Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken van 19 april 2013, nr. WJZ / 12366159, houdende richtsnoeren voor het opleggen van bestuurlijke boetes op grond van wetgeving, waarvan de Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving (Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de ACM)Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de ACM

Gelet op artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de artikelen 56, 69 tot en met 75a en 76a van de Mededingingswet, artikel 77i van de Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad van de Gaswet, artikel IXc van de Wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer (Stb. 2006, 614), artikel 15.4, tweede en vierde lid, van de Telecommunicatiewet, artikel 2.9, eerste lid, onderdeel b jo. 2.7 van de Wet handhaving consumentenbescherming, artikel 4.21, eerste lid, van de Aanbestedingswet 2012 en artikel 3.8, eerste lid, van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied;

Besluit:

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

In deze beleidsregels wordt verstaan onder ACM: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.

Een bestuurlijke boete wordt op een zodanige hoogte vastgesteld dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders afschrikt.

Indien de ACM constateert dat een overtreder meerdere overtredingen heeft begaan, kan zij, in plaats van elke overtreding afzonderlijk te beboeten, een bestuurlijke boete opleggen voor deze overtredingen gezamenlijk.

De vastgestelde bestuurlijke boete wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 500.

Deze afdeling is van toepassing op overtredingen waarvoor de ACM op grond van de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer (Stb. 2006, 614) een bestuurlijke boete kan opleggen.

In deze afdeling wordt verstaan onder:

De ACM hanteert een boetegrondslag van 10% van de betrokken omzet van de overtreder.

Boeteverlagende omstandigheden zijn in ieder geval:

Wanneer de ACM een bestuurlijke boete oplegt aan een natuurlijk persoon vanwege het geven van opdracht tot een overtreding of het feitelijk leiding geven aan een overtreding, kan de ACM bij de vaststelling van eventuele boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden, als bedoeld in de artikelen 2.13 en 2.14, rekening houden met de mate van betrokkenheid van de natuurlijke persoon bij het plegen van de overtreding en de positie van de natuurlijke persoon binnen de onderneming, ondernemersvereniging of rechtspersoon waarvoor hij of zij werkzaam is, dan wel werkzaam was.

Voor gedragingen die zowel een overtreding vormen van de artikelen 6 of 24 van de Mededingingswet als van de artikelen 101 of 102 van het VWEU, wordt in beginsel één bestuurlijke boete toereikend geacht.

In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen kan de ACM, wanneer de bijzondere omstandigheden van het geval naar haar oordeel hiertoe aanleiding geven, een symbolische bestuurlijke boete opleggen.

Deze afdeling is van toepassing op overtredingen waarvoor de ACM op grond van de Mededingingswet een bestuurlijke boete kan opleggen.

In deze afdeling wordt verstaan onder:

De ACM beslist over clementie.

De ACM zegt een clementieverzoeker een boetevermindering van 100% toe indien:

De ACM zegt een clementieverzoeker een boetevermindering van ten minste 10% en ten hoogste 40% toe indien:

Een clementieverzoek kan worden ingediend door:

Een clementieverzoek wordt per e-mail, fax, post, telefoon of in persoon ingediend.

De ACM registreert de datum en het tijdstip van ontvangst van een clementieverzoek.

De ACM bepaalt het percentage boetevermindering voor een clementieverzoeker als bedoeld in de artikelen 2.22, eerste lid, en 2.23 aan de hand van de datum en het tijdstip, bedoeld in de artikelen 2.32, derde lid, 2.33, derde lid, of 2.34, en de additionele waarde van de informatie die de clementieverzoeker in het kader van zijn clementieverzoek aan de ACM heeft verstrekt.

Indien een clementieverzoeker als bedoeld in de artikelen 2.22, eerste lid, en 2.23:

De ACM deelt een clementieverzoeker als bedoeld in de artikelen 2.22, eerste lid, en 2.23 het percentage boetevermindering mee, uiterlijk bij de verzending aan hem van het rapport, bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de wet.

De ACM beslist omtrent de boete met inachtneming van de clementietoezegging mits de clementieverzoeker zijn verplichtingen uit de clementietoezegging volledig naleeft.

