Ministeriële regeling · BWBR0041636

Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 19 november 2018, nr. MINBUZA-2018.1162935, houdende regels met betrekking tot het toekennen van voorzieningen en vergoedingen voor en tegemoetkomingen in de noodzakelijk te maken extra kosten die verband houden met de plaatsing van een ambtenaar bij een post in het buitenland (Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018)Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op de artikelen 13, 36, 41d, 53, 63, 76 en 77, vierde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;

In overeenstemming met de centrales van verenigingen van ambtenaren bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

’s-Gravenhage19 november 2018De Minister van Buitenlandse Zakennamens deze:de plaatsvervangend Secretaris-Generaal,W.A. vanEe

In deze regeling wordt verstaan onder:

Gedurende de tijd dat de werkzaamheden bij de post tijdelijk zijn beëindigd vanwege een omstandigheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, behoudt de ambtenaar aanspraak op voorzieningen als bedoeld in dit hoofdstuk naar de situatie zoals deze gold direct voorafgaande aan die beëindiging, met dien verstande dat indien de ambtenaar de standplaats niet verlaat:

De vergoeding passieve representatie wordt verhoogd met 35% indien de ambtenaar voor zijn partner aanspraak maakt op een verhoging van de standplaatstoelage als bedoeld in artikel 14. Artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Het hoofd van de post bepaalt op welke wijze de aan een post toegewezen middelen voor de bestrijding van de kosten van actieve representatie worden aangewend, met in achtneming van de daartoe gestelde beleidsregels. Vergoed worden de kosten die verbonden zijn aan het opbouwen en onderhouden van een extern gericht functioneel relatie- en informatienetwerk en die de ambtenaar niet geacht wordt te bestrijden uit zijn vergoeding passieve representatie.

Indien het wenselijk is dat de ambtenaar lessen volgt in een officiële taal dan wel een lokaal gebruikelijke voertaal van het land van plaatsing komen de kosten daarvan rechtstreeks voor rekening van het rijk, voor zover deze lessen worden gevolgd bij een persoon die tot lesgeven in de desbetreffende taal bevoegd is of een passende onderwijsinstelling.

Indien de partner vanwege een erkende reden als bedoeld in artikel 44, derde lid, is achtergebleven op de vorige standplaats, dan wel vooruit is gereisd naar de volgende standplaats:

Indien voor de overplaatsingsreis een vliegticket wordt verstrekt, worden tevens de eventuele kosten vergoed van het vervoeren van ruimbagage met een maximum van 40 kilogram dan wel indien het aantal stuks ruimbagage bepalend is, twee stuks met een maximum gewicht van in totaal 40 kilogram. In dat maximum is begrepen de door de vliegtuigmaatschappij op het ticket vermelde maximale ruimbagage.

Onder het transport of het overbrengen van de boedel wordt mede begrepen:

De ambtenaar draagt alle kosten voortvloeiende uit:

Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die naar een post wordt overgeplaatst.

Indien het wenselijk is dat de ambtenaar, zijn partner of zijn afhankelijk kind van twaalf jaar of ouder voorafgaand aan de plaatsing bij een post een acculturatiecursus betreffende het land van aanstaande plaatsing volgt, worden die kosten overeenkomstig artikel 74 vergoed.

Indien de partner en het kind dan wel het kind zelfstandig op de vorige standplaats zijn respectievelijk is achtergebleven in verband met de afronding van het schooljaar van het kind, zijn de artikelen 45, tweede en derde lid, 46 en 50, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Ter zake van de vergoeding van de kosten van bijlessen is artikel 24 van overeenkomstige toepassing.

De ambtenaar is naar redelijkheid en billijkheid verplicht de kosten die hij maakt en waarvoor hij op grond van deze regeling op declaratiebasis een voorziening ontvangt te beperken.

HDPO kan ten gunste van de ambtenaar artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard gelet op het belang dat ambtenaren en hun gezinsleden zich zowel tijdens de plaatsing bij een post als in de periode direct daaraan voorafgaande en direct daarop volgend een passende tegemoetkoming ontvangen in de noodzakelijke extra kosten die voortvloeien uit die plaatsing en welke ambtenaren van gelijk niveau die in Nederland werkzaam zijn niet hoeven te maken.

Wijzigt de Regeling dienstwoningen BZ.

Wijzigt de Regeling buitenlandse reizen BZ 2017.

Indien op de dag van inwerkingtreding van deze regeling de periode van twaalf maanden, bedoeld in artikel 46 van het DBZV 2007, en zes maanden, bedoeld in artikel 53 van het DBZV 2007, zoals die artikelen luidden op de hiervoor bedoelde dag nog voortduren, maakt de ambtenaar in afwijking van artikel 47 van deze regeling voor de resterende duur van de periode van twaalf respectievelijk zes maanden aanspraak op het volgende aantal tickets voor een herenigingsreis:

In afwijking van artikel 49 maakt de in dat artikel bedoelde ambtenaar van wie op de dag van inwerkingtreding van deze regeling de periode van twaalf maanden, bedoeld in artikel 49, nog ten minste drie maanden voortduurt, voor de resterende duur van die periode aanspraak op één ticket voor een reis naar Nederland.

Aan de ambtenaar die op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling een tegemoetkoming ontvangt in de woonlasten als bedoeld in artikel 76 van het DBZV 2007, wordt deze tegemoetkoming ook nadien nog toegekend overeenkomstig dat artikel zoals dat luidde op de hiervoor bedoelde dag.

De ambtenaar die op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling een vergoeding voor schooltransport ontvangt als bedoeld in artikel 78 van het DBZV 2007, ontvangt die vergoeding voor zijn afhankelijk kind van 14 jaar of ouder nog voor het lopende schooljaar overeenkomstig dat artikel zoals dat luidde op de hiervoor bedoelde dag.

De ambtenaar die op de dag van inwerkingtreding van deze regeling over het lopende of vorige kalenderjaar nog geen tegemoetkoming heeft aangevraagd als bedoeld in artikel 2 van de Regeling oudedagsvoorziening partners uitgezonden ambtenaren BZ zoals deze regeling luidde op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling, wordt daartoe nog in staat gesteld gedurende twaalf maanden gerekend vanaf de dag van inwerkingtreding van deze regeling.