Ministeriële regeling · BWBR0035033

Subsidieregeling ESF 2014–2020

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 maart 2014, 2014-0000040627, tot de besteding van gelden uit het Europees Sociaal Fonds 2014–2020Subsidieregeling ESF 2014–2020De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 3, eerste en vierde lid, artikel 5 en artikel 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag31 maart 2014De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.Klijnsma.

In deze regeling wordt verstaan onder:

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken, gelegen in de jaren 2014 tot en met 2023. De minister maakt de aanvraagtijdvakken vooraf bekend in de Nederlandse Staatscourant, waarbij tevens het maximaal beschikbare bedrag per investeringsprioriteit per aanvraagtijdvak wordt vastgesteld.

Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt door de minister geheel of gedeeltelijk afgewezen, indien:

Niet voor subsidiering komen in aanmerking:

De minister kan uitsluitend na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie een voorschot verlenen tot maximaal de op de datum van ontvangst van dit verzoek bekende, verschuldigde subsidie.

Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieontvanger er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar kan worden gemaakt.

In afwijking van de in de artikelen A6, A15, eerste lid, onderdeel b, A23, eerste lid, onderdeel b, A30, eerste lid, onderdeel b, B6, onderdeel c, B17, eerste lid, onderdelen c en d, en C6, eerste lid, onderdeel c, van bijlage 1 genoemde perioden, verlengt de minister de einddatum van reeds verleende projecten met een in de beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 9 vermelde einddatum van 1 maart 2020 of later door middel van een wijziging van deze beschikking met zes maanden.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ESF 2014–2020.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Vervallen.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente als bedoeld in artikel 1.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

In afwijking van de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger voor een persoon die behoort tot de doelgroep, genoemd in artikel A4, eerste lid, onderdeel f, in plaats van een burgerservicenummer een onderwijsnummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Les- en cursusgeldwet, indien deze persoon niet beschikt over een burgerservicenummer.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door het UWV.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 5 december 2016, 09.00 uur, tot en met 27 januari 2017, 17.00 uur.

Vervallen.

In afwijking van artikel 17, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier en een door hem erkende elektronische handtekening, uiterlijk 31 december van elk kalenderjaar aan de Minister het burgerservicenummer van de deelnemers waarvan het individuele traject is beëindigd.

In afwijking van artikel 14, kan de minister besluiten tot het verstrekken van een voorschot tot maximaal de op basis van de tussentijdse declaratie verschuldigde subsidie.

Vervallen.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door de Minister van Justitie en Veiligheid.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de minister ontvangen in:

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor:

Vervallen.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door:

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 juni 2015, 9.00 uur, tot en met 31 december 2019, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A26, € 7.000.000.

1. Een project in het kader van dit hoofdstuk heeft tot doel het bevorderen van sociale innovatie of het bevorderen van transnationale samenwerking op het terrein van actieve inclusie.

2. Een project als bedoeld in het eerste lid komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien het project is gericht op:

1. In afwijking van artikel 7, vijfde lid, wordt op de aanvraag uiterlijk achttien weken na ontvangst van de volledige aanvraag beschikt.

2. Een subsidieaanvraag wordt niet in behandeling genomen, indien op het moment van deze aanvraag aan de subsidieaanvrager reeds voor twee projecten in het kader van dit hoofdstuk subsidie is verleend. Indien met betrekking tot een subsidieverlening als bedoeld in de vorige zin een verzoek tot vaststelling is ingediend, kan een subsidieaanvraag voor een nieuw project in behandeling worden genomen.

3. De subsidie bedraagt per project ten minste € 60.000,– en ten hoogste € 190.000,–.

1. Overeenkomstig de doelstellingen, bedoeld in artikel A28, eerste lid, zijn subsidiabel de activiteiten ter ontwikkeling, opzet, uitvoering of verspreiding van de volgende producten:

2. De producten, bedoeld in het eerste lid, worden door de subsidieontvanger om niet beschikbaar gesteld aan derden.

1. Ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten van een project in het kader van dit hoofdstuk komen in afwijking van artikel 12, eerste tot en met derde lid, vijfde tot en met zevende lid, en elfde lid, voor subsidiëring uitsluitend redelijke en noodzakelijke kosten in aanmerking.

2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden voor zover het directe loonkosten van medewerkers in dienst van een in Nederland gevestigde organisatie betreft berekend op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend uurtarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met een opslag van 32%. Bij het aantal werkbare uren per jaar wordt uitgegaan van 1.720 uren bij een voltijds dienstverband.

3. De kosten, bedoeld in het eerste lid, bedragen, voor zover het kosten betreft voor:

4. Indien de kosten, bedoeld in het derde lid, onderdelen b, c, d of e, zijn gemaakt ten behoeve van een buitenlandse partij of transnationale partij, wordt door middel van een schriftelijke verklaring voorzien van de handtekening van de desbetreffende afgevaardigde van de buitenlandse partij of transnationale partner aangetoond dat de kosten niet elders worden gedeclareerd.

5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een bij het project betrokken partij of partijen in Nederland, indien de genoemde kosten betaald door deze partijen ten behoeve van hetzelfde project worden verantwoord.

6. De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn door of op verzoek van de subsidieontvanger daadwerkelijk gemaakt en betaald, ten laste van het project gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen.

1. Ten behoeve van het beheer van een project in het kader van dit hoofdstuk komen in afwijking van artikel 12, eerste tot en met derde lid, vijfde tot en met zevende lid, en elfde lid, voor subsidiëring uitsluitend in aanmerking:

2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden berekend op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend uurtarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met een opslag van 32%. Bij het aantal werkbare uren per jaar wordt uitgegaan van 1.720 uren bij een voltijds dienstverband.