De ACM zal de informatie die zij verkrijgt:

Totdat het rapport, bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de wet aan een van de betrokkenen bij het kartel wordt verzonden, maakt de ACM de hoedanigheid van de clementieverzoeker niet aan derden bekend, tenzij daartoe een rechtsplicht bestaat of de clementieverzoeker daarmee heeft ingestemd.

Dit hoofdstuk is van toepassing op overtredingen waarvoor de ACM op grond van artikel 15.4, tweede en vierde lid, van de Telecommunicatiewet een bestuurlijke boete kan opleggen.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De ACM bepaalt de ernst van de overtreding door de zwaarte van de overtreding in abstracto vast te stellen en deze vervolgens te bezien in samenhang met de economische context waarin deze heeft plaatsgevonden alsmede met de bijzondere omstandigheden van het geval.

De ACM verbindt aan overtredingen als bedoeld in artikel 15.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet een aan de mate van de ernst van de overtreding gekoppelde boetecategorie.

Voor de toepassing van Artikel 3.9 worden de volgende boetecategorieën onderscheiden:

Binnen de bandbreedte per boetecategorie stelt de ACM met inachtneming van de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten en, indien daartoe aanleiding bestaat, andere omstandigheden, zoals de duur van de overtreding, de hoogte van de basisboete vast.

De ACM kan bij het vaststellen van de bestuurlijke boete, met inachtneming van het wettelijk boetemaximum, buiten de grenzen van de in artikel 3.10 van deze beleidsregels vermelde boetecategorieën treden onder de in paragraaf 3.5 van deze beleidsregels genoemde omstandigheden.

Een boeteverlagende omstandigheid is in ieder geval de omstandigheid dat er sprake is van een overtreding die de overtreder:

Dit hoofdstuk is van toepassing op overtredingen waarvoor de ACM op grond van artikel 2.9, eerste lid, onderdeel b, j° artikel 2.7, van de Wet handhaving consumentenbescherming een bestuurlijke boete kan opleggen.

Indien natuurlijke personen worden beboet als overtreder in de hoedanigheid van feitelijk leidinggevende of in de hoedanigheid van opdrachtgever als bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, stemt de ACM de boete af op het inkomen en het vermogen van de overtreder.

Bij de vaststelling van de bestuurlijke boete neemt de ACM boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden in aanmerking.

Boeteverhogende omstandigheden zijn in ieder geval:

Boeteverlagende omstandigheden zijn in ieder geval:

Dit hoofdstuk is van toepassing op overtredingen waarvoor de ACM op grond van artikel 4.21, eerste lid, van de Aanbestedingswet 2012 of artikel 3.8, eerste lid, van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied een bestuurlijke boete kan opleggen.

Op overtredingen waarvan een rapport is opgemaakt voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregels, wordt beslist met toepassing van de Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de NMa 2009, de Beleidsregels van de Minister van Economische zaken tot vermindering van bestuurlijke boetes betreffende kartels onderscheidenlijk de Beleidsregels boetetoemeting met betrekking tot het opleggen van bestuurlijke boetes ingevolge artikel 15.4 van de Telecommunicatiewet (Boetebeleidsregels OPTA) (Stcrt. 2010, 5163) zoals deze golden onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de ACM.

De overtredingen van de Algemene wet bestuursrecht, die op grond van artikel 69 van de Mededingingswet, artikel 77i, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 60ad, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gaswet, die bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 450.000,– of 1% van de totale jaaromzet als dat meer is, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

1 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder g BW.

2 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder g BW.

3 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

4 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

5 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

6 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

7 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

8 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

9 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder a BW.

10 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder b BW.

11 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder b BW.

12 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder b BW.

13 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder b BW.

14 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder b BW.

15 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder b BW.

16 Zie in geval van overtreding van deze bepaling in de context van oneerlijke handelspraktijken, deze Bijlage onder art. 6:193f aanhef en onder b BW.

17 Het tweede lid is niet van toepassing indien de reisovereenkomst minder dan 72 uren voor aanvang van de reis wordt gesloten.