Regeling · BWBR0037414
Regeling kinderbijslagvoorziening BES
Gelet op de artikelen 5, derde lid, en 15, eerste lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag9 december 2015De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.KlijnsmaIn deze regeling wordt verstaan onder:
advies: op medische gegevens gebaseerd advies als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de wet;
adviseur: adviseur als bedoeld in artikel 2a;
intensieve zorg: intensieve zorg als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES;
minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
tijdelijke regelingen:Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES en Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024;
De minister kan van de termijn van vijf jaar, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de wet afwijken, indien het kind:
- a.
in verband met een ziekte of handicap geen ingezetene is; en
- b.
de leeftijd van vijf jaar nog niet heeft bereikt.
Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, wint de Minister een op medische gegevens gebaseerd advies in bij:
- a.
Fundashon Sentro Akseso Boneiru voor aanvragen die zien op ingezetenen van Bonaire;
- b.
Openbaar Lichaam Sint Eustatius voor aanvragen die zien op ingezetenen van Sint Eustatius;
- c.
Openbaar Lichaam Saba voor aanvragen die zien op ingezetenen van Saba.
De Minister kan vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg, indien het advies positief luidt.
Het advies luidt positief indien het kind blijkens de beoordeling van de adviseur intensieve zorg nodig heeft.
De beoordeling, bedoeld in artikel 2b, tweede lid, komt tot stand aan de hand van de volgende onderwerpen:
- a.
lichaamshygiëne;
- b.
zindelijkheid;
- c.
eten en drinken;
- d.
mobiliteit;
- e.
medische verzorging;
- f.
gedrag;
- g.
communicatie;
- h.
alleen thuis zijn;
- i.
begeleiding buitenshuis;
- j.
bezig houden, handreikingen.
Indien de adviseur oordeelt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een onderwerp, kent de adviseur op dit onderwerp een punt toe.
Het kind behoeft intensieve zorg, indien:
- a.
het 3-5 jaar is en de adviseur minimaal 5 punten toekent;
- b.
het 6-9 jaar is en de adviseur minimaal 4 punten toekent;
- c.
het 10-17 jaar is en de adviseur minimaal 3 punten toekent.
In aanvulling op het derde lid kan de adviseur oordelen dat het kind intensieve zorg behoeft indien de adviseur een punt toekent op het onderwerp medische verzorging of gedrag, bedoeld in het eerste lid, onder e of f, en er daardoor sprake is van de noodzaak tot permanent toezicht van de ouders.
In het kader van bezwaar of beroep kan de Minister advies vragen van een controlerend geneeskundige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet ziekteverzekering BES.
Degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES dient het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet ondertekend en gedateerd in.
Het aanvraagformulier wordt ingediend bij het kantoor van de minister op het openbaar lichaam waar degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES woonachtig is.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet stelt de minister onverwijld in kennis van een wijziging in zijn adres of het adres van het kind.
Op verzoek van de minister verstrekt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn en met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld formulier informatie welke van belang kan zijn voor het recht op kinderbijslag BES of het geldend maken van het recht op kinderbijslag BES. De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet overlegt daarbij op verzoek van de minister binnen de door de minister vastgestelde redelijke termijn tevens relevante bewijsstukken.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet maakt voor het melden van wijzigingen gebruik van een door de minister ter beschikking gesteld wijzigingsformulier.
Op verzoek van de minister geeft de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op een door de minister vastgesteld tijdstip aan de minister documenten en andere informatiedragers ter inzage.
Op verzoek van de minister toont de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet terstond een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES van zichzelf of het kind aan de minister.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet verschijnt na een oproep op het kantoor van de minister op het openbaar lichaam waar de persoon woonachtig is.
De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet maakt controle mogelijk door de functionarissen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet.
Indien het kind geen ingezetene is om onderwijsredenen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een door de onderwijsinstelling ingevulde en ondertekende schoolverklaring, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.
Indien het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een ingevulde en ondertekende verklaring van een buiten het grondgebied van de openbare lichamen gevestigde persoon of rechtspersoon die in het land van vestiging aan het kind zorg verleent in het kader van het in dat land bestaande sociale zekerheidsstelsel, dan wel bij gebreke daarvan overeenkomstig de wetgeving van dat land rechtmatig aan het kind zorg verleent als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering BES, waaruit blijkt dat het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.
Indien een ingezetene op basis van een van de tijdelijke regelingen een tegemoetkoming heeft ontvangen, wordt dit voor de vaststelling van het recht op dubbele kinderbijslag gelijkgesteld aan een positief advies, als bedoeld in artikel 2b, eerste lid.
