bijzondere tarief wordt toegekend met ingang van het begin van het tijdvak waarin het verzoek is binnengekomen.

Een motorrijtuig wordt gehouden door degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken is gesteld.

Het transitokenteken is een kenteken dat maximaal 14 dagen geldig is en biedt de oplossing voor het tijdelijke vervoer over de weg van ongekentekende of in het buitenland gekentekende motorrijtuigen. Met dit kenteken kunnen kentekenplichtige motorrijtuigen legaal over de weg door Nederland gereden worden.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat van deze tijdelijke kentekens geen motorrijtuigenbelasting wordt geheven.

Het besluit kent een aantal vrijstellingsregelingen voor het gebruik van een motorrijtuig met buitenlands kenteken door een Nederlands ingezetene. De vrijstellingen van de artikelen 25 (buitenlandse werkgever) en artikel 26 (buitenlands bedrijf) worden bij vergunning verleend en zijn persoon- en motorrijtuiggebonden (artikel 27 van het besluit). Een dergelijke vergunning is niet verplicht maar geeft belanghebbende zekerheid vooraf.

Als de omstandigheden waarvoor de vrijstelling is verleend wijzigen, is de vergunning niet langer geldig. Dergelijke wijzigingen moeten worden doorgegeven aan de inspecteur, wat ook in de bijlage bij de vergunning staat vermeld. Het kan bijvoorbeeld gaan om vervanging van het motorrijtuig waarvoor de vrijstelling is verleend door een ander niet in Nederland geregistreerd motorrijtuig.

Het niet hebben van een (geldige) vergunning betekent niet zonder meer dat er verschuldigdheid van mrb ontstaat als er gebruik gemaakt wordt van een motorrijtuig met een buitenlands kenteken. De inspecteur zal altijd eerst moeten onderzoeken of er in materiële zin recht op de vrijstelling bestaat. Een vergunning kan niet worden geweigerd om de enkele reden dat niet is voldaan aan een formele voorwaarde (bijvoorbeeld het aanvragen van de vergunning voor aanvang van het gebruik van de weg).

De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.