Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelictenRichtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten

Deze richtlijn ziet op vuurwerkovertredingen en -misdrijven, waaronder misdrijven met betrekking tot het zelf maken van vuurwerkexplosieven, gepleegd door meerderjarigen1. De overtredingen van het Vuurwerkbesluit zijn economische delicten.

De richtlijn is niet van toepassing op delicten die zijn te beschouwen als zware milieucriminaliteit.

Hierbij valt te denken aan zeer grote partijen (handelsindicatie) of flinke handel. Er is dan sprake van illegale opslag en illegale handel.

Indien mogelijk worden in het proces-verbaal de omstandigheden aangegeven waaronder het vuurwerk is aangetroffen in verband met de gevaarzetting. Voor onderbouwing van de strafeis kan gedacht worden aan het laten opstellen van een rapport (door het RIVM) over de gevolgen voor de omgeving, als het bij zo’n illegale opslag zou mis gaan.

Niet expliciet opgenomen in deze richtlijn, maar wel van toepassing bij economische delicten zijn de wettelijke mogelijkheden tot het aan vuurwerkbedrijven of personen die worden veroordeeld voor betrokkenheid bij de handel in professioneel vuurwerk ten behoeve van de particuliere markt, ontzeggen van het recht om gedurende een bepaald aantal jaren in vuurwerk te handelen, het intrekken van vergunningen, het verbod tot het uitoefenen van een bepaald beroep en het stilleggen van de onderneming. Dit kan bijdragen aan sanering van de vuurwerkbranche.

Deze richtlijn kent een eigen recidiveregeling. Van recidive is sprake als vanaf de pleegdatum minder dan 5 jaar zijn verlopen na een eerdere veroordeling wegens een soortgelijk misdrijf.

Bij het minder gevaarlijke vuurwerk wordt uitgegaan van het wegen van het aangetroffen vuurwerk (lijst I en II). Het brutogewicht wordt gewogen, dus inclusief de verpakkingen.

Het gaat dan om de volgende situaties:

De toegestane tijd is gedefinieerd in art. 2.3.2 lid 2 Vuurwerkbesluit (Vwb)

* Art. 1.2.4 Vwb lid 2 stelt dat het verbod niet van toepassing is in de periode dat consumentenvuurwerk o.g.v. art. 2.3.2 ter beschikking mag worden gesteld of ingevolge art. 2.3.6 tot ontbranding mag worden gebracht.

** Bij voorhanden hebben t/m 25 kg geldt dat het moet zijn op een voor publiek toegankelijke plaats.

*** Voor consumentenvuurwerk welke is ingedeeld in cat.3.

Professioneel/niet-gedefinieerd vuurwerk niet vallend onder lijst III en IV. Voor wat betreft knalvuurwerk gaat het om knalvuurwerk met minder dan 6 gram Netto Explosieve Massa (NEM) of knalvuurwerk zonder opschriften en met een lengte van maximaal 55 mm.

Knalvuurwerk met meer dan 6 gram NEM of knalvuurwerk zonder opschriften en langer dan 55 mm valt onder lijst III!

Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

* Uitgangspunt is dat een stuk vuurwerk tot ontbranding brengen hetzelfde is als een stuk vuurwerk voorhanden hebben, maar de omstandigheden waaronder het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht (bijv. in een voetbalstadion) maakt het maatwerk.

Onder het zwaardere professionele/niet-gedefinieerde vuurwerk vallen onder andere cakeboxen (batterijen), Romeinse kaarsen, fonteinen en shells (mortierbommen). Deze vuurwerkartikelen worden illegaal aan consumenten verhandeld. Het meest risicovolle type hiervan is de mortierbom (shell) die bij ondeskundig gebruik veel risico met zich meebrengt. De mortierbommen dienen met behulp van een mortierpijp te worden afgestoken. In de illegaliteit worden de mortierbommen zonder een dergelijke pijp verhandeld waardoor de kans op ongelukken aanzienlijk toeneemt. Verschillende van de mortierbommen vallen eveneens in de transportgevarenklasse ‘risico op massa-explosie’ (1.1G) vanwege de explosieve lading.

Bij het oneigenlijke (zware) professionele/niet-gedefinieerde vuurwerk gaat het om artikelen met als belangrijkste en/of enige effect een luide knal. Dit zijn vuurpijlen met uitsluitend knaleffect, zoals lawinepijlen, en ‘bangers’ zoals vlinders, nitraten en strijkers. De lading bestaat uit zogenoemd flitspoeder, een type lading dat heftiger reageert dan zwart buskruit. Voor de Nederlandse situatie is vrijwel geen tot geen professioneel gebruik bekend van dit type vuurwerk. Feitelijk is daarom sprake van oneigenlijk professioneel vuurwerk. Vanwege de explosieve lading wordt dit knalvuurwerk op grond van de ‘defaultclassificatie’ van de vervoerswetgeving voor gevaarlijke stoffen ingedeeld in de zwaarste gevarenklasse, namelijk in de gevarenklasse ‘risico op massa-explosie’ (1.1G).

Het Vuurwerkbesluit wordt als de aangewezen grondslag beschouwd voor het voorhanden hebben of aan een ander ter beschikking stellen van zwaar vuurwerk ter vermaak (art. 1.2.2, strafbedreiging: max. 6 jaar gevangenisstraf).

* Uitgangspunt is dat een stuk vuurwerk tot ontbranding brengen hetzelfde is als een stuk vuurwerk voorhanden hebben, maar de omstandigheden waaronder het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht (bijv. in een voetbalstadion) maakt het maatwerk.

* Knalvuurwerk met meer dan 6 gram NEM of knalvuurwerk zonder opschriften en langer dan 55 mm valt onder lijst III.

** Uitgangspunt is dat een stuk vuurwerk tot ontbranding brengen hetzelfde is als een stuk vuurwerk voorhanden hebben, maar de omstandigheden waaronder het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht (bijv. in een voetbalstadion) maakt het maatwerk.

Uitgangspunten:

* Omstandigheden waaronder of de veroorzaakte gevolgen leiden tot een hogere eis.

Legenda

Afkortingen

GB = Geldboete

TS = Taakstraf

GS = gevangenisstraf

vw = voorwaardelijk

ov = onvoorwaardelijk