Indien er sprake is van een gelijkstelling kan de Minister de verdubbeling van het kinderbijslagbedrag BES, bedoeld in artikel 5a, ambtshalve toekennen.
De gelijkstelling vervalt op 1 april 2027, tenzij op basis van de gegevens die zijn verzameld voor de beoordeling van de zorgbehoefte van het kind voor een tegemoetkoming op basis van een van de tijdelijke regelingen vastgesteld wordt dat er geen sprake is van herstelperspectief. In dat geval blijft de gelijkstelling voor de betrokkene van kracht tot het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt.
Er is sprake van herstelperspectief wanneer het aannemelijk is dat de zorgbehoefte voor het achttiende jaar in zulke mate kan veranderen dat er geen sprake meer zal zijn van intensieve zorg.
Om vast te stellen of er sprake is van herstelperspectief als bedoeld in artikel 10a, vierde lid, en of een betrokkene moet worden opgeroepen voor een herbeoordeling van de zorgbehoefte van het kind, verzoekt de Minister de adviseurs om dit te beoordelen op basis van de gegevens die zijn verzameld voor de beoordeling van de zorgbehoefte van het kind voor een tegemoetkoming op basis van een van de tijdelijke regelingen. Dit verzoek ziet op betrokkenen die:
- a.
een tegemoetkoming hebben ontvangen op basis van een van de tijdelijke regelingen; en
- b.
op 1 juli 2026 recht hebben op kinderbijslag BES.
Voorafgaand aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, maakt de Minister het voornemen tot het verzoek tot deze beoordeling bekend aan de betrokkenen.
Indien een betrokkene bezwaar maakt tegen het verzoek voor deze beoordeling en het opvragen van deze gegevens, vraagt de Minister de adviseur de beoordeling voor die betrokkene niet plaats te laten vinden.
Op basis van verzoek, bedoeld in eerste lid, meldt de adviseur aan de Minister of het herstelperspectief op basis van de beschikbare gegevens beoordeeld kan worden, en zo ja:
- a.
of er sprake is van herstelperspectief;
- b.
of er op basis van de beschikbare gegevens een nieuw, positief advies gegeven kan worden en zo ja, wat dat is.
De Minister roept ingezetenen die een tegemoetkoming hebben ontvangen op basis van de tijdelijke regelingen op voor een herbeoordeling van de zorgbehoefte van het kind, tenzij:
- a.
er geen recht meer is op kinderbijslag BES;
- b.
de Minister heeft vastgesteld dat er geen sprake is van herstelperspectief; of
- c.
de adviseur een nieuw advies heeft afgegeven op basis van de beschikbare gegevens.
De Minister draagt er zorg voor dat herbeoordeling plaats kan vinden op een redelijke termijn voor de datum waarop de gelijkstelling vervalt, genoemd in artikel 10a, derde lid.
Indien een ingezetene in de periode van 1 juli 2026 tot en met 1 januari 2027 een aanvraag indient voor verdubbeling van het kinderbijslagbedrag als bedoeld in artikel 5a van de wet, dan heeft deze recht op een tegemoetkoming, indien:
- a.
recht op verdubbeling van het kinderbijslagbedrag wordt vastgesteld; en
- b.
de ingezetene voor het kind recht had op kinderbijslag BES voor minimaal een van de maanden van januari 2026 tot en met juni 2026; en
- c.
de ingezetene geen tegemoetkoming heeft ontvangen op basis van de tijdelijke regelingen naar aanleiding van een aanvraag voor het tijdvak in 2025.
De tegemoetkoming bedraagt USD 339 per maand gelegen in de periode van januari 2026 tot en met juni 2026 waarover de ingezetene recht had op kinderbijslag BES.
De Minister stelt het recht op de tegemoetkoming ambtshalve vast, en maakt het besluit bekend, samen met het besluit om het recht op verdubbeling van het kinderbijslagbedrag toe te kennen.
De beschikking vermeldt in ieder geval:
- a.
de dagtekening van de beslissing;
- b.
de gronden waarop deze berust;
- c.
de naam van de rechthebbende;
- d.
de naam en geboortedatum van het betrokken kind;
- e.
de hoogte van de tegemoetkoming.
Dit hoofdstuk en de begripsbepaling van ‘tijdelijke regelingen’ in artikel 1 vervallen met ingang van 1 januari 2028.
In afwijking van het eerste lid blijven dit hoofdstuk en de begripsbepaling tijdelijke regelingen van toepassing op:
- a.
een gelijkstelling, bedoeld in artikel 10a, derde lid, die van kracht blijft tot het kind de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt; en
- b.
de afwikkeling van tegemoetkomingen verleend op grond van artikel 10d.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kinderbijslagvoorziening BES.