Wijzigingen Officiële bron
Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzakenAanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken

De Aanwijzing Toezeggingen aan getuigen in strafzaken sluit aan op de gelijknamige Wet (Stb. 2005, 254, Kamerstukken 26 294), de Wet van 12 mei 2005 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het niet afleggen van een getuigenverklaring na een daartoe strekkende toezegging (Stb. 2005, 255, Kamerstukken 28 017) en het Besluit getuigenbescherming van 23 december 2005, Stb. 2006, 21.

Deze aanwijzing vervangt de Tijdelijke aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken.

De aanwijzing heeft betrekking op toezeggingen van het openbaar ministerie aan verdachten van een strafbaar feit dan wel veroordeelden, die strekken tot toezeggingen tot strafvermindering in ruil voor het afleggen van een getuigenverklaring in een strafzaak tegen een andere verdachte. Van belang is dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de prestatie van de ene partij en de tegenprestatie van de andere partij. De afspraak die leidt tot het doen van een hiervoor vermelde toezegging wordt op schrift gesteld.

Bij de beoordeling van de subsidiariteit beziet de officier van justitie of de feiten, waarover de getuige wil verklaren, niet of niet tijdig met andere opsporingsmethoden kunnen worden opgespoord, voorkomen, beëindigd en/of vervolgd.

Aan een getuige die tevens verdachte is, kunnen op grond van artikel 44a Sr toezeggingen worden gedaan met betrekking tot het vorderen van een hoofdstraf (gevangenisstraf, hechtenis, geldboete en taakstraf) die lager is dan op grond van de tenlastelegging gevorderd zou zijn in de eigen strafzaak van de getuige. De officier van justitie kan in dit verband alleen toezeggingen doen, strekkende tot:

Aan een getuige die reeds onherroepelijk is veroordeeld, kunnen toezeggingen worden gedaan met betrekking tot het uitbrengen van een positief advies tot vermindering van de opgelegde straf met ten hoogste de helft van die straf, indien de getuige een verzoekschrift tot gratie indient (artikel 226k Sv).

Overige toelaatbare toezeggingen zijn:

De officier van justitie mag geen toezeggingen doen met betrekking tot:

De getuige kan zich ten tijde van de onderhandelingen over de overeenkomst en de totstandkoming hiervan laten bijstaan door een raadsman. Aan de getuige die nog geen raadsman heeft, wordt een raadsman toegevoegd (artikel 226h, eerste lid).

De officier van justitie stelt in ieder geval twee voorwaarden aan de getuige, welke voorwaarden hij in een zo vroeg mogelijk stadium van de onderhandelingen aan de getuige kenbaar maakt:

Voorts kunnen afspraken worden gemaakt over de mate waarin de getuige zich op het verschoningsrecht dat hem in verschillende hoedanigheden kan toekomen, zal beroepen. Dat betekent dat in de rede ligt dat wordt afgesproken dat de getuige zich niet op artikel 217 Sv. zal beroepen. De officier van justitie licht de getuige in over de invloed van de te maken afspraak op het hem toekomende verschoningsrecht.

De officier van justitie dient tevens aan de getuige met wie hij voornemens is een afspraak te maken, kenbaar te maken dat het College van procureurs-generaal de beslissing neemt over de toelaatbaarheid van het voorleggen van de afspraak aan de rechter-commissaris, die uiteindelijk over de totstandkoming van de afspraak beslist.

De beleidsregels in deze aanwijzing gelden vanaf de datum van inwerkingtreding.