Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZVBeleidsregel keuring en ontheffingverlening LZVDe directie van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op artikel 4, vierde lid, van Richtlijn nr. 96/53/EG EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationaal verkeer maximaal toegestane gewichten (PbEU L 235) en op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 Algemene wet bestuursrecht, het Besluit Voertuigen en het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten;

Besluit:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De directie van de Dienst Wegverkeer,J.G.HakkenbergAlgemeen Directeur

Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen. Voorts wordt verstaan onder:

Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor een keuring en ontheffing voor een LZV op basis van artikel 149a, tweede lid, van de Wet.

Een basisontheffing LZV als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, kan worden verleend voor:

Een opleidingsontheffing LZV kan worden verleend:

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Aanvragen binnen de autonome beslisruimte LZV worden in beginsel afgehandeld binnen 5 werkdagen.

De Dienst Wegverkeer verzoekt de wegbeheerders de in CROW- richtlijn 320 LZV’s op het onderliggend wegennet 2013 opgenomen toetsingscriteria te hanteren bij de beoordeling van de geschiktheid van wegen voor het vaststellen van de autonome beslisruimte LZV.

Een LZV attest als bedoeld in artikel 13, derde lid, wordt afgegeven volgens het in bijlage B opgenomen model.

De Beleidsregel Ervaringsfase ontheffingverlening LZV 2009 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2013.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV.

Keuringseisen aantekening in het kentekenregister ten behoeve van LZV of afgifte LZV attest.

Daar waar in deze bijlage naar een richtlijn of verordening wordt verwezen, wordt een goedkeuring volgens VN/ECE-reglementen die de Gemeenschap bij Besluit 97/836/EG van de Raad of bij latere besluiten van de Raad zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van voornoemd besluit, als partij bij de

‘Herziene overeenkomst van 1958’ heeft aanvaard, erkend als alternatief voor een EG-typegoedkeuring die overeenkomstig de relevante bijzondere richtlijn of verordening is verleend.

Voor een LZV geldt dat:

LZV attest

DIENST WEGVERKEER

Postbus 777 - 2700 AT Zoetermeer

Algemeen nummer + website

Afgegeven met inachtneming van het gestelde in de Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV Staatscourant ....., publicatiedatum .....

Dit document betreft een attest als bedoeld in artikel 13, eerste lid van de Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV

Dit voertuig kan worden gebruikt in een LZV als bedoeld in de Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV

Bij gebruik in een LZV gelden naast de in het voertuigdocument vermelde gegevens en voorwaarden tevens de volgende bijzonderheden:

Afhankelijk van de aard van het voertuig worden de volgende teksten vermeld. Deze teksten zijn dezelfde als op het kentekenbewijs van een overeenkomend Nederlands voertuig in de rubriek ’ bijzonderheden’ voor deze toepassing zouden worden vermeld. Voor zover noodzakelijk worden ook aanvullende voorwaarden vermeld.

De Directie van de Dienst Wegverkeer

namens deze,

Divisie Voertuigtechniek,

Plaats, datum

(droog)stempel

Een ontheffing LZV mag niet worden gebruikt in combinatie met een ontheffing voor exceptioneel transport.

Bij gebruik van een ontheffing LZV is het vervoer van ondeelbare lading op de wijze als bedoeld in de artikelen 5.18.13 en 5.18.14 van de Regeling voertuigen niet toegestaan.

Een LZV uitgerust of beladen met één of meer tanks of tankcontainers met een volume van meer dan 1.000 liter mag geen vloeibare stof bevatten.

Een LZV mag geen gevaarlijke stoffen vervoeren in hoeveelheden groter dan bedoeld in Randnummer series 1.1.3 van het ADR.

Een LZV mag geen éénhoevige dieren, runderen, varkens, schapen en geiten vervoeren.

De bestuurder van de LZV moet in het bezit zijn van:

Van de ontheffing LZV mag geen gebruik worden gemaakt bij gladheid van het wegdek en mist waarvoor code oranje of rood van kracht is.

Indien zich dergelijke omstandigheden voordoen moet zo spoedig mogelijk het gebruik van de ontheffing LZV worden beëindigd.

Voor een LZV geldt een inhaalverbod van alle motorvoertuigen die sneller mogen rijden dan 45 km per uur.

Het trekkend motorrijtuig van een LZV moet zijn voorzien van:

Het getrokken voertuig van een LZV moet zijn voorzien van:

Een LZV moet naar beide zijden een volledige cirkel kunnen beschrijven binnen een ruimte die wordt begrensd door twee concentrische cirkels, waarvan de buitenste een straal van 14,50 m en de binnenste een straal van 6,50 m heeft, zonder dat één van de buitenpunten van de voertuigen buiten de omtrek van de cirkels komt.

De optredende statische aslasten van een LZV moeten met uitzondering van de vooras van het trekkend motorrijtuig met een afleesnauwkeurigheid van 100 kg kunnen worden weergegeven. Daarbij dient gebruik te worden gemaakt van de optredende druk in de veerbalgen van elke as.

In een LZV mag de gezamenlijke som van de aslasten van twee achter elkaar gekoppelde middenasaanhangwagens niet meer bedragen dan 1,5 maal de som van de aslasten van het trekkend motorrijtuig.

In een LZV mag de som van de aslasten van een middenasaanhangwagen voortbewogen door een andere aanhangwagen niet meer bedragen dan de som van de aslasten van de trekkende aanhangwagen.

De totale massa van een LZV mag niet meer bedragen dan bedoeld in artikel 5.18.17b, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling voertuigen, tenzij het trekkende motorvoertuig is voorzien van een liftas of hefbare as, welke ten minste is voorzien van een hulpwegrij-inrichting zoals bedoeld in bijlage IV, punt 3. van Verordening (EU) Nr. 1230/2012.