Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 februari 2013, nr. WJZ/486285 (10330), over de bevoegdheid tot het aanwijzen van onroerende monumenten als beschermd monument, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 (Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2013)Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2013De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, eerste lid, van de Monumentenwet 1988;

Besluit:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de Minister gebruik maakt van de bevoegdheid tot het aanwijzen van onroerende monumenten als beschermd monument, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet.

Met het oog op de aanwijzing van gebouwde monumenten of archeologische monumenten als beschermd monument kan de Minister, de Raad voor cultuur gehoord, een aanwijzingsprogramma vaststellen.

Bij de aanwijzing van een gebouwd monument als beschermd monument houdt de Minister rekening met de mate waarin het monument:

De Minister kan ambtshalve een archeologisch monument aanwijzen als beschermd

monument, indien:

Bij het opstellen van een aanwijzingsprogramma als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, past de Minister de volgende criteria toe:

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2013.