3. De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn door of op verzoek van de subsidieontvanger daadwerkelijk gemaakt en betaald, ten laste van het project gebleven en rechtstreeks aan het beheer van het project toe te rekenen. Deze kosten bedragen ten hoogste 20% van de kosten, bedoeld in artikel A32.

Niet voor subsidiering komen in aanmerking:

In afwijking van artikel 15, tweede lid, is de projectadministratie van de subsidieontvanger in het kader van transnationale samenwerking voor controle beschikbaar op één locatie in Nederland.

In afwijking van artikel 14 verleent de minister, in het kader van dit hoofdstuk, een voorschot tot maximaal 50% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag, indien:

De artikelen 7, eerste en vijfde lid, en 17, eerste lid, zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen in het kader van dit hoofdstuk.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door een arbeidsorganisatie.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de minister ontvangen in:

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

Per aanvrager wordt slechts één subsidieaanvraag in behandeling genomen.

Een project komt slechts voor subsidie in aanmerking indien:

Er wordt geen subsidie verleend aan subsidieaanvragers aan wie:

In afwijking van artikel 12 komen slechts voor subsidie in aanmerking de kosten van de door de adviseur investeringsprioriteit B werkelijk gerealiseerde uren voor ten minste een van onderstaande activiteiten, aantoonbaar gericht op een of meer thema’s of activiteiten uit artikel B4:

Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

De artikelen 7, eerste lid, en 17, eerste lid, zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen in het kader van dit hoofdstuk.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door:

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de minister ontvangen in:

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor:

De artikelen 7, eerste lid, en 17, eerste lid, zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen in het kader van dit hoofdstuk.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht.

Een project in het kader van dit hoofdstuk heeft tot doel het bevorderen van de toegang tot werkgelegenheid en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit, als onderdeel van een uitvoeringsplan van de subsidieaanvrager.

Voor subsidie komen slechts in aanmerking activiteiten gericht op het vergroten van de toegang tot werkgelegenheid en de ondersteuning van de arbeidsmobiliteit, voor zover zij het in artikel C4 omschreven doel ondersteunen.

De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van de eerste twaalf maanden van het project, een voortgangsrapportage in over de eerste twaalf maanden. De voortgangsrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door hem erkende elektronische handtekening.

Specifieke bepalingen voor subsidieaanvragen in het kader van investeringsprioriteit D: Bevordering van het crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

Een project, in het kader van dit hoofdstuk, vindt plaats binnen de volgende subsidietijdvakken:

In afwijking van de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger voor een persoon die behoort tot de doelgroep, genoemd in artikel D4, eerste lid, onderdeel e, in plaats van een burgerservicenummer een onderwijsnummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Les- en cursusgeldwet, indien deze persoon niet beschikt over een burgerservicenummer.

Onverminderd artikel 19 informeert de subsidieontvanger de door hem ingeschakelde uitvoerder en de deelnemers aan projecten dat zij deelnemen aan een door het Europees Sociaal Fonds gesubsidieerd project in het kader van de respons van de Unie op de COVID-19-pandemie (REACT-EU).

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door de Minister van Justitie en Veiligheid.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 11 oktober 2021, 9.00 uur, tot en met 12 november 2021, 17.00 uur.

Voor subsidies op grond van dit hoofdstuk is € 13 miljoen beschikbaar.

Onverminderd artikel 19 informeert de subsidieontvanger de door hem ingeschakelde uitvoerder en de deelnemers aan projecten dat zij deelnemen aan een door het Europees Sociaal Fonds gesubsidieerd project in het kader van de respons van de Europese Unie op de COVID-19-pandemie (REACT-EU).

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De subsidie voor een project in het kader van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door:

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 11 oktober 2021, 9.00 uur, tot en met 12 november 2021, 17.00 uur of in het aanvraagtijdvak van 3 februari 2022, 9.00 uur, tot en met 18 maart 2022, 17:00 uur.

Voor subsidies op grond van dit hoofdstuk is € 28 miljoen beschikbaar.

Vervallen.

Voor subsidie komen de volgende activiteiten en posten in aanmerking:

Onverminderd artikel 13 komt niet voor subsidiëring in aanmerking:

Onverminderd artikel 19 informeert de subsidieontvanger de door hem ingeschakelde uitvoerder en de deelnemers aan projecten dat zij deelnemen aan een door het Europees Sociaal Fonds gesubsidieerd project in het kader van de respons van de Europese Unie op de COVID-19-pandemie (REACT-EU).

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

In afwijking van artikel 17, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project slechts bij de einddeclaratie, bedoeld in artikel 18, eerste lid.

De subsidie met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door het UWV.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden door de Minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 december 2022, 09.00 uur, tot en met 30 december 2022, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt € 30 miljoen.

In het kader van de verantwoording op de einddeclaratie onderbouwt de subsidieontvanger de kosten met originele bewijsstukken. De Verordening maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. Hiertoe moet door de lidstaat een procedure voor de vaststelling van de authenticiteit worden opgesteld. In deze bijlage worden de door Nederland vastgestelde procedures weergegeven.

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Hieronder staan de procedures om deze stukken te kunnen gebruiken als geaccepteerde bewijsstukken in het kader van de ESF-administratie.

De hierboven genoemde bewijsstukken a, b en c zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de ESF-verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

De subsidieaanvrager verklaart door middel van het aanvraag-, tussendeclaratie- en einddeclaratieformulier dat de geconverteerde documenten of de nieuwe gegevensdragers die onderdeel zijn van de ESF-administratie, voldoen aan de vereisten uit artikel 16 van de ESF subsidieregeling 2014–2020 en daarmee aan deze bijlage.

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

De in deze bijlage omschreven procedures gelden voor alle bewijsstukken die getoond moeten worden in het kader van de ESF-verantwoording. Artikel 16 is onverminderd van toepassing.