Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACMBeleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACMDe Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart, artikel 96a van de Wet personenvervoer 2000 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag15 oktober 2015De Autoriteit Consument en Markt,C.A.Fonteijn,bestuursvoorzitterF.J.H.Don,bestuurslidJ.G.Vegter,bestuurslid

In dit besluit wordt verstaan onder:

ACM bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete zodanig dat deze, in het kader van specifieke preventie, een overtreder weerhoudt van het begaan van een volgende overtreding en, in het kader van algemene preventie, potentiële andere overtreders weerhoudt van het begaan van een(zelfde) overtreding.

Het besluit ‘Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving’ wordt ingetrokken.

Op overtredingen waarvan een rapport is opgemaakt voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt beslist met toepassing van de Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving zoals deze golden onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM’.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant.

In artikel 4, zesde lid, van deze beleidsregels is bepaald dat overtredingen waarvoor ACM een bestuurlijke boete kan opleggen op grond van artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, artikel 9, eerste lid aanhef en onder b van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening, de artikelen 8.25h, vierde lid, en 11.24 van de Wet luchtvaart en artikel 96a jo. artikel 30a eerste en derde lid van de Wet personenvervoer 2000, met uitzondering van overtredingen die door natuurlijke personen zijn begaan, worden beboet op basis van een promillage van de jaaromzet van de overtreder. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM.

De overtredingen, bedoeld in artikel 45f, eerste lid, aanhef en onder a, van de Loodsenwet, die op grond van artikel 45f, tweede lid, van de Loodsenwet bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000,-, of indien dit meer is, 10% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

De overtredingen, bedoeld in artikel 76, tweede lid, aanhef en onder a, van de Spoorwegwet, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

De overtredingen van Verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 057), die op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder, worden als volgt in categorieën ingedeeld:

De overtredingen bedoeld in artikel 96a eerste en tweede lid jo. artikel 30a eerste en derde lid van de Wet personenvervoer 2000, die op grond van artikel 96a, eerste en tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000 bestraft kunnen worden met een bestuurlijke boete van maximaal € 900.000,-, of indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder worden als volgt in categorieën ingedeeld: