Ministeriële regeling · BWBR0036106

Uitvoeringsregeling diergezondheidsheffing

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 december 2014, nr. WJZ/14129586, tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de diergezondheidsheffing (Uitvoeringsregeling diergezondheidsheffing)Uitvoeringsregeling diergezondheidsheffingDe Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 92b, 93, derde lid, en 93a, eerste, vierde en zesde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 6, eerste en derde lid, 8, eerste en tweede lid, 13, eerste lid, 56 en 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 5 en 31 van de Invorderingswet 1998;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage9 december 2014De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 47b, 48, 49, 50, 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bestaan jegens de Inspecteur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gelden mede jegens de ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en jegens de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Het uitnodigen tot het doen van aangifte geschiedt door een verwijzing naar het webadres waarop het aangiftebiljet kan worden ingevuld.

Aangifte wordt via de elektronische weg gedaan door het toezenden van het beschikbaar gestelde aangiftebiljet aan de inspecteur, dat is ingevuld en ondertekend op de bij het biljet aangegeven wijze, met de bij het biljet gevraagde bescheiden.

De berekening voor melkproducerende runderen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en artikel 8, eerste lid, van het Besluit heffing preventie dierziekten geschiedt door voor elke dag het aantal melkproducerende runderen op te tellen en te delen door het aantal dagen van het kalenderjaar.

De berekening voor andere runderen dan melkproducerende runderen, ouder dan één jaar, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en artikel 8, tweede lid, van het Besluit heffing preventie dierziekten geschiedt door voor elke dag het aantal andere runderen dan melkproducerende runderen, ouder dan één jaar, op te tellen en te delen door het aantal dagen van het kalenderjaar.

De berekening voor andere runderen dan melkproducerende runderen, jonger dan 1 jaar, als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en artikel 8, derde lid, van het Besluit heffing preventie dierziekten geschiedt door voor elke dag het aantal aanwezige andere runderen dan melkproducerende runderen, jonger dan 1 jaar, op te tellen en te delen door het aantal dagen van het kalenderjaar.

De berekening voor schapen als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en de artikelen 9 en 10 van het Besluit heffing preventie dierziekten geschiedt door het aantal aanwezige schapen op 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november op te tellen en door vier te delen.

De berekening voor geiten als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en de artikelen 9 en 10 van het Besluit heffing preventie dierziekten geschiedt door het aantal aanwezige geiten op 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november op te tellen en door vier te delen.

De berekening voor de diercategorieën, bedoeld in de artikelen vier tot en met zeven van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en de artikelen vier tot en met zeven van het Besluit heffing preventie dierziekten geschiedt door voor elke dag van het kalenderjaar het aantal aanwezige dieren van de diercategorie op te tellen en te delen door het aantal dagen van het kalenderjaar.

Het totale aantal in een kalenderjaar door een bedrijf verhandelde varkens als bedoeld in artikel 92 van de wet wordt berekend door het aantal varkens bij elkaar op te tellen dat vanaf het bedrijf wordt verhandeld en die bestemd zijn voor het buitenland of de slacht.

De heffing, bedoeld in artikel 12 van het Besluit heffing preventie dierziekten, wordt geheven naar het aantal vaccinbroedeieren dat in een kalenderjaar door de persoon, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Besluit heffing bestrijding dierziekten, in een broedmachine wordt ingelegd.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling diergezondheidsheffing.