Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013De Directie van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 van de Algemene wet Bestuursrecht, het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten, het Besluit voertuigen, de Regeling voertuigen en de Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten;

Besluit:

Deze beleidsregel zal met bijlagen en de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.

De Directie van de RDW,J.G.Hakkenberg,Algemeen Directeur.

Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.

Voorts wordt verstaan onder:

Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen voor een exceptioneel transport op basis van artikel 149a, tweede lid Wegenverkeerswet 1994.

Ontheffingen worden onderscheiden in langlopende ontheffingen en incidentele ontheffingen.

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

De voor inwerkingtreding van deze beleidsregel aangevraagde en verleende ontheffingen behouden hun geldigheid voor de geldigheidsduur van de desbetreffende ontheffing.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013.

Indien als voorschrift aanmelding bij de wegbeheerder aan de ontheffing is verbonden, moet tijdig vóór het feitelijk gebruik van de ontheffing de wegbeheerder of wegbeheerders hierover worden geïnformeerd op de in de ontheffing voorgeschreven wijze.

Indien in het voertuig hulpbesturing aanwezig is, geldt ten aanzien van het gebruik van de hulpbesturing dat:

Het bijplaatsen van lading is toegestaan, indien deze lading:

Indien het een ontheffing voor modulaire voertuigen betreft geldt dat:

Het voertuig of samenstel van voertuigen moet bij gebruik in onbeladen toestand altijd tot de kleinst mogelijke afmetingen zijn teruggebracht.

Indien een ander, vervangend, voertuig of samenstel van voertuigen dan in de ontheffing is vermeld bij de uitvoering van het exceptioneel transport wordt gebruikt, geldt onverminderd het bepaalde in artikel 1 van deze bijlage, het volgende: